De Brug 30 van december 2000

*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*

.

Het internationaal congres in Brussel


Door François De Wit


Sinds enkele jaren is een actie op gang gekomen om de bedreiging van het kind-zijn onder de aandacht van een breed publiek te brengen. De coördinatie van deze actie wordt verzorgd door de "Internationale Vereinigung der Waldorfkindergärten". Deze internationale vereniging van Steinerkleuterscholen nam eveneens het initiatief tot het oprichten van de "International Alliance for Childhood".

Er werd besloten om een eerste congres in Brussel op de Heyzel te laten doorgaan, van 11 tot 14 oktober 2000. In ons land hielpen met de organisatie van dit congres twee instanties mee: de werkgroep 'Het Kleine Kind' van de Antroposofische Vereniging van België en de Rudolf Steiner Academie. Het grootste deel van het werk werd opgenomen door Clara Aerts en Hans Annoot. Zij waren ook het meest zichtbaar op het congres als gastvrouw en -heer. Ondergetekende nam deel aan het congres om in deze aflevering van De Brug verslag te kunnen uitbrengen.

Het zal geen chronologisch correct noch thematisch volledig verslag worden. Daarvoor werden te veel aandachtspunten aangeraakt. Ik geef weer wat ik mij herinner, samen met de bedenkingen die bij mij opkwamen tijdens het luisteren. Ik heb ook informatie geput uit:
- de brochure "Recht op kindzijn - een mensenrecht" (16 blz.),
- de pocket "The Future of Childhood" (160 blz.), waarin werkteksten van verschillende sprekers zijn opgenomen.
De brochure is nog altijd te verkrijgen bij de Rudolf Steiner Academie, de pocket niet meer (kan wel in de bibliotheek ontleend worden natuurlijk). Een aantal teksten uit de pocket vindt men ook op de webstek van de Alliance:
http://www.allianceforchildhood.net
Deze twee uitgaven geven een goed beeld van de extreme kindonvriendelijkheid van onze moderne wereld.

Het congres was het eerste openbare optreden van een organisatie die als een soort Amnesty International het kindzijn wil beschermen.
De meeste deelnemers zijn na afloop waarschijnlijk wel vertrokken met een gevoel van hoop en vertrouwen. Gedurende drie dagen werden ze met hun neus gedrukt op de uitzichtloosheid en de schijnbare onomkeerbaarheid van recente negatieve ontwikkelingen, maar het feit van hier in Brussel te zijn met gelijkgezinde mensen uit zo vele landen gaf een toekomstkracht en een sterke impuls mee om te werken aan een verandering. Ieder naar zijn inzicht en vermogen.

Verschillende 'tekenen' lieten merken dat dit niet zomaar 'een' congres was. Vooreerst was er de locatie van het congres in het Auditorium 2000. De omgeving van de Heyzelpaleizen is een van de meest kunstmatige van onze hoofdstad. Atomium, Kinepolis, het kunstmatig (consumeer)dorp, metrostation, immense parkings, de ring vlakbij: in dit doods milieu ontmoetten mensen van goede wil uit gans de wereld mekaar om uit de warmte van hun hart iets nieuws en vruchtbaars te laten ontstaan.

We weten dat in de antroposofie vaak over denken, voelen en willen gesproken wordt, over de driegelede mens enz. Was het nu toeval dat het congres doorging juist op het moment dat aan de ene kant van het Auditorium 2000 het Voedingssalon plaats vond, en aan de andere kant een grote boekenverkoop ? We herkennen onmiddellijk de klassieke driedeling.

Ook meteorologisch merkte ik enkele 'toevalligheden' op. Donderdagmorgen reed ik vanuit Aalst oostwaarts naar Brussel in een stralende zonsopgang, die me direct deed denken aan het logo van de Alliance. Tijdens de avondpauze op dezelfde dag kon men een volledige regenboog wel een kwartier lang boven het auditorium zien. De vrijdagavond begroette de volle maan allen die huiswaarts keerden. De mist die zaterdagochtend het land bedekte was tegen het einde van het congres volledig weg op de Heyzel (die natuurlijk wel hoger ligt dan het omringende landschap). Dat allemaal tijdens een zeer bewolkte en regenachtige week.

De sfeer op het congres zelf is moeilijker te beschrijven. Misschien volstaat het met te zeggen dat er veel vrouwen waren, en dat er over kinderen gesproken werd. Een omhullende warmte, geen hoogdravende betogen, maar recht uit de werkelijkheid werd er gesproken, met vele concrete voorbeelden, nergens levenloze abstractie. Iets wat men in het moderne openbare leven nog weinig vindt, en waar ook geen begrip meer voor bestaat. Dat blijkt uit de berichtgeving in de Vlaamse pers. Over de Wereldvrouwenmars bvb.werd er zeer summier bericht, en De Morgen vond het dan nog nodig om de zaak in het belachelijke te trekken. Wat het congres betreft: in De Standaard liet men alleen twee mannelijke sprekers aan het woord, namelijk de Amerikanen Fred Donaldson en Dave Grossman. De eerste heeft een kwart eeuw niets anders gedaan dan gespeeld met kinderen, dieren en delinquenten; de andere is een typische vertegenwoordiger van de ééndimensionele man, een Rambo-figuur, maar dan wel in dienst van de goede zaak !
Daaruit blijkt dat ons mediasysteem niets kan aanvangen met mensen die in alle bescheidenheid degelijk werk verrichten (moeders en opvoeders bvb.), altijd moet er iets sensationeel mee gemoeid zijn.

En sensationeel waren wel de bevindingen van Dave Grossman, deze luitenant-kolonel van het Amerikaanse leger die uitgerekend tegen dit mediasysteem op kruistocht gaat. We beginnen dan ook met zijn boodschap, hoewel hij op het congres pas vrijdagavond gesproken heeft.
De bevindingen van Dave Grossman zijn niet echt een verrassing voor antroposofen. Al jaren waarschuwen de kleuterjuffen uit de Steinerscholen voor de slechte invloed van televisie, maar buiten de Steinerscholen vonden hun woorden weinig weerklank. Wie kent immers de brochure 'Fernseh-geschädigt' (158 blz.), reeds in 1975 samengesteld door Helmut von Kügelchen en uitgegeven door de Internationale Vereinigung der Waldorfkindegärten ?
Ondertussen zijn er al vele studies gemaakt door niet-antroposofen, de negatieve gevolgen van TV-kijken zijn zo overduidelijk geworden, maar toch blijft het overgrote deel van de mensheid lustig verder kijken. Misschien wordt er toch even opgekeken wanneer de boodschap eens gebracht wordt door een persoon die van zichzelf zegt dat hij opgeleid werd om te moorden.

Het is luitenant-kolonel Dave Grossman nog altijd goed aan te zien dat hij het grootste deel van zijn leven bij het leger heeft doorgebracht. Zijn betoog was klaar en duidelijk, gemaakt om te overtuigen met krachtige argumenten, opgezet als een strategisch plan dat een tegenstrever al op voorhand schaakmat zette. Toen zijn laatste woorden weerklonken waren, was het doodstil in de zaal, iedereen zat als van de hand Gods geslagen. De boodschap was aangekomen.
Dan leest men achteraf het artikel in de krant, en wat blijft er over ? Een halve pagina informatie tussen de tientallen andere pagina's. Daarom ruimen wij in De Brug een waardige plaats in voor Dave Grossman.

Maar we beginnen met enkele cijfers. Ze gelden voor de V.S., maar dat betekent enkel dat ze over een paar jaar ook hier zullen gelden. Uit de congresbrochure: De gemiddelde Amerikaan kijkt dagelijks 3 uur en 46 minuten TV, wat overeenkomt met meer dan 52 dagen nonstop-kijken per jaar, en ongeveer 9 volledige jaren van een mensenleven.

Gezinnen met minstens 1 TV: 98%
Gezinnen met minstens 1 videospeler: 84%
Gezinnen met 2 TV's: 34%
Gezinnen met 3 of meer TV's: 40%
Uren per dag dat het toestel aan staat: 7u12min
Percentage Amerikanen dat geregeld kijkt tijdens het eten: 66%
Percentage dat zegt dat ze teveel TV kijken: 49%
Aantal uitgeleende videofilmen per dag: 6miljoen
Aantal uitgeleende boeken of CD's per dag: 3miljoen
Kans dat een Amerikaan in slaap valt voor TV: 1 op 4
Aantal minuten dat een gemiddeld kind tussen 2 en 7 jaar per week TV kijkt: 1.197
Aantal minuten per week dat ouders een zinvolle conversatie met hun kroost hebben: 38,5
Kinderen van 5 tot 17 die een TV op hun kamer hebben: 52 %
Kinderen van 2 tot 5 die een TV op hun kamer hebben: 25 %
Kinderopvangcentra die TV gebruiken op een gewone dag: 70 %
Ouders die het TV-kijken van hun kinderen zouden willen beperken: 73 %
Uren per jaar dat een Amerikaanse scholier TV kijkt: 1.500
Uren per jaar dat een Amerikaanse scholier in school doorbrengt: 900
Aantal gewelddaden dat een kind gezien heeft wanneer het 18 geworden is: 200.000
Aantal moorden dat een kind gezien heeft wanneer het 18 jaar wordt: 16.000
Aantal Hollywood-verantwoordelijken dat denkt dat er een verband bestaat tussen TV-geweld en echt geweld: 80 %
Aantal kinderen dat zegt bang of ontredderd te zijn door TV-geweld: 91 %
Aantal reclamespotjes voor bucht-voeding tijdens vier uur tekenfilms op zaterdagmorgen: 202
Aantal spotjes dat een kind gemiddeld per jaar ziet: 30.000
Aantal spotjes na 65 jaar TV kijken: 2miljoen
Aantal Amerikanen dat gelooft dat de meeste mensen meer kopen en consumeren dan ze nodig hebben: 82 %

Uit De Morgen van 21 oktober 2000 :

Scholieren vinden geweld alledaags

Jongeren worden steeds vroeger geconfronteerd met geweld. Uit een onderzoek bij 1.000 scholieren leidt het Gentse educatief centrum af dat 60 procent al op vroege leeftijd getuige was van vechtpartijen, 37 procent van een diefstal en 34 procent te maken kreeg met allerlei vormen van afpersing onder leerlingen. In samenwerking met de Gentse politie werkte het educatief centrum een educatief pakket uit rond jongeren en geweld. Het doel is preventief: beletten dat de drempel hoog blijft om zich in te laten met geweldpleging. Andere gemeenten toonden al belangstelling.

In het Gentse onderzoek bekenden de geënquêteerden zelf ook betrokken te zijn bij geweldplegingen: 22 procent vocht zelf al, 19 procent vernielde een eigendom van de school en zeker één op de vijf ondervraagden pestte al eens een medeleerling. Het preventieproject tegen die geweldexcessen dat het educatief centrum samen met de vzw Jeugd en Vrede ontwikkelde heet Mikpunt. Het is bedoeld voor scholen en richt zich naar leerlingen tussen twaalf en zestien jaar, volgens het educatief centrum de leeftijd waarop jongeren overstappen naar de zwaardere criminaliteit.

"Het pakket bestaat uit een handleiding voor de begeleider met informatie over geweld en agressie in het algemeen", verduidelijkt projectleidster Marian Samyn. "Daarnaast bestaan er vijf themaboekjes: geweld in en rond school, geweld op manifestaties, geweld in het verkeer en op het openbaar vervoer, vandalisme en seksueel geweld. Daarin bespreken we het problemen, de kenmerken en de gevolgen. De vijf thema's worden ook visueel gepresenteerd aan de hand van een video, waarbij jongeren zelf aan het woord komen. De bedoeling is dat leerkrachten aan de hand van dit pakket de onderwerpen bespreekbaar maakt in de klassen en scholieren bewustmaakt. De boeken bevatten voor de begeleiders zelf ook veel tips over hoe omgaan met geweld en hoe de signalen te herkennen."

Het educatief pakket onderscheidt zich volgens Samyn van alle andere handleidingen over geweld, doordat het meteen toepasbaar is. "De andere boeken geven wel achtergrondinformatie, maar kunnen niet direct worden gebruikt in klassen. Ze zijn theoretisch en niet gebruiksvriendelijk."

Aan het educatief pakket is eveneens een mobiele interactieve tentoonstelling met werkboekjes gekoppeld. Daar worden opnieuw de vijf thema's belicht. Het educatieve pakket en de tentoonstelling kunnen in heel Vlaanderen worden besteld. De Gentse scholen krijgen dat kosteloos, in andere steden moet men betalen. Het educatief pakket met de handleiding rond geweld, de vijf themaboekjes en video kosten 1.300 frank. Voor de tentoonstelling betaalt men 1.700 frank per dag. Info: VZW Jeugd en Vrede, 02/640.19.98. (CTC)


De Morgen van 3 november 2000 :

J.K. Rowling, schrijfster van de Harry Potter-boeken, in Time:

Ik heb een probleem met zinloos geweld. Videospelletjes verontrusten mij nog het meest. Mijn dochter heeft geen PlayStation. Zij zou er wel dolgraag een hebben. Ik hou er niet van dat jonge kinderen figuurtjes op hun scherm doen ontploffen zonder te beseffen wat dat nu echt betekent. Ze kunnen er dan nog punten mee winnen ook.


.

Luitenant-kolonel Dave Grossman : Hoe leert men kinderen moorden ?

Een gebeurtenis in Paducah Kentucky

Michael Carneal, de veertienjarige massamoordenaar in de school van Paducah, Kentucky, had nog nooit met een echt pistool geschoten. Toen stal hij een .22 pistool, vuurde enkele oefenschoten af en nam het mee naar school. Daar schoot hij acht keer naar een groepje biddende scholieren. Hij zette zijn voeten lichtjes uiteen, bewoog nauwelijks het bovenlichaam en raakte acht kinderen met acht kogels, daarvan gingen er vijf door het hoofd en drie door de borst. De beste schutters bij de politie hebben gemiddeld vijf kogels nodig om twee mensen dodelijk te treffen.
Wat deze veertienjarige "presteert" doet de militaire en politiewereld paf staan. Waar haalt zo'n knaap, die nog nooit met een pistool geschoten heeft, de vaardigheid en de wil om te moorden? Het antwoord : door dagelijks te oefenen met videospelletjes en door te kijken naar het geweld in de media.

