Karma

Tussen onze dood en nieuwe geboorte verblijven wij in de geestelijke wereld. De duur van dat verblijf hangt af van de manier waarop we ons laatste aardeleven geleefd hebben. Hebben we ons veel met spirituele zaken bezig gehouden dan blijven we er langer, waren we erg materialistisch dan komen we vlugger terug (zie De Brug 2). Het gemiddelde is ongeveer 1000 jaar** : de omstandigheden op aarde moeten voldoende veranderd zijn zodat we totaal nieuwe ervaringen kunnen opdoen (om die reden worden we ook afwisselend als man en vrouw geboren-in de regel !). Hoe nu dat verblijf in de geestelijke wereld er zal uitzien, dat hangt eveneens af van ons voorgaand aardeleven. In de katholieke overlevering sprak men van hemel en hel, maar met deze voorstellingen kan een moderne mens niets meer aanvangen. Toch is het zo dat mens na zijn dood dienstbaar wordt aan een bepaald soort wezens, wezens die de ontwikkeling van de mensheid remmen, of wezens die de ontwikkeling van de mensheid bevorderen. Rudolf Steiner sprak erover (in GA 140). Hij legt daar ook uit dat het niet zinloos is als kinderen of jonge mensen sterven.

Gemakzucht

[...] "Iets anders dat zich voor het geestesoog van de helderziende stelt zijn de mensen die tussen hun dood en nieuwe geboorte dingen te doen hebben waar men niet erg vrolijk van wordt, tamelijk onsympathieke zaken. Wij moeten ons niet voorstellen dat we tussen dood en nieuwe geboorte niets te doen hebben. De meest verscheiden bezigheden, afhankelijk van onze bekwaamheden moeten wij verrichten. De ziener kan vaststellen dat er zielen zijn die in dienst staan van bvb. de geest die wij Ahriman noemen. Ahriman leren wij onmiddellijk kennen als een bijzondere wezenheid, eens we het land boven de fysieke wereld betreden. Alles wat in het mysteriedrama "De wachter op de drempel" voorgesteld wordt als het rijk van Ahriman en Lucifer dat zijn reële werelden. Ahriman heeft zijn opdracht. De helderziende vindt zielen die hierboven in het rijk van Ahriman ondergebracht zijn. Ze moeten Ahriman dienen. Waarom ? De ziener onderzoekt dit: waardoor zijn deze zielen veroordeeld om Ahriman te dienen ? Men komt tot in het laatste leven van deze zielen terecht en onderzoekt de meest in 't oog springende eigenschappen die deze zielen vertoonden. Men vindt dat ze aan een kwaal geleden hebben, dat ze aan een kwaal onderworpen waren, en deze kwaal is: de gemakzucht, het zich-gemakkelijk-maken. Gemakzucht behoort tot de meest verspreide eigenschappen van de tegenwoordige mensheid. Als we vragen: hoe komt het dat de meeste mensen dit of dat níet doen ? Het is gemakzucht ! Wij kunnen de belangrijkste of de meest bijkomstige zaken van het menselijk leven bezien: gemakzucht is het, wat het ganse mensenleven doordringt. Bij het oude blijven en niet van dit oude kunnen loskomen: dat is blijven hangen in de gemakzucht. De mensen zijn niet zo slecht als men aanneemt, niet uit slechtheid hebben ze Giordano Bruno, Savonarola verbrand, Galileï behandeld zoals het gebeurd is. Het is ook niet uit slechtheid dat men grote geesten tijdens hun leven niet naar waarde wil schatten, maar uit gemakzucht ! Vooraleer mensen eens gaan anders denken, anders leren voelen, duurt het lang, en wel uit gemakzucht. Gemakzucht is een algemene, zeer verspreide eigenschap, en ze maakt ons heel geschikt om na onze dood in het leger van Ahriman ingelijfd te worden. Want Ahriman is -naast zijn andere "ambten"- de geest van de hindernissen. Overal waar zich hindernissen voordoen is Ahriman de baas. Hij remt het leven en de mensen. Zij die het zich hier gemakkelijk gemaakt hebben die helpen dan mee om alles af te remmen wat uit de bovenzinnnelijke wereld naar de fysieke wereld gestuurd wordt. Gemakzucht ketent dus de mensen in het bestaan tussen dood en nieuwe geboorte aan geesten die onder leiding van Ahriman hindernissen opwerpen."[...]

In het vorige nummer schreef Jan Vermeir in het artikel over ongeborenheid iets over het geweten. Het is zoiets als een stem uit de geestelijke wereld die helpt om ons zieleleven te regelen, die helpt bij het maken van de juiste (morele) keuzes: we zijn van plan iets te doen: kan het door de beugel of niet ? Ons geweten zegt het ons. Nu zijn er mensen die naar deze innerlijke stem niet willen luisteren; zulke mensen noemen we gewetenloos. Gewetenloosheid belast het karma: na zijn dood kan men daardoor een dienaar worden van de geesten die ziekte en dood in de wereld brengen.

