Inhoudstafel van Brug 52 (juni 2006)

Channelling
Apocalyps hoofdstuk 13 en 14
Cassiopaeans
Commentaar door Jan Vermeir
Uit : "Apocalyps" door Emil Bock


*

*

*

*

*


Beste Lezer,


Waarom zijn er zovele NewAge-aanhangers en zo weinig antroposofen ?

Rudolf Steiner :"Als ik mij zou verkleden als magiër en van de mensen de onnozelste oefeningen als scholing zou verlangen, bvb. om middernacht ergens op een heuveltop gaan rondlopen om allerlei zotternijen uit te voeren, geloof mij, dat zouden ze allemaal doen ! Ik zou aanhangers met hopen hebben ! Maar om jaren aan een stuk zijn best te doen om misschien maar één karakterzwakte, één enkele slechte gewoonte te overwinnen, nietwaar, dat is zo oninteressant. De mensen geloven het niet dat een dergelijke kleine verandering in het eigen wezen - wanneer bvb. een ijdel mens slechts zijn eigen ijdelheid wil bewust worden en zich erover schaamt - dat zoiets geestelijk gezien veel verder brengt dan honderden voordrachten te aanhoren en voor mijn part van buiten te leren." *

Rudolf Steiner sprak deze woorden, teleurgesteld over het gebrek aan echte geestelijke inspanning bij de antroposofen. We hebben dus in feite geen recht om te wijzen op het gebrek aan echte geestelijke inspanning bij vele NewAge-aanhangers, vooraleer we de balk in ons eigen oog niet hebben verwijderd.
Maar Steiners woorden zouden ook kunnen verklaren waarom miljoenen mensen tegenwoordig teruggrijpen naar oude Oosterse godsdiensten en naar NieuweTijdsgoeroe's en dito theorieën : veel moeite kost het niet, alleen de moeite van het slikken.
In dit nummer van De Brug gaan we wat dieper in op het fenomeen "channelen".

In de vorige Brug kon u een lang artikel lezen, een soort kritiek op het werkje van Luc Vandecasteele, "Het dierbare België". Zowel de uitgever als de auteur hebben ons daarop een antwoord gestuurd, samen een zestal bladzijden, te lang om nog in deze aflevering op te nemen. Dat is dus iets waarvoor we in het eerste nummer van de veertiende jaargang zeker plaats gaan maken.

François De Wit.

*(Aangehaald door Adelheid Petersen in "Erinnerungen an Rudolf Steiner" ( Verlag Freies Geistesleben, 1979, blz. 190). .

Channeling

Door François De Wit

Als antroposoof komt men regelmatig in contact met mensen die geen antroposoof zijn maar die ook antwoorden zoeken op de vragen waar de traditionele godsdienst een onbevredigend antwoord op geeft en die de gewone wetenschap niet beschouwt als behorende tot haar terrein : is er leven na de dood ? Gaat de wereld ooit vergaan?
En hoewel wij ons voortdurend oefenen om onbevangen open te staan voor nieuwe inzichten, stellen wij toch bij onszelf vlug een innerlijk afwijzen vast wanneer onze gesprekspartner laat doorschemeren dat hij zijn kennis over occulte zaken uit andere bronnen dan Rudolf Steiner haalt.
Is deze innerlijke terughoudendheid terecht ?
Antroposofen zweren bij het woord van Rudolf Steiner, maar is het woord van Alice Bailey, Aleister Crowley, Goerdjeff en vele anderen niet evenveel waard ? Of het woord van al die mensen die pretenderen dat ze zelf rechtstreeks een kanaal hebben naar hogere wezens ? Uiteindelijk zijn het allemaal helderzienden of helderhorenden. Is onze geesteswetenschap beter ? Dat gaan we in dit artikel proberen na te gaan aan de hand van het populaire channelen.

"Channeling is een New Age begrip voor het ontvangen van boodschappen van onzichtbare spirituele entiteiten en geesten aan levende personen, genaamd mediums. In tegenstelling tot het spiritisme beschrijven gechannelde boodschappen een hele nieuwe uitgebreide godsdienstige of filosofische leer en niet slechts korte boodschappen van overleden personen of van geesten. Het ontvangen van boodschappen van onzichtbare spirituele entiteiten is een oud verschijnsel in de godsdienst, zoals de ontstaansgeschiedenis van de Koran illustreert, maar de term channeling wordt in de praktijk alleen voor New Age gerelateerde teksten gebruikt. Sommige mediums gaan in trance tijdens het channelen.
Sceptici beschouwen alle gechannelde teksten als niet authentiek en zijn meestal laatdunkend over de inhoud."
( Uit de internet-encyclopedie Wikipedia)

De laatste zin geldt ook voor antroposofen. De verwijzing naar bvb. Mozes of Mohammed, die ook hun berichten van God kregen, overtuigt helemaal niet : de mensheid leefde toen nog niet in het tijdperk van de bewustzijnsziel, de omgang met hogere kennis geschiedde toen op een manier die voor onze tijd helemaal niet meer aangepast is. In onze tijd moet de mens te allen tijde zijn bewuste Ik bewaren. Een voorbeeldje van - voor onze tijd - onaangepaste omgang vinden we bvb. op

www.sanandaseagles.com/channelings/Ik%20Ben%20Stervende.html

waar onze planeet Aarde zelf spreekt voor de aanwezigen en meedeelt dat ze stervende is. Het verslag is getiteld "Openbare channelling van Sananda's Eagles, Gaia/Gaiamma, 08-31-05,
"Ik Ben Stervende", via het lichaam van Debbie Wright."
Over deze persoon lezen we dan :

"Debbie is een trancedimensionale trance medium voor verschillende Meesters en Engelen sinds 1994. Het fascinerende aspect van dit type channelling is, dat Debbie's aanwezigheid en bewustzijn tijdelijk vertrekken waardoor het voor het uitgekozen geascendeerde Wezen mogelijk wordt gemaakt om gebruik te maken van haar lichaam. Niet met een samen gevoegd bewustzijn, maar in de volheid van wie zij zijn; helder en precies. Dit is een machtige daad van totaal vertrouwen en liefde van Debbie's kant, wiens bedoeling is, om met channellen haar contracten na te komen en haar energie te lenen door de boodschappen toe te laten zodat Goddelijke begeleiding gehoord kan worden."

Andere channelers zijn minder naïef en geven ook een waarschuwing mee om er niet zelf zomaar mee te beginnen. Deze mensen schijnen dus al iets meer af te weten van de juiste omgang met hogere kennis. We lezen dan bvb. in een hoofdstuk over "Helderhorendheid- channelling" :

"Hierbij stelt het medium zich af op het voorwerp en/of foto.
Eerst word er contact gemaakt met de Gidsen en de vraag of de persoon kan gecontacteerd worden voor een channelings gesprek. Om te weten of het contact zuiver is zal er iets aan de vrager verteld worden dat recent gebeurd is en waar de vrager niet direct mee bezig was, maar er lachend en verbaasd op reageert.
In de vorm van " nu je het zegt ja, het is waar, daar had ik niet meer aan gedacht."
Er word ook een specifieke geur gebruikt dat voor die persoon eigen is en dat het medium ruikt.
bv. parfum, zeep geur of de geur van een lievelingsbloem, enz...
Op die manier weet men dat er een zuiver contact is en kunnen er vragen gesteld worden.
Waarschuwing:
Probeer nooit zonder professionele begeleiding aan channelling te doen."

De uitleg waarom niet zit dan bij het hoofstuk over het ouija-bord, een andere bedenkelijke techniek om geesten op te roepen :

"Deze vraag wordt dagelijks gesteld " waarom is het Ouijabord gevaarlijk?"
"waarom mag ik geen contact zoeken met mijn overleden opa-oma-tante-oom-echtgeno(o)t(e)- broer-zus, enz?"
Als men komt te overlijden, laat jeÿ het aardse lichaam achter en gaat je ziel/geest/astrale lichaam naar een hogere sfeer (ook hiernamaals of " de Bron" genoemd).
Personen die over zijn, zijn over en daarmee kan er geen contact meer gemaakt worden. Indien er toch contact gemaakt wordt zal deze op een andere manier gebeuren en zal de overleden persoon samen met de Gidsen werken om op een zuivere manier contact te verkrijgen.
Mediums kunnen via psychometrie (aanvoelen van persoonlijke voorwerpen van de overleden persoon of lezen van een foto van de overleden persoon) en samenwerking van de Gidsen boodschappen door krijgen (indien toegestaan) en als een soort van doorgeef kanaal het doorgeven aan de vrager.
Met een Ouijabord leg je contact met een lagere sfeer.
Dit zijn meestal overleden personen die zijn blijven hangen tussen de aardse sfeer en de hogere sfeer en heel sterk verlangen naar een aards lichaam en niet zuivere bedoelingen hebben.
Meestal begint een vraag ronde heel simpel, men zegt de naam van de persoon die je wilt contacteren en dat deze zich duidelijk wilt maken via het Ouijabord.
Een zwerver zal hierop ook snel reageren, zolang de vragen ronde heel simpel blijft zal deze ook niet blijk geven van iets kwaads. De antwoorden kunnen echt heel waarheidsgetrouw over komen, maar dat komt ook omdat de zwervers deze oppikken van de persoon(vrager) die contact zoekt.
Waar weinig mensen bij stilstaan is dat als ze een vraag stellen, in zichzelf het antwoord herhalen en het zo doorgeven aan de zwerver. Pas als de vragen dieper gaan en de vrager zelf geen antwoorden erop weet, zal je zien dat het helemaal omdraait. De zwerver wordt boos, je voelt een kilte, ruikt zelfs soms een stank, de kaarsvlam begint heel hevig te reageren en zelf voel je jezelf heel erg ongemakkelijk tot angstig.
Doordat de zwerver ondervindt dat je niet dieper met hem te maken wilt hebben, gaat deze ook antwoorden geven die alles behalve vriendelijk meer zijn en op vervloekingen beginnen te lijken.
De sessie wordt onmiddellijk afgebroken maar dat wil niet zeggen dat daarmee ook die zwerver weg is. Doordat deze nu weet je aandacht te trekken, zal deze ook op andere manieren proberen je aandacht te trekken. Iedereen kent de verhalen wel van stoelen die verschoven worden, lichten die aan en uit gaan, kasten die plots open staan, het gevoel hebben dat je plots omver geduwd wordt zonder dat er iemand in je buurt is, enz"

Deze verhalen zijn echt geen sprookjes!
Hoe het komt dat deze zwerver/geest dingen kan verplaatsen is eigenlijk heel simpel
Alles en iedereen heeft een aura, zo ook de zwerver.
Het enigste verschil in de aura is de warmte.
De aura van een huis of voorwerp waarin geleefd wordt heeft een actieve en warme aura, de zwerver heeft een andere aura die heel erg koud en kil is. Daar een zwerver zijn aura met volle kracht bundelt op een aardse aura onstaat er een soort van bots effect die soms zo krachtig kan zijn dat er een verplaatsing plaats vindt.

Het grootste gevaar ligt in dat de zwerver in je aura is komen (daarom ook de naam auralifters)
Je voelt niet enkel hun kilte en woede, je voelt je ook meer uitgeput en moe. En hebt een zwaar leeg gezogen gevoel en dat is ook zo, de auralifter laadt zijn aura op met die van jou.
Daarom isÿ oproepen onder invloed van drank en/of drugs ook zo gevaarlijk. Op dat moment ben je heel erg open en kunnen ze als het ware je aura meer overnemen. Een overname kan leiden tot de volgende symptomen :

- Gevoel van gespleten persoonlijkheid (stemmen horen die je opdragen negatieve dingen te doen)
- Agressie (agressief gedrag tegenover jezelf en derden)
- Erg negatief ingesteld
- Geen invloed meer over je eigen lichaam
- Gevoel van machteloosheid
- Geen eetlust
- Overmatig drank en/of druggebruik
- Zwaar depressief, dat kan leiden tot zelfmoord pogingen indien er niet op tijd ingegrepen wordt!

Met heel sterke mediums (meestal zijn ze met zijn 2… 3) en samenwerking van de Gidsen, kan een auralifter verdreven worden uit een overgenomen persoon en zal men er alles aan doen om de auralifter over te helpen, zodat deze ook op zijn gepaste tijd de rust krijgt die hij verdiende. De aura van de overgenomen persoon wordt terug hersteld en gezuiverd en ook het huis zal gezuiverd worden door de Mediums."
(Bron : www.anja-mystery.be/Psychometrie.html )

Channelers die over hun eigen mogelijke dwalingen berichten, komen ook al wat geloofwaardiger over, bvb. Farida (op www.farida.nu/index.html ) :

"Channelen of automatisch schrift :
Automatisch schrift houdt in dat iemand zijn pen op het papier zet, en zich vervolgens leegmaakt, en contact maakt met gids, of gene zijde net hoe je het noemen wilt. Dit automatisch schrift wordt ook wel "channelen" genoemd.
Hieronder vindt je aan de hand van mijn eigen vroegere ervaringen toch een kleine "note" cq waarschuwing.