Het geweldvirus

Om te begrijpen wat daar gebeurd is in Paducah, maar ook in Jonesboro, Springfield, Pearl en Littleton, moeten we eerst de omvang van het probleem onder ogen zien. Het aantal moorden vertelt ons niet veel: als bvb. volgens de statistieken in 1910 honderd moorden per jaar gebeurden en in 1990 ook honderd per jaar, dan moeten we toch van een verdubbeling spreken, want dankzij de vooruitgang op medisch gebied worden er nu mensen gered die in de vorige eeuw zouden gestorven zijn aan hun verwondingen. Wat wij moeten vaststellen is het aantal keren dat mensen aangevallen worden ('assault rate'). In de V.S. is dit aantal gestegen van
60 per 100.000 inwoners in 1957 tot 440 per 100.000 inwoners in 1995 ( dus x 7).
Dit fenomeen zien we niet alleen in de V.S. In Canada stelde men een vervijfvoudiging vast tussen 1964 en 1993 van de aanslagen op de fysieke integriteit, en de moordpogingen stegen met een factor 7.
Volgens de cijfers van Interpol ziet het er in Europa zo uit:
tussen 1977 en 1993,
Noorwegen en Griekenland: x 5
Zweden: x 3
België, Denemarken, x 2
Groot-Brittannië, Frankrijk, x 2
Hongarije, Nederland: x 2
Australië, Nieuw-Zeeland: x 4
India: x 2
In Japan steeg de jeugddelinquentie alleen al in 1997 met 30 %.
In Noorwegen houdt men al 1000 jaar misdaadcijfers bij: nog nooit in de geschiedenis werden er dergelijke aantallen vastgesteld.
Er lijkt een virus rond te waren over gans de wereld. Er moet ergens een nieuwe factor opgedoken zijn.
Het is met geweld als met hartziekten. Die worden ook door verschillende factoren veroorzaakt: gebrek aan beweging, te vet eten, stress. Dit alles samen geeft een bepaald aantal gevallen van hartziekten. Komt daar echter een bezwarende factor bij, bvb. roken, dan kan het aantal pijlsnel omhoog schieten. Volgens Dave Grossman is de nieuwe factor die een explosie van geweld veroorzaakt: geweld in de media dat voorgesteld wordt als vermaak voor de kinderen.

Moorden is onnatuurlijk

De meeste diersoorten voelen een sterke natuurlijke weerstand om leden van de eigen soort te doden. Dieren met een gewei of horens vechten tegen elkaar kop tegen kop, terwijl ze tegenover andere dieren proberen te treffen in de flank. Piranha's verscheuren alles wat op hun weg komt met hun vlijmscherpe tanden, maar onderlinge strijd gebeurt met slagen van de staart. Ratelslangen bijten mekaar nooit, ze worstelen.
Bij de mens is dit niet anders. De weinige mensen die ongeremd hun medemens kunnen doden zitten meestal achter tralies. Zelfs in een oorlogssituatie doodt de mens met geweldige tegenzin. Men ontdekte dat in de Tweede Wereldoorlog slechts 15 tot 20 % van de soldaten schoten op een ongedekte vijandelijke soldaat wanneer ze daartoe niet het bevel kregen van een overste. Dat is de realiteit van het slagveld: soldaten zijn misschien bereid te sterven voor hun vaderland, maar niet om te moorden.
Voor de militaire overheden was dit geen goed nieuws, ze besloten om iets aan dit 'probleem' te doen. En dat deden ze: in Korea schoot reeds 55 % om te doden, in Vietnam meer dan 90 %.
Wat zijn nu de methodes om te leren doden ?

1) Brutalisatie,
2) klassieke conditionering,
3) actieve conditionering,
4) rolmodellen.

1) Brutalisatie,
'waarden' inpompen, dat gebeurt in het opleidingskamp. Je hoofd wordt geschoren, je wordt behandeld als een naakt groepsdier, iedereen in uniform, alle tekenen van individualiteit worden uitgewist. Voortdurend word je getraind tot op de rand van uitputting, ondergedompeld in een sfeer van brutaliteit, onmenselijkheid, waardeloosheid. Dit gebeurt om bestaande waarden af te breken en er nieuwe voor in de plaats te zetten. Op het einde van de opleiding heb je geweld en discipline leren aanvaarden als een vanzelfsprekend bestanddeel van jouw wereld.
Iets gelijkaardigs gebeurt met het kind door het geweld in de media. Deze keer begint de training niet op je achttiende jaar, maar wanneer je 18 maanden oud bent. Op die leeftijd begrijpt een kind TV en bootst hij het na. Maar tot de leeftijd van zes of zeven jaar is een kind in zijn ontwikkeling, noch psychologisch, noch fysisch in staat om het onderscheid te maken tussen fantasie en realiteit.
Dat betekent dat wanneer zo'n jong kind op TV iemand ziet neergeschoten of -gestoken worden, vernederd, verkracht, vermoord worden, dat het denkt dat dat echt gebeurt. Na duizenden uren televisie en het bekijken van duizenden moorden zullen sommige kinderen kiezen voor geweld en het aanvaarden als een normale en essentiële vaardigheid om te overleven in een wereld die ze hebben leren kennen als extreem gewelddadig.
In juni 1992 publiceerde het Journal of the American Medical Association (JAMA) een definitieve epidemiologische studie over de invloed van geweld op TV. In alle naties, regio's of steden waar TV ingevoerd werd, nam onmiddellijk het geweld in de speeltuinen toe en na 15 jaar stelde men een verdubbeling van het aantal moorden vast. Waarom 15 jaar ? Zoveel jaar is er nodig om een tweejarige, gebrutaliseerd door geweld op TV, te laten uitgroeien tot een misdadige adolescent. Zoveel jaren zijn er maar nodig om te oogsten wat je zaaide toen je je kleuter door TV liet traumatiseren en ongevoelig maken.
Het JAMA concludeerde dat de introductie van TV in de jaren '50 oorzaak was van de verdubbeling van het aantal moorden, m.a.w. de helft van het aantal moorden dat ieder jaar in de U.S.A. wordt gepleegd, ongeveer 10.000 moorden dus, mogen toegeschreven worden aan het feit dat jonge kinderen veel te lang blootgesteld zijn geweest aan TV-beelden. In de studie lezen we verder dat "indien er nooit TV was geweest, dan zouden er in de U.S.A. ieder jaar 10.000 minder moorden gepleegd worden, 70.000 minder verkrachtingen en 700.000 minder toegebrachte verwondingen".
Er zijn vandaag de dag meer bewijzen dat geweld in de maatschappij samenhangt met geweld in de media, dan dat er bewijzen zijn dat roken en kanker samenhangen. De Amerikaanse Psychological Association (APA), de Amerikaanse Medical Association, de Vereniging van Pediaters, de Surgeon General, de Attorney General hebben zich daarover heel duidelijk uitgesproken.

2) Klassieke conditionering
Onder klassieke conditionering verstaan we wat Pavlov deed met de honden: ze kregen eten en tegelijkertijd ging er een bel. Werden eten en bel vaak genoeg gekoppeld, dan begonnen de honden al te kwijlen wanneer ze de bel hoorden zonder dat er eten gegeven werd.
In het begin van de tweede wereldoorlog werden in het Japans leger jonge soldaten verplicht om krijgsgevangenen neer te steken met de bajonet. Hun vrienden moedigden hen aan en juichten hen toe. Achteraf kregen ze de beste maaltijd van gans hun legertijd, saké, meisjes van plezier. Het resultaat was dat ze leerden om geweld te associëren met plezier.
Deze techniek is moreel verwerpelijk, maar dat is wat de media doen met onze kinderen. Ze bekijken gruwelijke beelden van geweld en moord, pijn en lijden en ze associëren dat met: gezellige avond, chips, frisdrank, aangenaam gezelschap van vriendjes of vriendinnetjes.
Bij de schietpartij in Jonesboro waren de scholieren van een nabije school door het raam gaan kijken om te zien wat die schoten betekenden. Een leerkracht kwam toegelopen en vertelde van de massamoord. De reactie van de scholieren: ze lachten. De leerkracht was ontzet. Ze besefte dat er een generatie barbaren gekweekt was voor wie de dood van een mens niets betekent.
In California dacht men de film 'Schindlers List' te gebruiken om de studenten bewust te maken voor het gevaar van ontsporingen in het maatschappelijk leven. Vertwijfeld zagen de leerkrachten dat er alleen maar gelachen werd bij de gruwelijkste scènes. Men nodigde Steven Spielberg uit om te komen spreken over de film: hij werd ook weggelachen.

3) Actieve conditionering
De derde methode is een doorgedreven training van actie-reactie. Een vreedzaam gebruik vinden we in het gebruik van vliegtuigsimulatoren en brandalarmoefeningen.
Op regelmatige tijdstippen laat men in scholen het brandalarm gaan. De bedoeling is dat kinderen leren om ordelijk en zonder paniek de school te verlaten. Wanneer het dan eens echt brandt zullen de kinderen zeer angstig zijn, maar toch zullen ze de bekende procedures die ze zo dikwijls geoefend hebben, volgen en dat zal hun leven redden.
Bij de politie en in het leger leert men pupillen eveneens om op een bepaalde manier te reageren wanneer een bepaalde situatie zich voordoet. Vroeger leerde men precies mikken door steeds weer te schieten naar een roos, t.t.z. witte concentrische cirkels met in het midden een zwart mikpunt (in 't Engels: bull's eye). In reële situaties echter zag de soldaat of politieman geen roos, maar een mens, en dan twijfelde hij. Sindsdien wordt er geoefend op kartonnen menselijke silhouetten in verschillende houdingen. De soldaten schieten nu zonder aarzelen. Honderden keren hebben ze op die silhouetten geschoten toen ze in hun gezichtsveld kwamen. Wanneer ze in een oorlogssituatie echt schieten is dat maar voor 20% een bewuste keuze, 80% is reflexmatig, gebeurt zonder na te denken. Tenminste als er geoefend werd op doelen met een menselijke vorm. In de Falk-land-oorlog schoten de Engelse soldaten in 95% van alle schietkansen; de Argentijnen slechts voor 15%. In het Argentijnse leger werd nog de klassieke roos gebruikt bij de schietoefeningen.
Als we het daar moeilijk mee hebben, dan zouden we het nog veel moeilijker moeten hebben met het feit dat kinderen juist dezelfde reflex aanleren iedere keer dat ze een richt-en-schiet-videospelletje spelen.
Bij het leger wordt de geweldreflex in toom gehouden door de discipline, maar bij de kinderen kan het geweldvirus ongecontroleerd woekeren, de karaktertraining ontbreekt volledig.
Het resultaat is een eigen kweek van pseudo-sociopaten die reflexmatig doden en geen wroeging kennen. Onze kinderen leren doden en leren daarvan te houden. Het schrijnendste voorbeeld is Paducah, Kentucky, waarmee we dit artikel begonnen. Acht schoten, acht keer raak op acht verschillende wegkrabbelende, huilende kinderen. Deze fenomenale vaardigheid werd bereikt door te oefenen met gewelddadige videospelletjes.
Telkens men zo'n jonge seriemoordenaar achteraf vraagt waarom hij het deed, blijft die het antwoord schuldig, hij weet het gewoon niet. En hij voelt zich niet eens schuldig: hij was gewoon punten aan 't winnen door raak te schieten, net zoals in de spelletjes.

4) Rolmodellen
In het leger staat de drilsergeant voor jou als het voorbeeld van geweld, agressie, maar ook discipline.
Welk voorbeeld heeft het kind voor zich ? Figuren uit een virtuele wereld die niet gehinderd worden door enige wet of regel, wie eerst schiet heeft gelijk. We moeten de klassieke westerns met John Wayne bvb. bijna als een ideaal gaan beschouwen: de goede was echt een goede en de slechte had altijd zijn ondergang of dood zelf verdiend. Niet zo in de videospelletjes. Er verschijnen figuren voor de loop van je wapen, maar er is geen verhaal over goed en kwaad. Het feit dat ze voor de loop van jouw wapen verschijnen is hun misdaad en wordt met de dood bestraft.
Daarbij komt nog dat jonge seriemoordenaars uitgebreid in het nieuws besproken en getoond worden. In 1970 werd aangetoond dat, telkens er over een zelfmoordgeval bericht werd, het aantal zelfmoorden omhoog ging. Daarom komen zelfmoorden nu niet meer in het nieuws. Maar wanneer tienermoordenaars op TV komen, dan is het effect juist hetzelfde. Wanneer jongeren zichzelf willen doden om op TV te komen, dan zijn er ook die anderen willen doden om op TV te komen ! In Japan en Canada is het een misdrijf om namen en beelden van jonge moordenaars op TV te brengen. Hoe staat het bij ons ?
De strijd tegen het geweld in de media
De moderne media leren niet alleen geweld, maar laten ook niet toe dat kinderen een concentratievermogen ontwikkelen. Het zappen wanneer de actie vertraagt zet zich door in het dagelijks leven. Wanneer er in de school inspanning en concentratie gevraagd wordt, haken de leerlingen af, het liefst zouden ze de leerkracht wegzappen. De leraar kan niet concurreren met de TV, het is een ongelijke strijd die zowel voor de leerkracht als voor de leerling frustrerend werkt.
Sceptici zeggen: als je zo tegen TV bent, draai dan gewoon de knop om en zet hem af. Maar daarmee is niets opgelost. Want jouw kind mag dan wel normaal opgroeien, doch niets belet dat het neergeschoten wordt door het buurjongetje dat maar bleef TV-kijken.
Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om aan het symptoom te werken. Repressief optreden, zwaardere straffen voor gewelddadige personen (in de V.S. zitten nu vijf keer meer mensen in de gevangenis dan in 1960), de vrijheid aan banden leggen (bvb. avondklok instellen, circulatie in bepaalde wijken beperken ).
Hier verwees Dave Grossman naar de behoeftepiramide van Maslow.
Maslow rangschikte de behoeften van de mens in een hiërarchie. De mens gaat niet de behoeften van een hoger niveau bevredigen zolang die van een lager niveau nog bestaan. Vele mensen geraken niet verder dan de vier laagste niveaus. Dat heeft veel te maken met de ontberingen in de jeugd. Wie in zijn jeugd bvb. honger gekend heeft, loopt gevaar om de rest van zijn leven veel of alle energie te besteden aan het veiligstellen van zijn voedselbehoefte