. Gewetenloosheid

[...]"Een kind wordt geboren; de moeder sterft tijdens de bevalling, het kind is op zijn geboortedag al een halve wees. Op dezelfde dag hoort de vader dat gans zijn vermogen dat hij in een zeeschip had geïnvesteerd verloren gegaan is: hij hoort dat het schip schipbreuk heeft geleden, wordt zwaarmoedig en sterft, het kind blijft achter als wees. Het kleine meisje wordt geadopteerd door een vermogende dame. Deze heeft het meisje heel graag, en vermaakt haar fortuin aan haar. De vrouw sterft als het meisje nog jong is. Men controleert het testament, het is niet correct opgesteld, het meisje krijgt geen cent. Voor de tweede maal staat ze zonder middelen van bestaan in de wereld. Ze moet gaan werken als meid en vuile karweitjes opknappen. Ze wordt verliefd op een man, maar door de vooroordelen in de maatschappij -ze hebben een verschillend geloof- kunnen ze niet trouwen. De man ziet het meisje heel graag. Hij belooft dat hij tot haar geloof zal overgaan eens zijn vader, die al zeer oud is, gestorven zal zijn. Hij gaat naar het buitenland; daar hoort hij dat zijn vader ziek geworden is. Zijn vader sterft; hij bekeert zich tot het geloof van het meisje, maar terwijl hij zich terugspoedt naar haar, is deze ziek geworden en gestorven. Als hij aankomt is ze dood. Hij wordt verteerd door smart en kan niet anders dan het graf laten openmaken om haar nog eenmaal te zien. Uit de positie van het lijk ziet men dat het meisje schijndood begraven is. Dit is een sage -Hamerling heeft ze in zijn werken naverteld-, het is een sage die niet waar is, maar in de werkelijkheid kan het nog 100 maal erger zijn. We zien dat een mensenziel niet alleen sterft in de bloei des levens, maar van in 't begin achtervolgd wordt door tegenslag. Zulke omstandigheden nu worden bewerkt door de zielen die door gewetenloosheid dienaren zijn geworden van de geesten van ziekte, dood en tegenslag. Zo moeten dergelijke gewetenloze zielen werken om zo'n zware lotsbestemmingen in de wereld te brengen: dat is de samenhang ! Dat vertoont zich voor de helderziende bijzonder bij zulke rampen als de Titanic-katastrofe. Hoe daar zielen gewerkt hebben die door gewetenloosheid dienaren geworden zijn van de geesten van ziekte en tegenslag. Het karma moet zich voltrekken, dat kan niet anders, maar het is toch een droevig lot voor de zielen die daarin verstrikt zijn, die na hun dood in zo'n slavenjuk geband zijn."[...]