Jaren geleden ben ik in een uitzending geweest van Tineke en de paranormale wereld. Niet omdat ik zo goed was, nee maar omdat ik behoorlijk de weg kwijt was. Hier mijn verhaal.
Ik hoorde van automatisch schrift en dacht;"dat kan ik ook", en verdikkie ik kon het van begin af aan en nog goed en snel ook. Binnen 2 dagen had ik contact met mijn overleden moeder en broer, ik was dolgelukkig en blij en had het gevoel weer iets tastbaars te hebben. Na 1 week had ik zelfs contact met mijn overleden vader, maar dat was schrikken, want de man is zelfs nu nog springlevend !!
Ik werd dus bang etc, maar zo schreef mijn pen ,ik hoefde niet bang te zijn, mijn pa kwam alvast afscheid nemen zodat ik voorbereid was. Nou dan weten jullie wel hoe ik me de daarop volgende dagen, weken gevoeld heb hé ! Zo kwam ik dus bij Tineke terecht ik wilde andere mensen behoeden voor datgene dat mij overkomen was.
Op het moment dat ik begon met automatisch schrift was ik net bevallen en stond zo open als een deur.
Dat had niks met paranormaal zijn te maken, maar alles met open staan, en een stukje labiliteit omdat ik net bevallen was.
Ik was ook gewoon begonnen aan het schrijven, terwijl ik niet eens wist waar ik mee bezig was.
je kunt het in feite dan vergelijken met glaasje draaien.
Het contact met papier en pen heeft in het begin (als je dus niet op past) alles te maken met gedachtes.
Bvb. je vraagt; "hoe heet mijn moeder"" en je denkt gelijk : "Annie"
Nou dan kun je erop zweren dat er Annie komt te staan, en jij weer hartstikke blij bent vanzelf!
Daarom waarschuw ik er steeds voor. Ik wil niemand voor zijn kop stoten, nu na 10 jaar doe ik na 6 jaar ermee gestopt te zijn weer aan automatisch schrift, maar dan meer als vorm van dagboek.
Ik raad je dan aan om veel te lezen en bvb. ontwikkeling cursus te gaan volgen Een vriend moet eerst ook weten waar het hart zit, voor hij je liefdesverdriet kan genezen hé ?
Dit heeft dus niks met studie te maken, want paranormaal ben je wel of niet, en kun je absoluut niet aanleren, maar wel ontwikkelen. Verder ben je hier op aarde niet voor niks, dus op de 1e plaats komen te allen tijde :
kinderen/man/vrouw/gezin/werk Zie 't dus in 't begin als hobby waar je je 1 x per week mee bezig houdt!
Ga eens naar een spirituele avond toe en kijk eens hoe je dat ervaart en voelt. Proef de sfeer van rust en liefde en respect die daar hangt.(ik bedoel dus niet de beurzen waar het gevoel overheerst van "hoe krijg ik snel mijn portemonnee vol" hé?)
Vergelijk dat gevoel met dat wat er bij jou is als jij je bezig houdt met deze materie.
Zo merkte ik bvb in het begin dat er bij mij thuis geen liefdesgevoel was , maar eerder een koud en angstig gevoel, dit omdat ik altijd bloednerveus was als ik schreef.
Kijk en angst trekt angst aan, en zo ben je voor de lage entiteiten dus een makkelijke prooi om te be‹nvloeden. Met deze speech heb ik niemand willen kwetsen , ik heb 't geschreven wederom als informatie, omdat ik weet dat als je niet weet waar je mee bezig bent op papier, iedereen zich kan uitgeven voor iedereen, zelfs Napoleon, 28 gidsen en noem maar op dienen zich aan als jij dat wilt.
Ik denk dat 't voelen op de eerste plaats komt, "voel je je veilig?" "Voel je dat er iemand is?" en "voelt dat vertrouwd"? Pas dan kun je verder gaan met je zoektocht.
Overigens is mijn ervaring op beurzen met het channelen op papier,dat er komt te staan dat je goed bezig bent met je ontwikkeling, maar dat je eens een cursus zou moeten volgen. En laat degene die voor jou schrijft nou nét die cursus geven!
Nou geloof me als jij schrijft met je Gids zal deze nooit zeggen dat je iets wel of niet moet hoor. Sterker nog : het zijn juist mooie gesprekken op papier die gaan over gevoel, meestal jouw gevoel omdat zij jou immers zo goed kennen.
Ik hoop dus dat jullie mij begrijpen, wilde dit graag even kwijt!
Liefs; Farida"

Een dergelijke tekst maakt de schrijfster geloofwaardiger, ze bewijst een kritische zin te bezitten. En op die kritische zin komt het aan bij de geesteswetenschap. Net zoals in de gewone wetenschap trouwens.
Het is merkwaardig dat er ondertussen ook al wetenschappers en andere onderzoekers zijn die bij hun pogingen om steeds meer fenomenen van onze leefwereld te kunnen verklaren dicht in de buurt komen van channeling-informatie.

. We nemen eens een kijkje op de webstek van "The Cassiopaean Experiment" door Laura Knight-Jadczyk en Arkadiusz Jadczyk (www.cassiopaea.org ).

Laura Knight-Jadczyk schreef vijf boeken : "Amazing Grace", een autobiografie van de ziel, "Ancient Science, Future Science", dat de resultaten bevat van haar onderzoek naar de onderliggende principes van onze realiteit, "The High Strangeness of Dimensions, Densities, and The Process of Alien Abduction", " The Occult Significance of 9-11", " The Wave" (in vier delen).

Toevoeging op 17 september 2010 : Niet te goeder trouw deze Laura Knight-Jadczyk ?

Arkadiusz Jadczyk, Ph.D is theoretisch fysicus, gefascineerd door de problemen van de kwantumtheorie, en de relatie tussen kwantumtheorie en de filosofie van de wetenschap en de kennistheorie, bewustzijn en geest. In het verleden bestudeerde hij de algebra‹sche methodes van de kwantumtheorie, differenti‰le geometrische methodes van de veldtheorie enz. Om maar te zeggen dat het geen zwever is.

Hoe begon het channelen in het leven van deze twee mensen ?

Op 16 juli 1994 vond de botsing plaats van fragmenten van de komeet Shoemaker-Levy met de planeet Jupiter, een uiterst zeldzame kosmische gebeurtenis.
Dezelfde avond hield Laura, hypnotherapeut in een stadje aan de Golfkust van Florida, haar wekelijkse experiment om hogere niveau's van bewustzijn te bereiken, waarvan ze dacht dat het een gebied van symbolen en bewegingen was in de zin van de Jungs theorie van archetypes. Maar er kwam iets onverwachts uit de bus. Na dertig jaar studie en twee jaar toegewijd experimenteren kwam er een communicatie tot stand met een bron die zichzelf identificeerde als de "Cassiopaeans."
"We are you in the Future," zeiden ze, "We hebben een kanaal doorheen de opening die zich voordoet op de plaats die jullie aanduiden met Cassiopaea (het sterrenbeeld),te wijten aan sterke radiopulsen in conjunctie met Cassiopaea, die komen van een pulsar van een neutronenster die 300 lichtjaar achter Cassiopaea zit - gezien vanaf jouw standplaats. Dit maakt een helder kanaal mogelijk van de 6de naar de 3de densiteit."
Het is belangrijk om direct te benadrukken dat de Cassiopaeans GEEN "aliens" (buitenaardsen) zijn, noch onge‹ncarneerde entiteiten. Een van de eerste uitwisselingen klonk zo :

V: (Laura) Zijn jullie aliens van een andere planeet ?
A: Alien vanuit jouw standpunt wel.

Wat moeten we verstaan onder: "We are you in the future" ?
Arkadiusz probeert het zo uit te leggen:

"Dit is wat "zij" stellen : dat "zij", de Cassiopaeans, Eengemaakte-Gedachte-Vorm-Wezens van Licht uit de 6de densiteit, wijzelf in de toekomst zijn. Wat een bizarre uitspraak, wat eeen bizar concept. Of toch niet ?
Is het mogelijk ? Kan een dergelijke stelling ook maar bij benadering een plaats vinden binnen de aanvaarde theorieën ? Of is het een evidente contradictie met al wat wij " natuurwetenschappers " weten over de Natuur en haar wetten ?
We laten even buiten beschouwing of een bestaan alleen als bewustzijn mogelijk is en stellen de vraag of reizen in de tijd mogelijk is, al is het dan maar in theorie.
Is het zenden en ontvangen van informatie uit de toekomst of het verleden in tegenspraak met de huidige theorieën van de relativiteit en kwantummechanica ?
Wanneer informatie kan doorgezonden worden, impliceert dit dat ook fysieke materie kan "doorgestuurd" worden via een soort transdimensionele hermolecularisering ?* En indien dat zo is, volgens welke wetmatigheden verloopt dat, wat zijn de beperkingen ?
Eerlijk gezegd, we weten het niet, maar misschien zijn er enkele aanwijzingen.
Bij het werken met de algemene relativiteitstheorie gebruikt de wetenschap gewoonlijk een vierdimensioneel ruimte-tijd continuüm. In de klassieke algemene relativiteit zijn de metrische eigenschappen van het continuüm intrinsiek aan het continuüm, maar een vijfde dimensie waarin onze ruimte zoals we die gewoonlijk waarnemen, ingebed is, kan ook gebruikt worden om de kromming en de eigenschappen van de fysieke ruimte te verklaren. In het ruimte-tijd continuüm kan men zeggen dat alle delen van de vierdimensionele wereld tegelijkertijd bestaan, in de zin van een mathematisch formalisme, en dat zou natuurlijk leiden tot een volledige ineenstorting van de filosofische ideeën van causaliteit.
Vele wetenschappers echter die werken met deze ideeën denken niet dat dit continuüm een "realiteit" is in de fysieke betekenis, zodanig dat fysieke entiteiten zouden kunnen pendelen tussen verleden en toekomst met hetzelfde gemak als men van richting verandert in de driedimensionele ruimte.
Wij daarentegen denken dat dit niet alleen mogelijk is, maar zelfs zeer waarschijnlijk volgens bepaalde waarnemingen." ( ... )

( * Dit klinkt zeer ingewikkeld maar in feite is het niets meer dan wat in het populaire Star Trek gebeurt wanneer Captain Kirk na een bezoek aan een vreemde planeet terugkeert naar het ruimteschip en het bekende "Beam me up, Scotty" uitspreekt. Zijn lichaam valt uiteen in moleculen en wordt aan boord van het ruimteschip terug "geassembleerd".)

Als antroposoof zouden we de uitspraak "we are you in the future" kunnen interpreteren als bvb. een bericht van een engel en vermits wij in de toekomst zullen opstijgen tot dat niveau, zou dat kunnen kloppen : de engel is nu wat wij in de toekomst zullen zijn.
Wetenschappelijk gezien hoeft channelling geen nonsense te zijn, net zo min als de resultaten van het geesteswetenschappelijk onderzoek van Rudolf Steiner. Maar wat heeft onze geesteswetenschap meer dan de verschillende inzichten die via channeling tot de mens(heid) komen ?
We gaan dit proberen duidelijk te maken aan de hand van een channeling-sessie over een onderwerp waarover we in de antroposofie ook wat informatie hebben, namelijk de Apokalyps, de Openbaring volgens Johannes. In die sessie werden er vragen gesteld over de betekenis van het 12de tot 14de hoofdstuk. Wat de antwoorden van de Cassiopaeans betreft, moet de lezer zelf maar uitmaken of ze aannemelijk zijn, of volledig in tegenspraak met de antroposofie. Jan Vermeir gaat op enkele punten wat dieper in en daarna laten we Emil Bock aan het woord om het groter verband duidelijk te maken.

Eerst de passage uit de Openbaring waar het over gaat. Het is de vertaling van Ludovicus Mirandolle zoals die opgenomen is in het boek "Apocalyps" van Emil Bock (Christofoor, Zeist, 1989) :

13:1
En ik zag uit de zee een dier oprijzen;
het had tien horens en zeven koppen,
en op zijn horens tien diademen, en op zijn koppen
namen van verwensingen tegen God.
13:2
En het dier dat ik zag geleek op een panter,
en zijn poten waren als de poten van een beer
en zijn muil was gelijk de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht om te heersen.
En een van zijn koppen was als dodelijk gewond
en zijn doodwonde was genezen. En de gehele aarde volgde vol bewondering het dier,
en bracht de aanbiddende groet aan de draak
omdat hij aan het dier macht gaf te heersen,
en bracht de aanbiddende groet aan het dier, sprekende: Wie is aan het dier gelijk en wie is bij machte met hem te strijden?
Toen werd aan het dier een muil gegeven om machtige woorden van vijandschap tegen de geest te spreken,
en hem werd de volmacht gegeven gedurende twee en veertig maanden dit te bedrijven.
En het opende zijn muil om te lasteren tegen God, om te lasteren zijn naam en zijn woonstede,
en alle wezens die in de hemelsferen wonen.
En aan het dier werd toegestaan om te strijden tegen de dragers van het heil,
en hen te overwinnen; en hem werd de macht gegeven te heersen over alle stammen en volken en talen en naties.
En al de bewoners der aarde zullen het dier de aanbiddende groet brengen, voor zover hun namen niet geschreven staan in het boek des levens van het Lam, dat geslacht werd van de grondlegging der wereld af.
Wie een oor heeft, die hore!
Wie in de kerker opsluit, zal zelf in de kerker geraken. Wie met het zwaard doodt, zal door het zwaard gedood worden. Hier geldt: Trouw blijven en volharden, en het geloof van hen die zich aan de geest wijden.
13:11

En ik zag een ander dier opkomen uit het aardrijk en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als een draak.
13:12
En het oefent al de macht van het eerste dier
voor zijn ogen uit. En het bewerkt dat de aarde en zij, die haar bewonen, de aanbiddende groet zullen brengen aan het eerste dier,
wiens doodwonde was genezen. En het volbrengt grote geestesdaden, ja, het laat zelfs vuur uit de hemel nedervallen op de aarde voor de ogen der mensen.
En het verwart de aardbewoners door alle tekenen die hem gegeven werden om te volbrengen ten aanschouwen van het dier. En het bewerkt door zijn woord dat de aardbewoners een beeld maken van het dier, dat de zwaardwonde had en weer levend is.
13:15
En het werd hem toegestaan geesteskracht te geven aan het beeld van het dier, zodat het beeld van het dier sprak. En dit deed het, opdat allen de dood vinden die niet de aanbiddende groet brengen voor het beeld van het dier.
13:16
En het maakt dat allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en onvrijen, zich tekenen met het merkteken
op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en dat niemand zal kunnen kopen of verkopen, tenzij hij het teken draagt met de naam van het dier of het getal van zijn naam.