We zien dat de behoefte aan veiligheid lager staat, voor meer mensen fundamenteler is dan de behoefte aan vrijheid. Wanneer het onveiligheidsgevoel een grens overschrijdt, zegt Grossman, dan offert de mens liever zijn vrijheid op; hij redeneert: wat ben ik met vrijheid als ik niet eens mijn boodschappen kan doen zonder beroofd te worden, als ik niet weet of mijn auto 's morgens nog onbeschadigd voor mijn deur zal staan. ( Een vaststelling die we in België alleen maar kunnen beamen. Als men in Antwerpen kiest voor 'law and order', dan moeten we dat niet met morele normen veroordelen, het is immers gewoon een sociologische wetmatigheid die weinig met racisme te maken heeft. Immers, allochtonen die niet meer veilig op straat kunnen lopen kiezen ook voor repressie ).
Een politiestaat inrichten kan uiterlijk het probleem oplossen en de straten terug veilig maken, maar er zijn andere oplossingen mogelijk. We kunnen de industrie reguleren. Net zoals wapens, alcohol, pornografie, auto's enz. niet aan kinderen mogen verkocht worden, zo kunnen we ook verbieden om gewelddadige videospelen aan kinderen te verkopen. Volwassenen kunnen dan nog doen wat ze willen.
Het is duidelijk dat de makers van deze spelletjes moeten aangepakt worden. Dat kan op drie punten: opvoeding, wetgeving en het gerecht.
In juli van dit jaar heeft de stad Indianapolis al de verkoop van geweld-videospelletjes aan kinderen verboden, iedere andere stad in Amerika kan dat ook doen, er bestaat immers geen grondwettelijk recht om kinderen te leren elkaar dood te schieten.
Daarnaast kunnen we ook doen wat men met de tabaksindustrie doet: processen aanspannen voor schadevergoeding. De ervaring leert dat ondernemingen meer vatbaar zijn voor rede wanneer hun portefeuille getroffen wordt.
Maar bovenal moet het publiek geïnformeerd worden. Iedere ouder zou moeten op de hoogte zijn van wat televisie aanricht bij zijn kind. Het is onze burgerplicht om te waarschuwen voor geweld in de media, net zoals we waarschuwen voor kankerverwekkende producten. We mogen niet vergeten dat grote ondernemingen geleid worden door uiterst cynische mensen, voor wie winst belangrijker is dan een mensenleven. Na de moordpartij in Littleton, Colorado vroeg men aan de president van CBS, Leslie Moonves, of hij vond dat er een verband was met geweld in de media. Zijn antwoord: "Iemand die gelooft dat er geen verband is met het geweld in de media is een idioot." Ted Turner, de grote baas van CNN reageerde op dezelfde manier en gaf toe dat TV aanzet tot geweld.
Maar de programma's gaan gewoon verder. Zo'n mensen zijn dat dus. Maar wij hoeven dat niet te pikken. Tegen een dergelijke diabolische geest moeten wij ons verzetten.
Dave Grossman sloot zijn voordracht af met een anekdote waarmee hij wilde illustreren welke geesteshouding er nodig is om het kwade tot staan te brengen. Waarschijnlijk wist hij zelf niet dat hij een Michaëlische imaginatie gebruikte ...

Op het einde van de tweede wereldoorlog, toen Duitsland zo goed als verslagen was, lanceerde het toch nog het Ardennen-offensief, met de bedoeling de geallieerden terug te dringen. Op een bepaald ogenblik waren de Amerikaanse linies doorbroken, er ontstond paniek en alle eenheden sloegen op de vlucht. Het hoofdkwartier vertwijfelde. Een speciale elite-eenheid, de 82ste Airborne Division, kreeg de opdracht om de ordeloze vlucht te stoppen en te zorgen dat er terug een front gevormd werd.
Toen gebeurde het dat één enkele paratrooper op een verlaten landweg een Amerikaanse tank in volle vaart de helling zag afstormen, recht naar hem. Hij steeg uit zijn Jeep en ging pal in het midden van de weg staan. Hij sommeerde de tank om te stoppen. De tankcommandant verscheen uit de geschutskoepel. De paratrooper gebruikte niet zijn militaire autoriteit, hij vroeg rustig en zelfverzekerd: " Zijn jullie op zoek naar een veilige plaats, makkers ?"
Opgelucht bevestigde de tankcommandant dit. "Welnu", sprak de soldaat, "Zet je tank dan maar achter mijn rug, want hier staat een paratrooper van de 82ste Divisie, en hier gaat geen Nazi voorbijkomen !"

Het lijkt er inderdaad zeer sterk op dat hier een kwade intelligentie aan het werk is.

Als deze kwade intelligentie, deze kwade geest zich nu als doel gesteld had om de mens als vrij individu af te schaffen, om één uniforme materialistische mensheid te kunnen vormen, zou die dan niet dezelfde zaken aanbieden aan de mens die hij ooit aan Jezus Christus aanbood in de woestijn ?

"Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hogen berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt." (Mat. 4-8)
De huidige mensheid knielt op grote schaal voor de Mammon, de geest van de hebzucht.


Voor een kind is dat onbegrijpelijk. Een kind staat nog heel dicht bij de geestelijke wereld. Dat ziet men aan de vanzelfsprekendheid waarmee het begrippen als God, goed en kwaad, reïncarnatie enz. opneemt. Het vergt heel wat moeite en een doorgedreven indoctrinatie om van een kind een oermaterialist te maken, maar onze tijd heeft het er voor over. Lichamelijk wordt de ziel vast gekluisterd aan het lichaam door inentingen, minderwaardige voeding; geestelijk wordt ze vergiftigd door abstracte theorieën en afstompende schoolpraktijken.

Op het congres kwam dit alles uitgebreid aan bod. We grasduinen even door enkele referaten en werkgroepen.
Thema's die telkens terugkeerden waren : tijd en hechting.
Over de hechtingstheorie van John Bowlby sprak Peter Adriaenssens (zie verder), over tijd had bijna iedere spreker het:
David Grossman (U.S.A.):
Wat is de boodschap van TV met al zijn reclame ? "We need stuff !"
We kunnen niet leven als we geen dingen kunnen kopen, dus moeten we werken om het geld te verdienen. Daarom hebben we geen tijd voor onze kinderen.
Anna Tardos (Hongarije):
Wanneer wij met een kind te doen hebben, dan moeten wij in een ander, trager, tijdverloop stappen, alle haast achterwege laten en als het ware de lof der traagheid zingen.
Remo Largo (Zwitserland):
Het ontwikkelingstempo van het kind botst met de verwachtingen van de ouders en van de industrie. Laat de kinderen tijd - voor individuele ontwikkeling
- voor gemeenschappelijke ervaringen
- om er gewoon te zijn.
Bij een leerweg horen nu eenmaal omwegen, 'tijdverlies'. Denk aan Edward Young (1683-1765): "Time used is life, time waisted is existence."
Peter Adriaenssens (Belgie):
Verwees naar het werk van John Bowlby: kinderen moeten kunnen hechten. Hoe kan dat als de verzorger geen tijd maakt ?
Joan Almon (U.S.A.):
Hoorde een groepje kinderen in Maine afspreken:
- "Laat ons moedertje spelen met de poppen."
- "Nee hoor, mama's gaan altijd naar vergaderingen, laat ons liever baby-sitter spelen."
- "O.K."

Werkgroep 6: Laat de kinderen spelen

In werkgroep 6 over geweld zat lt.-kol. Dave Grossman samen met o.a. Fred Donaldson, de specialist in het spelen met kinderen, delinquenten en dieren. Deze twee mannen hebben dezelfde ideeën over wat slecht is voor kinderen. Voor de rest kan men zich geen twee meer verschillende persoonlijkheden voorstellen. Beide mannen hebben het kwaad in de ogen gekeken; de man met de militaire vooropleiding nam het zwaard op om het kwade te bestrijden; Fred Donaldson, houder van twee universitaire diploma's waarmee hij niets kon aanvangen, koos ervoor om zich persoonlijk te verbinden met de slachtoffers van het kwaad, vooraleer of zelfs wanneer ze al zelf handlangers van het kwaad waren geworden. Zijn aanpak is die van de zachtmoedigen "die de aarde zullen beërven" (Mat. 5-5).
Waar we in David Grossman een duidelijke Michaëlische impuls kunnen ontdekken, daar vinden we bij Fred Donaldson niet anders dan een echte Christus-impuls. David Grossman appelleert aan het hoofd, Fred Donaldson aan het hart. Wanneer men deze man hoort spreken, dan wordt men beschaamd dat men ooit zijn stem heeft verheven tegen een kind.

Fred Donaldson legde uit welke geesteshouding er ontwikkeld wordt door het spel, en die men ook nodig heeft om te kunnen spelen. Jaren heeft hij zelf gespeeld met kleuters en hij heeft naar eigen zeggen alles van hen geleerd wat hij nu weet omtrent spelen.
Het is een kwestie van volledig vertrouwen te hebben. In het spel is er geen sprake van 'survival of the fittest', van het overleven van de sterkste. In het spel ontwikkelen we moed, niet om doodsgevaar te trotseren, maar om het leven aan te gaan, om in interactie te treden met de wereld om ons heen, in de eerste plaats met mensen, maar ook met dieren.
Speelkameraden aanvaarden mekaar zoals ze zijn, met alle gebreken en kwaliteiten. Het spel heeft dus veel te maken met liefde. Het vermogen om te spelen is dus niet eenvoudigweg gegeven, het wil en kan geleerd worden. Als we kinderen kunnen leren moorden, dan kunnen we hen ook leren spelen. Daartoe moeten we opnieuw het vertrouwen in het leven herstellen wanneer dat door gewelddadige ervaringen (in beeld of in de praktijk) verstoord is. Het is een feit dat niet alle kinderen die veel TV kijken gewelddadig worden, maar betekent dat dat er met die op 't eerste zicht ongeschonden kinderen niets aan de hand is ? Verre van, zegt Fred Donaldson. Zij die niet gewelddadig worden, zijn zeer vaak angstig. Angst is endemisch geworden. Enkele symptomen:
- 1 kind op 5 tussen 8 en 12 jaar bedwatert,
- depressies bij kinderen nemen ieder jaar toe,
- luizenplagen: hebben niets met hygiëne te maken. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak verschenen de luizen, lang voordat de zeep gerantsoeneerd werd. Angst bekruipt ons letterlijk in de vorm van luizen.
Zielsmatig zijn de meeste kinderen verkrampt. Ze hebben een houding van zelfbescherming, van zelfverdediging ontwikkeld t.o.v. een wereld die ze als vijandig ervaren. Daarom kunnen ze zo moeilijk nog spelen, er wordt meer gepest dan gespeeld. Niet leuk voor de gepeste, maar ook niet voor de pester.
Weg dus met geweld in de media, weg met leerdruk in de kleuterklas, weg met de consumptiedruk van de reclamespotjes.

Fred Donaldson kan als levend voorbeeld dienen, als ideaal voor iedere opvoeder. Hij heeft zo'n vertrouwen ontwikkeld, zo'n kwetsbaarheid, zo'n non-agressiviteit, zo'n liefde eigenlijk, dat hij in staat is om een band te creëren met ieder wezen, hoezeer dat wezen ook gevangen zit in zijn eigen onbekwaamheden, karakterieel (delinquent), mentaal (geestesgestoord), lichamelijk (terminale patiënten). Twee voorbeelden.
In Zuid-Afrika wordt veel gestroopt. Olifanten worden geschoten voor de slagtanden. Kleintjes blijven verweesd achter. De mannetjes groeien door deze traumatische ervaring op tot gewelddadige enkelingen die alle dieren aanvallen en doden die hun pad kruisen. Terwijl een olifant van nature een vreedzaam groepsdier is. Het is zo erg geworden dat men olifantenwezen nu vangt en in gevangenschap houdt, men durft ze niet meer in de wildparken loslaten. Fred Donaldson werd geroepen om deze dieren terug te leren sociaal zijn. Hij deed dat door met hen te gaan spelen. Hij schonk vertrouwen en oogstte vertrouwen, door het spel ontwikkelden de sociale vaardigheden van deze ongelukkige dieren, en na verloop van tijd konden ze terug een kudde vervoegen.
Hoe krijg je een depressieve leeuwin uit haar apathie ?
Fred ging de omheining binnen waar dit dier lusteloos lag te kijken. Hij keek haar aan en dook weg alsof hij wou ontsnappen. De leeuwin bekeek hem, 'begreep' ze hem ? Ze kwam recht, stapte naar hem toe. Fred beschrijft hoe zijn tijdsbesef opeens veranderde, voor hij het wist zat een kat van 250 kg boven op hem. Ze was op hem geland, zo zacht als de ochtenddauw, zegt hij. Hij constateerde dat haar nagels ingetrokken waren, dat hij zelfs haar poot kon verplaatsen. Ze nam zijn hoofd tussen haar kaken, juist onder de schedel, hij voelde haar tanden. Ze liet hem terug los, zonder een schrammetje. Al die tijd had hij het vaste vertrouwen dat ze hem niets zou doen !

