Over de meditatie van het Rozenkruis

In aansluiting op het vorige artikel over het gebed, zij hier iets vermeld over het wezen van de meditatie. In het zogenaamde alternatieve milieu heeft men tegenwoordig de mond vol van meditatie. Bij voorkeur meent men zich dan te moeten bezighouden met alles wat in de Oosterse sfeer ligt, zoals mantra's, bhajans, de verheerlijking van een goeroe ... Het turen in de vlam van een kaars, liefst bij volle maan, beschouwt men als mediteren (gewoon zelfsuggestie). Of men volgt een cursus of een lezing van een "leraar" die zijn cursus of lezing vol bovenzinnelijke onzin beëindigt met "laten wij nu een tiental minuten mediteren". Mediteren over wat ? Wellicht verdiept die "leraar" zelf zich tijdens die meditatiestonde in het berekenen van de inkomsten die hij zopas weer geïncasseerd heeft. Over dit soort meditatie zal het hier in ieder geval niet gaan, want men hoeft zich helemaal niet in Oosterse of wereldvreemde sferen te bewegen om te mediteren.

Door meditatie wordt hetzelfde nagestreefd als door het gebed, nl. het uitstijgen van de ziel boven haar eigen grenzen, om aldus het goddelijke naderbij te komen; in het gebed wordt evenwel meer het gevoel aangesproken, en in de meditatie meer het denken. Echter niet het abstracte denken dat door hersenarbeid bereikt wordt en betrekking heeft op de zintuiglijke wereld; een meditatiegedachte moet meer met de ziel beleefd dan met de hersenen begrepen worden, innerlijk moet men zich volledig aan zo'n gedachte kunnen overgeven. Niet eender welke gedachte kan dienen tot onderwerp van meditatie: slechts die gedachten die stammen uit de oerbronnen van de wereldwijsheid, gedachten die voor eeuwig waar zijn, kunnen in aanmerking komen. "Meditatie is niets anders dan zich overgeven aan gedachten die eeuwigheidswaarde hebben, om zich op bewuste wijze in te leven in dat wat uitgaat boven tijd en ruimte", zegt Rudolf Steiner. Zo een gedachte is bvb. het zich voorstellen van de goedheid van het hart. Het is belangrijk dat de meditatiegedachten bewust worden beleefd, zoniet verzinkt de ziel al gauw in dromen, fantasieën, illusies. Het bewustzijn moet te allen tijde de controle kunnen behouden over datgene waaraan de ziel zich overgeeft. Het meest geschikte moment van de dag om te mediteren is 's morgens bij het ontwaken, wanneer de ziel nog niet in beslag is genomen door de dagelijkse beslommeringen. Bij de meditatie komt het erop aan dat de ziel -in tegenstelling tot het dagelijks leven, waarin de ene indruk na de andere wordt opgedaan- zich één enkele voorstelling in het middelpunt van haar wezen stelt. Het krachtigst werkt de meditatie wanneer een zinnebeeld, een symbool tot voorwerp van de voorstelling wordt gekozen. Zo'n voorstelling is bvb. het rozenkruis: een zwart kruis met in het midden, waar de balken elkaar snijden, zeven rode rozen. Ontelbare keren hebben de Rozenkruisersleerlingen deze voorstelling in hun gemoed opgenomen. Reeds in de Middeleeuwen werd de basis gelegd voor de Rozenkruisersstroming, die niets anders is dan een christelijke scholingsweg, aangepast aan de levenswijze van de moderne tijd. In de vorige editie van De Brug werden al enkele leefregels van de Rozenkruisersscholing aangegeven. Hier volgt nu een beschrijving van de meditatie van het rozenkruis. De tekst is integraal overgenomen uit "De wetenschap van de geheimen der ziel" (blz. 266 e.v.)