Hier is de wijsheid zelf: Wie verstand heeft, zoeke de zin van het getal van het dier, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.
14:1
En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en met hem waren honderd vier en veertig duizend.
Zij hadden zijn naam, en de naam van zijn Vader, geschreven op hun voorhoofden.
14:2
En ik hoorde een stem uit de hemel, als de stem van vele wateren en als de stem van een machtige donder, en de stem die ik hoorde, was als van lierzangers, lierspelend op hun klankkastlieren. En zij zingen - gelijk een geheel nieuw lied, voor het aangezicht van de troon en voor het aangezicht van de vier levende wezens en de oudsten, en niemand kon het lied leren dan de honderd vier en veertig duizend, die vrijgekocht zijn van het gebonden-zijn aan de aarde.
Dit zijn zij die zich niet bezoedeld hebben door een verkeerde verhouding tot het vrouwelijke; want zij zijn maagdelijk.
Zij zijn het die het Lam navolgen waarheen het ook mag gaan. Dezen werden vrijgekocht uit alle mensen, als de oerkiem, geofferd en gewijd aan God en aan het Lam. En in hun mond werd geen leugenwoord gevonden; zij zijn vlekkeloos.

En ik zag een andere engel, hij vloog in het zenit, hoog aan de hemel; hij droeg een eeuwig evangelie om de engelboodschap te verkondigen aan hen die op de aarde zetelen, en aan alle naties en stammen en talen en volken. En hij sprak met machtige stem:
Draagt in u de eerbiedige schroom voor God, en maakt het hem mogelijk dat het openbaringslicht kan stralen; want aangebroken is de stonde van het beslissende keerpunt.
En brengt aanbiddend de liefdesgroet voor hem, die schiep de hemel en de aarde, en de zee en de bronnen der wateren.
14:8
En een andere engel, een tweede, volgde hem na en sprak: Gevallen, gevallen is Babylon, het machtige, dat door de wijn van de wilswerking van haar ziele-ontucht alle volkeren der wereld in een roes heeft gebracht!
14:9
En een andere engel, een derde, volgde hen en sprak met machtige stem: Wie ooit de aanbiddende groet zal brengen voor het dier en zijn beeld, en het teken ontvangt op zijn voorhoofd of op zijn hand,
14:10
hijzelf zal drinken van de wijn van de wilswerking van God, die onvermengd is geschonken in de kelk van zijn toorn, en hij zal getoetst worden in vuur en zwavel voor het aangezicht van de heilige engelen en voor het aangezicht van het offerlam.
14:11
En de rook van hun getoetst-worden stijgt op van tijdenronde tot tijdenronde, en zij hebben geen rust, bij dag noch bij nacht, zij, die de aanbiddende groet brengen voor het dier en zijn beeld, en wie het teken van zijn naam ontvangt.
14:12
Hier komt het aan op de volhardingskracht van hen, die zich aan de geest wijden, die met innerlijke kracht in zich dragen de wegen-wijzende woorden van God en de geloofskracht van Jezus.
14:13
En ik hoorde een stem uit de hemel spreken:
'Schrijf: Vervuld van goddelijke kracht zijn de doden die in de Wereldheer sterven, van nu af aan.
Ja, spreekt de Geest, zij zullen de rust ondervinden na hun drukkende arbeid, want de uitwerkingen van hun daden volgen hen na!'

.

The Cassiopaeans

Sessie van 16 oktober 1994 (tussen haakjes staan de verwijzingen en opmerkingen door fdw)
Het origineel is te vinden op www.cassiopaea.org/cass/666.htm
De vertaling van de citaten uit de Apokalyps is hier die van Ogilvie (Het Nieuwe Testament, Christofoor, 1983)

1-Vraag: In verband met de betekenis van 666 kreeg ik een boodschap enkele jaren geleden. Was die interpretatie correct ?
1-Antwoord : Misschien. In Romeinse cijfers is een 6 : VI, in het oude Egypte was een 6 : S,
in het Sanskriet was de A : 6. Zie je ?
VISA is 666. Zowel om te betalen als om langere reizen te maken heb je visa nodig.

2-V: De andere delen van hoofdstuk 13 : Het eerste vers "En ik zag uit de zee een Beest opstijgen; het had tien hoornen en zeven hoofden en op zijn hoornen tien diademen en op zijn hoofden lasterlijke namen."
Wat betekent dit vers ?
2-A: Vele betekenissen. Valuta-controle. De 10 staat voor totale controle van waarde-eenheden.

3-V: Dus de tien hoorns staan voor waarde-eenheden, we praten dus over geld hier. Wat zijn de godslasterlijke titels op zijn koppen ?
3-A: "In God we trust" (staat op de dollarbiljetten - fdw)

4-V: "En het beest dat ik zag leek op een panter "
4-A: Nieuwe Wereld Orde
( Op het internet krioelt het van websites die een Nieuwe Wereld Orde zien aankomen, de termietenstaat die Ahriman nastreeft, waarin de mensen slechts nummers zijn en functioneren als geest- en zielloze robotten - fdw)

5-V: "En de Draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht. "
Wie is de draak ?
5-A: Lees opnieuw asjeblief.

6-V: "En het beest dat ik zag leek op een panter " Wat betekent de panter ?
6-A: Een luipaard beweegt snel en vertoont een herkenbaar patroon.

7-V: "Zijn poten waren als die van een beer " Wat betekenen de poten ?
7-A: Rusland.

8-V: Waarom lijken ze op die van een beer ?
8-A: Verborgen machtscentrum in die geografische locatie.

9-V: Wat is de aard van dit machtscentrum ?
9-A: Dezelfde als die van de USA. Voeten worden niet zo gemakkelijk gezien.

10-V: Betekent dit dat Rusland en de USA in feite een eenheid vormen ?
10-A: Onder dezelfde controle.

11-V: Zijn dat de Reptielen ?
11-A: Fundamenteel wel.
( Ontelbare onderzoekers die de werkende oorzaken achter het wereldgebeuren navorsen komen op het spoor van wezens die er menselijk uitzien maar naar hun werkelijke wezen reptielen zijn, tenminste die vorm kunnen aannemen, hetgeen wij dus Ahrimaanse wezens zouden noemen die bezit hebben genomen van menselijke lichamen.- fdw)

12-V: "en zijn muil was als die van een leeuw"
Voor wat staat de muil en waarom is het als van een leeuw ?
12-A: Lawaai en opschepperij.

13-V: Wie is lawaaierig en opschepperig en hoe gaat zich dat manifesteren ?
13-A: Economische machtsstructuur. De leeuw is machtig en dwingt aandacht af door zijn brullen. Wie is er luid aan 't spreken over een nieuwe wereldorde ?

14-V: De Verenigde Staten ?
14-A: Warm. Elementen daarvan.

15-V: "Een van zijn hoofden zag ik ten dode gewond, maar zijn doodswonde genas.
En de gehele aarde volgde vol bewondering het Beest;"
Wat betekent het dat één van zijn koppen een dodelijke wonde scheen te hebben ?
15-A: Aliens
(Daarmee kunnen buitenaardse wezens aangeduid worden of wezens uit een andere dimensie, in de antroposofie zouden we van hiërarchie spreken, engelen of aartsengelen of tegenmachten uit diezelfde hiërarchie - fdw).

16-V: Zullen Aliens een dodelijke wonde voor het Beest blijken te zijn.
16-A: Aanvankelijk wel.

17-V: "maar zijn doodswonde genas. En de gehele aarde volgde vol bewondering het Beest;"
Wat betekent dit ?
17-A: De schrik van in 't begin slaat om in aanbidding en bewondering.

18-V: "en zij aanbaden de Draak, omdat hij de macht aan het Beest had gegeven"
Wie is die draak ?
18-A: Eén-Wereldregering-Politiek.

19-V: En wie is dat Beest ?
19-A: De Nieuwe Wereldorde, alias de Broederschap, alias de Lizzies (van lizard= reptiel - fdw), alias de Antichrist.

20-V: "Toen werd hem een mond gegeven om grote dingen en lasteringen te spreken;
en hem werd macht gegeven twee‰nveertig maanden te werken."
20-A: Geen bepaalde tijdsperiode. Macht om te spreken is duidelijk in termen van audio en video media.

21-V: "Toen opende het zijn mond tot lasteringen tegen God om zijn Naam te lasteren en zijn Tent en hen die in de hemel wonen."
Betekent dit dat deze groep, dit Beest gaan ...
21-A: ... desinformatie verspreiden over het bevorderen van de aanbidding, loyauteit en gehoorzaamheid t.o.v. de Antichrist.

22-V: "En hem werd gegeven, strijd te voeren tegen de geheiligden
en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over alle stammen en volken en talen en rassen."
Betekent dit beproevingen en moeilijkheden voor diegenen die weigeren om zich te onderwerpen ?
22-A: Nee. Zie het vorig antwoord.

23-V: "Alle bewoners der Aarde zullen het Beest aanbidden, ieder wiens naam niet geschreven staat in het Boek des Levens van het Lam dat geofferd is sedert de grondlegging der wereld."
Wie zijn "zij wier namen opgetekend staan in het Boek des Levens", wat is het Boek des Levens ?
23-A: Supercomputer.

24-V: Het Boek des Levens van het Lam ? iedereen wiens naam niet is opgeschreven ? er staat dat mensen die het Beest gaan aanbidden namen hebben die niet staan opgeschreven ; betekent dit dat er een supercomputer de namen bijhoudt van al wie het Beest niet aanbidt ?
24-A: Ja.

25-V: En wie heeft deze supercomputer ?
25-A: Het Beest. Alle namen zitten erin met de vermelding gehoorzaam of ongehoorzaam.

26-V: Wie is dit Lam ?
26-A: Het Beest.

27-V: "Als iemand het oor ervoor heeft, hij hore! wie iemand in gevangenschap brengt, gaat in gevangenschap; wie iemand met het zwaard zal doden, moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is voleindigd het geduld en het geloof der geheiligden."
Wie zijn Gods mensen ?
27-A: Allen.

28-V: Wat betekent : "wie iemand in gevangenschap brengt, gaat in gevangenschap" ?
28-A: Volg de leider.

29-V: Als ze de leider volgen, dan worden ze gevangen genomen en als ze vechten met de leider dan zullen ze sterven ?
29-A: Ja.

30-V: "En ik zag een ander Beest opstijgen uit de aarde; en het had twee hoornen als die van een lam en het sprak als een draak;"
Wat betekent dit ? 30-A: Andere gezichten van dezelfde entiteit.

31-V: Wat betekent dat het twee hoorns heeft als een lam. Een lam heeft geen hoorns. Waarom staat er dat het hoorns heeft ?
31-A: Verwarring door tegenstrijdigheid.

32-V: Voor wat staat het Lam ?
32-A: Hetzelfde aspect van het Beest.

33-V: Wat betekent "sprak als een draak" ?
33-A: Hetzelfde.

34-V: "alles, waartoe het eerste Beest macht heeft, volbrengt het voor diens aangezicht. Het bewerkt, dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste Beest zullen aanbidden, welks doodswonde genas."
Wel, het ziet ernaar uit dat er een tweede Beest is dat verschilt van het eerste, maar jij zegt dat het gewoon een ander aspect is van het Beest ?
34-A: Ja. Bekijk het zo : Aliens één aspect, God een ander, regering weer een ander enz.

35-V: Wil je zeggen dat God een ander aspect was van het Beest ?
35-A: Ja, zoals hij voorgesteld wordt door de godsdienst.

36-V: "En het volbrengt grote tekenen, zodat het voor de ogen der mensen zelfs vuur uit de hemel neerhaalt op de aarde."
Wat betekent dat ?
36-A: Aliens doen mirakels?.

37-V: En wat is het "beeld" van het Beest ?
37-A: Aliens.

38-V: Wat betekent het om gewond te zijn door het zwaard en toch te leven ?
38-A: Het eerst beschouwen als vreesaanjagend en daarna als goddelijk.

39-V: "En hem werd gegeven geest te schenken aan het beeld van het Beest, zodat het beeld van het Beest zelfs sprak en bewerkte dat zovelen het beeld van het Beest niet aanbaden, gedood werden."
Wat betekent dat ?
39-A: Totale controle eens de misleiding compleet is.

40-V: "En het maakte, dat allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de knechten, een merkteken ontvangen op hun rechterhand of op hun voorhoofd"
Wat is die inscriptie ? 40-A: Visa ID-nummer.

41-V: Gaat dit echt fysiek op onze lichamen aangebracht worden ?
41-A: In code.

42-V: Hoe dan ? Is het dat wat aliens doen als ze mensen ontvoeren ?
42-A: Nee.

43-V: Hoe gaat het gedaan worden ?
43-A: Gedrukt.

44-V: Op welke manier, technisch gezien ?
44-A: Electronische code. Een serie nummers.