Volgens Fred Donaldson bestaat er zoiets als de 'play-look', de speelblik, een manier van aankijken waardoor de ander weet dat het om een spel gaat. Deze blik zegt: ik ben O.K., jij bent O.K., ik weet hoe het eigenlijk hoort, maar deze keer wijken wij daarvan af. Een kind van twintig maanden kan je zo aankijken als je zijn luier wil veranderen. Voordat de nieuwe luier vastgemaakt is, draait en keert het en probeert weg te kruipen op het verzorgingskussen. Het speelt het ongehoorzame kind en verwacht dat jij de boze ouder speelt ("Kom hier zeg ik je !" - geschater en poging tot ontsnappen ... )

*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*

.

Ahriman en de Apocalyps


Het is weerom niet toevallig dat Dave Grossman zijn voordracht afsloot met een beeld dat we gerust een Michaëlsimaginatie kunnen noemen. En dat hij de problematiek van geweld en media daarmee plaatst in een ruimer perspectief: die van de strijd van het goede tegen het kwade, of liever dé kwade. Het jaar 1998 is voorbijgegaan en schijnbaar is de Antichrist nog nergens te bespeuren, maar we zien hoe hij reeds een groot deel van de mensheid in zijn macht houdt, misschien wel al een derde van de mensheid ... en daarmee komen we in de buurt van het Apokalyptisch verhaal.

Daarover laten we nu iemand aan het woord die de meesten onder u kennen als een figuur uit de modewereld: Paco Rabanne. In 1991 verscheen een boek van hem waarin hij het heeft over zijn jeugd, zijn ervaringen op occult gebied, zijn vorige levens enz. Veel van wat hij vertelt is volledig in overeenstemming met wat de geesteswetenschap heeft bekend gemaakt. Nochtans schijnt hij niets te weten van antroposofie, noch van Rudolf Steiner. Daarom is het ook een zeer interessant boek. We drukken een fragment af dat aansluit bij de ideeën van Dave Grossman.

" En als er achter die schijnbare grote diversiteit van deze uiteengevallen wereld nu eens een unieke figuur schuilging ? Valt er geen onverbiddelijke logica waar te nemen in de actuele evolutie ?
Ik begon dat voor het eerst in 1965 te vermoeden toen ik naar de Verenigde Staten ging, omdat ik uitgenodigd was om deel te nemen aan de show van Ed Sullivan, in die tijd het beroemdste programma van het televisiekanaal CBS. Terwijl ik over Broadway liep, stond ik plotseling als aan de grond genageld toen ik op de gevel van een enorme wolkenkrabber in helderblauwe koeieletters het getal 666 ontdekte.
Meteen schoten de woorden van de Openbaring van de heilige Johannes in gedachten:

Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (Hoofdstuk 13-v.18)
Het Beest van de Apocalyps, uit de Afgrond verrezen om 'strijd te voeren tegen de heiligen' en om over 'ieder ras, volk, taal of natie te regeren'!
Enigszins van mijn stuk gebracht, vroeg ik aan mijn gids wat die inscriptie betekende.

"Wat ? Weet u dat niet ?" antwoordde hij verbaasd. "Dat is de kortegolffrequentie van de eerste radio-uitzending ter wereld."
Ik was met stomheid geslagen. Zo deed zich aan mij de verklaring of liever gezegd een van de talloze verklaringen voor van het cijfer 666.
De stem van het Beest, verrezen uit de Afgrond, zou dat niet die van de andere kant van de Atlantische Oceaan afkomstige radio zijn die overal zijn web spint en overal ter wereld de liedjes verspreidt van die idolen, wier holle songs hysterie oproepen ?
De hedendaagse jongeren lopen maar wat te zweven, niet in staat een ogenblik van rust en bezinning te vinden. Het is onmogelijk voor hen geworden zich met God te verbinden door meditatie. Ze haasten zich naar oorverdovende concerten waar valse idolen hen magnetiseren met rode en groene lichten, de kleuren van de duivel.
Electrische geluidsgolven zouden dus het propagandamiddel van de duivel zijn.
Radio-, maar ook televisiefrequenties ... Heeft de Heilige Johannes ons niet al gewaarschuwd ?

En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde ... En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden ... En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet neerdalen op de aarde ... En het verleidt hen, die op aarde wonen, wegens tekenen, die hem gegeven zijn te doen ... En hem werd gegeven om aan het teken van het beest een geest te schenken zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken dat allen die het teken van het beest niet aanbaden, gedood werden. (Hoofdstuk 13)

'Het beeld van het beest een geest te schenken ...' Daarmee wordt duidelijk de televisie bedoeld waarvoor de mensen verscheidene uren per dag moedeloos teneerzitten, gehypnotiseerd door die bewegende beelden die over de hele wereld hun gewelddadige feuilletons, hun vreselijk monotone variété-uitzendingen, hun stomme spelletjesprogramma's verbreiden. Nu de reclame overal doorgedrongen is, is het nutteloos geworden om, teneinde het gedrag van de kijkers te beïnvloeden, zijn toevlucht te nemen tot die beroemde onderbewuste beelden -beelden die men ongemerkt in een programma laat glijden, die niet met het oog waarneembaar zijn, maar door de hersens geregistreerd worden. Maar het gevaar blijft en wie weet voor welke doeleinden het procédé gebruikt zou kunnen worden !
Terwijl we ernaar zouden moeten streven door de schijn heen te kijken, hebben wij zelf nog een extra sluier van Isis gecreëerd, die ons nog meer van de werkelijkheid afsnijdt door waarheid en fictie te verwarren. Het rijk van illusies ... Die grote televisie'filosofie', is dat tenslotte niet het vermaak, het entertainment, het vermaak van Pascal dat het 'nadenken over zichzelf' belet ?

'En het oefent al de macht van het beest voor diens ogen uit ...'
Dankzij satellieten die de boodschappen opvangen en weer distribueren, bedekken televisie en radio de hele planeet met een uitgebreid communicatienetwerk waaraan niemand kan ontsnappen.
Televisie, de grote manipulator van het geweten, is het propaganda-instrument bij uitstek geworden - maar is hij dat niet altijd al geweest ? De Golfoorlog, met de controle en de trucage toegepast op de media, heeft ons dat nog onlangs bewezen.
Bovendien is er geen doeltreffender bewakingsmiddel dan de televisie. In de metro, op straat en op het werk worden wij steeds meer bespied door indiscrete camera's. Men hoort nog slechts praten over telebewaking, teleconferentie, video, teleconsultatie enz.
Zoals Georges Bernanos al opmerkte, kunnen we niet meer over 'beschaving' spreken, maar over 'systeem'. Want tussen al die communicatienetwerken, die stromen informatiegegevens, is de wereld een gevaarlijk bewijs aan het leveren:
de cultuur is aan 't verdwijnen en moet wijken voor een superplanningssysteem. De televisie, die overgenomen is door enquête-instituten, kan inderdaad onze smaak ontcijferen, zij kent onze behoeften of creëert ze voor ons zodat we ons beter kunnen verliezen in de verrukkingen van de consumptiemaatschappij. Men heeft kunnen berekenen dat een kind zo'n vierduizend reclameboodschappen per jaar te verwerken krijgt !

De sciencefictionscenario's van vroeger zijn bezig werkelijkheid te worden. De beheersing van de communicatienetwerken leidt tot een steriel totalitarisme.
Steeds meer wordt de mens slechts een radertje. De ontwikkeling van de computer heeft ons allemaal in een nummer veranderd. Ons vrijgeleide in het leven is een kaart met een electronische chip die het ons mogelijk maakt te eten, benzine te tanken, een vliegtuigbiljet te kopen enz. Al die informatie wordt door de banken opgeslagen, de gegevens worden bestudeerd en zo is bekend wat voor leven wij leiden, hoeveel wij verdienen en wat wij met ons geld doen.

Onder het voorwendsel de veiligheid te bevorderen, worden tegenwoordig electronische identiteitskaarten bestudeerd die, verbonden met een centrale computer, allerlei persoonlijke informatie kunnen verschaffen. Sommigen dromen er zelfs van om electronische chips in de huid te plaatsen. Laten wij de Openbaring van de Heilige Johannes weer ter hand nemen:

En het maakt dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijen en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft. (Hoofdstuk 13)

U moet mij niet verkeerd begrijpen. Ik wil niet voor een reactionaire prediker doorgaan. Ik wil absoluut niet opnieuw de technologische verworvenheden ter discussie stellen waarvan ik met genoegen, op mijn manier, heb gebruik gemaakt in mijn kledingcollecties. De wonderen van de wetenschap hebben ons een kennis bijgebracht, een bewegingsvrijheid waarover onze voorouders niet beschikten.
Maar dat houdt niet in dat wij niet moeten opletten hoe die 'vooruitgang' toegepast wordt. Het is het negatieve gebruik van die uitvindingen dat gevaar oplevert. En is het Beest niet des te gevaarlijker omdat het verleidelijk is ?
Zou de Apocalyps al begonnen zijn ? Te oordelen naar het toenemend aantal verontrustende tekens die wij de revue hebben laten passeren, kan men zich dat terecht afvragen. Maar alvorens verder te gaan met de opsomming van de ingrijpende veranderingen die ons te wachten staan, wil ik de lezer er nogmaals op wijzen dat apocalyps niet betekent 'totale vernietiging van de wereld' zoals velen denken, maar 'openbaring'. Openbaring van de oorsprong, van het goddelijk licht. Maar die openbaring zal niet zachtzinnig plaatsvinden en niet allen zullen gespaard worden. Vreselijke dingen staan te gebeuren en gebeuren al ... De tovenaarsleerling die zijn goddelijke talenten wilde uitproberen, heeft ten slotte een atoomarsenaal gecreëerd waarmee hij de hele Aarde, of het nu door oorlog of door vervuiling is, zou kunnen vernietigen. In het boek van de Heilige Johannes, na de opening van het zevende zegel, blazen de zeven Engelen de bazuin om het dreigende laatste oordeel aan te kondigen. Als de derde Engel op de bazuin blaast wordt gezegd:

En er viel een grote ster, brandend als een fakkel, uit de hemel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen der wateren. En de naam der ster wordt genoemd Alsem. En het derde deel van de wateren werd alsem en vele van de mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was. (Hoofdstuk 8)

Onmiddellijk wordt er gedacht aan de enorme technologische risico's, chemische of radioactieve vervuiling. Maar heel weinig mensen weten dat die alsem waarover de Heilige Johannes spreekt, in het Oekraïens vertaald wordt door een naam die zich over de hele wereld als een lopend vuurtje verspreid heeft: Tsjernobyl !
Tsjernobyl, die Russische kerncentrale die de grootste nucleaire ramp aller tijden heeft veroorzaakt, waarvan de radioactieve neerslag duizenden kilometers in het rond gesignaleerd is. Dat zullen zelfs de meest ongelovigen op z'n minst een verontrustende coïncidentie vinden ..."


[ ... ]



*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*

Het congres - vervolg


Werkgroep 1: De rechten van het kind

Nog niet zo lang geleden werden zeventigduizend Vlaamse kinderen bevraagd door het Kinderrechtencommissariaat over wat ze belangrijk vinden. Jan de Zutter in De Morgen van 25 oktober 2000:
" De uitslag is even voorspelbaar als schrijnend. Kinderen willen -in die volgorde- meer speelruimte, veiligere straten en meer plekken om rond te hangen. Voorspelbaar, omdat alle onderzoeken die de laatste twee decennia zijn gebeurd dat resultaat geven, schrijnend omdat er niets aan wordt gedaan."
David Grossman citeerde in zijn voordracht de Surgeon-General. Op het eind van een hoorzitting rond de invloed van geweld in de media werd hem gevraagd of hij niet een studie kon laten maken om dit fenomeen te onderzoeken. "Natuurlijk kan ik een studie laten maken ", zei hij, "maar waarom doet men niet eerst iets met de studie die ik in 1972 liet uitvoeren. We don't need research, we need action."
Het is een welbekend verschijnsel. Wanneer men een probleem waarvan de oorzaken voldoende bekend zijn, niet wíl oplossen, dan laat men er (nog eens) een studie over maken. Daarmee wordt de publieke opinie gepaaid, terwijl de mistoestanden gewoon blijven verder bestaan.
Soms vraagt men zich af of het met conferenties en verdragen niet ook zo gesteld is.
We kennen allemaal de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Op papier ziet het er allemaal zeer mooi uit, maar hoe kan men ooit die goedbedoelde intenties in de praktijk omzetten zolang inkomen beschouwd wordt als een economisch gegeven, terwijl dat eigenlijk een recht is dat los moet staan van economie.
Hoe kan iemand menswaardig leven als zijn inkomen afhangt van zijn werk, dat dan weer afhangt van de vrije markteconomie, van de vraag naar (goedkope) arbeid ? Zonder driegeleding zijn die mooie beginselen onuitvoerbaar. Hetzelfde geldt o.i. voor de rechten van het kind.

Op 20 november 1989 werd het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen. Op 2 september 1990 trad het effectief in werking nadat het vereist aantal landen (20) het verdrag had geratificeerd. Op dit ogenblik hebben enkel de Verenigde Staten en Somalië het verdrag niet ondertekend.
Over dit verdrag sprak Dr. Jan Willems in positieve zin. Het is natuurlijk een stap in de goede richting wanneer deze rechten ook formeel erkend worden, wanneer het kind eindelijk beschouwd wordt als een mens in plaats van als een voorwerp dat exclusief eigendom is van de ouders. De opvattingen over wie bepaalt wat goed is voor een kind veranderen met de tijd en verschillen van cultuur tot cultuur. Dat is ook zo met regeringsvormen. In een moderne grondwet staat de scheiding der machten ingeschreven. Volgens Jan Willems zou dat ook het geval moeten zijn met de 'trias pedagogica': de driehoek die gevormd wordt door

kind
ouders
overheid

In het verleden waren de ouders zo goed als alleenheersers over het lot van hun kinderen. Tegenwoordig hebben ze invloed en macht moeten afstaan aan de kinderen zelf en aan de overheid.
We bekijken even de drie partijen.

