|
De Brug 19 van maart 1998 Beste Lezer
De mysteriën vinden plaats in het Centraal-station
In het bekende Duitse magazine "Der Spiegel" kon men in 1984 een serie artikelen over antroposofie lezen. Als afsluiting van deze reeks werd een interview gepubliceerd met de kunstenaar Joseph Beuys. "Joseph Beuys wordt beschouwd als prediker van een nieuw kunstbegrip en is vandaag de meest omstreden kunstenaar ter wereld - hij is antroposoof. Zijn vader was koopman, hijzelf studeerde wiskunde, fysica en chemie vóór hij zich inschreef aan de Kunstakademie in Düsseldorf. Daar werd hij later de leraar bij wie iedereen wilde studeren. Na een protestactie tegen de cultuurbureaucratie werd hij ontslagen. Samen met Heinrich Böll richtte hij de "Vrije Hogeschool voor Creativiteit" op, en uiteindelijk werd hij gastdocent in Wenen. Met een overzichtstentoonstelling in het Guggenheim-museum in New-York begon in 1979 een reeks van Beuys-tentoonstellingen over gans de wereld. Beuys, die nu 63 is, woont met zijn vrouw in een rijhuis in Düsseldorf. De vilthoed die de kunstenaar altijd draagt, is zijn internationaal waarmerk geworden. In de eerste plaats bedekt deze hoed de zilveren plaat in zijn schedel die daar ingeplant werd nadat hij in 1942 met zijn Stuka-duikbommenwerper was neergestort."
Het gesprek met Spiegel-reporter Peter Brügge ging over de antroposofie en over de toekomst der mensheid. Spiegel: Mr. Beuys, u brengt uw activiteiten als kunstenaar vooral in verband met Rudolf Steiner en diens antroposofie. Hoe bent u daartoe gekomen ? Beuys: Na de oorlog woonde ik als student bij een familie die zich een beetje bezighield met zgn. grenswetenschap, en daar stonden allerlei boeken in de rekken: Oostaziatische zaken, yoga, en ook enkele werken van Steiner. Die spraken mij direct aan. Het was goed dat ik eerst de werken in handen kreeg die meer over de maatschappij handelden. Spiegel: U spreekt over "De kernpunten van het sociale vraagstuk" ? Beuys: Ja, en over de driegeleding. Dat paste juist bij wat ik toen in mijn hoofd had. En sindsdien zijn deze ideeën in mijn werk voortdurend werkzaam gebleven. Daardoor heb ik het ook aldoor aan de stok gehad met alle mogelijke andere antroposofen. Spiegel: Wat verstaat u dan in de huidige situatie onder driegeleding ? Beuys: Het gaat erom over het maatschappelijk leven na te denken tot men een op het spoor komt van de oorspronkelijke vorm. Tot nu toe is dat niet gebeurd. Noch het marxisme, noch het kapitalisme houden rekening met de oervorm van het sociale gebeuren. Voor mij is deze vorm van het sociale gebeuren en de krachten die eraan ten grondslag liggen het belangrijkste dat Steiner gezien heeft. Spiegel: Vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het recht, broederlijkheid in de economie, zoals Steiner dat bedoelde, betekent dat niet een eerder abstracte opsplitsing van de maatschappij ? Beuys: Driegeleding betekent niet dat het sociale organisme in drie stukken wordt gehakt. Het gaat er veeleer om de drie gebieden afzonderlijk te begrijpen en de respectievelijke functies te verstaan zoals een arts het hart in zijn samenhang met de gal, de milt en de hersenen moet verstaan. Hij moet de begrippen kunnen uiteen houden om het organisch samenspel te kunnen begrijpen. Vandaag -men noemt dat vervilting- is dat volkomen chaotisch, niemand weet wat er met de maatschappij aan de hand is. Spiegel: Wie zegt dat wildgroei niet organisch is ? Beuys: Nee, dat is versnippering, het tegendeel van organisch. Pluralistisch, dat betekent eigenlijk "Ga nog meer uit elkaar". Dat is uiteenvallen. Spiegel: Wat overtuigt u ervan dat die sociale driedeling of -als u dat liever hoort- drieëenheid het juiste is ? Beuys: Deze principes stonden er al in vlammend schrift ten tijde van de Franse Revolutie. Men heeft ze toen nog niet begrepen als de drie krachtvelden van de maatschappij. Aanzetten vindt men bij de anarchist Proudhon, ook reeds bij Montesquieu . . . Spiegel: Die ijverde, begrijpelijk voor ieders inzicht, voor de scheiding der staatsmacht in uitvoerende, wetgevende en rechterlijke instanties. Bij het drie-mengsel van Steiner echter gaat het om een overplanten van functies in de individuele mens -namelijk denken, voelen en willen- op de menselijke samenleving, wat men met het verstand alleen niet begrijpen kan. Beuys: In de natuur bestaat het triadisch principe zeker al sedert de oertijd. In de maatschappij wordt het pas tastbaar, reëel, vanaf het moment dat de mens optreedt als drager van de vrijheid. Dan is het ook noodzakelijk, als een hogere, maatschappelijk-ecologische orde. Dus aan het einde van een anti-autoritair emancipatieproces. Daarvoor, sinds de klassieke Oudheid, was er een dualistisch feodaalsysteem in voege, en nog daarvoor was er in het sociale organisme een eenheid van kunst, wetenschap en religie, zo bvb. in Egypte of Babylonië of in de Oudperzische culturen. Spiegel: Steiners driegeleding zit op verborgen wijze in uw acties, happenings en werken, maar hoe komt u tot het inzicht dat dit het toppunt van wijsheid is ? Door analytisch, bewijsvoerend te denken ? Of door verdieping, of door wat dan ? Beuys: Niet door zitten te piekeren. Wel door waarneming van de werkelijkheid, waarneming in de werkelijkheid. De dingen zelf, zegt Goethe, leren het ons. Dat betekent: beschouwende oordeelskracht. Spiegel: Vindt u dat u die heeft ? Beuys: Vast en zeker. Het gaat hier niet om intellectuele abstracte hoofdarbeid. Spiegel: Blijkbaar wel om iets dat men alleen bereikt door buitengewone geestelijke driloefeningen. Meditatie, verdieping - een esoterisch, eigenlijk elitair denken. Beuys: Zo is het. En toch is het in zekere zin iets waarover kinderen al beschikken, voordat ons materialistisch schoolsysteem hun dit vermogen ontneemt. Spiegel: U moet in ieder geval aanvaarden dat slechts enkelen u kunnen volgen. Uw werken bezorgen zelfs zeer ontwikkelde mensen hoofdbrekens, omdat uw boodschappen dusdanig verborgen zitten. Anderzijds hoopt u, zo hebt u toch al gezegd, met uw inzichten iedere arbeidende mens op de wereld te bereiken, zodat ieder op een of andere manier ergens kunstenaar en vormgever zou zijn, namelijk vrij en creatief. Hoe rijmt u dat ? Beuys: Wel, mijn werk bestaat niet alleen uit de dingen in de musea of waar ook. Het grootste deel is gewoon praten en uitleggen. Mijn hoofdactiviteit lag altijd in het organiseren en in ondernemingen zoals de Achberger Kreis, die ik mee opgericht heb, de Organisatie voor Directe Democratie, de Vrije Volkshogeschool voor Creativiteit, mijn medewerking bij het oprichten van de Groene Partij of mijn actie ter gelegenheid van Documenta 7 . . . Spiegel: . . . de "Stadsbebossing" in plaats van "Stadsbestuur" . . . Beuys: . . . ja, het planten van 7000 eiken en 7000 basaltzuilen, waaruit dan weer het werk in München ontstaan is. Spiegel: Waar dan ook, de mensen staan radeloos en zelfs aggressief tegenover uw werken en tegenover uw ijveren voor een radicaal ander begrip van natuur, arbeid en productiviteit. Beuys: Maar ze voelen zich ook betrokken. We kunnen hier spreken van een werking op lange termijn. Velen schrijven mij, sommige schelden, maar ze komen altijd terug. Spiegel: Misschien worden de mensen afgeschrikt door het mystieke en sjamanistische bij uw optredens of werken, door het feit dat er alchemistische en mystische tekens opduiken, die alleen bij vergevorderde antroposofen nog courant zijn. Beuys: De mysteriën vinden plaats in het Centraal-station, niet in het Goetheanum. Spiegel: En om daarvan iets mee te krijgen, moeten we met veel moeite bij u leren zien. Beuys: Daarom ook vertel ik toch heel eenvoudige dingen, en wil ik voor de mensen het tegengestelde zijn, namelijk een speeltuig. Ze kunnen met mij doen wat ze willen. Ik ben de nar, de idioot met de vilthoed. Ze stoten mij in die of die hoek. Ik stel mij heel eenvoudig ter beschikking. Ik wil de mensen duidelijk maken dat ik eigenlijk precies ben zoals zij. Spiegel: Zelfs als u de punchingbal of de nar speelt, toch komt datgene wat u eigenlijk bedoelt, deze utopie van een teruggewonnen eenheid van natuur en mens, van denken, voelen en handelen, het minst van al over bij de mensen bij wie het zou moeten overkomen. Beuys: Het gaat er eigenlijk om het onmogelijke mogelijk te maken. Uiteindelijk zal dat de mensen uit hun luie zetel halen. Spiegel: Ieder mens is dus een kunstenaar. Daarin ziet u één zuil van uw vrijheidsidee. Kunt u dat met een voorbeeld verklaren ? Beuys: Wat ik bedoel is het volgende: ieder mens is drager van capaciteiten, een wezen dat zichzelf bestemt, de