. Een vroege dood

[...] "Als we de blik richten op mensen die in de bloei van hun leven door ongeluk of ziekte het fysieke vlak verlaten hebben, dan zien we dat zulke zielen die dus hun fysiek lichaam als een omhulsel afgelegd hebben voordat het eigenlijk opgebruikt was, hoe deze zielen nog krachten bezitten die, indien ze niet gestorven waren, gediend zouden hebben voor de uitbouw van het fysieke lichaam en het fysieke leven. Deze krachten dragen ze door de poort van de dood in een hogere geestelijke wereld. Zulke zielen komen daar op een andere menier aan dan zielen die zgz. hun aards leven uitgeleefd hebben. Het is bijzonder betekenisvol zulke zielen na hun dood te bekijken als ze dus in de bloei van hun leven gestorven zijn, zielen die door een ongeluk hun lichamelijk omhulsel verloren hebben en die dan verder "leven". Zij brengen in de hogere wereld krachten binnen die eigenlijk moesten dienen voor het fysieke aardeleven. Wat gebeurt er met die krachten ? Deze krachten worden op één van de mooiste manieren gebruikt in de bovenzinnelijke wereld. Wanneer we nl. de wezens der hogere hiërarchieën volgen die de voortgaande ontwikkeling besturen en leiden, dan vinden we dat deze wezens der hogere hiërarchieën de krachten bezitten die ze nodig hebben om de voortschrijdende evolutie te leiden. Maar -en dat is geen onvolkomenheid in de wereld maar dat hangt samen met een ander soort volmaaktheid- alle krachten, ook die der hogere hiërarchieën zijn op een bepaalde manier begrensd, ze gaan niet tot in het oneindige. Nu zijn er tegenwoordig reeds vele aardemensen die, wanneer ze door de poort van de dood gegaan zijn, als ziel in de geestelijke wereld aankomen, en de geesten van de hogere hiërarchieën, die de volledige vooruitgang bevorderen, -dus ook die tussen dood en nieuwe geboorte-, kunnen niets met hen aanvangen. Het blijft wel juist wat ik reeds dikwijls onderstreept heb, dat we vandaag nog niet moeten vertwijfelen wanneer we sommige zielen zien die absoluut geen begrip willen tonen voor de voorstellingen die de huidige mens over de bovenzinnelijke wereld moet hebben, zielen die door en door materialistisch zijn en zich totaal afsluiten van de geestelijke wereld. Als deze zielen door de poort van de dood gaan is het op een bepaalde manier moeilijk voor de geestelijke wezens der hogere hiërarchieën om met hen iets aan te vangen; want deze geestelijke wezens der hogere hiërarchieën hebben krachten voor de vooruitgaande gang der mensheidsontwikkeling -maar alleen voor de vooruitgaande gang ! Als er zich nu zielen afsluiten van deze vooruitgaande beweging, dan hebben ze a.h.w. een te grote zwaarte, die de geesten der hogere hiërarchieën niet kunnen overwinnen. Zoals gezegd, het blijft waar dat er nog redding mogelijk is voor deze zielen, want pas in de 6de na-Atlantische periode wordt het voor zulke zielen gevaarlijk en pas in de Venustijd kunnen ze volledig uit de voortgaande ontwikkeling uitgestoten worden. Maar als er in de evolutie niets anders zou gebeuren, als de wezens der hogere hiërarchieën alleen zouden beschikken over hun eigen krachten, dan zouden deze zielen al veel vroeger afvallen, dan zouden de hogere hiërarchieën niets met hen kunnen doen.

Het is ook zo dat zich vandaag moeilijkheden voordoen wat betreft de eisen die aan de mensheid worden gesteld. Het is nu eenmaal zo dat voor een groot aantal aardemensen vandaag de dag de Christus-impuls nog niet iets is waar ze een echt diep gevoel kunnen voor hebben. De aarde is echter in een ontwikkelingsstadium gekomen waar de mensenziel de Christus-impuls nodig heeft als ze op de juiste manier het verblijf tussen dood en nieuwe geboorte wil doorlopen, en ergens is het toch gevaarlijk voor zielen die zonder enige verbinding met de Christus-impuls door de poort van de dood gaan : de wezens van de hogere hiërarchieën die de vooruitgang leiden, hebben eenvoudig niet genoeg krachten voor de zielen die zichzelf uit de evolutie uitsluiten en zich door hun eigenwillig leven voorbestemmen tot de ondergang. De wezens der hogere hiërarchieën kunnen deze zielen slechts daardoor toch nog helpen doordat ze extra-krachten toegevoerd krijgen door de zielen die voortijdig hun aards lichaam afgelegd hebben. Daardoor komen onverbruikte krachten in de bovenzinnelijke wereld, krachten die hier op aarde nog gebruikt hadden kunnen worden; doordat het lichaam voortijdig werd afgelegd zijn ze niet gebruikt geworden voor het aardse lichaam. Bedenken wij eens hoeveel zielen in de bovenzinnelijke wereld gekomen zijn door bvb. de Titanic-katastrofe of de aardbeving van Messina (in 1908 : 83.000 doden) of de talrijke doden die de laatste tijd op de aarde het leven verloren vooraleer het "uitgeleefd" was. Bedenken wij hoeveel krachten die voor de aarde hadden kunnen worden gebruikt die nu opgestegen zijn naar de hogere werelden. Deze krachten worden gevoegd bij die van de wezens der hogere hiërarchieën en versterken de krachten die deze wezens al hebben, maar die tekort schieten om de zielen -die anders uit de ontwikkeling zouden uitgestoten worden-, terug te laten aansluiten bij de evolutie. Ons karma moeten wij natuurlijk uitleven. Speciaal als we een zaak zoals deze bekijken moeten we erop wijzen dat het karma moet volbracht worden. Het zou een vreselijke zonde tegen de wijsheidsvolle wetten van de wereld zijn, als de mens zelf iets deed om zo dienaar te worden door onverbruikte krachten te besteden aan zielen die gevaar lopen om uitgestoten te worden. De mens mag daar zelf niets toe bijdragen, maar als het zijn karma is om in de bloei zijner jaren te sterven, dan wordt hij helper op de schoonste, zaligste manier: doordat de krachten die hij hier niet meer kan aanwenden, opstijgen naar de hogere werelden en zo de krachten van de wezens der hogere hiërarchieën laten toenemen, gaan er zielen niet verloren die anders wel verloren zouden gaan. Het is de schoonste bestemming van zielen die in de bloei der jaren heengaan; dat is iets dat ons kan troosten wanneer we overmand worden door smart over te vroeg gestorvenen. Dat zijn de ogenblikken waarop wij ons een overzicht kunnen verschaffen over de wijze wereldleiding."