1) Overheid
De overheid is indertijd tussengekomen met de wetten op kinderarbeid en de leerplicht resp. schoolplicht. In 1900 had een vierde van de Londense kinderen tussen 5 en 13 een betaald werk. De overheid heeft dat gereglementeerd, niet uit bekommernis om de kinderen, maar omdat ze vaststelde dat jonge mannen ten gevolge van de zware lichamelijke arbeid in hun jeugd niet meer de minimumlengte bereikten om in het leger te kunnen ingelijfd worden. Anderzijds had de industrie te lijden onder het 'onverantwoordelijk' gedrag van de arbeiders; 's zondags drinken en dan op maandag niet kunnen of willen werken, om maar een zaak te noemen. De school werd het instrument bij uitstek om kinderen van kleinsaf burgerlijke deugden als discipline, volgzaamheid, vlijt enz. bij te brengen, aldus Sally Jenkinson (blz. 38 in 'The Future of Childhood').
De overheid mag met recht en rede gewantrouwd worden. De staat heeft zijn eigen doelstellingen. Als een van de eindtermen stelt dat men kinderen moet leren dat België een democratie is, dan mogen we spreken van regelrechte indoctrinatie. Michaela Glöckler wees in haar voordracht op een mogelijk gevaar van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. In art. 24 wordt gesteld dat de staten die partij zijn de passende maatregelen nemen om baby- en kindersterfte te verminderen en om traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen. Met dit artikel kan men eigenlijk de reguliere geneeskunde als norm stellen, inentingen verplicht maken en wie weet zelfs antroposofische en andere zgz. alternatieve geneeswijzen verbieden.

2) Ouders
Voor de meeste ouders zijn de waarden en gebruiken waarmee zijzelf opgegroeid zijn dé norm geworden waarmee ze zelf hun kinderen willen opvoeden. Verkeerde attitudes werden en worden aldus van generatie op generatie doorgegeven (transisme). Wie autoritair opgevoed is, zal de neiging vertonen om zijn eigen kinderen ook autoritair op te voeden.

Hierboven ziet u een strip die indertijd zeer populair was. Toen die ongeveer veertig jaar geleden in de krant verscheen, keek niemand daarvan op. Hoe Piet Fluwijn omging met Bolleke was zeer herkenbaar voor tijdgenoten: "Wie zijn kinderen liefheeft spaart de roede niet ..."

Weinig kinderen in het Westen maken nu nog mee wat voor de generatie van Bolleke vanzelfsprekend was. En wat Bolleke moest verduren was maar een peulschil vergeleken met wat een Russische jongen nog op het einde van de 19de eeuw moest verduren. Maxim Gorki, de bekende Russische schrijver, vertelt in zijn autobiografie dat hij als kind de taak had om in het huishouden de samovar te voorzien van kolen en water en thee. Op een keer vergat hij het water bij te vullen, de samovar werd zo heet dat het kraantje eraf smolt. Zijn grootvader ranselde hem af met een twijg:
"Grootvader sloeg net zo lang door tot ik mijn bewustzijn verloor en een paar dagen lang lag ik ziek op mijn buik op een breed warm bed. De dagen dat ik ziek was, waren bepalend voor mijn verdere leven. In die tijd moet ik veel rijper geworden zijn en iets bijzonders doorgemaakt hebben. Sindsdien kreeg ik een rusteloze aandacht voor mensen en het was net of er een vel van mijn hart getrokken was, zo overgevoelig was het geworden voor alle krenkingen en leed die mijzelf en anderen aangedaan werden."
Zijn grootvader kwam hem bezoeken en had snoep en lekkers mee:
"Het is toen wat uit de hand gelopen, mijn jongen. Ik was razend van woede; je had me gebeten en gekrabd, nou, en toen ben ik ook kwaad geworden ! Maar het is geen ramp dat je wat te veel van het goede hebt gekregen, daar word je groot van ! Onthoud goed: als iemand van je eigen mensen, van je eigen familie, je slaat, dan wil hij je geen kwaad doen maar je wat leren ! Een vreemde mag je dat niet toestaan, maar iemand van je eigen mensen - dat geeft niks ! Dacht je dat ze mij niet geslagen hadden ? Mij hebben ze hard geslagen, zoiets maak je zelfs in een nachtmerrie niet mee. Ik heb zo veel te verduren gehad dat de Here God zelf, als hij het gezien had, gehuild zou hebben ! En wat was het resultaat ? Dat ik, een wees, zoon van een bedelares, nu opgeklommen ben tot deze positie: gildemeester, baas over anderen."

Dat was tot voor kort de gangbare mening.

3) Kinderen
Na Auschwitz is het geloof in discipline en autoriteit serieus aangetast. Er werd een verband gelegd tussen autoritaire opvoeding en het blindelings uitvoeren van diabolische bevelen. Toch duurde het nog tot de jaren zestig vooraleer alternatieve onderwijsmethodes doorbraken. En pas in 1989 werd het Verdrag over de Rechten van het Kind In New-York aangenomen.
Maar er is nog een lange weg af te leggen. Uit de Financieel-Economische Tijd van 21 november 2000:

Kinderrechtencommissariaat hamert op uitwerking participatierechten

Meldingen van kinderen gaan vooral over inspraak

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind is een mooi document, maar toch blijft de toepassing ervan problematisch. Vooral inzake participatierechten is er een inhaalbeweging nodig. Dat stelde de Vlaamse kinderrechtencommissaris, Ankie Vandekerckhove, maandag bij de voorstelling van het tweede jaarverslag van haar dienst. Ze hamerde op de uitwerking van de rechtspositie van minderjarigen in ons land en de nood aan een samenhangend beleid van de Vlaamse en federale overheden.

Het kinderrechtencommissariaat fungeert als ombudsdienst, adviesorgaan voor de overheid, onderzoekscentrum en informatie- en sensibiliseringsorgaan. Het jaarverslag, dat de periode van 1 oktober 1999 tot 30 september 2000 beslaat, werd dan ook een lijvig document van 190 paginas.

In de beschreven tijdsspanne kreeg het commissariaat 878 meldingen. Het merendeel ervan waren vragen om informatie (70 procent). Een kwart waren klachten, de overige 5 procent suggesties. De meldingen die van kinderen zelf kwamen - ongeveer een kwart -, gingen vooral over hun participatierechten. Volwassenen die met de ombudsdienst contact opnamen, hadden het vooral over de beschermingsrechten van kinderen. Na de algemene informatieve vragen over kinderrechten en over de werking van het commissariaat (44 procent), is het gezin het tweede belangrijkste thema (26 procent). De helft van de meldingen over gezinsproblemen ging over scheidingen, zei Vandekerckhove. Daaruit blijkt hoe moeilijk kinderen het hebben om gehoord te worden bij de gerechtsprocedures die samenhangen met de scheiding van hun ouders. Ze klagen over het gebrek aan spreekrecht voor de rechtbank en over de uitvoering van het omgangsrecht. Onderwijs neemt 7,3 procent van de meldingen voor zn rekening. Drie vierde ervan gaat over problemen als pesten, te veel huiswerk, bestraffing zonder verweermogelijkheden en gebrek aan inspraak.

Ook dit wijst op een nog onvolledige erkenning van de minderjarige als mondige rechtspersoon, verklaarde de commissaris. De toegang tot het onderwijs blijkt in de praktijk eveneens niet altijd gegarandeerd. Zeven aanmeldingen, die betrekking hadden op 200 leerlingen, gingen over de weigering van scholen om leerlingen in te schrijven. Het commissariaat heeft de bevoegdheid om klachten te onderzoeken; het onderzoek kan leiden tot een bemiddeling, een advies of een afwijzing als de klacht ongegrond blijkt te zijn. Vaak krijgt een probleem wel een oplossing, maar niet dé oplossing, blijkt uit het relaas van Vandekerckhove. Een kind dat door een leerkracht gepest wordt, bijvoorbeeld, verandert van klas. Maar de vastbenoemde, goed beschermde leerkracht blijft of wordt hoogstens gemuteerd naar een andere school. De Vlaamse minster van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten, stelde in een reactie op het rapport dat zij werkt aan een participatiedecreet en een decreet waarin de rechtspositie van leerlingen wordt uitgetekend. Ze verwacht dat eind 2001 beide decreten door het Vlaams parlement zullen goedgekeurd zijn.

Het jaarverslag is te vinden op de gloednieuwe website www.kinderrechtencommissariaat.be of kan opgevraagd worden op het nummer 02.552.98.07.

Peter Adriaenssens wees erop dat een gemeentebestuur bij het plannen van een woonwijk zorgt voor een goede aansluiting op het wegennet zodat de ouders vlug op hun werk kunnen geraken. Of het een gezellige wijk wordt, dat is bijkomstig. Kinderen moeten nog altijd wijken voor het gemak van de volwassenen.

Werkgroep 5: Als kind zijn we van nature sociaal, de school leert het ons af.

Niet alleen door het verborgen leerplan. Als wij bvb. werken met een puntensysteem dan is het verborgen leerdoel: 'Zorg ervoor dat je zoveel mogelijk punten vergaart; leren doe je voor punten, niet uit interesse. De beste is wie het meest punten heeft, dus: deel je kennis zeker niet met anderen, anders hebben ze evenveel of zelfs meer punten dan jij". Dat staat natuurlijk nergens expliciet in een leerplan, maar kinderen ontvangen deze boodschap allen door de gebruikte methode.
Mary Jane Drummond maakte de deelnemers aan werkgroep 5 bewust van hun aangeleerde asocialiteit op de volgende manier.
Ze vroeg dat iedereen met zijn buurvrouw/man zou uitwisselen met welke vraag hij of zij naar deze werkgroep gekomen was. Na tien minuten vroeg ze dat iedereen niet zijn eigen vraag zou stellen, maar dat hij de vraag zou formuleren die bij zijn buur geklonken had. Stilte ... Iedereen moest inzien dat hij niet echt geluisterd had naar zijn medemens !
Later vroeg ze om eens de namen op te schrijven van een groep mensen die we kenden. Ikzelf dacht aan de leden van onze leesgroep in Aalst en schreef op:
- Lieve
- Frans
- Jan
- Lizette
- Linda
- Nadine
- Maria
- Ann
- Ingrid
- Ilse
Dan vertelde Mw. Drummond over het groepje 6/7-jarigen die samen een taak hadden verricht; ze had aan een van hen gevraagd om op te schrijven wie er meegewerkt had aan die opdracht. De opsomming zag er zo uit: Lisa en Tom en Helen en John en Kate en ... tot er dertien namen stonden. Dertien namen en twaalf keer 'en'. Het was dus geen opsomming van mensen als producten op een boodschappenlijstje.
Op hun manier benadrukten de kinderen hun solidariteit. In de loop van hun schooltijd zal hun wel ingeprent worden dat er elf keer 'en' te veel stond, dat het zo niet hoort. En zo wordt ook, samen met spraakkunst, een bepaalde boodschap meegegeven

Werkgroep 14: Niet het kind aanpassen aan de school, maar de school aan het kind.

Steeds meer kinderen kunnen zich niet meer concentreren op het schoolonderricht. Gaan we dan het onderwijs aanpassen aan deze kinderen ? Nee, natuurlijk niet, we gaan die kinderen eventjes aanpassen met behulp van de scheikunde. Sally Jenkinson in 'The Future of Childhood', blz. 42:
"Er zijn sterke aanwijzingen dat miljoenen kinderen in de V.S. sterke psychotropische medicamenten toegediend krijgen om hun gedrag aan te passen. Dat gebeurt routinematig, zonder medische aanwijzingen. Daarbij is hun gedrag niet echt afwijkend, het is een normaal gedrag voor kinderen die in opvangcentra moeten zitten wachten tot de lange werkdag van hun ouders voorbij is."

De Morgen van 8 maart 2000 :

Rilatine, de nieuwe partydrug?

Vanuit Amerika en Nederland komen alarmerende berichten over Ritalin, bij ons op de markt onder de naam Rilatine. Scholieren hebben blijkbaar ontdekt dat het effect van het medicijn sterk gelijkt op dat van cocaïne. Uit verschillende scholen komt het bericht dat kinderen hun medicijn verhandelen op de speelplaats. De 'dealers' zijn leerlingen die het geneesmiddel op doktersvoorschrift hebben gekregen, maar het liever verhandelen en zo een cent bijverdienen. Om het effect te vergroten, wordt Ritalin op dezelfde manier ingenomen als cocaïne: de pillen verpulveren tot poeder en dat dan opsnuiven. Op internet zijn ook al berichten verschenen, waarin studenten de kick van het snuiven van het poeder beschrijven.

Uit recente cijfers van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency (DEA) blijkt dat op sommige Amerikaanse scholen 20 tot 30 procent van de scholieren aan de Ritalin zit. Ook in Nederland is het probleem reëel. Nederlandse kinderartsen menen dat de problemen te wijten zijn aan het ten onrechte voorschrijven van het medicijn. "Het is een groot misverstand dat kinderen die een beetje drukker zijn dan anderen aan ADHD lijden. Het gaat meestal om volstrekt gezonde kinderen. Er is hier volgens mij eerder sprake van een nieuw modeverschijnsel," reageert professor J. Kimpen, hoofd van het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis in de Nederlandse krant De Telegraaf.

Of Rilatine ook op onze speelplaatsen wordt verhandeld, is niet helemaal duidelijk. UIA-hoogleraar Paul Schepens heeft er in elk geval nog niet van gehoord. "Ik wist niet eens dat het medicijn nog bestond. Het gaat hier om een oud product dat blijkbaar weer op de markt gebracht werd onder een nieuwe naam. Dat het product de nieuwe partydrug zou zijn, moet ik dan ook ten stelligste ontkennen." Mocht het toch die richting uitgaan, dan is onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk, vindt Schepens. "Het gaat hier niet zomaar om een onschuldig pilletje, maar om een krachtige drug. Een echte amfetamine die het centrale zenuwstelsel stimuleert en bij verkeerd of overmatig gebruik tot verslaving, gewelddadig gedrag en psychoses kan leiden."