uiteindelijke soeverein in onze tijd. Hij is een kunstenaar, of hij nu vuinisophaler is, of verpleger, arts, ingenieur of boer. Daar waar hij zijn mogelijkheden ontplooit is hij kunstenaar. Ik zeg niet dat dit bij schilderen vlugger naar kunst tendeert dan bij machinebouw . . . Spiegel: Machines zoals de beroemde honingpomp gebruikt u ook zelf in uw werk. Beuys: Wie juist en behoedzaam te werk gaat, die vindt wel een gebied waar hij vrij is, hoewel hij zich voortdurend afhankelijk voelt, en waar hij de afhankelijkheid waaronder hij lijdt, kan terzijde schuiven en een nieuwe stap kan zetten. Spiegel: Dat klinkt een beetje als een vlucht naar de hobby, naar een beweging van kleine vrijheden die dan uitzaaiend op het geheel werken. Beuys: Mijn omvattend kunstbegrip is de enige mogelijkheid om zich uit de heersende verhoudingen los te maken. Spiegel: Zo revolutionair klinkt dat helemaal niet. Beuys: Wat het werkelijk bedoelt is: het geld moet eruit, uit de kringloop. De creativiteit van de mensen, dat is het echte kapitaal. Politieke partijen, de ganse politiek daarentegen dat is onzin. We moeten van de maatschappij een kunstwerk maken. De moderne kunst is dood, er bestaat geen post-modernisme, nu begint de antropologische kunst. Alleen zo zijn het kapitalisme en het communisme te verslaan. Spiegel: In welke volgorde alstublieft, en in welke tijdsspanne ? Beuys: Ze zijn al bezig uiteen te vallen. Een zaak als onze bossen, het regenwoud, de ganse natuur, kan niet met het kredietsysteem van het geldkapitalisme aangepakt worden, want dat wil alleen winsten zien. Daar moet het in het geval van bossen eeuwen op wachten. Spiegel: U spreekt van korte tijdsspannen. Maar u bedoelt toch lange. Beuys: Het zal nog in deze eeuw gebeuren. Ik heb een sterke wil en ik zou het willen meemaken, en ik maak het ook mee. Het bestaan van die antroposofen is er ook een bewijs van dat het zover is. Spiegel: Heeft dat een invloed op uw manier van met geld om te gaan ? Beuys: Ja, in de zin dat ik veel doe dat nuttig is voor de gemeenschap. Modellen zoals het planten van die 7000 eiken in Kassel. Aan zo'n project kan men alleen maar geld verliezen. Ik investeer nu eenmaal in zaken die verder werken. Spiegel: U leeft tamelijk spartaans. Kost u dat moeite ? Beuys: Ik heb altijd geleefd zoals het mij het interessantst leek. Voor mensen die in laatste instantie van het geestelijke leven is bescheidenheid het allerinteressantste. Eens men een bepaald overzicht over de samenhangen van het geheel heeft is het spannendste altijd wat als volgende stap noodzakelijk wordt. Wie dat niet beleeft is ontevreden, ook al is hij miljonair. Spiegel: U cultiveert uw Ik door af te zien van egoïsme. Beuys: Dat is de basis waar alles zal van afhangen: of wij ons primitief egoïsme kunnen overwinnen. Spiegel: Daarover wordt al sinds Jezus Christus gepraat. Beuys: Zij die de macht hebben stimuleren het egoïsme zoals het hun uitkomt. Maar de enigen die werkelijk iets aan te bieden hebben, dat zijn alleen wij. Op een hoger vlak bieden wij iets dat de mens tevreden stelt. Spiegel: Vrij naar Steiner biedt u de afschaffing van de koppeling loon en werk. Eenvoudiger: arbeid voor geld kan niet en geld voor arbeid evenmin. Wil dat dan misschien zeggen minder arbeid en een nog gemakkelijker leven ? Beuys: De grootste arbeid moet nog beginnen. Spiegel: Op uw deur staat "Democratie door referendum". Denkt u voor dergelijke zure streefdoelen een meerderheid te vinden ? Wil de meerderheid zich daar niet liever vanafmaken ? Beuys: Dat is het nu juist wat de mensen ziek, ontevreden en zelfs boosaardig maakt. Uit zichzelf wíllen de mensen iets presteren. Ze zijn alleen maar lui omdat ze dat in deze maatschappij niet kunnen. Spiegel: In uw omvattend kunstbegrip steekt een verlangen naar perfectie. Er is sprake van producten van de "allerhoogste kwaliteit", dat zou het doel van de artistieke zelfontplooiing van ieder mens in zijn gebied zijn. Moet dat er komen zonder een economische prikkel ? Beuys: Een mens toont zijn product -ook een geestelijke uitwisseling wordt daaronder verstaan- hij staat de ander toe om hem te leren kennen. Zo zijn ze als scheppende wezens dragers van de wereldsamenhang. Dat staat los van de inkomenskwestie. Het inkomen is een mensenrecht. De mensen hebben minimumbehoeften die materieel moeten bevredigd worden, bestaansminima, die zelfs al een beetje daarboven mogen liggen. Daar hebben ze een recht op, ongeacht wat ze produceren. Het is geen behoefte van de mens om miljoenen te bezitten. Spiegel: Wie Steiner wil volgen legt de nadruk op producten in plaats van op arbeid. Maar hoe ? Altijd meer mensen produceren iets dat nauwelijks kan aanzien worden als het resultaat van hun arbeid, laat staan hun creativiteit. Beuys: Dat veronderstelt een nieuwe verhouding van de werkende mens tot zijn bedrijf. Hij zou dat moeten kunnen beleven als de plaats waar hij zijn grootste waardigheid als mens kan tonen en in overeenstemming daarmee kan produceren. De mensen zouden moeten kunnen meedenken over de kwaliteit en de noodzaak van wat ze produceren. De onderneming zou zelf moeten verantwoordelijk zijn voor wat ze produceert. Met zo'n onderneming zijn we natuurlijk al in de toekomst aan 't denken. Spiegel: Volstaat voor u de huidige ondernemersvrijheid niet ? Beuys: Vandaag bestaan er alleen ondernemingen in een privaatkapitalistische samenhang. In een werkelijk vrije onderneming zou de enige opdracht erin bestaan om de menselijke creativiteit in de arbeidsplaatsen dusdanig op gang te brengen zoals dat overeenstemt met de wil van de mens en met zijn waardigheid. Een onderneming zou slechts krediet krijgen als ze de beloofde opdracht ook vervult. Aldus zou ze in een samenhang met reële economische feiten komen te staan, met een democratische centrale bank of kredietbank. Dat is eveneens toekomstmuziek natuurlijk. Maar dat zou de leden van een onderneming verplichten om te doen waartoe ze zich verbonden hebben, en wel kwalitatief zo goed mogelijk. Spiegel: Zo veel verschilt dat toch niet van het gewone kapitalisme. Beuys: Ja toch wel. Vandaag krijgen de mensen hun inkomen uit de winst. Hoe die winst gemaakt wordt, en wat ermee gebeurt, daarover beslissen de eigenaars van de productiemiddelen. En die kan het niet schelen of er scheisse geproduceerd wordt, of gif dat de natuur kapotmaakt. Spiegel: Wat voor instantie hebt u voor ogen ter ontwikkeling van gewenste producten ? Beuys: Als er nieuwe ecologische geldstromen zijn, dan ontstaat kwaliteit vanzelf. Omdat dan ieder krediet een verplichting inhoudt wordt er iets geproduceerd van kwaliteit dat tegelijkertijd ook nodig is, een product dat de grondstoffen niet verkwist, dat de natuur gebruikt volgens de mogelijkheden. Spiegel: Hoe wilt u het productiesysteem veranderen ? Multinationals afschaffen ? Beuys: Indien er eigentijdse economische wetten zouden gelden, dan zou ik niet tegen multinationale concerns zijn. Daar ligt het probleem niet. Als we ons bij de menselijke arbeid alleen bekommeren om een kwalitatief hoogstaand product, dan is dat allemaal goed. Ons uitgangspunt moet evenwel zijn: we hebben alleen noodzakelijke producten nodig. Die moeten zo'n hoge waarde hebben, dat we praktisch die ganse negatieve productie niet meer nodig hebben. Ik ben dus voor een echte rationalisering. Spiegel: Dus toch een verschuiven van de creativiteit naar de vrije tijd ? Beuys: Het onderwijssysteem brengt een waar voort die afgeleverd wordt aan een nultarief. Dus moet het betaald worden uit de prijs die fysieke goederen op de markt hebben, want die ontstaan immers dankzij de capaciteiten die verworven werden in het vrije onderwijssysteem. De productie van capaciteiten moet in de prijzen ingecalculeerd worden. Dat zou pas een ondernemings-orde zijn die cultuur, kunst en goederenproductie in een nieuwe zinvolle samenhang brengt. Zo zou ook de vervreemding van de arbeid verdwijnen. Het kunstbegrip wordt ingevoerd in de productiesamenhangen. Dat dan natuurlijk alles wegvalt van ambtenarij, privileges, pensioenrechten, dat dat alles veel eenvoudiger geregeld wordt door afspraken over mensenrechten, dat spreekt vanzelf. Spiegel: Wat gebeurt er met diegenen die weggerationaliseerd zijn ? Beuys: Als er dan iemand een apparaatje uitvindt waarmee men 200 arbeidsplaatsen uitspaart, dan leidt dat niet tot conflicten zoals nu. Dan gaan die mensen gewoon hun capaciteiten verder ontwikkelen. En ze worden voor die inzet, voor dat leren evenzeer betaald als ze zouden betaald worden om bezemstelen te maken. Daarmee zijn we eigenlijk al