45-V: Gaan ze dat op onze huid doen of onderhuids op voorhoofd of hand ?
45-A: Ja.

46-V: Wil dat zeggen dat je zult moeten je hand op een electronische scanner plaatsen om een geldtransactie door te voeren?
46-A: Precies. ( Niet onmogelijk : via een vaccinatie kan men al een chip, niet groter dan een rijstkorrel in het lichaam brengen, die op afstand kan geprogrammeerd worden - fdw).

47-V: Okee, er staat :" Hier spreekt de wijsheid. Wie kracht heeft om te denken, zegge, welke waarde het getal van het Beest heeft. Het is het getal van een mens. En zijn getal is zeshonderd zes en zestig."
Wat betekent dat ?
47-A: Visa zoals eerder uitgelegd. Iedereen zal zijn nummer krijgen en het zal een Visa-nummer zijn, het getal van het Beest.

48-V: "En ik zag en zie : het Lam op de berg Sion, en bij hem honderdvierenveertig duizend, die zijn naam en de naam zijns Vaders dragen, geschreven op hun voorhoofden."
Wat betekent dit ?
48-A: ID (identificatie). Het Lam is de Raad van Leiders van de Wereldbank. Velen zullen denken dat ze het teken van God aannemen terwijl ze in feite gemerkt worden door het Beest.

49-V: "En ik hoorde uit de hemel een stem als het ruisen van vele wateren en als het rollen van geweldige donder; en de stem, die ik hoorde, is als muziek van zangers bij de lier die op hun lieren spelen."
Wat is deze stem uit de hemel en het geluid van grote wateren en machtige donder "
49-A: De terugkeer van de Christus.

50-V: "En zij zingen een nieuw lied voor de Troon en voor de vier Wezens en de Oudsten; en niemand kon het lied leren behalve de honderdvierenveertig duizend, de uit de aardse knechtschap vrijgekochten. Dat zijn zij die hun geest niet bezoedeld hebben met ongelouterde zielekrachten; hun wezen is maagdelijk. Dat zijn zij die het Lam volgen, waar het ook heen gaat, dat zijn zij die uit het mensdom zijn vrijgemaakt, eerstelingen voor God en het Lam."
50-A: Dat is later toegevoegd symbolisme en darbij niet geheel accuraat. De symbolen werden gemengd. Dit moedigt elitisme en verdeeldheid aan.

51-V: Zijn de 144.000 goeden of slechten in onze manier van spreken ?
51-A: Alle twee. Maar zij zijn de enige met hogere kennis

52-V: Zijn het menselijke wezens ?
52-A: Ja.

53-V: Er gaan 144.000 mensen op aarde zijn met hogere kennis ?
53-A: Ongeveer.

54-V: Even nieuwsgierig : zullen wij ook bij die 144.000 zijn ?
54-A: Misschien.

55-V: "In hun mond werd geen onwaar woord gevonden; hun wezen is niet bevlekt. En ik zag een andere engel die door het midden van de hemel vloog; hij droeg het Eeuwige Evangelie, om het aan hen te verkondigen die op de aarde wonen, aan elk ras en stam en taal en volk. En hij zeide met machtige stem:
Erkent vol eerbied Gods openbaring - gekomen is zijn uur, het uur van de krisis - aanbidt de schepper van hemel en aarde, van de zee en alle waterbronnen!"
Wat vertelt dit ons ?
55-A: Later toegevoegd door een bedenkelijke bron.

56-V: "En een andere, een tweede engel volgde en zeide: Gevallen, gevallen is Babylon, de grote stad, die de wijn van haar ontuchtige hartstocht al de volkeren heeft doen drinken."
Wie is Babylon en wat is de betekenis van haar val ?
56-A: Zelfde als vorig antwoord.

57-V: "En een andere, een derde engel volgde hen en zeide met machtige stem: Wie het Beest aanbidt en zijn beeld en wie het teken op zijn voorhoofd of zijn hand ontvangt, hij zal drinken de wijn van Gods brandende wil, die onvermengd wordt aangereikt in de kelk van zijn toorn; en hij zal de kwelling in vuur en zwavel moeten ondergaan voor het aangezicht van de heilige engelen en van het Lam."
57-A: Desinformatie. Bedoeld om vrees en weerstand te wekken, gevoelens die voedsel zijn voor de aliens.
( Zoals spirituele gedachten voedsel zijn voor engelen, zo zijn omgekeerd negatieve gedachten en gevoelens voedsel voor Luciferische en Ahrimanische wezens - fdw).

58-V: "En ik zag - zie: een witte wolk en op de wolk iemand gezeten als een Mensenzoon met een gouden kroon op zijn hoofd en in zijn hand een scherpe sikkel."
Is dat ook een toevoeging ?
58-A: Ja.

59V: "En een andere engel trad uit de tempel en riep met machtige stem tot Hem die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en maai! Want het uur om te maaien is gekomen, de oogst der aarde is rijp geworden."
59-A: Nog meer desinformatie om schrik aan te jagen.

61-V: En zijn dat gebeurtenissen die zullen plaatsvinden nadat de Reptielen hun ding hebben gedaan, nadat het Visa-systeem geïnstalleerd is en vóór of na de terugkeer van de Christus ?
61-A: Vóór.

62-V: Dus de zwerm kometen gaat ons bereiken vóór de terugkeer van de Christus ?
62-A: Ja. Maar terugkeer is maar één zaak, niet het gehele gebeuren.

63-V: Gaat er een massieve verstoring van onze planeet plaatsvinden en gaan misschien een groot aantal mensen tegelijkertijd hun fysiek lichaam verlaten door de botsing van die kometenzwerm met de Aarde ?
63-A: Zoiets.

64-V: En, kort na deze gebeurtenis gaat de Christus terug verschijnen ?
64-A: Als een deel van het gehele gebeuren.

65-V: Is dat tezelfdertijd als de activiteit van de kometenzwerm ?
65-A: Daarna.

66-V: Wat gaat de Christus doen als Hij weergekeerd is ?
66-A: Onderwijzen.

67-V: Hoeveel mensen gaan er op de planeet zijn die zijn onderwijs ontvangen ?
67-A: Dat is niet bepaald.

68-V: Mogen we aannemen dat er 6 miljard gaan zijn ?
68-A: Neem aan wat je wil.

69-V: Jij blijft zeggen dat de terugkeer van de Christus maar één gebeurtenis is van een groter gebeuren alsof er een belangrijke zaak is die ik mis door niet de juiste vraag te stellen. Beschouw de vraag als zijnde gesteld ?
Zeg mij asjeblief wat ik mis.
69-A: Als je opgelet hebt, is het zeer duidelijk.

70-V: En dat is ? ?
70-A: De overgang naar de vierde densiteit.

71-V: Gebeurt de overgang naar de 4de densiteit vóór of na de kometen ?
71-A: Na.

72-V: Zal de interactie tussen de kometen en de Aarde ...
72-A: ... voorafgaan aan de overgang.

73-V: Zal die botsing de verandering veroorzaken op een of andere manier ?
73-A: Nee.

74-V: Het heeft dus niets te maken met electromagnetische interacties die de atomaire trillingen van de planeet zouden verhogen ?
74-A: Nee.

75-V: Dus, de kometen brengen chaos en dan gebeurt de overgang, tegelijk met de wederkeer van de Christus ?
75-A: Daarvoor.

76-V: De overgang vindt plaats en dan gaan we daar allemaal staan met glazige ogen of wat dan ook, ons afvragend wat we met onszelf moeten aanvangen omdat we onszelf in een toestand waarnemen waarin we nog nooit hebben verkeerd, en dan komt de Christus ?
76-A: Ongeveer.

77-V: En wat gaat er gebeuren nadat de Christus is teruggekeerd en alles is terug min of meer normaal en Hij onderwijst ? Zal iedereen op de planeet verzameld zijn op één plaats om Zijn lering te horen ?
77-A: Nee.

78-V: Gaat Hij rondreizen en onderwijzen ?
78-A: Technologie.

79-V: Gaat Hij via de media onderwijzen ?
79-A: Ja.

80-V: En zullen we nog altijd toegang hebben tot onze media, televisie en radio enz. ?
80-A: Tot sommige.

81-V: Op dat ogenblik, of juist vóór deze overgang, gaan er grote groepen mensen weggaan, samen met de Reptielen ?
81-A: Ja.

82-V: Gaan er grote groepen mensen verhuizen naar overkoepelde steden op de planeet en daar onder één hoedje leven met de Reptielen ?
82-A: Zoiets.

83-V: Met andere woorden: zullen er gebieden zijn onder de controle van de Reptielen en andere gebieden onder controle van de Christus ?
83-A: Christus laat iedereen vrij ( "Christ does not control").


*****************

Het laatste antwoord is in ieder geval een grote waarheid. Voor de rest willen wij nog meegeven dat op andere plaatsen deze bron (de Cassiopaeans) erop wijst dat al deze informatie uit de 6de densiteit komt en moet vertaald worden naar begrippen die wezens uit de derde densiteit ( de mens dus) kunnen verstaan. Dat is een probleem waarvoor alle helderzienden zich gesteld zien en dat Rudolf Steiner op een onnavolgbare, unieke manier heeft aangepakt.
Hierna enig commentaar door Jan Vermeir.

.

Commentaar

Door Jan Vermeir

Op de laatste twintig antwoorden zal ik geen commentaar geven, omdat deze geen betrekking hebben op het Boek der Openbaring; evenmin op een aantal andere die wat hun inhoud betreft, weinig of geen betekenis hebben, zoals bvb. A 3: "Op God vertrouwen wij" en A 28: "Volg de leider". De antwoorden zal ik in willekeurige volgorde behandelen, waarvan een aantal "en bloc" wanneer die hetzelfde onderwerp betreffen.

Laat ons beginnen met vraag 49 die stelt van wie de stem afkomstig is die uit de hemel klinkt (vers 2 uit hoofdstuk 14): Cassiopaeans antwoordt hierop: "De wederkomst van Christus." Op de vraag wat de rest van hoofdstuk 14 (van vers 3 tot en met 12) betekent, luidt het antwoord: "Symboliek die later toegevoegd werd ... achteraf toegevoegd door een twijfelachtige bron ... bedrieglijke informatie met de bedoeling angst te creëren ... (A 50, 55, 56, 57, 58, 59). Behalve de verzen 1 en 2, zou gans het hoofdstuk 14 dus later door dubieuze bronnen bij de originele tekst gevoegd zijn. Wat zou Johannes ervan denken indien er achteraf werkelijk toevoegingen gebeurd zijn ? Hij zegt het op het einde van de Openbaring:

22:18 "Ik bekrachtig voor een ieder, die ze hoort,
de woorden van de profetie van dit boek:
Indien iemand hieraan iets toevoegt,
aan zijn lot zal God toevoegen de beproevingsslagen,
die in dit boek beschreven zijn."

Maar evengoed waarschuwt Johannes ervoor wanneer iemand iets weglaat uit het boek:

22:19 "En indien iemand iets wegneemt van de woorden
van het boek van deze profetie,
van hem zal God wegnemen zijn deel
aan de boom des levens en van de heilige stad,
waarover in dit boek geschreven staat."

Eerlijk gezegd, als wij dit lezen zouden wij toch niet graag in de schoenen staan van degene die toegevoegd of weggenomen heeft.
Maar werd er wel iets toegevoegd of weggelaten ? Wanneer men het Boek der Openbaring grondig bestudeert en in zijn geheel bekijkt, dan zal men uiteindelijk moeten vaststellen dat de compositie uitstekend gestructureerd is, en elk beeld is onontbeerlijk voor de opbouw van het boek. En vooral de beelden van hoofdstuk 14 zijn belangrijk, omdat zij een nieuwe cyclus van het aardebestaan inleiden, namelijk de overgang van de stoffelijke wereld naar de astrale sfeer, of de overgang van het tijdperk van de bazuinen naar dat van de schalen der gramschap, waarin de eerste scheiding van het goede ras (de 144.000) met het kwade ras (Babylon) zal tot stand komen.
Overigens, als Cassiopaeans beweert dat hoofdstuk 14 vanaf vers 3 opvulsel is dat achteraf werd bijgevoegd, dan is de inhoud van vers 2 eigenlijk zinloos, want er volgt niets meer op; men moet dan onmiddellijk naar hoofdstuk 15 gaan.
Bovendien is het antwoord dat C. geeft op vraag 49 verkeerd. Hij zegt dat de stem uit de hemel duidt op de wederkomst van Christus, maar we zullen hierna zien dat Christus het Lam is, en dat Lam stond op dat ogenblik, samen met de 144.000 op de berg Sion (14:1-2).

Het Lam
Johannes maakt een duidelijk onderscheid tussen de draak uit de hemel met de zeven koppen en de tien horens, tussen het dier dat uit de zee oprijst, eveneens met tien horens en zeven koppen, en tussen het dier met de twee horens dat uit het aardrijk opkomt.
Maar wat C. betreft, komt er in de Openbaring slechts één beest voor, en dat vertegenwoordigt de duivel (of de antichrist). Nu is het niet zo evident om al die draken en dieren in de Openbaring van elkaar te onderscheiden, zodat het enigszins begrijpelijk is dat C. die verschillende beesten identificeert met ‚‚n en hetzelfde gedrocht, hoewel dit verschillende gedaanten kan aannemen.
Maar goed, als C. beweert dat het Lam niemand minder is dan het dier, dan heeft de geesteswetenschap hierover een andere mening, en zelfs een radicaal tegenovergestelde: haar opvatting is dat het Lam de Christus zelf is. Het volgende betoog zou dit moeten duidelijk maken.