Iedere generatie wil het leven aanpakken op zijn manier. Als we goede opvoeders willen zijn zouden we moeten achterhalen wat het precies is wat de nieuwe generatie, dus ieder jong kind, wil. Het is weinig waarschijnlijk dat jonge mensen kiezen voor een wereld van sociale onrechtvaardigheid, competitie, ziekelijke consumptie, verkwisting. Toch lijkt het schoolsysteem erop gericht om aangepaste consumenten te kweken. Men bereikt een hogere plaats in de maatschappelijke hiërarchie pas wanneer men bewezen heeft dat men bovengenoemde 'waarden' voldoende geïnterioriseerd heeft. Test een examen werkelijk een kennisniveau ? Welke volwassene zou onvoorbereid zijn laatstejaarsexamen van de middelbare school nog kunnen afleggen ? Examens zijn disciplinetesten. Om te zien of je bereid bent werk te verrichten waarvan de zin je totaal ontgaat. Eerlijke leerkrachten hebben dat door en durven het toegeven. Karel Jonckheere bvb.

Mislukte opdracht

Oud-leerlingen vol overmoed,
van wie geen derde mij nog groet,
ik werd betaald om u te leren
dat men zijn meesters moet vereren.
Mijn waar heb ik dus slecht verkocht
of uw gemoed maar half bewrocht.
Gedoogt dat ik u wroegend groet,
als gij mij op uw weg ontmoet.

Wendy Scott (werkgroep 14) schrijft het volgende in haar bijdrage (blz. 18 in 'The Future of Childhood') om te illustreren hoe het denkvermogen van kinderen onderschat wordt:
"Margaret Donaldson (1978) legt uit hoe kleine kinderen blijk geven van een gesofistikeerd niveau van begrijpen wanneer ze de context van complexe vragen doorzien. Ze onderstreept dat volwassenen er zeker moeten van zijn dat het kader waarbinnen ze een leermoment aanbieden door het kind begrepen en aanvaard wordt. Dikwijls geven kinderen te kennen dat er logica ontbreekt in bepaalde uitgangspunten en strategieën.
Sonnyboy was al vijf jaar oud maar hij had nog niet geleerd dat een van de eerste vereisten om een leerling te zijn is: Stil zijn en luisteren.
Hij vroeg aan de leerkracht:" Waarom blijf jij al die vragen stellen aan de kinderen als je toch al de antwoorden weet ? Zoals, euh, welke kleur heeft dit voorwerp ? Je ziet toch zelf wel dat het rood is ... waarom vraag je dat dan aan ons ?"
Het veelvuldig gebruik van de vragende vorm creëert een nep-interactie die de bevraagde eigenlijk als bedreigend ervaart.
Wat tegenwoordig aan de orde is zijn authentieke discussies over zaken die zowel volwassenen als kinderen echt interesseren; hou op met dat steriele vragen stellen om te controleren of de kinderen de antwoorden al kennen die volwassenen willen dat de kinderen ze weten.
Dat de meeste kinderen op die onnozele vragen blijven antwoorden is gewoon omdat zij vermoeden dat ze de volwassenen daarmee een plezier doen.
Kinderen doen volwassenen graag een plezier. Wanneer die lullige methodes jarenlang volgehouden worden, moeten we dan verwonderd zijn dat de kinderen het opgeven en rebels worden ? Het is een wonder dat ze nog zo braaf zijn !

De bekende regisseur Elia Kazan schrijft in zijn autobiografie ( A Life, blz. 46):

" Ik begon het schoolsysteem in vraag te stellen, het systeem dat een kind aan een stoel nagelt wanneer het zes jaar is, dat inschikkelijkheid en gehoorzaamheid eist, dat hem onderdanig maakt, daar een gewoonte van maakt, dat het kind temt zodat het zich onderwerpt aan de uitingen van autoriteit -zijn leermeesters- en nooit de oordelen van bovenaf in vraag stelt; zodat het gaat geloven dat vooruitgang erin bestaat om te geloven wat de leraars geloven; zodat het in staat is om, wanneer men het hem vraagt, te herhalen wat hem is voorgezegd.

Ik veronderstel dat ik toen enkele zaken geleerd heb die ik nu volledig vergeten ben: een beetje Latijn, Grieks, algebra, fysica, economie, geschiedenis van Renaissance-schilderkunst, geschiedenis van Amerika, Amerikaanse politiek, astronomie, en de bronnen van Coleridge's "Ancient Mariner" en T.S. Elliot's "Waste Land".

Allemaal zaken die voor mij generlei waarde hebben gehad. De universiteit en het werk in de klassen hadden me niet bijgebracht wat ik het meest nodig had, namelijk het vermogen om mijn eigen weg te vinden in mijn eigen richting in een wereld waarvan ik al vervreemd was. Dat zou mij pas toegelaten hebben om te genieten van de onafhankelijkheid die ik zo naar waarde had leren schatten. Na vier jaar had ik geen enkele blijvende interesse ontwikkeld voor de vakken die ik had moeten studeren.

Praktisch gezien moest ik opnieuw opgevoed worden om iets te leren dat voor mij van nut was, zoals mijn vader al zei: iets nuttigs. Want als ik dat niet deed dan zou ik al spoedig in een situatie terecht komen waarin ik mijn tijd en energie en het greintje talent dat ik bezat moest verkopen om de rekeningen te kunnen betalen."


Werkgroep 19: Verslaving

Op dit ogenblik kunnen we de kinderen niet meer weghouden van verdovende middelen, ze komen er onvermijdelijk mee in contact. Wat we wel kunnen doen is zorgen dat een eventuele omgang met die middelen niet tot verslaving leidt.
Daar ging het over in werkgroep 19. Felicitas Vogt definieerde verslaving als volgt: een toenemend dwangmatig proces van uiterlijke stimulansen om zonder innerlijke inspanning leegheid en conflict te vervangen door plezier.
Vele verslaafden zijn niet goed geworteld in het leven. Dat kan verschillende oorzaken hebben.

1) De verhouding tot het eigen fysiek lichaam kan verstoord zijn door
- te veel inentingen ( op dit ogenblik in Duitsland al 20 tot 25)
- voeding zonder waarde (de Europese Unie erkent dit probleem wanneer ze fabrikanten verplicht om kunstmatige vitamines toe te voegen aan bvb. babyvoeding)
- gebrek aan beweging (auto, openbaar vervoer, TV-kijken)
- leven in een virtuele mediawereld.

2) Kinderen wortelen vast in het leven door een gezonde gezinscultuur. Maar we stellen vast dat er geen tijd meer beschikbaar is om daaraan te werken (vgl. de cijfers op blz. 4: ouders besteden slechts 5 à 6 minuten per dag aan zinvolle conversatie). Onderzoek wijst uit wat de kinderen 's morgens het vaakst horen:
"Schiet op !"

We geven de kinderen geen tijd omdat we zelf geen tijd hebben. Ook niet om conflicten op te lossen. Een medemens (partner) doet dingen die ons niet bevallen: zap, weg ermee, we verbreken het contact. "Krijg ik je speeltje ?" - "Nee." - "Dan ben je mijn vriendje niet meer !"
3) Voor een kind is het verbreken van een hechtingsband traumatiserend. Vele verslaafden hebben zo'n ervaring niet kunnen verwerken. Wat houdt hen gevangen in de verslaving ? Het feit dat ze eindelijk behoren tot een groep waar ze niet bekritiseerd worden. Ze beleven gevoelens die normalerwijze een kind in zijn kindertijd moet beleven: geen spanning, iedereen houdt van mij, ik ben O.K.

4) Dikwijls gaat depressie vooraf aan verslaving.
Marilyn Benoit, kinderpsychiater in Washington D.C., vertelt over twee hardwerkende, goedverdienende ouders die met hun kind bij haar komen omdat het depressief is. Na het onderzoek suggereert zij dat de ouders meer tijd zouden vrijmaken voor hun kind, dat ze het niet in zo'n druk en strak schema van buitenschoolse activiteiten zouden inkapselen. Daar hadden deze mensen geen oor naar, ze zochten een andere psychiater. Maar als de ouders al verslaafd zijn, aan werk, aan geld, wat moet er dan van het kind terechtkomen ?
In de vroege jeugd wordt de basis gelegd voor de weerstand tegen verlokkingen op latere leeftijd. Wij moeten het hechtingsproces versterken.

In Cuba zijn er zeer weinig druggebruikers. Moeders en kinderen krijgen er een voorkeursbehandeling. Ze worden geëerd als de toekomst van de maatschappij. Het familiegevoel is er sterk ontwikkeld. Ondanks de armoede is er weinig straatgeweld en zijn er bijna geen zelfmoorden.

Michaela Glöckler: Ontwikkeling in het teken van liefde en vrijheid

Vrijheid en liefde zijn twee begrippen die tegenwoordig zwaar onder vuur worden genomen, zowel wetenschappelijk als sociaal.
Iemand als Skinner bvb. raadt de mens aan om op te houden met te zoeken naar vrijheid, dat is een illusie en een mens wordt er alleen maar ongelukkig van. Wees toch gewoon een intelligent zoogdier, zo luidt zijn boodschap.
Wanneer we een hond bekijken, dan kan die zeer individueel overkomen, sommige honden hebben a.h.w. een persoonlijkheid. Maar toch bereiken alle honden hun ontwikkelingsdoel, hetgeen van de mens zeer zeker niet kan gezegd worden. Bij het dier zitten de individuele en sociale competenties in zijn instinct. Bij de mens ook ... tot hij in de puberteit komt. Dan begint hij te dromen van de grote liefde, van onafhankelijkheid, van macht. De mens gaat op zoek, hij is niet aangepast, gedraagt zich verre van intelligent. Maar dat is juist het verschil tussen mens en dier. Een dier wordt geslachtsrijp, een mens heeft een puberteit. Als ouder moet men blij zijn wanneer het kind zich afzet en een eigen weg wil gaan. Zou dat niet het geval zijn dan is ergens in de ontwikkeling van dit kind de menselijke waardigheid gekwetst geweest.
Hoe meer liefde en vrijheid er in een mensenleven is, hoe menselijker dat leven is.

Michaela Glöckler ging dieper in op twee artikels die onlangs verschenen in het tijdschrift 'Scientific American'. In het eerste artikel werd een onderzoek beschreven dat tot de bevinding kwam dat gezondheid in het organisme afhangt van het 'sociaal vermogen' van iedere afzonderlijke cel. Iedere cel moet geïntegreerd zijn in het geheel, hoewel ze tegelijkertijd autonoom kan werken. In het tweede artikel werd ingegaan op het verschil tussen een computer en het menselijk brein.
De biochemie streeft ernaar om de werking van de hersenen te kunnen verklaren als een soort computer met harde schijf (het geheugen), maar:
Computers kunnen nooit een zin vinden in een nieuwe situatie, en ... ze kunnen niet vergeten !
De cel is een zeer complex systeem waarvan de sturing niet fysiek te localiseren is, die kan niet gereduceerd worden tot een moleculaire functie: ze werkt als geheel ! Maar toch hoopt men vanuit de biochemie dit raadsel te kunnen verklaren, en men stelt letterlijk dat het om niet minder gaat dan: het onttronen van de mens als denkend, vrij wezen. Als men erin slaagt om het menselijk handelen 'wetenschappelijk' te verklaren, dan "kunnen wij de mens bevrijden van zijn schuldenlast", dan kan hij zijn (slecht) geweten over boord gooien. Dat zou na Copernicus, Darwin en Freud de laatste stoot zijn om een geestelijke oorsprong van de mens definitief te kunnen ontkennen.
We zien hierin een geweldige haat op de vrijheid.

Maar als men de vrijheid afschaft, dan kan er ook geen liefde meer bestaan. Liefde, als er geen mogelijkheid is tot liefdeloosheid, is geen liefde meer. Bij de ouder komt liefde voor het kind soms in aanvaring met de vrijheidswil van het kind. Gaat men zijn kind maar graag zien zolang het doet wat de ouder wil ?
Een kind moet vrijheid krijgen maar soms kunnen we niet anders dan die vrijheid beperken in het belang van het kind zelf. Het kind wil een ijsje, we geven het. Het wil een tweede; goed, het krijgt dat. Het wil een derde ? Sorry, neen. Verbieden moeten we altijd doen vanuit een diepgevoeld medelijden met de pijn die we veroorzaken. Laat ons niet verbieden omwille van het plezier van onze macht te kunnen uitoefenen.
Liefde zegt altijd ja.
Door nee te zeggen komen we in het gebied van de vrijheid. Vrijheid is in die zin negatief: we maken ons vrij ván iets, van een beperking bvb.
In de loop van een gezonde ontwikkeling maken we ons altijd meer en meer vrij ván iets: van tradities, van familiebanden, van emotionele afhankelijkheid; tot we op een punt komen dat we vaststellen: eigenlijk heb ik nu niet nog meer vrijheid nodig, ik heb nu genoeg vrijheid. Na de kaalslag, het vrijmaken van ons levensterrein, kunnen we bewust terug gaan planten en (liefdes)verbindingen aanknopen in volle vrijheid! Ik gebruik nu mijn vrijheid om mij vrijwillig te binden, te verbinden met een bepaalde zelfgekozen opdracht.

De vrijheid die eerst uit antipathie kwam (weg van ..., zich vrijmaken van ...) gaat naar een sympathische beweging (vrijheid om te ...)
De liefde die eerst uit een natuurlijke sympathie kwam, die symbiotisch was, egoïstisch, verandert in een grenzenloze interesse voor al wat bestaat.
Liefde op geestelijk niveau geeft een vrijruimte aan de andere. "Ik heb toch genoeg interessen, ik sta gemakkelijk iets af aan iemand die het in mijn plaats wil doen, daardoor krijg ik nu de gelegenheid om mij te ontplooien op een ander gebied."