uit de traditionele antroposofie geraakt. Want het zijn dikwijls antroposofen die zich verzetten tegen dit doordenken en zeggen dat dat communisme is. Spiegel: Hoe zoudt u het dan noemen ? Beuys: Voor mij is dat de methode om langs een omvattend kunstbegrip tot een ondernemingsorde te komen, vertrekkend van antroposofische basisinzichten, zonder dewelke het niet gaat. En voor deze methode is de moed nodig om naar buiten te komen. Wij moeten naar buiten komen op gevaar af van fouten te maken. Anders zie ik geen uitweg uit de katastrofe. Spiegel: Wat gaat u dan doen met hen die niets willen doen ? Gaat u hun het dagelijks brood ontnemen ? Beuys: De toekomst van de mensheid gaat in ieder geval in die richting. Het consumptiepatroon zal veranderen. De weg van het materiële willen-hebben zal verlaten worden. Over 300 jaar zullen de mensen van een glas water kunnen leven. Spiegel: Denkt u dat de schadelijke stoffen daarin zoveel voedingswaarde bezitten ? Beuys: Ik ben zeker dat alle fysiologische processen gaan veranderen. Spiegel: Steunt u daarvoor op Steiner ? Beuys: Op Steiner, op de visionair Swedenborg, maar ook op Novalis of mystici als Jacob Böhme of Nicolaas von der Flüe, van wie vastgesteld is dat hij zijn leven lang alleen van water heeft geleefd. De voedselbehoefte van de mensheid gaat in de richting van een verdunning, zoals daarmee in de homeopathie een hogere kwaliteit wordt bereikt. Alles wordt gedynamiseerd. Spiegel: Ach ja ? Beuys: Voorlopig kunnen we dat gerust als utopisch beschouwen. We zijn dan al bij het veranderen van onze planeet die de mensheid op een dag toch zal moeten verlaten. Spiegel: Blijkbaar hebt u het over de volgende trap van een occult wereldplan zoals Rudof Steiner dat geschetst heeft. In hoever bent u eigenlijk zelf occultist ? Beuys: Het woord is een beetje fataal. Velen denken daarbij aan spiritisme en sekten. Spiegel: Haalt u dan geen ideeën voor uw kunstzinnig werk uit de antroposofische scholingsweg ? Beuys: Praktisch alles is scholingsweg. Spiegel: Dat betekent toch ook het verkrijgen van occulte inzichten uit het bovenzinnelijke. Beuys: Ik geloof dat we daar een beetje uit die wierooksfeer moeten. Ik gebruik klare begrippen. Mijn weg, dat is de arbeid en de concentratie op het werk. Misschien is dat mijn meditatie. Natuurlijk is er niets normaler dan het worstelen met de waarheid van al wat bestaat, de ganse waarheid en werkelijkheid, niet alleen maar de helft. Spiegel: Gelooft u in wedergeboorte ? Beuys: Voor mij is dat geen kwestie van geloof. Ik ben er eigenlijk altijd van uitgegaan dat daar niet ergens zoiets begint te leven, iets biologisch, en dan sterft, en dan stopt het daar. Als de geest een functie heeft in de wereld dan is er een voordien en een nadien. Als ik dit uitgangspunt niet had gehad, dan zou ik waarschijnlijk nooit tot de antroposofie gekomen zijn. Er zijn tegenwoordig vele denkenden die dat zien zoals ik. Spiegel: Altijd weer duiken in uw ontwerpen motieven op uit de oer- en evolutiegeschiedenis. Is er een verband met Rudolf Steiners voorstelling van de gelijktijdige ontwikkeling van mens en kosmos ? Beuys: Eerder met de visioenen van Swedenborg of Jacob Böhme. Spiegel: Hebt u ook al visioenen gehad ? Beuys: Ik heb al een ganse rij van wat men zo mooi noemt sleutelervaringen meegemaakt. Spiegel: Sleutelervaringen voor het verstand of visionaire ontmoetingen ? Beuys: Ook zulke zaken. Dat er plots een wezen voor mij stond en mij meedeelde wat ik moest doen. En het merkwaardige is, dat wat dat wezen mij vertelde toen ik vier jaar was, precies datgene is wat ik nu doe. Het werd natuurlijk gezegd in een taal die alleen diegene begrijpt die op die golflengte staat. Er werd dus bvb. niet gezegd: je moet het omvattend kunstbegrip ontwikkelen. Spiegel: En wie was dat wezen ? Beuys: Het was eigenlijk meer een onbekende, een engel. Spiegel: Hebt u hem teruggezien ? Beuys: Later is dezelfde gestalte meermaals teruggekomen. Spiegel: Een immateriële gestalte ? Beuys: Ja, maar ze was zichtbaar, zo reëel als u daar nu zit. Spiegel: Heeft die gestalte zich bekend gemaakt ? Beuys: Neen, alleen herkenbaar. Een keer zeer licht, bijna niet te zien, een doorschijnend wezen. En een andere keer helemaal zwart van boven tot onder, maar praktisch met dezelfde boodschap. Ik moet daar altijd rekening mee houden, iedere dag. Spiegel: Was dat te vergelijken met een droomverschijning à la Freud ? Beuys: Neen, neen. De typische Freudiaanse dromen heb ik ook. Maar dit was helemaal geen droom. Het was zelfs op klaarlichte dag. 's Nachts droom ik zoals iedereen droomt. Spiegel: Wat voor dromen ? Kunt u er zich daarvan herinneren ? Beuys: Sommige dromen komen altijd terug. Er is er een, die heb ik minstens 500 keer gedroomd: ik kom 's morgens uit bed en mijn been blijft erin liggen. Verschrikkelijk en amusant. Ik ga om een stuk krantpapier, wikkel het been erin en ga naar een of andere dokter. Die zet dat been gewoon op zijn plaats en kijkt - alles terug in orde. Die droom gaf mij eerst een slecht gevoel van ziek te zijn - toen hij later terugkeerde dacht ik: ge moet geen schrik hebben. Alles is te genezen. Spiegel: Het ziet ernaar uit dat er van alle antroposofen geen enkele is die door Steiners aanwijzingen te volgen tot helderziende waarnemingen is gekomen, zoals Steiner die had. Vindt u dat niet merkwaardig ? Beuys: Ik ben zeker dat er wel zijn. Maar zij die echt iets zien, die lopen er niet mee te koop. Spiegel: Mijnheer Beuys, wij danken u voor dit gesprek.
Meer over Beuys in De Brug 67
* * * * * * * * * * *
Over askese
door François De Wit In een tijd waar iedereen ernaar streeft onbeperkt zijn behoeftes te bevredigen, wordt er op een ouderwetse traditie als vasten natuurlijk geen acht meer geslagen. Eertijds dacht men dat verstervingen doen en vasten een geestelijke verdienste was. Het hielp ons om ons te onthechten van dit aardse tranendal. Mystici streefden op die manier naar een hoger bewustzijn. Zij deden daarbij ook nog aan zelfkastijding. Daardoor heeft het begrip "askese" een slechte bijklank gekregen. Rudolf Steiner legt uit dat askese in het Grieks eigenlijk betekent "zich oefenen", sluimerende krachten sterker maken. Zo zouden we legermaneuvers een askese kunnen noemen: er worden vaardigheden geoefend die in oorlogstijd zullen van pas komen. Oefeningen als de rozenkruisermeditatie zijn een askese voor wie een hoger bewustzijn wil ontwikkelen.Voor de geestelijke ontwikkeling is askese in de middeleeuwse betekenis niet noodzakelijk, eigenlijk is ze zelfs schadelijk. Rudolf Steiner legt verder uit, in dezelfde voordracht over askese: Waarom schouwen de mensen de bovenzinnelijke wereld niet ? Omdat ze alleen maar een bewustzijn hebben zolang er zintuiglijke indrukken uit hun omgeving opgenomen worden. Verdwijnen deze indrukken -bij het inslapen- dan kan de gewone mens ook niet zijn bewustzijn in stand houden. Het doel van een geestelijke scholing is nu om de ziel gewoon te maken om zich te vullen met inhouden die niet uit de zintuiglijke wereld stammen. Die inhouden zijn dan meditaties. Na verloop van (soms zeer lange) tijd is de ziel sterk genoeg om bewust te blijven als alle zintuiglijke indrukken verdwenen zijn. In de Middeleeuwen leefde er bij vele geestelijken een sterk verlangen naar rechtstreeks contact met de goddelijke wereld. Door een bepaalde askese verzwakten ze de krachten van hun fysiek lichaam. Ze kregen visioenen en verschijningen die weinig met de geestelijke wereld, maar veel met hun eigen lichamelijkheid te maken hadden. De juiste manier om helderziend te worden is volgens Rudolf Steiner niet het lichaam verzwakken, maar wel de ziel sterker maken. Mensen die, om vorderingen te maken op geestelijk vlak, geen vlees eten maar er wel voortdurend lopen aan te denken, die schaden zelfs hun ontwikkeling. Door een gepaste ontwikkeling van de geesteskrachten valt de behoefte naar vlees vanzelf weg Iemand zou nu kunnen concluderen: mooi, het is dus toch beter om iedere goesting te bevredigen in plaats van gefrustreerd rond te lopen. Fout ! Want Rudolf Steiner gaf ons de zgn. nevenoefeningen. Die hebben tot doel om de mens te leren niets anders te denken, te voelen en te doen dan hetgeen hij besloten heeft om te denken, te voelen en te doen vanuit een inzicht, m.a.w. iedere handeling, iedere motivatie moet grondig overwogen worden. Hieronder zetten we een en ander nog even in een schema, en we gaan dan verder met een uittreksel uit dezelfde voordracht. De titels voegden we zelf toe. Waarom willen de mensen niet weten van een bovenzinnelijke wereld ?