Eén van de gedaanten van het dier zou volgens C. het Lam, of het Offerlam zijn (zie A. 25, 26, 30, 31, 32 en 48). Hij kan zich hiervoor slechts baseren op één zinnetje in vers 11 uit hfdst. 13.
Vooreerst moet er opgemerkt worden dat er in dat vers niet gesproken wordt over "het Lam" als dusdanig, maar over een dier, dat twee horens heeft gelijk een lam. Waarom zou Johannes hier in deze bewoordingen "het Lam" bedoelen, terwijl hij de andere keren dat hij het Lam vernoemt, maar liefst 28 maal, een totaal ander beeld ervan geeft; 28 keer doet hij dat, waarvan o.a. 11 keer in de nabijheid van de Troon van God, de Vader, de Wereldheer, vijfmaal als de tegenhanger van het dier en driemaal samen met de honderd vierenveertig duizend uitverkorenen. Vijfmaal dus zien wij in de Openbaring het Lam verschijnen als de opponent van het dier; wij bekijken hiervan één voorbeeld:

Hfdst. 17:14 "Zij [= de medestanders van het dier] zullen strijden met het offerlam
en het offerlam zal hen overwinnen
Want het is Heer van Heren en Koning van Koningen.
En met hem zijn de geroepenen en de uitverkorenen,
en zij, in wie het geloof krachtig leeft.

De uitdrukking "Heer van Heren en Koning van Koningen" komt ook verder voor in hfdst. 19:

Verzen 12-13-16: "... En hij heeft een naam geschreven
die niemand kent, dan slechts hijzelf
En hij was gehuld in een mantel,
doordrenkt met bloed
en zijn naam luidde: het Woord Gods ...
En hij draagt op zijn mantel en op zijn dij
een naam geschreven:
Koning van Koningen en Heer van Heren."

Wanneer wij de geciteerde verzen uit hfdst. 17 en 19 met elkaar vergelijken, dan kunnen wij niet anders concluderen dan dat het Lam hetzelfde wezen is als degene die "een naam geschreven heeft die niemand kent, dan slechts hijzelf", of met andere woorden, de Christus zelf, zoals zal blijken uit de hiernavolgende citaten.

Wat betekenen de woorden "Heer van Heren en Koning van Koningen" ?
Toen Rudolf Steiner in september 1924 een reeks voordrachten over het thema van de Openbaring gegeven heeft aan priesters van de Christengemeenschap, heeft hij over dit onderwerp onder meer het volgende gezegd (voordracht van 14 /09/1924 uit GA 346):

"Wat is het wezen van een koning, het wezen van een heer ?
Alleen al als wij, gans afgezien van het geestelijk onderzoek, het Latijnse woord Dominus leren begrijpen in zijn ware innerlijke betekenis, dan komen wij wat het spraakgebruik in dit geval betekent, op het volgende: degene die ergens op aarde of hoe dan ook ergens in de wereld uitgekozen is om een ander wezen de richting aan te geven, is de heer. Maar hoelang is de uiterlijke heer nodig op aarde ? Hoelang gelden de geboden van de uiterlijke heer, zelfs de geboden van uiterlijke geestesheren over de aarde ? - Slechts tot het ogenblik waarop de Christus met de naam, die slechts Hijzelf begrijpt, in de mens inwoont. Dan zal ieder mens ook de Christus in zijn eigen wezen, in zijn eigen ziel kunnen volgen. Dan zal iedereen er naar streven te verwezenlijken wat de menselijke wil vanuit de innerlijke liefde, wil realiseren : dan zal de Heer der Heren, de Koning der Koningen in elk afzonderlijk mens wonen."

Rudolf Steiner wilde zijn toehoorders, de priesters, duidelijk maken dat de mensen momenteel nog niet zover zijn dat zij de Christus in zichzelf kunnen vinden, en dat het de taak van de priester is om de heer te zijn die hen de weg naar de Christus wijst.

En hij vervolgt: "Zo kan de priester voor het eerst het nieuwe Jeruzalem voelen naderbij komen, het naderbij komen van de inwonende Christus, van de Christus die de Koning der Koningen, de Heer der Heren wordt. Daarom is het juist goed, wanneer de priester precies bij deze op de toekomst wijzende passage van de Apokalyps blijft stilstaan, met innigheid van hart blijft stilstaan, en het diepste enthousiasme ontwikkelt voor die passage in de Apokalyps. Want de Apokalyps mag geen leer zijn, de Apokalyps moet krachtig werkend leven zijn in de ziel van ieder van ons. Wij moeten voelen hoe we één worden met de Apokalyps. Ons werken en ons leven moeten wij in de stroom van de profetie van de Apokalyps kunnen onderbrengen. Daar zien wij ons dan verzameld rond Johannes, de schrijver van de Openbaring, die voor zich het gebeuren ziet: de hemel heeft zich opengedaan; degene komt, die een naam heeft die niemand kent dan slechts hijzelf, wiens mantel de naam van het Woord Gods draagt, die de Koning der Koningen, de Heer der Heren is -, hij komt."

In elk geval is het duidelijk dat Rudolf Steiner niemand anders voor ogen heeft dan de Christus, wanneer hij over het Lam spreekt, en dat hij het Beest en het Lam als twee tegenovergestelde machten ziet. Dit laatste blijkt bvb. uit wat hij gezegd heeft in een voordracht van 29/06/1908 (GA 104):

"En zo zien wij in een zeer verre toekomst twee machten tegenover elkaar staan: aan de ene kant degenen die afkoersen op het inwonerschap van het grote Babylon, en aan de andere kant degenen die zich verheffen boven de materie, die zich als mensen verenigen met wat als het beginsel van het Lam voor ons wordt geplaatst. Wij zien dat zich aan de ene kant in Babylon het meest duistere afzondert, onder de leiding van alle krachten die tegenstanders van de zon zijn, van Sorat, het dier met de twee horens, en daar tegenover zien wij degenen die zich verenigen met Christus die hun verschijnt, met het Lam: enerzijds de bruiloft met het Lam, anderzijds de verbintenis met Babylon, het tot ondergang gedoemde Babylon. En wij zien dat Babylon in de afgrond verdwijnt en dat degenen die de bruiloft met het Lam hebben gevierd, opstijgen om de krachten van de witte magie verder te ontwikkelen."

Het getal 666

Repliek op A 1, A 40 tot 48.

VISA is het meervoud van "visum", dat het voltooid deelwoord is van het Latijnse "videre" (zien). Een visum is een offici‰le stempel of handtekening op een paspoort die toelaat om een ander land binnen te komen of er in te verblijven. Een VISA-kaart is ook een betaalmiddel.
Het valt meteen op dat C. de betekenis van het getal 666 in drie verschillende talen zoekt, de eerste zes haalt hij uit het Latijn, de tweede uit het Sanskriet en de derde uit het Oudegyptisch. Johannes noemt het getal zeshonderd zes en zestig, en dat is samengesteld uit zes honderdtallen, zes tientallen en de enkelvoudige zes. Opgeteld geeft dat 666. Probeer maar eens, zoals C. het doet, zeshonderd zes en zestig als optelresultaat te bekomen van drie naast elkaar geplaatste zessen in drie verschillende talen, zoals bijvoorbeeld "zes + six + sechs". Bovendien is het Latijnse cijfer VI samengesteld uit twee letters: V = 5 en I = 1. De V en de I worden opgeteld, en logischerwijs zouden dan ook de equivalenten van de twee laatste letters hierbij moeten opgeteld worden, dus 5 + 1 + 6 + 6 = 18. En zet men de cijfers naast elkaar, in plaats van ze op te tellen, dan bekomt men 5,1,6,6.

In de loop der eeuwen hebben velen gezocht naar de betekenis van dat geheimzinnig getal, en de wel meest bekende versie is dat het zou kunnen duiden op de Romeinse potentaat keizer Nero (als verklaring staat dit ook in een voetnoot in de Bijbel).
Wanneer men vroeger de betekenis van een getal wilde geheimhouden in de geheimwetenschap, dan hebben de ingewijden altijd het principe toegepast om de cijfers van dat getal te vervangen door hun corresponderende getalwaarde. "Dit principe hebben een paar van die merkwaardige lieden die in de loop van de negentiende eeuw het geheim van het getal 666 wilden onthullen ontdekt", zegt Rudolf Steiner, en hij vervolgt: "Maar van de manier waarop zij erop zijn gekomen moet men wel zeggen: zij hebben de klok horen luiden, maar zij weten niet waar de klepel hangt. Want zij hebben wat in de esoterische leer altijd is onderwezen, verkeerd toegepast." (uit GA 104, 29/06/1908).
Hoe die "merkwaardige lieden" ertoe gekomen zijn om het getal 666 in verband te brengen met keizer Nero, weten wij uit het boek "Die geistigen Grundlagen der Zahlen" van Ernst Bindel (1890 - 1974, mathematicus, fysicus en antroposoof). Het getal is afgeleid van bepaalde Hebreeuwse letters:

N R U N K S R

naam = NERUN KESAR

nun resj waw nun kof samech resj

50 200 6 50 100 60 200 som = 666

Hierbij moet opgemerkt worden dat er eigenlijk geen klinkers bestaan in het Hebreeuws. Klinkers worden aangeduid door het toevoegen van puntjes en kleine tekentjes onder en boven de consonanten - soms wordt een klinker ook voorgesteld door een zogenaamde "leesmoeder", dat is een medeklinker die de plaats inneemt van een klinker.
In elk geval is in dit voorbeeld verkeerd, dat "NERUN KESAR" van links naar rechts gelezen wordt, want in het Hebreeuws leest men van rechts naar links. Die uitleg klopt dus niet volgens Rudolf Steiner, en hij geeft zijn eigen versie (zelfde voordracht):

"666 moet eerst worden opgeschreven als 400 200 6 60, dan komt men erachter waar het om gaat. Dan moet men schrijven: 400 als taw, 200 als resj, 6 als waw en 60 als samech. Deze vier letters geven de getallen 400 200 6 60 weer. Wonderbaarlijkerwijze zijn juist zij bij dit geheim betrokken, wonderbaarlijk vanwege de scherpzinnigheid van degenen die deze letters erbij hebben betrokken, omdat deze vier letters tegelijkertijd als klanken ook weer een heel aparte occulte betekenis hadden. ... [Het getal 666] moet het beginsel aanduiden dat de mens in het uiterlijke fysieke leven tot volledige verharding voert, zodat hij juist niets wil weten van datgene wat hem ertoe in staat zou stellen de lagere beginselen af te leggen en op te klimmen tot de hogere. Wat de mens als fysiek lichaam, etherlichaam, astraal lichaam en als lager ik heeft gekregen voordat hij zich verheft tot het hogere - deze vier beginselen worden tevens uitgedrukt door het getal 666: de samech voor het fysieke lichaam, de waw voor het etherlichaam, de resj voor het astrale lichaam en de taw voor het lagere ik. Zo blijkt dat door die vier letters wordt uitgedrukt wat in deze vier wezensdelen de verharding veroorzaakt, voordat zij zich beginnen te ontwikkelen tot hun goddelijk niveau. De schrijver van de Openbaring kan geheel naar waarheid zeggen: 'Hier is wijsheid !' want er l¡gt wijsheid in. 'Wie verstand heeft berekene het getal, het getal 666 !'.

En nu zullen wij het eens lezen. Men leest dit aldus, vanzelfsprekend in de omgekeerde volgorde, van rechts naar links:

400 200 6 60

taw resj waw samech

Dan moet men er de vocalen nog aan toevoegen (de 'waw' wordt als een klinker 'o' gelezen), en dan staat er 'SORAT'. Sorat is de naam van de zonnedemon, van de tegenstander van het Lam."

. Steiner geeft zelfs een dubbele uitleg voor de verklaring van het getal. De tweede verklaring wordt gevonden aan de hand van de verschillende ontwikkelingsstadia die de Aarde doorloopt. In "De Brug" nr. 11 staat er een schema met die ontwikkelingsstadia, maar dat is ondertussen al meer dan 10 jaar geleden. Daarom geven wij hier nog eens een verkorte versie van het schema; de grootste van die cyclussen, de aarde-incarnaties en de levensniveau's laten wij buiten beschouwing. Wij nemen enkel het vierde levensniveau van de Aarde-incarnatie op in het schema, omdat dit levensniveau het minerale rijk is, en dat is het rijk waarover gesproken wordt in dit deel van de Apokalyps.

Schema


Minerale rijk ( = vierde levensniveau) 1ste vormfase: hoger devachaan
2de vormfase: lager devachaan
3de vormfase: astrale wereld
4de vormfase: fysieke wereld 1ste tijdvak: Polaris
2de tijdvak: Hyperborea - de huidige zon scheidt zich af
3de tijdvak: Lemurië - de huidige maan scheidt zich af
4de tijdvak: Atlantis
zondvloed
5de tijdvak: Na-Atlantis de zeven gemeenten uit de Apokalyps
1) Oud-Indische cultuurperiode = Efeze
2) Oud-Perzische cultuurperiode = Smyrna
3) Egyptisch-Babylonische cultuurperiode = Pergamum
4) Grieks-Romeinse cultuurperiode= Tyatira
5) Huidige cultuurperiode = Sardes
6) Russische cultuurperiode = Philadelphia
7) Amerikaanse cultuurperiode = Laodicea
grote oorlog van allen tegen allen
6de tijdvak: de zeven zegels uit de Akopalyps
7de tijdvak: de zeven bazuinen uit de Apokalyps
de fysieke aarde verdwijnt en gaat over in een astrale toestand
- 5de vormfase: hogere astrale wereld
- 6de vormfase: vervolmaakt lager devachaan
- 7de vormfase: vervolmaakt hoger devachaan
Plantenrijk ( = vijfde levensniveau)

.