Hoe dikwijls maken we zo'n houding mee op beroepsvlak ?
Vrijheid en liefde ontvangen hun inspiratie door het Weten. Daarom kunnen ze beide zowel groeien als krimpen, naarmate het weten toe- of afneemt.
Tot slot wees Michaela Glöckler op een mogelijk gevaar van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, zoals we al eerder vermeldden. In het belang van het kind werden de rechten van de ouders beperkt, en heeft de staat die overgenomen. Maar zonder een spirituele levensbeschouwing bestaat het gevaar dat de staat gaat uitmaken wat goed is voor het kind (en dus voor de mens). Als we zien dat de gangbare wetenschap zich als de objectiviteit zelf presenteert, dan zou men zgz. in het belang van de mens de vrijheid nog kunnen afschaffen.
Als men de hemel op aarde wil vinden, dan is ongelukkig zijn zinloos, dan is ontwikkeling zinloos, dan is uiteindelijk mens-zijn zinloos.

Peter Adriaenssens: laat onze tijd toe dat we mens worden ?

Prof. Adriaenssens begon zijn uiteenzetting met enkele punten uit het werk van John Bowlby (1907-1990), met name de hechtingstheorie. Met deze theorie wordt het emotionele leven van de mens verklaard in functie van het vormen, onderhouden, verbreken of herstellen van hechtingsbanden tussen het individu en de personen die voor hem zorgen. Ook veel van het gedrag, meer bepaald misdadig gedrag kan vanuit die theorie verklaard worden. Reeds in 1944 publiceerde Bowlby een studie waarin hij een verband legt tussen het gevoelloos karakter van jeugdige delinquenten en hun voorgeschiedenis: geen moederlijke binding, scheiding, m.a.w. hechtingstrauma.
Bowlby's theorie is niet zomaar een uitgedachte theorie, ze is gebaseerd op lange en precieze observaties van kinderen. En ook die bleven niet koud-afstandelijk-wetenschappelijk. Bowlby's assistent Robertson voelde zich gedrongen om ook iets te doén voor de kinderen die hij twee jaar geobserveerd had. Hij maakte een film die het lot van kinderen in ziekenhuizen fel zou verbeteren.

Het vroegere concept dat de eerste twee jaar in een kinderleven doorslaggevend zijn, cruciaal en irreparabel, is nu verlaten. Men heeft vastgesteld dat de menselijke psyche veerkrachtig genoeg is om trauma's te boven te komen wanneer zich op een later tijdstip blijvend gunstige omstandigheden voordoen. Hechtingstauma's zijn natuurlijk een risicofactor, maar ze leiden niet automatisch naar de psychiatrie.

Gemiddeld zijn 58 % van de mensen veilig gehecht, 42 % hebben problemen: die hebben geleerd om hun emoties te dempen, ze ontwikkelen een selectief geheugen, een vermijdend gedrag. Hun jeugdervaringen zijn altijd present, hun woede is niet verwerkt. Ze zijn angstig-gehecht. Als ouder vertonen ze de neiging om hun kinderen te weinig ruimte te geven, ze willen altijd in de buurt zijn.
Mens worden kan men alleen wanneer men veilig-gehecht is.
Begunstigt de maatschappij hechtingsprocessen ?
Peter Adriaenssens moest vaststellen dat onze samenleving niet ondersteunt wat er tussen ouders en kinderen leeft ( wat een verschil met bvb. Cuba - zie boven).
Verbindingen tussen mensen worden bedreigd. Economische machtsgroepen hebben er belang bij dat mensen niet verbonden zijn. Ongehechte, ontheemde mensen zoeken vlugger troost in overbodige, overdreven consumptie. Maar wij hebben er allemaal schuld aan. De belangen van kinderen moeten nog altijd wijken voor het plezier of het gemak van volwassenen. In dure magazines over wooncultuur ziet men huiskamers als museumzalen, nooit ziet men er kinderen. De straten liggen er bij als biljarttafels in vergelijking met voet- en fietspaden. Voor een voetbalevenement als Euro 2000 vindt men miljoenen of miljarden, waarom wordt een zelfde bedrag niet besteed aan jeugdwerking ?

Het leven van scholieren is te vergelijken met dat van gevangenen. Jongeren zijn de inlandse vluchtelingen, er is geen plaats meer voor hen.
Iedere dag worden kinderen overreden maar ieder voorstel tot beperking van Koning Auto stuit op protest van volwassenen. Moeders zouden andermans kinderen omver rijden om toch maar hun eigen kind vlak voor de schoolpoort te kunnen afzetten.
Hypocrisie op alle niveau's, besloot Peter Adriaenssens, werkelijk een generatie die alles weet en niets doét !

Craig Kielburger: Free the Children

Staat deze jongeman symbool voor een nieuwe generatie die niet alles hoeft te weten, maar die wel direct iets doét ?

Wanneer men deze pretentieloze jongen uit Toronto zag spreken op de laatste dag van het congres, werd men beschaamd voor het eigen gebrek aan initiatie en doe-kracht. Het is ook nauwelijks te geloven van welk een betrokkenheid deze knaap blijk gaf. Toen hij 12 jaar oud was las hij een reportage over een Pakistaanse jongen, even oud als hij, die als slaaf aan een weefgetouw geketend was en vermoord werd omdat hij durfde protesteren. Dat greep hem zo aan dat hij met een mentor op reis ging door India en Pakistan om met die ongelukkige kinderen te spreken. Daarna stichtte hij een internationale organisatie om deze kinderen te helpen: 'Free the Children'. Deze organisatie telt nu meer dan 100.000 actieve jonge mensen in 27 landen die zich inztten om het lot van minder gelukkige leeftijdgenoten te helpen verbeteren. Er worden vele initiatieven genomen, er werden al meer dan 100 scholen opgericht. Craig Kielburger sprak reeds op CNN, was te gast bij Oprah Winfrey. Een documentaire over zijn werk won in 1999 de UNESCO-prijs op het New-York filmfestival. Zijn eerste boek beschrijft zijn tocht van een voorstad van Toronto in Canada tot in de achterbuurten van Zuid-Oost-Azië, en werd in 7 talen vertaald. Al vijf jaar lang, reist Craig door de wereld, en overal spreekt hij om de rechten van de kinderen te verdedigen.

Vorig jaar, in 1999, sprak hij voor de leraren van de Steinerscholen in Noord-Amerika. Hij zei: als je de kinderen die nu 10 of 11 jaar zijn niet helpt om te leren anderen te helpen, dan verlies je ze, dan komen ze in de ban van de shopping-centers. Het materialisme zal hen inpalmen als je ze niet helpt altruïstisch te zijn, wat eigenlijk hun grootste wens is. (Joan Almon in 'The Future of Childhood', blz. 83)

Besluit

Geschreven in de week van 4 december
En dan eindigt het Congres op zaterdagmiddag. De mensen gaan naar huis. Enkele weken later vraagt men zich af: wat is er nu overgebleven van deze bijeenkomst ?
Men voelt dat er een andere vraag moet gesteld worden: hoe werkt eigenlijk een geestelijke impuls ?
En dan moeten we niet ver gaan zoeken. Door onszelf werkt de geestelijke impuls. Het voornemen om onze beste krachten in te zetten om ten minste een deel(tje) van de mistoestanden te verhelpen die op dit Congres onder de aandacht werden gebracht, dat is die impuls.
In iedere pedagoog, in iedere mens die met kinderen omgaat leeft natuurlijk een instinct om het beste te doen voor de kinderen die hem toevertrouwd zijn. Maar de impuls van dit Congres tilt ons boven onze dagelijkse horizon uit en laat ons als het ware dubbel-zien:
Met één oog naar onze werksituatie waar we iedere dag naar vermogen genezend werken met de kinderen; en met het andere oog kijken we naar een verre, ideale toekomst. Het beeld dat daar gevormd wordt trekt ons aan niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk, het trekt ons in de juiste richting.
In de zielekalender lezen we deze week de spreuk :

***

**

*

Kan ik het Zijn zo kennen
Dat het zichzelve terugvindt
In zielescheppingsdrang ?
Ik voel dat mij macht verleend wordt,
Om het eigen Zelf als deel
In het Wereld-Zelf nederig in te lijven.

***

**

*



*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*

.

Waarom kennen wij onze lotsbestemming niet meer ?

Door Jan Vermeir

In lang vervlogen tijden konden de mensen hun vorige aardelevens nog overschouwen en kenden zij hun lotsbestemming omdat zij -hoewel ze hier op aarde waren- in zekere mate nog in de geesteswereld leefden. Langzaam aan vervaagden de geestelijke belevenissen tot er een tijd kwam dat zij zich hun vorige levens niet meer konden herinneren, maar zij hadden nog weet van reïncarnatie, zelfs nog tot tweeduizend jaar geleden. In het Nieuwe Testament wordt in niet mis te verstane woorden gewag gemaakt van reïncarnatie. Enkele voorbeelden:

- in Mattheus 11:15 spreekt Jezus tot het volk over Johannes de Doper: "En -indien gij het wilt aannemen- hij is Elia wiens komst men verwacht".
- in Mattheus 17:11 tot Zijn leerlingen: "Elia is reeds gekomen ... Toen begrepen de leerlingen dat hij over Johannes de Doper tot hen had gesproken ".
- in Joh. 9:2 in verband met de blindgeborene vroegen de leerlingen: 'Heer, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd ?'
Tegenwoordig weten wij volslagen niets meer over onze vorige levens, en over onze lotsbestemming kunnen wij soms nog wel eens een vermoeden hebben, maar meestal worden de wederwaardigheden des levens toegeschreven aan het toeval of aan de goddelijke voorzienigheid. In de toekomst zal dat anders worden, we zullen terug kennis krijgen van voorgaande levens en van het karma dat we daar geschapen hebben.

Waarom verduisterde dit weten omtrent voorgaande levens en karma ? Het was nodig om een nieuw element van vooruitgang in de menselijke ontwikkeling te brengen. Tweeduizend jaar geleden leefden wij in het tijdperk waarin de verstands- of gemoedsziel tot ontplooiing kwam. Karakteristiek voor deze zielstoestand is dat de gedachten uit het hart, uit het gemoed, ontspruiten.
Gedachten uit zichzelf scheppen kon de mens toen niet, combinerend denken zoals wij dat nu kunnen kwam toen nauwelijks voor. Daarentegen ontving de ziel indrukken uit de geestelijke wereld en die indrukken brachten als vanzelf de gedachten teweeg. Het was de door de aartsengel Michaël vanop de Zon beheerde kosmische intelligentie die via het gemoed de gedachten in de mens deed ontstaan. In zekere zin was men toen veel wijzer dan nu omdat de gedachten eigenlijk geestelijke openbaringen waren.

De mens had toen nog een gevoel voor zijn lotsbestemming want door die geestelijke openbaringen kon hij relatief gemakkelijk weten met wie hij karmisch verbonden was. Ontmoette hij iemand, dan kon hij meteen gewaarworden of hij een karmische band met die persoon had; dat besef ontsproot direct vanuit het gemoed. Bovendien waren er nog andere factoren die de lotsverhoudingen doorzichtiger maakten:

-de levensomstandigheden waren eenvoudiger en men leefde minder onder druk zodat men meer oog en tijd had voor elkaar,
- men ontmoette minder mensen omdat de meesten gedurende hun ganse leven in hun geboortestreek bleven,
- er waren minder karmische bindingen dan nu, gewoon omdat de mensheid toen minder incarnaties had doorgemaakt.

Maar nu liggen de zaken anders. De tijd vereist nu dat de bewustzijnsziel tot ontwikkeling komt. Dat kan in eerste instantie niet anders dan dat wij ons min of meer van onze omgeving afsluiten om in onszelf op te gaan. Eigenlijk moeten wij eerst volslagen egoïsten worden om ons zelfbewustzijn te ontdekken. Ontmoeten wij iemand, dan zijn wij eerst en vooral op onze hoede, er volgt een langdurig aftasten vooraleer wij met iemand vertrouwd geraken. Rudolf Steiner verwoordt het als volgt:

"Door de bewustzijnsziel is de mens een veel meer afgezonderd wezen, een veel grotere eenzaat die door de wereld wandelt, dan hij was door de verstands- of gemoedsziel. En het is ook het voornaamste kenmerk van onze tijd geworden en zal het steeds meer worden, dat de mensen zich in zichzelf afsluiten. Dit zich meer en meer isoleren van de andere mensen is karakteristiek voor de bewustzijnsziel. Daardoor wordt het zeer moeilijk om met de andere kennis te maken en ermee vertrouwd te geraken ..."

Daarom moeten wij in de eerste plaats echte interesse opbrengen voor de mensen die wij in het leven tegenkomen, zelfs als die ontmoetingen oppervlakkig van aard zijn. Rudolf Steiner noemt dit : zin aankweken voor waarachtig sociaal gevoel.

"Werkelijke menskunde, praktisch werkende interesse voor de mens, daar komt het op aan. Tegenwoordig is de mensheid op dit gebied echt nog niet ver gevorderd. Want hoe beoordelen wij een mens die wij ontmoeten? Ofwel is hij ons sympathiek ofwel niet sympathiek. Kijkt u om u heen, dan ziet u hoe in de meeste gevallen enkel en alleen vanuit dit gezichtspunt geoordeeld wordt: deze is mij sympathiek, die is mij antipathiek, of: dit aan hem vind ik sympathiek, maar dat aan hem vind ik antipathiek. Vooropgezette meningen ! Men stelt zich voor: zo en zo zou de mens eigenlijk moeten zijn, en wanneer men dan merkt dat hij in dit of dat anders is, dan velt men over hem een oordeel. Vooraleer deze uit vooroordelen ontstane sympathie- en antipathiegevoelens niet verdwijnen, en vooraleer de gezindheid zich niet verbreidt om de mens te nemen zoals hij is, kan er van een waarachtige praktische mensenkennis geen sprake zijn. Bedenkt u maar eens hoe tegenwoordig zeer dikwijls, wanneer twee mensen elkaar tegenkomen en bij de ene duikt er tegelijk iets van antipathie tegen de andere op - hij mag de andere niet-, hoe dan alles wat hij tegenover die andere doet, bepaald wordt door dat antipathiegevoel. Daardoor wordt er zeer dikwijls een karmische band afgebroken, volledig in een andere baan gebracht en dat moet dan weer hersteld worden in de volgende incarnatie waarin die twee elkaar dan opnieuw ontmoeten. Sympathieën en antipathieën zijn de grootste vijanden van de waarachtige sociale interesse."