[ ... ]
Altijd weer werd er de nadruk op gelegd dat het niet noodzakelijk is om zelf helderziend te zijn om te kunnen inzien wat men te weten komt door de mededelingen van een helderziende. Om al wat geestelijk is te kunnen onderzoeken moet men natuurlijk helderziend zijn; maar eens het onderzoek gebeurd is kan iedere mens als hij niet vooringenomen is, met zijn verstand inzien wat de geestesvorser meedeelt. Het onbevangen verstand en het gezonde vernuft vormen het beste instrument om te beoordelen wat meegedeeld wordt uit de geestelijke werelden. Wie goed thuis is in het geestelijk onderzoek zal altijd kunnen zeggen: als er dan nog iets zou bestaan waarvan hij schrik heeft, dan is het wel van mensen die degelijke mededelingen aannemen zonder ze met het verstand na te gaan.; maar niet van diegenen die hun onbevooroordeeld vernuft aanwenden. Het gebruik van het vernuft is wat alles begrijpelijk maakt wat uit het geestesonderzoek komt.
Het kan echter zijn dat de mens zich te zwak voelt, dat hij in zichzelf niet de krachten kan oproepen om de mededelingen uit de geestelijke wereld te verstaan. Als zulks het geval is, wijst hij ze af vanuit een - voor hem passend- gevoel tot zelfbehoud. Hij zou volkomen in de war geraken indien hij deze mededelingen zou opnemen. Dat wordt hij gewaar. En in de grond is het bij allen die de resultaten van geestelijk onderzoek afwijzen een instinct tot zelfbehoud dat deze dingen afwijst: een bewustzijn dat niet in staat is om oefeningen -dus askese in de goede betekenis van het woord- in het eigen innerlijk uit te voeren. Een dergelijk instinct zegt: als ik deze dingen tot mij toelaat dan zouden ze mij verwarren; ze zouden, als ik ze in mijn geest binnenlaat, mijn geest opvullen; ik zou er niets kunnen mee aanvangen; dus wijs ik ze af ! Zo spreekt het materialistische bewustzijn dat geen enkele stap wil zetten buiten hetgeen de zgz. objectieve wetenschap biedt.
![]() Wat voor mensen komen in een sekte terecht ?
Er kan zich echter ook iets anders voordoen. En daar komen we op een gevaarlijke kant der askese. Er kan een bepaalde begerigheid bestaan om mededelingen uit de geestelijke wereld te ontvangen zonder de innerlijke drang en verplichting om met verstand en logica deze mededelingen te beoordelen. Het kan gaan om een soort innerlijke sensatiezucht, men laat de mededelingen uit de geestelijke wereld in zich binnenstromen. Dan werkt niet wat we het instinct tot zelfbehoud genoemd hebben, maar het tegenovergestelde: dan werkt effectief een soort zelfvernietigingsinstinct. Want wat de mens onbegrepen in zijn ziel toelaat en wat hij met zijn verstand niet wil nagaan, dat overstroomt de ziel. Dat is het geval met alle blind geloof, met al wat aangenomen wordt aan mededelingen uit de geestelijke wereld, uit de onzichtbare wereld, omdat het van een autoriteit komt. Dit aannemen van een autoriteit komt overeen met een askese die niet uit een instinct tot zelfbehoud stamt, maar uit een ziekelijk instinct tot zelfvernietiging dat wil verdrinken in een vloed van openbaringen. Dat heeft voor de menselijke ziel een belangrijke schaduwzijde. Het is een askese in de slechte zin wanneer de mens zegt: verder wil ik niets, ik wil van alles afstand doen, ik wil geloven, in vertrouwen leven ! Een dergelijke stemming is dikwijls in de loop van de geschiedenis opgetreden.
Maar niet alles wat er zo uitziet is ook blind geloof. Als bvb. verteld wordt dat het in de oude Griekse mysteriescholen van Pythagoras een courante uitdrukking was "De Meester heeft het gezegd", dan betekent dat niet: de Meester heeft het gezegd, dus geloven wij het ! Voor de leerlingen betekende dat veelmeer: de Meester heeft het gezegd, dus is dat voor ons een aansporing om erover na te denken; we zullen zien hoever we ermee komen als we onze krachten in beweging zetten ! "Geloof" moet niet altijd "blind geloof" zijn en zijn oorsprong vinden in een instinct tot zelfvernietiging. Wie in vertrouwen tot iemand mededelingen uit de geestelijke wereld aanneemt, moet dat niet vanuit een blind geloof doen; hij kan er bvb. achter gekomen zijn dat de mens die zoiets zegt de dingen ernst neemt, dat hij de mededelingen in correcte logische vorm brengt, dat hij over zaken die de leerling wel kan nagaan, logisch is en geen onzin uitkraamt. Daardoor kan de leerling, als hij deze dingen vastgesteld heeft, het terechte geloof hebben dat de betreffende, als hij over zaken spreekt die voor de leerling onbekend zijn, evenzeer op een zekere bodem staat. Vandaar dat de leerling kan zeggen: Ik zal mijn best doen ! Wat mij verteld werd en waar ik ook vertrouwen in heb, dat kan een leidraad zijn om voor mijzelf de vermogens te verwerven die mij begrijpelijk gaan worden eens ik ze bezit.
Wanneer echter deze gezonde vertrouwensbasis ontbreekt, wanneer de mens afstand doet van een begrijpend inzicht, als hij zich laat beïnvloeden door mededelingen uit de onzichtbare werelden zonder ze te willen verstaan, dan gaat dat langzamerhand over in een tamelijk bedenkelijke eigenschap over. Het gaat hier over een kwaad dat nauwelijks nog als askese kan beschouwd worden. Wie in een blind vertrouwen iets opneemt, zonder de wil om het gaandeweg te begrijpen, dus zonder het te doordringen; wie dus in zijn wil de wil van een ander opneemt, volledig blind, die verliest stilaan de gezonde zielekrachten die het vaste centrum van ons innerlijk leven uitmaken, en die het kader vormen voor de gewaarwordingen die het leven op de juiste manier sturen. Leugens en een neiging tot dwaling treden op bij de mens die in zijn innerlijk niet wil overdenken, die het vernuft niet wil laten primeren, maar die wel de drang heeft om te verdrinken in wat hem medegedeeld wordt, echt onder te gaan, met zijn Zelf te verdwijnen. Wie de gezonde waarheidszin niet wil laten overheersen, die zal vlug zien hoe leugen en neiging tot dwaling hem ook in de werkelijke wereld besluipen. Men moet in alle ernst bedenken, als men de geestelijke wereld benadert, dat men door deze nalatigheidszonde gemakkelijk in een leven terecht komt dat geen juist gevoel meer toelaat voor wat waarheid is, voor wat juist is in het leven. Wie het oefenen ernstig opneemt, wie zijn krachten wil inspannen, die mag niet nalaten de inzichten die hier uitgesproken werden in zijn ziel op te nemen."