[ ... ] "Men stelle zich een plant voor, hoe zij in de aarde wortelt, hoe zij het ene blad na het andere laat ontspruiten, hoe zij zich tot bloesem ontplooit. En nu denke men zich naast deze plant een mens staande. Men brenge in zijn ziel de gedachte tot leven, hoe de mens eigenschappen en vermogens heeft, die, vergeleken met die van de plant, volmaakter kunnen worden genoemd. Men bedenke hoe hij zich op grond van zijn gevoelens en zijn wil her- en derwaarts kan begeven, terwijl de plant in de aarde is vastgeworteld. Nu zegge men echter ook tot zichzelf: ja, de mens is zeker volmaakter dan de plant; maar in weerwil daarvan treden mij ook eigenschappen bij hem tegemoet die ik aan de plant niet waarneem, en die mij de plant door hun niet-aanwezig zijn in zeker opzicht volmaakter dan de mens doet voorkomen. De mens is vervuld van begeerten en hartstochten; hij volgt die bij zijn gedragingen. Ik kan bij hem spreken van afdwalingen door zijn driften en hartstochten. Bij de plant zie ik hoe zij de zuivere wetten van de groei volgt van blad tot blad, hoe zij de bloesem zonder enige hartstocht voor de kuise zonnestralen opent. Ik kan tot mijzelf zeggen: de mens heeft een zekere volmaaktheid op de plant voor; maar hij heeft deze volmaaktheid daarmee bekocht dat hij, behalve de zich in hun reinheid aan mij voordoende krachten van de plant, buitendien driften, begeerten en hartstochten in zijn wezen toegelaten heeft. Ik stel mij nu voor dat het groengekleurde sap door de plant vloeit en dat dit de uitdrukking is voor de reine hartstochtloze groeiwetten. En dan stel ik me voor hoe het rode bloed door de aderen van de mens vloeit, en hoe dit de uitdrukking is voor de driften, begeerten en hartstochten. Dit alles laat ik als een levendige gedachte in mijn ziel tot bestaan komen. Dan stel ik me verder voor hoe de mens tot ontwikkeling in staat is; hoe hij zijn driften en hartstochten door zijn hogere zielevermogens kan reinigen en louteren. Ik denk me in hoe hierdoor een lager element in die driften en hartstochten wordt tenietgedaan, en hoe zij op een hoger peil worden wedergeboren. Dan zal het bloed mogen worden voorgesteld als de uitdrukking voor de gereinigde en gelouterde driften en hartstochten. Nu vestig ik in de geest de blik bvb. op de roos en zeg tot mijzelf: in het rode rozeblad zie ik de kleur van het groene plantesap geheel veranderd in het rood; en de rode roos volgt net als het groene blad de reine, hartstochtloze wetten van de groei. Het rood van de roos zou nu voor mij mogen worden tot het zinnebeeld van zulk een bloed dat de uitdrukking is van gelouterde driften en hartstochten die het lagere element hebben afgelegd en die in hun reinheid lijken op de krachten die in de rode roos werken. Ik probeer nu zulke gedachten niet slechts met mijn verstand te verwerken, maar ze in mijn gevoel tot leven te wekken. Ik kan een gelukkig makend gevoel hebben als ik me de reinheid en het geheel ontbreken van hartstocht in de groeiende plant voorstel; ik kan het gevoel in mij opwekken hoe bepaalde hogere volmaaktheden moeten worden betaald met de verwerving van de driften en begeerten. Dat kan de gelukkig makende stemming die ik eerst heb ondervonden veranderen in een ernstig gevoel; en dan kan een gevoel van bevrijdend geluk in mij ontwaken als ik me wijd aan de gedachte aan het rode bloed, dat drager kan worden van innerlijk reine belevingen zoals het rode sap van de roos. Het gaat erom dat men zich niet ongevoelig tegenover de gedachten plaatst die dienen voor de opbouw van een zinnebeeldige voorstelling. Nadat men zich aan zulke gedachten en gevoelens heeft overgegeven, laat men ze overgaan in de volgende zinnebeeldige voorstelling. Men stelle zich een zwart kruis voor. Dit moge zinnebeeld zijn voor het tenietgedane lagere element van de driften en de hartstochten; en daar waar de balken van het kruis elkaar snijden, denke men zich zeven rode sralende rozen in een kring gerangschikt. Deze rozen mogen het zinnebeeld zijn voor het bloed dat uitdrukking is voor gelouterde, gereinigde hartstochten en driften." [ ... ]

De zeven rode rozen zijn het zinnebeeld voor de zeven gelouterde wezensdelen van de mens (zie vorig artikel). Het is belangrijk dat men dit zinnebeeld in de ziel opbouwt op de manier zoals hierboven beschreven, want dan werkt het des te krachtiger. Raakt men in de war bij de opbouw, dan begint men gewoon opnieuw. In het begin is het moeilijk om zich aan dergelijke voorstellingen over te geven en er is heel wat geduld en volharding voor vereist, want in de regel duurt het maanden vooraleer men zich grondig in het zinnebeeld kan verdiepen. Vanaf het begin echter zal men reeds ervaren dat er door deze meditatie langzamerhand een kracht in de ziel vrijkomt die een heilzame werking heeft op het verdere verloop van de dag.

JV

Terug naar de inhoudstafel M - Q.

Terug naar de inhoudstafel R - U.