Niet alleen het onvermogen om menselijke contacten aan te knopen bemoeilijkt het verwezenlijken van het karma, ook de karmische verwikkelingen nemen toe door niet verwerkt karma (karma dat in vorige levens niet vereffend werd) en uiteraard ook omdat de hoeveelheid karma toeneemt naarmate de mens steeds weer incarneert, zodat er onvermijdelijk karmische banden van verschillende oorsprongen door elkaar moeten lopen.
Rudolf Steiner in GA 168 "Die Verbindung zwischen Lebenden und Toten":

"Altijd maar moeilijker zal het voor de mens worden in dit vijfde na-Atlantische tijdperk om in de gepaste verhouding tot een ander mens te treden. Want daartoe is de inspanning van een innerlijke ontwikkeling nodig, van innerlijke activiteit .Hoe moeilijk is het tegenwoordig al niet voor mensen die door het karma samengebracht worden om elkander te verstaan, omdat ze misschien door weer andere karmische verhoudingen niet de kracht vinden om zich instinctief te verbinden met de mensen waarmee ze in een vroegere incarnatie een karmische band hebben aangeknoopt.
Mensen komen samen, houden van elkaar; dat komt door bepaalde werkingen uit vroegere incarnaties. Maar wanneer zo'n vaag vermoeden wil wakker worden, dan werken andere krachten dat tegen. En zo gaan die mensen weer uit elkaar."

Volgens Rudolf Steiner gaat het altijd moeilijker worden voor kinderen om hun ouders, voor ouders om hun kinderen, voor broers en zusters om elkaar te verstaan wanneer ze zich niet willen bezinnen over de karmische achtergrond van hun samenzijn in dit leven.

Er is nog een andere reden waarom de mens het tegenwoordig moeilijk heeft om zijn lotsbestemming te vinden. De oorzaak daarvan moeten wij zoeken in een geestelijke gebeurtenis die zich voorgedaan heeft in de negende eeuw. Toen is de kosmische intelligentie naar de aarde afgedaald om daar individuele mensenkennis te worden. Dit proces moést gebeuren opdat de bewustzijnsziel tot ontwikkeling kon komen. Hoewel de aartsengel Michaël het beheer over de kosmische intelligentie heeft, is deze het bezit van alle engelen samen. Toen Michaël het beheer uit handen gaf, besloot een grote groep engelen om Michaël niet langer te volgen. Zij distantieerden zich van zijn heerschappij en beslisten dat ze zelf, op aarde, de leiding van de menselijke intelligentie in handen zouden nemen. Aldus ontstond een breuk in de engelscharen: een groep engelen bleef trouw aan Michaël die uitgaat van het principe dat de vroegere kosmische intelligentie -die nu in de hoofden van de mensen zit- geestelijk moet blijven en mettertijd zelfs nog meer moet vergeestelijken. De andere engelengroep verbond zich met de aarde en nam Ahrimanische impulsen op.

Dat er sindsdien twee van elkaar gescheiden engelengroepen bestaan, leidt tot complicaties bij het afwerken van het karma. Ieder van ons heeft namelijk een bewaarengel die ervoor zorgt dat onze lotsbestemming in de juiste banen wordt geleid en daarom moet de engel van de ene mens samenwerken met de engel van de andere om ontmoetingen te regelen tussen mensen die karmisch met elkaar verbonden zijn.
Wanneer het nu voorvalt dat de ene mens een bewaarengel van de eerste groep heeft, en de andere heeft een bewaarengel van de tweede groep, dan is er niet eens contact mogelijk.
Een gedicht van de Nederlander Hendrik Marsman (1899-1940) geeft op treffende manier weer hoe verschillende lotsverbindingen door elkaar kunnen lopen. Lezers van het eerste uur zullen zich herinneren dat het ook al in De Brug nr. 1 stond, in het artikel over euritmie (Arnold Sandhaus maakte dit gedicht euritmisch zichtbaar).

Twee vrienden

De maan maakt de nacht tot een sneeuwwit veld.

een man heeft zijn vriend van zijn leven verteld:

er is door dit spreken een wonder gebeurd:

hun harten zijn zozeer eender gekleurd

dat de een als hij soms naar de ander ziet

bij zichzelve zegt: maar ben ík dat niet ?

een vrouw; nog een vrouw; een verterend gemis.

het is alsof alles ten einde is:

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis

maar geen van twee vindt het Paradijs.



Een kunstenaar is altijd gevoeliger dan een gewone mens, het is dan ook niet verwonderlijk wanneer blijkt dat hij méér inzicht heeft in zijn eigen lotsbestemming. Hendrik Marsman verdronk toen het schip waarmee hij naar Engeland voer getorpedeerd werd. Jaren voordien dichtte hij 'De Overtocht':

De eenzame zwarte boot

Vaart in het holst van de nacht

Door een duisternis, woest en groot

De dood, de dood tegemoet.

*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*

.

Zusterzielen


In de moderne New-Ageliteratuur komt men het begrip 'zusterzielen' wel eens tegen. Vele mensen kunnen zich blijkbaar niet verzoenen met het feit dat men geen relatie in stand kan houden zonder aan jezelf te werken, aan je geduld, uithoudingsvermogen, vergevingsgezindheid enz. Ze dromen van een relatie die zonder enige inspanning volledige voldoening geeft. Dat kan wanneer men zijn zusterziel ontmoet. Dat zou dan een ziel zijn waarmee men in een ver voorgeboortelijk verleden een eenheid is geweest. Vanuit geesteswetenschappelijk standpunt is dat onmogelijk. De mens heeft gewoon heimwee naar zijn eigen andersgeslachtelijke helft die etherisch is gebleven. Men kan deze helft niet in een andere persoon ontmoeten. Tot deze conclusie kwam ook Paco Rabanne op grond van zijn eigen ervaringen. Die stemmen voor het overige volledig overeen met de inzichten van Rudolf Steiner. Lees het onderstaande fragment en vergelijk het met 'Het spannende moment van de incarnatie' in De Brug nummer 19.


[ ... ] "Langzamerhand vatte het idee in mij post dat ik in een ver verleden 'anders' en toch 'dezelfde' geweest was en dat flarden van die vroegere levens soms aan de oppervlakte van mijn geheugen kwamen bovendrijven.
En toen had ik op een dag een vreselijk visioen, een echte schok die mij in een ongelooflijke staat van opwinding bracht. Ik lag op mijn bed en verkeerde in die toestand tussen waken en dromen, waarin de dwalende geest zich langzaam van het lichaam losmaakt, alvorens in het zwarte gat van de slaap gezogen te worden. Plotseling baadde ik in een verblindend licht waarin mijn geest leek op te lossen. Ik kwam in een andere wereld terecht ... en in een andere tijd. Ik was er zeker van iets te beleven dat tot een recent verleden behoorde.
Ik hoorde een stem tegen mij zeggen: "Je nadert het zevende trillingsplan." Ik bevond mij tegenover een trillende bron van licht en ervoer een sublieme vreugde. Daarna verschenen de Vierentwintig Grijsaards. In werkelijkheid betrof het grote, lichtgevende letters X die ik grijsaards noemde, hoewel ze er niet als mensen uitzagen, maar het leek alsof ik door hen doordrong tot in het diepst van de wereld.

"Het ogenblik is voor jou gekomen om terug te gaan naar de Aarde", zeiden ze tegen mij.
Maar ik hoorde mezelf protesteren:
"Nee, ik heb mijn tijd volbracht. Ik wil niet terug."
"Kijk !"

Ongelukkigerwijze draaide ik mijn hoofd om. Ik zag de blauwe planeet. Voor mijn ogen zag ik zich alles afspelen wat op aarde zou gebeuren, vanaf mijn geboorte tot aan mijn dood. Een afschuwelijk schouwspel, barbaarse volkenmoorden, stuiptrekkingen van een verbijsterde mensheid, apocalyptische rampen ...

Op het ogenblik waarop ik deze confidenties doe, heeft de wereld al een aantal van die gruwelijkheden meegemaakt, maar het ergste moet nog komen. (Paco Rabanne werd geboren in 1934 in Baskenland, maakte als kind de Spaanse burgeroorlog mee en de tweede wereldoorlog; het boek schreef hij in 1991 - fdw)
De Grijsaards openbaarden mij mijn bestemming hier beneden. Om die te volbrengen moest ik een omhulsel van vlees erven.
"Kies maar !"

Ik zag verscheidene paartjes op aarde die de liefde bedreven, omgeven door een forforescerend aureool. Ieder bood me een ander lichaam aan, dat een bepaald aantal trajecten bepaalde. Ik koos voor een paar dat mij het meest geschikt leek om de taak die mij te wachten stond, te volbrengen. De man en de vrouw waren jong en verliefd op elkaar. "Die daar", zei ik.

Alle consequenties van mijn keuze, alle valstrikken die voor mij uitgezet waren, alle wegen waaruit ik vrij kon kiezen, werden mij toen geopenbaard. En toen mijn beslissing geregistreerd was, gaf mijn wezen een lichtstraal af die de ruimte verscheurde en in de richting van die vrouw scheen. Ik schoot met een fantastische snelheid naar de aarde, hetgeen met een vreselijke pijn gepaard ging; immers, vanuit een ijle, doorzichtige, etherische substantie, werd ik vaster en dichter. Op het moment waarop ik mijn doel bereikte, sneed het vuur van een mannelijk geslachtsorgaan, het geslachtsorgaan van mijn vader, mij als het lemmet van een zwaard in twee en raakte ik buiten bewustzijn, doortrokken van een verschrikkelijke pijn.

Dat visioen openbaarde zich aan mij toen ik zeven jaar oud was, een leeftijd waarop ik nog niets afwist van lichamelijke liefde en van voortplanting. Het had op mij een enorme uitwerking. Toen ik wakker werd, barstte ik in tranen uit, want ik besefte dat ik door mijn geboorte incompleet geworden was. Nadat mijn vader mij in twee gedeeld had, had ik de helft van mijzelf verloren, mijn andere Ik. Ik was als man geboren en de vrouw, die ik ook was, ontbrak. Langzamerhand ben ik gaan begrijpen dat wij aan de andere kant van de 'barrière' allemaal androgyn zijn, volgens het beeld van God die geen geslacht heeft. Dat is nu juist de vloek van dit proces van incarnatie op aarde, namelijk gescheiden te worden van zijn wederhelft. Vanaf dat ogenblik begon ik vaag te beseffen dat de dualiteit die ik gedacht had in de wereld te ontdekken slechts bedrieglijke schijn was en dat de eenheid de oerstaat was waarnaar gestreefd moest worden. Wij zijn één geweest in de vrede van God en wij ervaren nu op smartelijke wijze het uit elkaar vallen. Wij zijn een immateriële geest geweest en nu zitten wij in een vleselijk omhulsel gevangen.

Een ieder, man of vrouw, draagt in zich zijn vrouwelijke of mannelijke dubbelganger. De eenheid ligt verborgen in onszelf. Daarom zegt de Alchemist tegen ons: "Daal af in je ingewanden, zoals Orfeus in de onderwereld afdaalde om Euridice te vinden, zoals Dante op zoek ging naar Beatrijs, en je zult een volledig wezen worden, een Janus, een gekroonde koning-koningin; je zult de heilige androgyn worden en één zijn met God.

Ik was diep geschokt door deze openbaring. Ik was er een paar dagen ziek van en mijn blik op de anderen en de wereld was anders dan daarvoor. Het was des te moeilijker te verdragen omdat ik niemand had die ik in vertrouwen kon nemen. Mijn moeder zou haar schouders opgehaald hebben en ongelovig met haar hoofd geschud hebben. Wat mijn broer betreft, die wilde er niets van horen: hij, die altijd zo praktisch was, zo aards, beschouwde mij als een onverbeterlijke dromer. Wij waren zo verschillend ! En doordat wij politieke vluchtelingen waren die half ondergedoken leefden, had ik geen vrienden. Ik ging wel naar school, maar door mijn karakter en ook uit noodzaak hield ik mij afzijdig van de anderen. In die verwarde tijden heerste er een sfeer van voortdurend verklikken; daarom was ik op mijn hoede. Trouwens, mijn grootmoeder die dromen kon uitleggen, waarschuwde mij:

"Pas op, als je geheimen hebt, bewaar ze dan heel zorgvuldig voor jezelf en spreek er vooral met niemand over".
Maar soms had ik moeite om mij in te houden. Bijvoorbeeld toen mijn zuster zei dat ze in een roos geboren was en mijn broer in een kool, werd ik vreselijk boos en deed ik mijn moeder verbaasd staan door overtuigend te beweren: "Ik heb aan je deur geklopt en ik heb gezegd: vrouw, vanaf deze dag zul je mijn moeder zijn."

Want ik was me ervan bewust dat ik haar gekozen had vóór mijn geboorte. Zij was mijn moeder, niet bij toeval, maar omdat ik het zo gewild had. Daardoor hield ik alleen maar meer van haar. Temeer omdat de dood van mijn vader haar veroordeeld had tot wrede eenzaamheid."

Uit: Paco Rabanne, Trajecten, Bigot & Van Rossum, 1991.



*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*



Terug naar het thuisblad

*

*

*

*

*