* * * * * * * * * * *
Oefening in zelfstandig denken en een beetje economie.
door François De Wit In het vorige artikel zagen we dat Rudolf Steiner ons oproept om niet blindelings te geloven wat hij zegt, om alleen in onze ziel op te nemen wat we met ons verstand kunnen bevatten. Nu is het zo dat mensen die zich met antroposofie inlaten ofwel heel vlug besluiten dat het allemaal nonsens is en dan alles terzijde leggen, ofwel een bijna onbegrensd vertrouwen ontwikkelen in de persoon en het woord van Rudolf Steiner. Dat laatste is niet verwonderlijk: als men een boek als "Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden" in zijn ziel wil opnemen, dan moet men zich open stellen zoals een leerling voor een leermeester. Wanneer men dan later leest over het leven van Rudolf Steiner en ook daar alleen maar onbaatzuchtigheid en liefde uit spreekt, dan begint men al bijna een persoonlijke relatie met deze man te ontwikkelen.In gesprekken tussen antroposofen hoort men dan ook frequent "Jamaar, Steiner zegt toch …". Daar begint er al een zeker gevaar op te duiken om het eigen denken te laten slapen, en gemakshalve te schermen met citaten. Het is alsof Steiner dit voorzien had want op vele plaatsen in zijn werk vindt men uitspraken die op het eerste zicht elkaar tegenspreken. Of die in tegenspraak zijn met zijn eigen levenswandel. Maar, na alles wat we over hem gelezen hebben, is het onmogelijk om ons voor te stellen dat hij onlogisch of inconsequent zou geweest zijn, we moeten dus ons denken inspannen om het een en ander te kunnen verzoenen. Een voorbeeld: denken we aan de anecdote die vroeger al eens in De Brug werd aangehaald. Rudolf Steiner geeft een voordracht (sommigen zeggen: over vegetarisme) en achteraf gaat hij met enkele mensen naar een restaurant en eet daar met smaak een biefstuk op. Op het eerste zicht niet erg consequent. Dieter Brüll legt in zijn boek "De sociale impuls van de antroposofie" uit dat Steiners aanhangers de waard van dit kleine restaurant geweldig hinderden door allemaal onvoorzien omeletten en eiergerechten te bestellen. Hijzelf offerde liever een stukje eigen gezondheid op vanuit een sociale instelling en bestelde de dagschotel ! Onderstaand fragment komt uit de "Economische Cursus". Er wordt een anecdote verteld, en de lezer weet niet goed wat hij er moet mee aanvangen …
"Nu heb ik het er al over gehad dat eigenlijk de loonarbeider in werkelijkheid niet dat krijgt wat men gewoonlijk onder het begrip loon verstaat, maar dat hij eigenlijk het resultaat van zijn arbeid tot op de laatste cent aan de ondernemer verkoopt én ook betaald krijgt, en dat de ondernemer pas door de conjunctuur aan dat wat hij van de arbeider weggekocht heeft, de juiste waarde, een hogere waarde, verleent. De winst wordt daarbij, economisch gezien, niet als meerwaarde uit de arbeid gehaald. Je kunt langs economische weg niet tot een dergelijk oordeel komen, je kunt hoogstens door een moreel oordeel daartoe komen. De winst wordt behaald door het feit dat de arbeider in een ongunstiger maatschappelijke positie verkeert en dat daardoor de resultaten van zijn arbeid die hij verkoopt, minder waarde hebben op de plaats waar hij die verkoopt, dan wanneer de ondernemer, die in een andere positie is, ze doorverkoopt. Die kent eenvoudig de verhoudingen beter, kan beter verkopen. Voor de verhouding tussen arbeider en ondernemer geldt hetzelfde als voor diegene die de markt opgaat en daar voor een bepaalde prijs een bepaalde waar koopt. Hij moet die daar kopen. Waarom ? Om de eenvoudige reden dat zijn omstandigheden bvb. niet toestaan om ze ergens anders te kopen. Een ander kan ze ergens anders veel goedkoper kopen. Het maakt geen enkel verschil: wat tussen ondernemer en loonarbeider is, is economisch gezien eenvoudig een soort markt.
Maar nu maakt het wel degelijk een zeker verschil of ik mij volledig bewust ben dat dat het geval is, of dat ik meen dat ik de arbeider zijn arbeid betaal. U zou dat wellicht voor een puur theoretisch verschil kunnen aanzien, maar laat u zo'n opvatting of twee van zulke opvattingen, laat u die, zowel de ene als de andere, realiteit worden, dan zult u zien hoe de feitelijke economische verhoudingen onder de ene en onder de andere visie veranderen, want wat zich afspeelt onder mensen is nu eenmaal ook het resultaat van visies. Visies veranderen dat wat zich afspeelt, al naar gelang die visies zelf anders worden. Vandaag (1922 - fdw) baseert het hele proletariaat zijn agitatie op het feit dat arbeid passend betaald moet worden; nergens echter wordt arbeid betaald, maar altijd worden alleen de resultaten van arbeid betaald. En dat zou, als het op de juiste wijze begrepen zou worden, ook tastbaar in de prijzen tot uiting komen. Je kunt niet zeggen dat het er niet toe doet dat je iets prijs voor waren of voor loon noemt, want op het moment dat je van loon spreekt, geloof je dat je arbeid in werkelijkheid betaalt. En dan kom je op al die verdere secundaire begrippen die de arbeid als zodanig samenbrengen met andere economische processen die waardescheppend zijn - en de sociale troebelen ontstaan op een onjuiste wijze. De sociale troebelen ontstaan in zoverre terecht, als zij uit gewaarwordingen, uit gevoelens ontstaan. Gevoelens en gewaarwordingen hebben altijd op een bepaalde manier gelijk, maar je kunt niet corrigeren wat moet gecorrigeerd worden wanneer je niet de juiste begrippen hebt* . En dat is in het sociale leven het fatale, dat er veelal op een geheel terechte wijze discrepanties ontstaan, maar de correcties plaatsvinden onder verkeerde begrippen. Over de meest onbenullige bijzonderheden ontwikkelen de mensen zulke verkeerde begrippen, die vervolgens dan ook uitgedragen worden in het economisch denken en daar dan een rampzalige uitwerking hebben.
Neemt u eens een zeer eenvoudig voorbeeld: een heer (ik wil graag dit voorbeeld uit het werkelijke leven nemen ) zei eens tegen mij: ja, ik schrijf graag briefkaarten aan mijn vrienden, veel prentbriefkaarten versturen, dat doe ik graag. Ik zei: ik hou er helemaal niet van om prentbriefkaarten te schrijven en wel -het was nog in de tijd dat ik niet zoveel te doen had als nu- en wel om economische redenen. Waarom ? vroeg hij. Ik zei: ik moet onwillekeurig bij elke prentbriefkaart die ik schrijf, denken: misschien moet hiervoor weer een postbode tot op de vierde verdieping trappen lopen. Kortom, ik veroorzaak een verschuiving in het economische proces. Het gaat niet om de arbeid van de postbode, want bij een postbode is het moeilijk om prestatie te onderscheiden van arbeid; en het is de prestatie die moet op zijn waarde geschat worden. Ik vermeerder dus op oneconomische wijze de prestaties die de postbodes moeten volbrengen als ik graag veel prentbriefkaarten naar mijn vrienden stuur. Hij zei: dat is niet economisch geredeneerd: een postbode hoeft maar zo en zoveel te presteren, dan worden voor de vele prentbriekkaarten die al die mensen schrijven, vele nieuwe postbodes aangesteld en krijgen zo en zoveel postbodes hun salaris, hun betaling. Ik ben dus eigenlijk, zei hij, een weldoener van de mensen die aangeworven worden. Ik kon daarop alleen maar antwoorden: ja, produceert u ook alles wat deze mensen eten die dan aangeworven werden ? U vermeerdert de consumptiemiddelen niet; u bewerkt slechts een verschuiving. Doordat meer postbodes aangeworven worden vermeerder je de consumptie niet.
Dat is het wat in een individueel geval dikwijls de meest krasse misvattingen tevoorschijn roept. Immers, wanneer een of andere bijeenkomst van zulke heren toevallig de gemeenteraad zou vormen (het zou ook kunnen gebeuren dat dergelijke heren minister worden, dan vormen ze zelfs een ministerraad), dan zouden ze kunnen beslissen: er zijn zo en zoveel werklozen, laat dus nieuwe bouwwerken uitvoeren of zoiets, dan zijn die mensen bezig. Ja, op korte termijn is het probleem opgelost, maar iets nieuw is er niet geproduceerd. Alle arbeiders samen hebben niet meer te eten dan dat zij voordien hadden. Als ik de weegschaal aan de ene kant laat neergaan, dan moet ze aan de andere kant stijgen. Er moet dus, wanneer ik niet door een samenhangend economisch proces maar door één afzonderlijke maatregel iets veroorzaak, aan de andere zijde een calamiteit optreden. En men zou, indien men de kunst zou verstaan om te observeren, op zijn vingers kunnen natellen: wanneer ik aldus sociale hervormingen bedrijf dat ik eenvoudigweg broodloze mensen aan brood help door ze nieuwbouwprojecten te laten uitvoeren, dan maak ik een ander product voor andere mensen duurder. En zo is juist op economisch gebied duidelijk te zien hoe men niet kortzichtig mag denken, maar alles in een grotere samenhang moet zien. Ik herhaal het: het komt erop aan de dingen in hun samenhang te zien."
Antroposofen die met Nieuwjaar enkele kaartjes verstuurd hebben zullen misschien al een slecht geweten krijgen: verdorie zeg, nu is hij daar ook al tegen. Maar we moeten goed lezen: Steiner zegt niet dat hij tegen het versturen van prentbriefkaarten is. Hij zegt alleen dat hijzelf het niet doet omdat hij zich bewust is van de verschuivingen in de economie die zo'n daad meebrengt.
Voor ons betekent het niet meer dan een aansporing om iedere daad (zoals ieder woord en iedere gedachte) alleen maar uit te voeren als we alle voors en tegens hebben overwogen.
Wat Rudolf Steiner hier beweert is trouwens nu nog altijd geldig hoewel de meesten onder ons geneigd zijn om de pientere heer uit het voorbeeld gelijk te geven. Vele van die pientere heren zijn blijkbaar economen en regeringsleden geworden, want om werkgelegenheid te scheppen heeft de overheid immense bedragen uitgegeven, maar het effect op de werkgelegenheid bleek achteraf miniem.