.

.


In de Apokalyps wordt niet in het tientallig, maar in het zeventallig stelsel gerekend, toch wat de ontwikkelingsstadia betreft.
Zeven is het getal van de tijd of van de evolutie. Uit het schema kunnen wij opmaken dat wij leven in de vijfde cultuurperiode (Sardes) van het vijfde tijdvak (Na-Atlantis) van de vierde vormfase (fysieke wereld); er zijn dus drie vormfasen, vier tijdvakken en vier culturen volledig afgelopen. In het zeventallig stelsel wordt dat als volgt voorgesteld: 344; dat is het getal van de evolutie op dit moment. Maar wanneer de zevende periode (Laodicea) zal afgelopen zijn, zal het getal van de evolutie 346 zijn. Die tijd ligt niet eens zo ver in de toekomst, want de zevende cultuurperiode eindigt in principe in het jaar 7893 (volgens de geesteswetenschap bedraagt de duurtijd van een cultuurperiode 2160 jaar - de vijfde is begonnen in het jaar 1413).

Toevoeging op 21 september 2006 :

Correctie van een fout in "Commentaar op Cassiopaeans" uit De Brug 52

De antroposoof Jan Nys uit Oostende meldt het volgende:
"Volgens mij staat er in Jan Vermeirs commentaar een fout tegen de logica op blz. 20 van De Brug nr. 52. Ik haal de volgende tekst aan: '... er zijn dus drie vormfasen, vier tijdvakken en vier culturen volledig afgelopen. In het zeventallig stelsel wordt dat als volgt voorgesteld: 344; dat is het getal van de evolutie op dit moment. Maar wanneer de zevende periode afgelopen zal zijn, zal het getal van de evolutie 346 zijn.' Fout geredeneerd! Want wanneer de zevende periode zal afgelopen zijn, zullen er dus drie vormfasen, vier tijdvakken en zeven culturen of m.a.w. drie vormfasen en vijf tijdvakken voorbij zijn. Bijgevolg zal het getal van de evolutie dan 347 of 350 zijn, maar zeker niet 346. Als 346 het getal van de evolutie is dan kan de zevende periode nog niet volledig afgelopen zijn, dan is die nog bezig."

Jan Nys heeft gelijk, en wij bedanken hem voor de moeite die hij gedaan heeft om ons dit te laten weten. Zo krijgen wij de kans om een onwaarheid die de wereld ingestuurd werd, te neutraliseren. De juiste tekst zou moeten luiden: "... Maar wanneer de zevende periode zal begonnen zijn (niet: zal afgelopen zijn), zal het getal van de evolutie 346 zijn. Die tijd ligt niet eens zo ver in de toekomst, want de zevende cultuurperiode begint in principe in het jaar 5733 (en niet: eindigt in principe in het jaar 7893)."

Treedt het getal 6 op in de evolutie, om het even of het nu enkelvoudig, dubbel of driedubbel is, dan houdt dat altijd iets gevaarlijks in voor de ontwikkeling van de mensheid. Zes duidt immers het einde van een cyclus aan, en daar is altijd een decadentie, een verval mee verbonden, dan slaat Sorat in alle hevigheid toe. "Deze enkelvoudige zes, die kan al veel mensen noodlottig worden, maar niet onherroepelijk, want omkeren zal ook dan nog mogelijk zijn," zegt Rudolf Steiner. Maar de tijd gaat verder, en wanneer het zevende tijdvak (van "de bazuinen") voorbij zal zijn, wordt het getal van de evolutie 366. Dan treedt de dubbele zes op, en zullen de macht en de invloed van Sorat extreem toegenomen zijn. Dan verdwijnt ook de fysieke aarde en gaat zij over in een astrale toestand. En wanneer tenslotte, in een zeer verre toekomst, het getal van de evolutie 666 zal geworden zijn (op het einde van de zevende vormfase), dan zal het kwade zich op een verschrikkelijke manier manifesteren, in de zin van de zwarte magie, en zelfs dan zal er zich in de toekomst nog eenmaal de mogelijkheid voordoen tot ommekeer, aldus Steiner.

(Men zou kunnen opwerpen dat het getal 666 hier de ene keer werd uitgelegd volgens het tientallig stelsel, en de andere keer volgens het zeventallig, wat toch niet logisch is. Daarbij moet men echter bedenken dat de verklaringen gebaseerd zijn op een verschillend principe: de ene op basis van de getalwaarde van Hebreeuwse letters en de andere op basis van het getal van de evolutie).

De 144.000 uitverkorenen

In A 48, 51 en 52 wordt er gezegd dat er "ongeveer" 144.000 mensen met een hogere kennis zijn die het Lam volgen, die denken dat ze het teken van God ontvangen op hun voorhoofd, maar dat eigenlijk het merkteken van de duivel is.

Op aarde leven er nu 6 miljard mensen en dat aantal zal nog toenemen. Vele miljarden zijn ons al voorgegaan, en vele zullen er nog volgen. In feite vertegenwoordigen die 144.000 maar een fractie van het totale aantal mensenzielen, een zeer kleine minderheid dus. Zij ontvangen het merkteken van de duivel, zegt C. Voor de geesteswetenschap is het tegendeel waar.
Johannes doelde niet op "ongeveer", maar op exact 144.000 mensen. Dit getal moet men niet kwantitatief, maar zuiver kwalitatief opvatten.
Aan de basis van 144.000 ligt het getal twaalf (12 x 12 x 1.000). In occulte zin is zeven het getal van de tijd, van de evolutie, zoals wij gezien hebben. Op het einde van de aarde-evolutie zal de tijd echter ophouden te bestaan. "De tijd is beslissend samengedrongen", zegt Johannes aan het slot van de Openbaring (22:10). Daarna gaat de tijd over in de ruimte, en het getal van de ruimte is twaalf.
Om het kwalitatieve verschil te benadrukken tussen zeven, het getal van de tijd, en twaalf, het getal van de ruimte, nemen wij een stukje over uit de voordracht van 30/08/1909 (GA 113):

"Het getal twaalf is een leidraad voor alles, wat in de ruimte naast elkaar bestaat ...
De nederdaling van Christus op onze aarde vanuit de oneindigheid van de ruimte, heeft een eeuwigheidswaarde, en niet alleen een tijdelijke waarde. Dat betekent dan ook, dat de Christus niet op die wijze op aarde werkt zoals dat uitsluitend voor tijdsverhoudingen geldt, dat de Christus niet iets op aarde brengt zoals hetgeen voortvloeit uit de verhouding van vader tot kind, van moeder tot kind, hetgeen dus in de tijd verloopt, maar dat hij iets in de wereld brengt dat zich naast elkaar afspeelt. Naast elkaar leven broeders. Vader en moeder en kleinkind leven na elkaar in de tijd, hun eigenlijke verhouding situeert zich in de tijd. Maar de Christus brengt als geest van de ruimte iets ruimtelijks binnen in de aardecultuur. Wat Hij binnenbrengt is, dat de mensen aan elkaars zijde staan in de ruimte, dat de verhouding van de ene ziel tot de andere steeds meer moet overgaan in naastenliefde, om het even hoe de tijdelijke verhoudingen zijn ..."

Dit is een verklaring voor het getal 12. Maar de schrijver spreekt over 12 x 12, over twaalf in het kwadraat, en opnieuw vinden we bij Steiner een uitleg voor de betekenis van die term. In GA 346 (08/09/1924) zegt hij dat er twaalf nuances bestaan om de wereld te overschouwen. Eén afzonderlijk persoon kan echter slechts één nuance scherp overzien, want wil hij zich op een tweede concentreren, dan beginnen de beelden door elkaar te lopen en gaat men alles onduidelijk waarnemen. Niemand kan dus afzonderlijk een volledig inzicht hebben in de wereld; tenzij er een dertiende als bemiddelaar optreedt, die de twaalf verschillende aspecten zodanig kan combineren dat hij ze vervolgens kan doorgeven onder de vorm van een universele wijsheid.
Om een voorbeeld te geven ter verduidelijking: in het midden van de dertiende eeuw trad er op aarde een algehele geestelijke verduistering in. Zelfs de meest verlichte ingewijden konden niet rechtstreeks meer schouwen in de geestelijke werelden: zij konden zich slechts nog herinneren wat zij vóór die tijd hadden kunnen ervaren over de geesteswereld. Die verduistering was door de goddelijke wijsheid voorzien opdat er een totaal nieuwe vorm van geestelijk inzicht zou kunnen tot stand komen. Dat wisten een aantal van die verlichte personen, en daarom verzamelden zij zich op een geheime plaats ergens in Europa. Zij waren met twaalven: zeven ervan waren ieder een incarnatie van de zeven heilige Rishi's (die na de Zondvloed met hun leider Manu naar het Indische vasteland waren getrokken om daar een nieuwe cultuur in het leven te roepen); elk van de Rishi's afzonderlijk herinnerde zich de oude wijsheid van ‚‚n van de zeven Atlantische perioden. Dan waren er vier anderen die, ook ieder afzonderlijk, konden terugblikken op een na-Atlantische periode: de eerste op de Oud-Indische, de tweede op de Oud-Perzische, de derde op de Egyptische en de vierde op de Grieks-Latijnse cultuurperiode. Tenslotte was er nog een twaalfde, die geen uitzonderlijk herinneringsvermogen bezat, maar die de intellectuele kennis van zijn tijd geheel in zich had opgenomen. Zo vertegenwoordigden deze uitmuntende persoonlijkheden samen twaalf wijsheidsstromingen, namelijk zeven van het Atlantische tijdvak en vijf van het Na-Atlantische. Vervolgens vervoegde zich bij die groep een dertiende, die helemaal niet geleerd was, maar die een uitzonderlijk vroom, diep spiritueel mens was. Deze dertiende werd door de groep van twaalf met de grootste zorg behoed en onderwezen. Zo namen de geestelijke krachten van de dertiende in oneindige mate toe, maar in dezelfde mate verzwakten ook zijn fysieke krachten, totdat hij tenslotte in een soort doodsslaap verzonk. En vanaf hier vervolgen wij Rudolf Steiner (uit GA 130, 29/09/1911):

"Na enkele dagen werd het lichaam van deze dertiende geheel doorzichtig, en hij lag dagen lang voor dood. De twaalf schaarden zich op bepaalde tijden om hem heen. Tijdens die momenten stroomde alle kennis en alle wijsheid van hun lippen. In korte formules die klonken als cultische gebeden, lieten zij hun wijsheid naar de dertiende toe stromen, terwijl deze daar voor dood lag. We kunnen ons het beste de twaalf in een kring om de dertiende heen voorstellen. Deze situatie eindigde ermee dat de ziel van deze dertiende ontwaakte als een nieuwe ziel. Zijn ziel had een grote transformatie doorgemaakt. Het leek alsof een nieuwe geboorte van de twaalf wijsheden in zijn ziel had plaatsgevonden, zodat ook de twaalf wijzen iets geheel nieuws van deze jongeling konden leren. Maar ook kreeg zijn lichaam daardoor zoveel nieuwe levenskracht dat deze opleving van het geheel doorzichtige lichaam met niets te vergelijken is. De jongeling kon nu over geheel nieuwe ervaringen spreken. De twaalf konden zien dat hij een Damascus-ervaring had doorgemaakt: een herhaling van het visioen van Paulus bij Damascus [waar Paulus van zijn paard viel toen hij Christus in ethergestalte aan de hemel zag verschijnen].
In de loop van enkele weken gaf de dertiende nu alle wijsheid die hij van de twaalf had ontvangen aan hen terug, maar in een nieuwe vorm. Deze nieuwe vorm leek door Christus zelf gegeven. Wat hij hun openbaarde noemden de twaalf het ware christendom, de synthese van alle religies, en zij maakten onderscheid tussen dit ware christendom en de tijd waarin zij leefden."