Ondanks alles : harmonie

" Hoe merkwaardig stelt de kringloop van het bestaan zich toch voor het geestesoog ! Aan de ene kant zien we gewetenloze zielen die zich door hun gewetenloosheid klaarmaken om ziekte, voortijdige dood, ongelukken in onze wereld te bewerkstelligen, en wij zien mensen die dan lijden door ziekte, voortijdige dood en ongelukken. We zien dat daardoor het karma der gewetenloosheid de kans krijgt om zich uit te leven. Onze ziel gaat reeds gebukt onder deze vaststelling -want zo'n waarneming behoort inderdaad tot dat soort gruwelijke waarnemingen die een ziener kan meemaken als hij de diepere samenhang en de geheimen van het bestaan aanschouwt. Men stelt zich dikwijls het schouwen in de geestelijke wereld voor als iets zaligs, maar als men in hogere gebieden der geheimen doordringt, dan is er veel dat met die waarnemingen samenhangt om van te gruwen. Bijzonder het karmisch verband tussen mensen is voor de blik van de ziener -als het onderzoek gewetensvol wordt uitgevoerd en als alles wat er te zeggen valt werkelijk uit de hogere werelden komt, en er geen hersenspinsels of andere zaken inspelen-, dat is iets dat de ziener zeer intensief meebeleeft, en wat een zware belasting voor zijn krachten betekent. Maar toch komen dan ook die zaken -zelfs midden tussen de gruwelijkste en vreselijkste dingen- die ons laten inzien hoeveel wijsheid er in het ganse bestel schuilt. Zelfs als we het noodlot van bepaalde gewetenloze zielen zich zien voltrekken en door die voltrekking ziekte en vroege dood vanuit de geestelijke wereld in de fysieke wereld zien komen, toch zien we aan de andere kant ook wat er gebeurt met de mensen die het slachtoffer worden van een voortijdige dood. Hun krachten versterken andere krachten tot heil en redding van mensen. Alleen hun krachten kunnen dat. Dat is dan het wonderbare dat ons kan verzoenen: enerzijds moet de mogelijkheid bestaan dat mensen fouten maken, op het gevaar af van uit de ontwikkeling uitgestoten te worden; als dat niet mogelijk was, als de mensen niet konden afdwalen, tot het kwade vervallen, dan kon de mens zijn zending op aarde niet vervullen. En als dit ene mogelijk is, dan moet ook al het andere mogelijk zijn dat vandaag besproken werd, dan moet met de aardeontwikkeling verbonden zijn dat bepaalde mensen in de bloei der jaren sterven. Want deze zijn het op wie de wezens der hogere hiërarchieën aangewezen zijn om extra-krachten te verkrijgen om de mensen te redden en te verlossen; anders zouden ze die niet hebben -dat ziet men als men de helderziende blik daarop richt. Dat is het grote verzoenende, het wonderbare dat over ons komt als we, gedwongen om te kijken naar het gruwelijke aan de ene kant, dan terug kunnen blikken op de wijze wereldleiding die juist dit gruwelijke nodig heeft om de hogere wijsheid te kunnen verwerkelijken. Ten opzicht van deze zaken wordt het onzinnig om zo op abstracte wijze de vraag te stellen of de geestelijke machten, zonder zo een omweg te maken, voor alle mensen en wezens niet een sympathiek bestaan hadden kunnen inrichten. Wie dat verlangt wil ongeveer hetzelfde als iemand die zegt dat het toch zeer onvolmaakt is dat de goden het nodig gemaakt hebben dat een cirkel niet vierkant kan zijn. Men ziet natuurlijk niet direct dat de eerste vraag dezelfde waarde heeft als de laatste, maar zo is het. Net zoals er geen licht zonder schaduw kan zijn, zo kunnen ook die onverbruikte krachten niet ten goede komen aan de geestelijke wereld, als niet aan de andere kant het karma van de zielen die in een bepaalde incarnatie gewetenloos zijn geworden, zich kon volbrengen. Deze zaken zijn goed geschikt om, als wij al eens de neiging hebben het één of het ander onvolmaakt te vinden in de wereld, in de mensen, om ons toch met het gevoel te doordringen dat wij alleen maar iets onvolmaakt vinden omdat wij nog veel te weinig inzicht hebben om alle samenhangen te kennen. "[...]

Terug naar de inhoudstafel I - L.