Een bekende Franse econoom, Alfred Sauvy, heeft zelfs boeken gewijd aan dit verschijnsel van verregaande kortzichtigheid bij de machthebbers en economen. Hij heeft het daar onder meer over de zaken die Steiner aanraakte in het bovenstaande uittreksel (in: "L'Economie du diable", Calmann-Levy, 1976) :
Te allen tijde hebben mensen zich verzet tegen de technische vooruitgang met het argument dat de machines de werklieden broodroofden. Reeds de Romeinse keizer Diocletianus (239-313) liet niet toe dat een ingenieur een machine gebruikte om de zuilen van een tempel op te richten en sprak tot hem: "Laat mij het eenvoudig volk voeden" (door het werk en bijgevolg een inkomen te geven). Welnu, zegt Sauvy, het gebruik van die machine zou op geen enkele manier de hoeveelheid graan in het rijk verminderd hebben, er zou nog altijd dezelfde mogelijkheid geweest zijn om het eenvoudige volk te voeden, meer zelfs, want door het gebruik van die machine zouden er meer mensen beschikbaar zijn geweest om de landbouwopbrengst te vermeerderen (blz. 22). Als men een heel kras voorbeeld neemt, dan ziet iedereen onmiddellijk in dat werkgelegenheid geen doel op zich kan zijn: we zouden bvb. al het werk dat nu met vrachtwagens uitgevoerd wordt, terug met kruiwagens kunnen doen. De werkgelegenheid zou op korte termijn geweldig stijgen, maar terzelfdertijd zou het transport zo duur worden dat vele andere activiteiten zouden verdwijnen. Spijtig genoeg is dit effect niet direct zichtbaar op kleinere schaal, wanneer bvb. verlieslatende bedrijven gesteund worden. (blz. 30) 2) verschuivingen in de werkloosheid
a) door veranderde gewoontes
b) door overheidsbeslissingen
3) verkeerde denkbeelden bij de politici De mythe dat op een bepaald grongebied maar een beperkt antal arbeidsplaatsen voorhanden is, leidt tot het idee dat meer mensen = meer werkloosheid, terwijl meer mensen juist meer kunnen produceren. Men probeert dan ook om de werkloosheid op te lossen door arbeidsduurvermindering, een abstracte deling van het beschikbaar werk door het aantal actieven. Twee keer fout. Twee voorbeelden. "Frankrijk 1936-1937: crisis. Niet alleen het Front Populaire, maar iedereen is ervan overtuigd dat "er geen werk is". Diagnose die niet mag tegengesproken worden. Dus moest het beschikbaar werk rechtvaardig verdeeld worden zoals het voedsel in een reddingsboot. Dat werd de 40-urenweek. Dertig jaar later is de productiviteit gestegen met meer dan de helft. De helft van de bevolking zou dus moeten werkloos zijn. Maar nee, de actieve bevolking is gegroeid; men heeft 2 miljoen gastarbeiders moeten roepen om het werk te doen. De gemiddelde werkweek duurde 48u6, in de bouw zelfs 51u4. En dan nog waren alle publieke en private behoeftes niet beantwoord." (blz. 31) "Begin 1939, de oorlog komt eraan. In Duitsland werken 35 à 40 miljoen mensen 50 à 60 uur per week aan de productie van wapens en de waren die een economische basis vormen. In die periode stromen in Frankrijk 500 000 Spanjaarden binnen die vluchten voor het Franco-regime; daarvan zijn er 250 000 in staat om te werken. Voor de economie een onverwachte versterking. Maar Frankrijk is radeloos ! Extreem rechts wil die ongewensten buitengooien, links verstijft van angst voor de werkloosheid. De minister van Binnenlandse Zaken verklaart voor de Kamer dat hij zijn collega, de minister van Koloniën, gevraagd heeft om uit te kijken naar onbewoonde maar vruchtbare eilanden in de Zuidzee om daar, naar Engels voorbeeld, overtolligen onder te brengen. Eigenlijk zeiden we tot die mensen ongeveer het volgende: "We gaan jullie te eten geven, omdat we per slot van rekening humaan zijn, maar probeer vooral niet om welvaart te creëren !" Dergelijk gedrag is volledig conform met onze huidige ideeën (beter misschien: gebrek eraan - fdw) en bevestigt de algemene onwetendheid: door hun consumptie zouden die mensen onze welvaart verminderen, maar door hen te laten produceren zouden ze die juist vermeerderen." (blz. 20) We zien dat de geschiedenis zich herhaalt ! Maar toch blijft het voor de mensheid een moeilijke zaak om in te zien dat inkomen een recht is dat niet mag afhangen van werkgelegenheid. Iedere mens heeft, alleen al door het feit van geboren te zijn, recht op zijn deel van de koek: een basisinkomen. Gaan de mensen dan lui in hun zetel blijven zitten ? Nee, want als mensen de kans krijgen om vrij hun arbeidsterrein en arbeidsvoorwaarden af te spreken met elkaar, dan werken ze graag; daarover bestaan verschillende studies. Op dit ogenblik is Jos Verhulst bezig een groot deel van deze studies te verwerken tot een handig boekje dat gaat gaat over de vraag waar de mens de motivatie om te werken vandaan haalt. U hoort er nog van.
* * * * * * * * * * *
Karma en temperament
[ ... ]
Veel minder verandert de mens wat betreft temperament, karakter en neigingen. Een opvliegend kind bvb. verandert maar heel langzaam. Temperament, karakter en neigingen blijven dikwijls gans het leven hetzelfde. Ervaringen en voorstellingen wisselen snel in het leven, de verandering van temperament, karakter en neigingen echter gaat heel langzaam. Die zijn taai, een beetje veranderen ze wel, maar slechts buitengewoon langzaam. Ze verhouden zich tot hetgeen men leert zoals de kleine wijzer van het uurwerk tot de grote. Dat komt omdat dat alles in het etherlichaam zit, en dat verandert maar traag omdat het uit een materie bestaat die veel minder mogelijkheden tot verandering heeft. Het traagst van al verandert het fysiek lichaam. Dat is iets dat eenmaal aangelegd is, om zo te zeggen, en het ganse leven met deze aanleg doormaakt. We zullen later zien hoe de inwijdeling ook zijn fysiek lichaam kan veranderen en hoe hij op zijn etherlichaam kan werken. Maar eerst moeten we bekijken hoe deze dingen een invloed tot buiten dit leven hebben.
De voorstellingen, gewaarwordingen enz. van een lang leven, die het astraal lichaam veranderen, zullen pas in een volgend leven een diepgrijpende verandering in het etherlichaam veroorzaken. Als men er dus wil voor zorgen om in een volgend leven met goede neigingen en gewoontes te worden geboren, dan moet men trachten om dit in het huidig leven voorzover mogelijk in het astraal lichaam voor te bereiden. Als iemand dus zijn best doet om vele goede daden te verrichten dan zal hij met neigingen tot goede daden geboren worden. Dat wordt dan een eigenschap van het etherlichaam. Als iemand bvb. met een goed geheugen wil geboren worden, dan moet hij hier zoveel mogelijk herinneringsoefeningen doen, hij moet dikwijls terugblikken op de voorbije jaren van zijn leven en op zijn totale biografie. Daardoor vormt hij in het astraal lichaam iets dat in het volgende leven een eigenschap van het etherlichaam wordt: een goede aanleg voor geheugen. Een mens die in zijn leven door de wereld raast zal in het volgend leven iets meebrengen waardoor hij weinig kan hechten aan de afzonderlijke dingen van de omgeving. Wie daarentegen veel intiem samenleeft met een bepaalde omgeving die zal geboren worden met een bijzondere voorliefde voor al wat zo'n omgeving gevormd heeft.
En zo kan men de verschillende temperamenten vastknopen met bepaalde ervaringen uit een vorig leven, want de temperamenten zijn immers een eigenschap van het etherlichaam.
Dat zijn de vier grondkaraktertrekken die een mens kan hebben. Gewoonlijk heeft de mens van alle vier een beetje; maar toch is er altijd in meer of mindere mate een grondtoon. Deze vier temperamenten drukken zich uit in het etherlichaam. Er zijn dus vier verschillende hoofdsoorten van etherlichamen. Deze hebben op hun beurt verschillende stromingen en bewegingen die een bepaalde grondkleur in het astraal lichaam oproepen. Dat hangt niet af van het astraal lichaam, het wordt daar alleen maar zichtbaar.
Het melancholische temperament wordt karmisch vooral dan aangelegd wanneer een mens in een voorgaand leven gedwongen was in een zeer enge, kleine kring te leven, veel alleen moest zijn, als hij zich altijd uitsluitend met zichzelf moest bezig houden, zodat hij geen interesse voor andere zaken in zich kon wekken. Wie daarentegen veel heeft leren kennen, wie met vele dingen in aanraking is gekomen en die niet alleen maar op afstand bekeken heeft, wie door het vorige leven hard is aangepakt, die wordt een cholericus. Heeft men een aangenaam leven zonder veel strijd en ontbering gehad, of heeft men veel gezien en is het bij dat zien gebleven, dan wordt men flegmaticus of sanguïnicus.