Deze dertiende, Christian Rosencreutz wordt hij genoemd, heeft dus de twaalf eenzijdige wijsheidsstromingen geheel in zijn ziel opgenomen en verwerkt tot ‚‚n synthese. Het resultaat daarvan deelde hij mee aan elkeen van zijn twaalf medebroeders. En zo kon de eerste de afzonderlijke inzichten opnemen van de elf andere, de tweede eveneens van de elf andere,en zo verder. Dat resulteert dan in 1 x 12, 2 x 12, 3 x 12, " tot 12 x 12, of 144. De 12 x 12 zijn zij die hun lagere Ik omgevormd hebben tot een hoger Ik, en daarom zij zijn engelachtig van aard geworden. Zij staan daar ieder individueel, naast en met elkaar in broederliefde en hun zielen zijn verenigd met de zielen van hun medebroeders. Zij zijn waardig bevonden om opgenomen te worden in "het nieuwe Jeruzalem" (de toekomstige Jupiter-incarnatie van de aarde) die voor hen en door hen gebouwd wordt. Johannes verwoordt het als volgt :

"En hij mat haar muur: honderd vier en veertig el,
Maat van de mens, die is engelmaat." (Op. 21:17)

Tenslotte moet men die 144 nog vermenigvuldigen met 1000. In vroeger tijden deed men dat wanneer men een zeer groot aantal, een ontelbaar aantal wilde aanduiden. Ook in de Openbaring wordt die regel toegepast. De 144.000 zijn degenen uit "de grote schare die niemand tellen kon" in :

Op. 7:4: "En ik hoorde het getal van hen
Die het zegel ontvangen,
Honderd vier en veertig duizend
Zullen het zegel ontvangen"

7:9: "Daarna zag ik:
en zie, een grote schare, die niemand tellen kon,
uit elke natie en uit alle stammen
en volken en talen,
staande voor de troon voor het Lam "

Het Boek des Levens

Cassiopaeans moet natuurlijk consequent blijven in zijn antwoorden. Volgens hem is het Lam de antichrist, maar datzelfde Lam is tevens in het bezit van het Boek des Levens. Voor C. moet dit boek dus iets zijn dat des duivels is, namelijk een supercomputer (A23).
Wat Rudolf Steiner hierover denkt kunnen we lezen in de voordracht van 21/06/1908 (GA 104) :

"De uitdrukking "boek" wordt altijd gebruikt in één bepaalde betekenis, nooit anders. Men moet de documenten nu eenmaal woordelijk nemen. Een boek zoals wij dat kennen wordt hier niet bedoeld. Veeleer heeft de term "grondboek" (kadaster) de oude betekenis van het woord "boek" bewaard. Het woord "boek" wordt gebruikt, als daarin achtereenvolgens dingen worden opgetekend die in de tijd met elkaar samenhangen, dus waarin het eigendom wordt opgetekend opdat het op de erven kan overgaan. Wij hebben hier te maken met een document dat een basis schept voor datgene wat in de geslachten wordt doorgegeven. In het Oude Testament hebben wij bij het woord "boek" te maken met een document waarin de geslachten die via het bloed van elkaar erven worden opgetekend. In geen enkele andere zin wordt het woord daar gebruikt dan dat de generaties erin worden opgetekend. Evenzo wordt het later in het eerste evangelie gebruikt om het optekenen van de generaties aan te duiden. Wat dus in de tijd op elkaar volgt, dat wordt in een "boek" opgeschreven. Nooit is met "boek" iets anders bedoeld dan het optekenen van wat in de tijd op elkaar volgt, dus ongeveer in de betekenis van kroniek, geschiedenis.
Het levensboek dat nu in de mensheid wordt aangelegd en waarin van cultuurperiode tot cultuurperiode in het Ik van de mens wordt ingeschreven wat elke periode brengt, dit boek dat in de zielen van de mensen is ingeschreven en dat na de grote oorlog van allen tegen allen van zijn zegels ontdaan zal worden " dat wordt ook hier in de Openbaring bedoeld. In dit boek zullen zij staan, de boekingen van de cultuurperioden. Zoals door de generaties heen de geslachtsregisters van de oude boeken zijn bijgehouden, zo gaat het ook hier, met dit verschil dat nu geboekt wordt wat de mens zich geestelijk verwerft. "

Tot zover onze commentaar.

Toen ik die zaken over channelling las, heb ik wel enkele keren in mijzelf moeten lachen, maar zij zijn waarachtig niet om mee te lachen. Want door elk waanbeeld, door elke visionaire helderziendheid die niet wordt beheerst door de vrije wil en door het logisch denken, zelfs door het minste geloof daaraan, worden er stukken van het menselijk zielewezen weggegrist die dan voorgoed verdwijnen in de zgn. "achtste sfeer". Deze sfeer is een creatie van Lucifer en Ahriman om de mens te ont-individualiseren en aldus de wereldevolutie van haar normale baan af te leiden.
Op deze uiterst belangrijke zaak willen we in de volgende nummers van De Brug wat dieper ingaan.

Bronnen:
Johannes van Patmos : De Openbaring
Steiner R. : Apokalyps (GA 104)
Steiner R. : Het esoterische Christendom (GA 130)
Steiner R. : Apokalyps und Priesterwirken (GA 346)
Steiner R. : Der Orient im Lichte des Okzidents (GA 113)


**********************


.

Een blinde kip vindt ook wel eens een graantje, om het wat oneerbiedig uit te drukken, en zo kan men in de transcripties van channelling-sessies ook interessante zaken vinden. Hoe waardevol de informatie door channelers ook kan zijn, toch blijft het gefragmenteerde kennis, het groter perspectief zoals dat door Rudolf Steiner gegeven werd, ontbreekt. We gaan onmiddellijk het verschil in kwaliteit zien wanneer we lezen wat bvb. Emil Bock, vanuit een antroposofische achtergrond over dezelfde hoofdstukken te zeggen heeft. Enkele passages uit zijn boek Apocalyps ( Christofoor, Zeist, 1989, blz. 133 e.v.).

( ... ) De Luciferische macht die uit de zee opstijgt wil imponeren. Dit is al te zien aan zijn gedaante met de zeven koppen en de tien horens. Wij vinden deze macht overal in de mensheid waar sprake is van een onbeheerst zieleleven, waar mensen zich in hun hartstocht laten meeslepen door vlagen van ijdelheid, eerzucht, hoogmoed en machtswellust. Overal waar het zieleleven niet onder de heerschappij van het ik staat en dus niet onder het gezag van de geest komt heerst het luciferische gevaar, het gevaar van de geesteloze ziel. Alle morele afdwalingen hebben hier hun wortels. De Openbaring van Johannes beschrijft hoe Jan en alleman dit beest aangaapt en geloof schenkt aan zijn hoogdravende woorden. Waar mensen zich door de luciferische machten laten leiden maken zij licht een grote indruk op hun omgeving. Er zijn veel mensen die voor iets geniaals het liefst meteen op hun knieën vallen, vooral in tijden dat een zekere monotonie en saaiheid zich van het leven dreigt meester te maken. In de glans en de schittering van luciferische allure gelooft men het beginsel van het levende te ontmoeten temidden van zoveel wat dood is. Zo kan het zelfs een weg tot grote innerlijke successen zijn wanneer de mens willig zijn oor leent aan de luciferische influisteringen.
Op de koppen van dit beest staan, zo lezen wij, namen van godslastering. Het is niet verwonderlijk dat vijandschap, spot en cynisme tegenover het goddelijke opkomt waar Luciferische impulsen in de mensen werkzaam zijn . Lucifer bewerkt dat de mens zichzelf als een god voelt en dat hij daarom daarnaast niets goddelijks of heiligs meer wil laten gelden.
Het beginsel van vroomheid en godsvrucht wordt op de achtergrond gedrongen.
Het religieuze leven is veel te onbeduidend en het heeft niet voldoende glans. De suggestieve kracht van die geniale schittering belet dat de stille eerbiedige blik doordringt in de diepere lagen van het bestaan. Het gehele leven hult zich in een illusionaire, fantastische nevel.

Nu wordt er een raadselachtige trek toegevoegd. Er staat dat een van de zeven koppen van het beest een dodelijke wonde draagt die echter geneest. Wat heeft men niet allemaal verzonnen om deze merkwaardige vermelding te verklaren. Meestal deed de interpretatie opgeld dat met de koppen van het beest de Romeinse keizers uit de vroeg-christelijke tijd bedoeld zijn van wie er een genas van een dodelijke ziekte. Zulke verklaringen miskennen het niveau en de sfeer van de Openbaring van Johannes te enen male. Men komt op louter banaliteiten als men de apocalyptische beelden neerhaalt ter verklaring van bepaalde aardse situaties, in plaats van dat men zich verheft tot de geestelijke oerbeelden waarop zij attent maken. Het is nodig de beeldspraak van de Openbaring van vele zijden te beschouwen om de oerbeelden daarvan te kunnen ontcijferen. In een bepaald opzicht is het fundamentele levensgeheim waarop de wond aan de kop van het beest duidt heel duidelijk. Het is niet moeilijk in te zien dat ijdelheid nooit een gevolg is van kracht maar altijd van zwakte. Hoezeer de ijdele mens ook meent zich op zijn voortreffelijke eigenschappen te mogen beroemen, in wezen zijn het toch heel bepaalde innerlijke zwakheden die hem dit laten doen. Wanneer iemand aan zelfoverschatting lijdt kan men van tevoren er al zeker van zijn met een zwakke ziel te maken te hebben. Achter alle luciferische gewichtigdoenerij staat de armoede van een zwak innerlijk leven. Wie innerlijk sterk is kan het zich veroorloven onopvallend en bescheiden zijn weg te gaan. Alleen wie innerlijk zwak is moet voor zichzelf reclame maken. Overal waar Lucifer de ziel ertoe aanzet indruk te willen maken uit zich vanuit het onbewuste deel van de ziel een minderwaardigheidscomplex. Dit is de invloed van de wond die het beest aan een van zijn koppen heeft. Als er nu wordt gezegd dat deze wond geneest is ook dat vanuit dit gezichtspunt niet moeilijk te begrijpen. De minderwaardigheidscomplexen worden, om een modewoord te gebruiken, verdrongen. Dan lijken ze te zijn verdwenen. Maar zijn ze het werkelijk ?
De verdrongen complexen die de moderne mens in zijn ziel draagt, de niet verwerkte resten van belevenissen waartegen de ziel niet opgewassen was, de niet verwerkelijkte taken van de innerlijke mens, ze rumoeren toch verder op de bodem van het menselijke wezen. Ze worden tot op zekere hoogte weggewerkt in het lichamelijke. Maar wat ontstaat er wanneer de mens went aan de krachtige levensstijl waaraan geen werkelijke innerlijke kracht ten grondslag ligt? Daardoor ontstaat wat de Openbaring van Johannes horens noemt, de verhardingen en verkrampingen die tot sclerotische of kankerachtige verschijnselen leiden waaraan de mens ziek wordt. Bepaalde psychoanalytische theorie‰n die op een dergelijk verband wijzen hebben zeker geen ongelijk ook al moet elk inzicht in het wezen van de mens dat het re‰le geestelijke gebied buiten beschouwing laat ontoereikend en misleidend blijven. In onze tijd zijn vele mensen ziek door niet toegegeven innerlijke zwakten. De wond heeft zich in het zielegebied weliswaar oppervlakkig gesloten, maar de nawerkingen van de luciferische opwellingen uiten zich dan op het lichamelijke vlak.
In het teken van Lucifer neemt Leviatan van de draak de horens over, het beginsel dat er meer horens zijn dan koppen. Alles wat immoreel is moet overal in het menselijke wezen verhardingen teweegbrengen die een waarachtige innerlijke verdere ontwikkeling in de weg staan, omdat zij berusten op niet toegegeven zwakheden van de ziel. Tegenover de indrukwekkende uiterlijke successen die de mens als volgeling van het eerste beest kan behalen staat het levensbeginsel van hen die de luciferische verzoeking overwinnen. 'Hier is het geduld en het geloof van de heiligen'...'Wie oren heeft om te horen, die hore'.(13:10,9) Zij die stil en in overgave aan de goddelijke wil hun weg gaan kunnen het zich veroorloven geduld te hebben. Zij kunnen zelfs dan nog hun innerlijke zekerheid bewaren wanneer zij in nood geraken of gedood worden. 'Indien iemand in gevangenschap voert, dan zal hij zelf in gevangenschap gevoerd worden; indien iemand met het zwaard doodt, dan moet hij zelf met het zwaard gedood worden.' ( 13:10) Dat louter machtsbetoon steeds de dader zelf treft is een algemene wet die altijd, vroeger of later, bewaarheid wordt. Het luciferische beginsel heeft repercussies voor degene die zich erdoor laat leiden. Alleen hij die stil en bescheiden met innerlijke kracht geduldig en gelovig zijn weg gaat is bestand tegen de tegenslagen van het leven. Onafhankelijk van alle uiterlijke slagen van het lot gaat hij zijn eigen weg. Ook al gaat het maar met kleine schreden, deze kleine schreden brengen hem dichter bij zijn spirituele doel. Men heeft tot dusver altijd het moreel boze, de luciferische macht op het oog gehad wanneer men het wezen van het boze trachtte te begrijpen. Veel te weinig echter heeft men het andere gevaar doorzien, de bedreiging van het denken, het objectief boze dat alle pogingen van de mensen om de aardse zintuiglijke wereld te begrijpen en te beheersen doordringt met zijn kilte.

De Ahrimaanse vijandelijke macht die uit het land opstijgt is veel gevaarlijker dan het beest dat zich verheft uit het golvende element. Dit beest tracht niet te imponeren, het valt niet op en ziet er zo onschuldig uit als een lam. Maar in zijn beide horens draagt het een onheilspellend wapen. Ook de horens van het tweehoornige beest dienen van veel kanten beschouwd en ontraadseld te worden. Een aspect is het volgende. Wil het menselijke wezen levend blijven, dan is het noodzakelijk dat daarin bepaalde fundamentele spanningen en polariteiten aanwezig zijn. Zonder deze polariteiten kan het leven van de mens zich niet innerlijk ontwikkelen, het wordt arm en dood. Hoe arm zou bvb. het menselijke bestaan zijn zonder de spanning en de polariteit tussen het mannelijke en het vrouwelijke beginsel. En niet alleen bij mensen van verschillend geslacht maar ook in iedere mens afzonderlijk? Hoeveel kleur, warmte en intensiteit vloeit niet voort uit het voortdurende spel en evenwicht van deze beide polen van het menselijke wezen. Hetzelfde geldt voor de tegenstelling van jeugd en ouderdom. Misleid door materialistische gedachten en overtuigingen loopt de moderne mensheid gevaar de zin de ouderdom te miskennen, zijn waarde uit het oog te verliezen. Wat voor een wonderbaarlijke gemeenzaamheid zou er door een levendig samenspel van oude en jonge mensen, in de harmonie van jong en oud kunnen ontstaan. Eigenlijk kunnen jonge mensen alleen door deze harmonie positief tegenover hun jeugd staan en deze bewaren, oude mensen geestelijk groeien in plaats van alleen maar oud te worden. En ook hier is het zo dat de polariteit ook in ieder mens afzonderlijk werkzaam moet zijn. Er zijn veel zulke polariteiten die in het wezen van de mens het voortdurende spel van uitwisseling en evenwicht moeten bewerkstelligen. Wanneer er echter in deze tegenstellingen een verharding optreedt, wanneer de uitwisseling tussen de vruchtbare dualiteiten in de mens stokt verarmt de ziel en sterft. In haar ontstaat dan de verstarde dualiteit van het tweehoornige beginsel. De mens kan dan weliswaar nog tot spiritualiteit komen, maar deze is dood, zielloos. Het is het ahrimaanse vernuft van het tweehoornige beest. Zoals het eerste beest het oerbeeld is van de geesteloze ziel, zo is het tweede dat van de zielloze geest. Als de ziel geesteloos is dan woekert zij, is de geest zielloos dan maakt hij de mens kil en hard en dood. Ahriman wil van de mens een harteloos, op een machine gelijkend wezen maken.
Ahriman vertegenwoordigt in het teken van Behemot in hoge mate het gevaar waaraan onze tijd blootstaat. Hierin onderscheidt onze tijd zich van vroeger tijden. De hegemonie van het luciferische beginsel dat vroeger op de voorgrond stond is afgelost door die van het ahrimaanse. Dikwijls wordt er beweerd dat onze tijd lijkt op de tijd van het mysterie van Golgotha. Maar in de grond van de zaak kan men toch die tijd van keizercultus en christenvervolgingen niet vergelijken met onze tijd. Toen waren het hoofdzakelijk de luciferische machten die het goede vijandig gezind waren. Zij waren het ook, die de keizers in waanzin lieten vervallen en die inhoud gaven aan de keizercultus. Tegenwoordig hebben de ahrimaanse machten nagenoeg de hegemonie over de mensheid veroverd. Zij laten hun invloed gelden in de kille, mechanische en machinale geest die ons tijdperk op grandioze wijze in het teken van de techniek stelt. De beschrijving van de wonderen die het tweehoornige beest doet laat op onze tijd menig licht vallen. Het kan immers bij voorbeeld vuur uit de hemel laten neerdalen. In de techniek wordt er tegenwoordig al magie bedreven. Wij moeten inzien dat dit gebeurt met de hulp van de ahrimaanse machten die de mensheid heeft binnengelaten. Het zou dwaas en verkeerd zijn, de verworvenheden van de moderne techniek niet te willen gebruiken. Maar alleen door de integere apocalyptische blik, het heldere vermogen geesten te onderscheiden kunnen de ahrimaanse machten geneutraliseerd worden en op een heilzame wijze in dienst van de cultuur worden gesteld, die de mens ten goede komt.
Het aangrijpingspunt voor de ahrimaanse verleiding levert het louter verstandelijke denken, dat het papiergeld uitvindt en machines bouwt. Doordat men deze verleiding niet doorzag kreeg zij de kans over de mens te triomferen. Men ontwikkelde ongeremd en onverzadigbaar de techniek zonder dat de mens zelf gelijke tred hield met deze ontwikkeling. Zo ziet de mens ten slotte geen uitweg meer en voelt zich in slavernij gevoerd, getiranniseerd door zijn eigen scheppingen, door de machines, de organisatiezucht en de bureaucratie. Pas na zeer bittere ervaringen komt hij tot het inzicht dat hij alleen dan in harmonie kan leven en zijn wezen vrij kan ontplooien wanneer hij evenwel innerlijke kracht ontwikkelt als hij uiterlijk aan scheppingen voortbrengt. Dat om ons heen alles ineenstort is een gevolg van het feit dat de ontwikkeling van onze beschaving in een halsbrekend tempo op de weg van de zielloze spiritualiteit is geraakt, van het loutere vernuft, zowel op het gebied van de organisatie, het geld, de machine, als tot de moderne kernfysica en haar toepassingen in de praktijk toe. ( .. )

De zevende bazuin heeft ons naar het hoogtepunt van het apocalyptische drama gebracht. Als haar klanken wegsterven gaat opeens een geheel nieuw perspectief open. Radicaal verandert de toonsoort van de symfonie. Zojuist nog hebben de twee beesten die dreigend uit de afgrond opstegen hun demonie uitgeleefd. Nu vertoont zich voor ons innerlijk oog een weldadig perspectief, en wij herademen. Men heeft de gedachte aan de zevende, laatste bazuin altijd verbonden met de voorstelling van het 'laatste Oordeel'. Daarbij heeft men zich vooral beroepen op een uitspraak van Paulus. De apostel die de apocalyptische begrippen met de grootste vanzelfsprekendheid hanteert zegt over de zevende bazuin: 'Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen verwandeld worden, plotseling, in een ogenblik, in de laatste bazuin.' (I Kor. 15:52). Men meende dat de zevende bazuin het eindsignaal van de wereldgeschiedenis is. Wanneer die klinkt, dacht men, komt de wereldrichter. Door zijn onherroepelijk vonnis wordt niet alleen bepaald of de mensen eeuwige zaligheid of eeuwige verdoemenis tegemoet gaan, er wordt ook een einde gemaakt aan onze gehele wereld. Is het waar dat de laatste bazuin het definitieve einde van iedere ontwikkeling betekent? Wil dit zeggen dat dan de 'jongste dag', de laatste dag, is gekomen?

De Openbaring van Johannes beantwoordt deze vraag in haar architectuur. Wij zien dat ontwikkeling geenszins bij de zevende bazuin afbreekt. De Openbaring gaat verder.
Het perspectief op een nieuwe grote cyclus van tijdperken doet zich voor. Nu zal nog het uitgieten van de zeven schalen van de gramschap volgen met alles wat hierdoor wordt veroorzaakt. In het cyclische verloop van de wereldontwikkeling zijn er vele 'jongste dagen'. Iedere keer wanneer een cyclus afloopt en plaats moet maken voor een nieuwe komt er een dag die binnen de cyclus waartoe hij behoort niet oud wordt maar de jongste blijft,vergeleken met al de dagen die eraan zijn voorafgegaan. In de stroom van de Openbaring moeten de starre voorstellingen en gedachten van dogmatiek en religieuze traditie beweeglijk worden. Door de Openbaring van Johannes kunnen wij leren cyclisch te denken, en zo deel te hebben aan haar beelden en spirituele begrippen die steeds in beweging zijn. ( ... )

Juist hier mogen wij de Openbaring van Johannes beslist niet meer lezen op de gebruikelijke theologische of kerkelijke manier. Meegaand met de metamorfoserende stroom van beelden, met het kosmische, kunstzinnige element van voortdurende verandering moeten wij haar in ons opnemen als een schilderstuk, of nog beter als muziek. De schokkende symfonie van de bazuinen heeft geklonken. Iedere stoot op de bazuinen ontketende machtige visioenen van de stadia en van de beproevingen die de mensheid achtereenvolgens moet doormaken. Ten slotte heeft de zevende bazuin met haar machtige klank de sluier stukgescheurd voor het drama van de strijd van Micha‰l in de hemel, dat na de val van de tegenstander op aarde verder gaat. Hiermee is het grootste crescendo bereikt, de hemelse taal van de bazuinen kan niet nog sterker worden. Want die weerklinkt wanneer er met een oude wereld wordt afgerekend, zodat alles wat voos is ineenstort en er plaats komt om een nieuwe wereld te bouwen. En nu begint een veelzeggend decrescendo. In het tweede vers van het veertiende hoofdstuk staat : "En ik hoorde een stem uit de hemel, als het bruisen van vele wateren en als de stem van een machtige donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelend op hun citers.' De bazuinen hebben hun partij in het grote kosmische orkest geblazen. De dirigent geeft hun het teken op te houden. Gedurende een korte poos is het alsof de klank van de bazuinen heel uit de verte terugkeert, de donder rolt als een langzaam wegstervende echo door de kosmos. Daarna wordt het bij het decrescendo echter geenszins stil. Nu komen klanken op die weldadig aandoen. Als stille ondertonen hebben ze al eerder geklonken, maar ze werden overstemd door de krachtige klank van de bazuinen. Het zijn de klanken van de citers. De tekst van de Openbaring geeft in zijn woorden het kosmische, Iyrische element van de citerklank zo muzikaal weer alsof hij deze klank in het menselijke woord wilde nabootsen. In een halve zin komt driemaal na elkaar het motief van de citer voor:

hoos kitharooidoon kitharizontoon en tais kitharais autoon

'als van citerspelers, citerspelend op hun citers', zo zou men letterlijk moeten vertalen. Bij de overgang van de bazuinen naar de citers openbaart zich een uiterst fundamenteel en universeel beginsel. De aanhoudende zachte ondertonen in de muziek van de kosmos bereiken nu ons oor. Wij worden de ononderbroken scheppende toon gewaar die klinkt omdat de goden aan de wereld weven en bouwen. Voortdurend komt de wereld voort uit de Logos, uit het Woord Gods. In het binnenste van de wereld klinkt het wereldwoord op de wijze als de citer klinkt. ( ... )

De spanning wordt sterker wanneer de derde engel door de hemel vliegt. Hij spreekt een streng oordeel uit: 'Wie het beest en het beeld van het beest aanbidt en het merkteken van het beest op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap... De rook van hun pijniging zal door de aeonen opstijgen, en ze zullen geen rust hebben bij dag noch bij nacht.' Zulke beelden van het oordeel zullen niet pas in de toekomst werkelijkheid worden, dat mogen we niet denken. Het begin is er al lang. Wij bespraken reeds hoe de aanbidding van het beest en van het beeld van het beest dat door de ahrimaanse macht heimelijk de mensheid werd binnengesmokkeld niet alleen plaatsvindt waar er sprake is van grove, morele dwalingen. De materialistische wereldbeschouwing is in zekere zin zelf het beeld van het beest, want zij begrijpt de mens alleen maar in zoverre als deze verwant is met het dier. Velen denken wellicht dank zij de technische uitvindingen, die praktische vruchten van het materialistische wereldbeeld een menselijker leven te zullen kunnen leiden. In werkelijkheid is dat niet het geval integendeel. Iedere mens loopt daardoor juist gevaar af te zakken naar het niveau van het dier. De techniek bespaart de mensen veel last en veel tijd, en dat kan men toejuichen. Maar de mens moet de verworven tijd op een vruchtbare wijze gebruiken om zijn eigenlijke mens-zijn te versterken. De op uiterlijk gebied bespaarde inspanning moet hij innerlijk gebruiken. Doet hij dit niet, dan

vervreemdt hij hoe langer hoe meer van zijn eigenlijke wezen. Wij zien toch hoe de mensen dank zij alle fantastische vooruitgang van de techniek alleen maar klagen over meer moeite en minder tijd. Tegenwoordig is de terugslag van de verworvenheden van de techniek op de zenuwen al niet meer te overzien. Wat het leven gemakkelijker had moeten maken dwingt de mens integendeel leven in een wereld die hem steeds vreemder wordt, ja, ten slotte als een hel voorkomt. Er werd een cultuur geschapen die uitstekend de wetten van het materiële bestaan beheerst en de aardse grondstoffen meesterlijk weet te gebruiken. Maar met het ware wezen van de mens houdt zij geen rekening. Die raakt onder de wielen van zijn eigen machines.
Zo'n zielloze cultuur moet wel repercussies hebben op de mens, want hij is een met ziel en geest begiftigd wezen en erop aangewezen in een bezielde omgeving te leven. Door de techniek breidt zich het beginsel van het beest in de wereld uit. Machines lijken niet op dieren maar zij hangen samen met het beest uit de afgrond; zij drukken de mens ten slotte omlaag tot het niveau van het dier. Zij persen het teken van het beest op zijn voorhoofd en op zijn hand. De Openbaring van Johannes zegt dat de mensen die het teken van het beest dragen dag noch nacht rust zullen hebben. Zij verkondigt hiermee een onheilsprofetie die nu al op grote schaal in vervulling gaat. Grote innerlijke onrust en nervositeit worden duidelijk bemerkbaar, de eerste terugslag van een geheel en al materialistisch gefundeerde cultuur. In dat opzicht is het 'laatste Oordeel' al begonnen.
Het is voor de mens van onze tijd al een buitengewone prestatie innerlijke rust en concentratie op te brengen. De mens kan zijn mens-zijn alleen maar bewaren door hiervoor te vechten. In deze strijd helpt hem de verbinding met de krachten van een hogere wereld, zonder deze verbinding zullen al zijn inspanningen op den duur vergeefs zijn.?

Ondanks het indrukwekkend panoramisch beeld dat Emil Bock schetst, moet ook hier de lezer waakzaam blijven want, zoals Jan Vermeir uitlegde in De Brug 49, verwijst Emil Bock in zijn boek "Apocalyps" nooit naar Sorat, de zonnedemon. Hij stelt dat de draak en het dier met de zeven koppen en tien hoorns één en hetzelfde dier zijn, dat dan Lucifer moet voorstellen, terwijl het dier met de twee hoorns Ahriman zou zijn. Nochtans heeft Rudolf Steiner meerdere keren expliciet gezegd
dat het dier met de twee hoorns Sorat is.
De draak met de 7 koppen en 10 hoorns uit de hemel is Lucifer,
en het dier met de 7 koppen en 10 hoorns uit de zee is Ahriman.



Terug naar het thuisblad

*

*

*

*

*