Vooraleer we nu gaan beginnen met ons vorig leven te vervloeken, zouden we toch ook het volgende fragment moeten lezen. De grondtoon van ons leven, onze levensstemming hebben we niet alleen aan ons eigen karma te danken. Er is nog een andere factor die kan meespelen.
" Op een andere manier hangt het af van de ontwikkelingstoestanden die de mens in deze tijd doormaakt. Deze toestanden brengen het Ik na een bepaalde tijd tot een geestelijke gesteldheid die geen bevrediging meer vindt in een innerlijk geestbeleven en het Ik ontwikkelt een verlangen naar een bewustzijnsverandering zoals die alleen op de Aarde kan gevonden worden. Uit het samenkomen van deze innerlijke dorst naar belichaming en de mogelijkheid vanuit de kosmos om een gepast lichaam te vinden volgt de intrede van de mens in het aardeleven. Dat gebeurt dan -omdat de twee factoren moeten aanwezig zijn- de ene keer op een moment dat de "dorst" nog niet zijn hoogtepunt heeft bereikt omdat een min of meer gepast lichaam beschikbaar is; de andere keer pas als de "dorst" al over zijn hoogtepunt heen is, omdat op het gepaste moment geen gepast lichaam beschikbaar was. De algemene levensstemming waarin een mens zich bevindt door de gesteldheid van zijn lichamelijk wezen hangt samen met deze verhoudingen."
Het spannende moment van de incarnatie
Hoe werken nu de krachten om de mens tot een nieuwe incarnatie te brengen ? Ongeveer duizend jaar verlopen tussen dood en nieuwe geboorte, zoals we gezien hebben. Gedurende deze tijd rijpt de ziel uit, om dan de weg naar een nieuwe geboorte in te slaan. Voor de helderziende is het buitengewoon interessant om de astrale wereld te onderzoeken. Hij kan bvb. vliegende astrale kadavers waarnemen die aan het oplossen zijn. Het astrale kadaver van een hoogontwikkelde mens die aan zijn lagere driften gewerkt heeft lost vlug op; maar bij laagstaande mensen gaat dit oplossen traag als ze hun neigingen en begeertes de vrije loop hebben gelaten. Het kan zelfs gebeuren dat het oude astrale lichaam nog niet opgelost is op het moment dat de oorspronkelijke eigenaar naar een nieuwe geboorte toegaat. Dat wordt dan een zwaar noodlot. Het kan ook gebeuren dat een mens door bijzondere omstandigheden snel terugkeert en zijn oude astraallichaam nog ontmoet; dit voelt zich dan sterk aangetrokken tot hem en glipt mee in het nieuwe astraal lichaam. Die mens vormt zich dan wel een nieuw astraal lichaam, maar het oude verbindt er zich mee, hij sleept ze beide met zich mee door het leven. Het oude astraal lichaam treedt dan in boze dromen of in visioenen voor hem als een tweede Ik en begoochelt, kwelt en pijnigt hem. Dat is de onrechtmatige, valse "Wachter op de drempel". Dit oude astrale kadaver treedt gemakkelijk uit de mens uit omdat het niet vast met de andere wezensdelen verbonden is en verschijnt dan als dubbelganger. Behalve deze gestalten ziet de helderziende nog een bijzonder merkwaardig soort vormen; het zijn klokvormige vormen die met een reusachtige snelheid door de astrale ruimte vliegen en flitsen. Dat zijn nog niet belichaamde, maar naar belichaming strevende mensenkiemen. Tijd en plaats zijn tamelijk onbelangrijk voor deze mensenkiemen op weg naar een belichaming, omdat zij zich zo gemakkelijk kunnen bewegen. Zij zijn bont gekleurd en omgeven door een kleurenatmosfeer, aan een zijde zijn ze rood, aan de andere blauw, in het midden fonkelt een lichtend gele straal. Dit zijn dus de mensenkiemen die zopas vanuit het devachaan in de astrale ruimte binnenkomen. Wat is daar gebeurd ? Na de dood heeft de mens zijn hoger astraal lichaam en de vruchten van zijn voorgaande levens als een causaal lichaam mee naar het devachaan genomen, en nu verzamelt hij nieuwe astrale "materie". Het is als een magneet die ijzervijlsel naar zich toe trekt. Afhankelijk van de krachten die hij opgebouwd heeft verzamelt de mens zijn astrale materie rond zich; na een goed voorgaand leven verzamelt hij ander materiaal dan na een slecht. De klokvormige vorm is het vroegere causaal lichaam, de krachten van het vroegere astrale lichaam en het nieuwe astrale lichaam. De kiem mag niet meer het oude astrale lichaam terugvinden, maar moet een nieuw astraal lichaam vormen uit ongedifferentieerde astrale materie. Dit proces hangt dus van de mens zelf af: vorm en kleur van het nieuwe astraal lichaam hangen af van de krachten die in het voorgaand leven verworven werden. Dat is een feit waar men rekening moet mee houden.
Waarom flitsen deze mensenkiemen met zo'n razende snelheid voorbij ? Omdat het ouderpaar moet gezocht worden dat naar karakter en familiale verhoudingen bij de mensenkiem past. De snelheid maakt het mogelijk dat het ouderpaar gevonden wordt. De mensenkiem kan op dit moment hier, en het volgende ogenblik reeds in Amerika zijn.
Bij hetgeen verder geschiedt is de mens aangewezen op hulp. Hogere wezens, de Lipika's, leiden de mensenkiem naar het overeenkomstige ouderpaar; de Maharaja's (Rudolf Steiner gebruikte in 1906 nog vaak de traditionele Indische benamingen voor geestelijke wezens; we lezen hier Maharaja's maar in GA94 spreekt hij in dezelfde context over Mahadeva's wat waarschijnlijk de correcte term is vermits maharaja het woord is waarmee een wereldse koning benoemd wordt - fdw)vormen het etherlichaam volgens het astrale origineel en volgens hetgeen de ouders bijdragen aan de uiterlijke fysieke vorm. Bij de eigenlijke bevruchting kan de helderziende in het passionele dat daarbij door de ouders vrijgemaakt wordt eveneens astrale materie ontdekken. Daardoor wordt het begeerteleven van het kind bepaald door de intensiteit van dat passionele.
Daarna wordt ethermaterie aangetrokken uit Noord, Zuid, Oost en West, uit de hoogte en uit de diepte. Niet altijd kan een ouderpaar gevonden worden dat precies bij een mensenkiem past; er kan altijd maar het best passende uitgezocht worden. En evenmin kan een fysiek lichaam gebouwd worden dat precies bij zijn etherlichaam past. Volledige harmonie kan er nooit zijn. Vandaar stamt de tweespalt bij de mens tussen zijn ziel en zijn lichaam."
* * * * * * * * * * *
Het getal 666
1) Het jaar 666Destijds is in De Brug 11 een artikel verschenen over het getal 666. Daarin werd dit getal verklaard als het tijdstip waarop in de Aarde-evolutie de zesde vormfase, het zesde tijdvak en de zesde cultuurperiode zullen ten einde gelopen zijn. Dat tijdstip zal zich pas in een zeer verre toekomst voordoen. Het is de courante en een juiste verklaring van het getal 666.Op 16.10.1918 hield Rudolf Steiner een voordracht met als onderwerp "Wie finde ich den Christus ?", waarin hij spreekt over het jaar 666 als "het getal van het Dier dat tevens het getal is van een mens" (Openb. 13:18). Al bestaat er geen verband tussen het getal 666 van de Aarde-evolutie en het getal 666 dat het jaar 666 aanduidt, een toeval is het niet dat in beide gevallen hetzelfde getal bekomen wordt. "Wie verstand heeft, zoeke de zin van het getal van het Dier", spoort de Openbaring ons aan, en met deze zullen wij trachten dit te doen. Om het jaartal 666 te verklaren moeten wij het tijdperk van de Ik-ontwikkeling van de mens in beschouwing nemen. Wij weten door de geestswetenschap dat de Ik-ontwikkeling in drie stadia verloopt, telkens in opeenvolgende periodes van 2160 jaar, meer bepaald de periode van:
- de gewaarwordingsziel (2907 v.C. - 747 v.C.) Nemen wij het midden van het middelste tijdperk, dus dat van de verstandsziel, dan komen wij op het jaar 333 n.C. Dit jaar 333 vormt de overgang van het atavistisch helderzien naar het zelfstandig denken. Van dan af vervaagden de helderziende beelden in de menselijke ziel, en moest de mens zich -door zijn eigen denken te activeren- zelf ideeën scheppen over de wereld en mensheid. Vanaf het moment dat de mens zelfstandig begon na te denken, waardoor tegelijkertijd de mogelijkheid ontstond dat hij zich kon vergissen, was de tijd gekomen voor de tegenmachten om de mensheid te manipuleren en te misleiden. Deze manipulatie, die begon vanaf het jaar 333 zou 333 jaar duren om te culmineren in het jaar 666. Waarom moest die manipulatie door de tegenmachten nu 333 jaar duren ? Voor een duidelijk begrip hierover dienen wij terug te gaan tot het begin van onze tijdrekening, bij de geboorte van de Christus Jezus. Toentertijd kon het Mysterie van Golgotha niet begrepen worden door de tijdgenoten van Christus, zelfs niet door de apostelen. Door hun atavistische gemoedstoestand konden zij slechts het belang ervan vermoeden, maar niet helder inzien. Maar ook na de dood ontwikkelt de mensenziel zich verder, het begripsvermogen neemt toe, en zo kwam het dat de tijdgenoten van Christus enkele eeuwen later, zo omstreeks het jaar 333, toen de ontwikkeling van de verstandsziel haar hoogtepunt bereikte, vanuit de geestelijke wereld ten volle het Mysterie van Golgotha konden begrijpen. En vanuit de geestelijke wereld begonnen de apostelen de toen op aarde levende mensen te inspireren over het Mysterie van Golgotha. Als wij de impuls van het Mysterie van Golgotha niet in aanmerking nemen, dan stond de mens in het jaar 333, aan het begin van zijn individuele ontwikkeling, neutraal tegenover de wereld; hij werd door geen hogere macht gedwongen naar één of andere kant over te hellen, en volgens zijn gezonde mensennatuur zou hij vanuit eigen kracht een normale ontwikkeling tegemoet gaan. Die neutrale positie was voor de tegenmachten een gelegenheid om een poging te ondernemen om de ontwikkeling van de mensheid in andere banen te leiden dan de reguliere ontwikkeling het voorzag. De mens had 333 jaar nodig om het Mysterie van Golgotha te begrijpen, precies zoveel tijd moest er voor de tegenmachten beschikbaar worden gesteld om de mensheid in hun macht te krijgen. Zo komen wij aan het jaar 666. Wij laten Rudolf Steiner zelf aan het woord:
"Volgens de intenties van bepaalde geestelijke machten moest er met de mensheid iets geschieden, en het was geschied, ware het Mysterie van Golgotha niet ingetreden. Men had dan de periode vanaf 333 -het hoogtepunt van de cultuur van de verstandsziel- als een afdalende weg benut om de mensheid in een gans ander vaarwater te brengen dan de intenties waren van die goddelijke wezens die met de mens vanaf de aanvang, vanaf Saturnus, verbonden zijn. Dan zou er iets geschieden wat pas veel later over de mensheid zou moeten komen, er zou namelijk geschieden dat door een soort openbaring de bewustzijnsziel van de mens reeds in het jaar 666 zou ontwikkeld zijn ... Vijandige machten willen namelijk altijd de normale ontwikkeling van de mensheid zoals die door de goede geestelijke wezens voorzien is, vervroegen, terwijl de mensheid daarvoor nog niet rijp is. Wat eerst in het midden van óns tijdperk zou moeten geschieden, in het jaar 2493, dus 1080 jaar na 1413 (begin v.h. tijdperk v.d. bewustzijnsziel) ... dat zou reeds in 666 door ahrimanisch-luciferische krachten in de mens ingeprent zijn geweest.
Die wezens wilden aan de mens vervroegd de bewustzijnsziel geven, maar daardoor zouden zij de mens een natuur ingeplant hebben die het hem onmogelijk gemaakt zou hebben om de weg naar zijn geestzelf, levensgeest en geestmens te vinden. Men zou zijn toekomstweg afgesneden hebben en hem in gans andere ontwikkelingsbanen geleid hebben."
De Akademie van Gondishapur Deze aanval van de tegenmachten is in 666 daadwerkelijk gebeurd en heeft zich uiterlijk gemanifesteerd in de cultuur van de "Akademie van Gondishapur". Deze akademie werd rond het jaar 350 in Perzië, nabij het huidige Bagdad, gesticht en werd mettertijd een verzamelplaats van hooggeleerde mensen uit de ganse toenmalige beschaafde wereld. Het was een wetenschappelijk centrum waar hoogabstracte intelligentie verenigd werd met het bedrijven van magische instinctieve culten. Deze akademie was ook totaal voorbijgegaan aan het Mysterie van Golgotha. De impuls van de Akademie van Gondishapur heeft zich niet doorgezet. Hij werd afgstompt, niet alleen omdat vooraf het Mysterie van Golgotha had plaatsgevonden, maar ook omdat in de tijd van de cultuur van Gondishapur velen werden geïnspireerd door de gestorven zielen in de geestelijke wereld, door zielen die de betekenis van het Mysterie van Golgotha toen ten volle konden doorschouwen. Niettemin werd door de impuls van Gondishapur een kwaadaardige nasleep veroorzaakt in de mensheidsevolutie. Ten gevolge van die impuls heeft de ganse mensheid een soort "erfzonde" opgelopen. Rudolf Steiner: "Hierdoor heeft de gehele mensheid een soort innerlijke knak opgelopen die tot in de lichamelijkheid gaat en waarmee de mens voortaan steeds weer geboren wordt ... Versta mij dus goed: de mensheid, voorzover het de geciviliseerde mensheid betreft, heeft tegenwoordig in het lichaam een stekel ... De mensen hebben die eigenlijk voor het eerst vanaf de 7de eeuw gekregen. Maar deze stekel zal zich steeds meer uitbreiden, zal steeds beduidender worden. Wanneer men tegenwoordig een mens ontmoet, die volledig doordrongen is van deze stekel, van deze ziekte -want het is een stekel in het fysieke lichaam, het ís een werkelijke ziekte- dan wordt hij een atheïst, een godsloochenaar. Aanleg tot dit atheïsme heeft eigenlijk iedereen die tot de moderne beschaving behoort; het gaat er nu om of de mens zich al dan niet aan deze aanleg overgeeft. De mens draagt die ziekte in zich die hem aanspoort het goddelijke te verloochenen, terwijl hij dat goddelijke eigenlijk, vanuit zijn natuur, zou moeten erkennen. Deze natuur is destijds in zekere zin gemineraliseerd, in de ontwikkeling teruggeschroefd, zodat wij allen de godsloocheningsziekte in ons dragen." Maar door deze ziekte, zegt Steiner, wordt de ziel veel sterker door het lichaam aangetrokken, en daardoor zal de ziel ook willen deelnemen aan de natuur van het lichaam, aan het lot van geboorte, erfelijkheid en dood; en zelfs na de dood zal zij niet meer de neiging hebben om het geestelijke op te nemen en om een volgende incarnatie voor te bereiden. Met hun "duivelse wijsheid" wilden de geleerden van Gondishapur niets anders dan verhinderen dat de mens een hogere ontwikkeling zou doormaken. Zij wilden de ziel "doodverwant" maken. Maar door het Mysterie van Golgotha is de mens bewaard geworden voor de doodverwantschap. Terwijl namelijk de tegenmachten de ziel sterker aan de lichameljkheid wilden binden, heeft Christus de ziel dichter bij de geest gebracht. Zodoende leven er in de ziel twee krachten: een doodskracht en een geestkracht, een levenwekkende kracht. De Christuskracht is een helende kracht (vandaar de naam Heiland) die ons geneest van de ziekte van de godsverloochening.
2) Het jaar 1332Johannes, de schrijver van de Openbaring, ziet in zijn toekomstvisioen iedere 666 jaar een hernieuwde aanval van de tegenmachten. Rudolf Steiner hierover in GA 346:"Het getal 666 is daar nu in de tijd waarin het Arabisme in het Christendom dringt om daarin de stempel van het materialisme af te drukken; het is de tweede keer daar, nadat opnieuw 666 jaar verlopen zijn: 1332, in de 14de eeuw. En daar verheft het Dier zich opnieuw uit de stroom van het wereldgebeuren. Wie zo schouwt als Johannes ziet het wereldgebeuren als een voortdurend stromen van periodes van 666. Het Dier verheft zich om het Christendom dat op zoek is naar het menszijn, te bedreigen met dierlijkheid." Een ander belangrijk gevolg van de Akademie van Gondishapur was inderdaad de doorstoot van de Arabische materialistische cultuur naar Europa, en deze vormde een reële bedreiging voor het Christendom. Om de Arabische invloed achteruit te dringen en om het Heilig Land te heroveren op de Arabieren, werd in Europa opgeroepen tot de kruistochten. En in 1119, ongeveer tegelijkertijd met het begin van de kruistochten, stichtten enkele Franse ridders op de plaats waar het Mysterie van Golgotha zich voltrokken had, de "Orde der Tempelridders". De intentie van de Orde was het verspreiden van een waarachtig Christendom door een diep inzicht te verwerven in he Mysterie van Golgotha. De Tempeliers moesten hiervoor desnoods hun leven offeren, want naast de gebruikelijke monniksgeloften werd hun het volgende opgedragen: "Aan niets anders mochten ze denken dan aan wat hun harten en zielen volledig kon vervullen met het heilige Mysterie van Golgotha, en aan de gelofte om iedere druppel van hun bloed te offeren voor de herovering van de heilige plaatsen ... Op ieder ogenblik van hun leven moesten zij denken dat het bloed dar door hun aderen stroomt, niet aan henzelf toebehoort, maar aan de grote geestelijke opdracht die zij te vervullen hadden." Door dit offer dat zij volbrachten voor de wereld en door hun uitzonderlijke zedelijke kracht, weden vele Tempeliers, zij het eerder onbewust dan bewust, ingewijd in de christelijke mysteriën ...
"En de zielen van een aantal Tempeliers werden in hoge mate vervuld met het wezen van het Mysterie van Golgotha, met het gevoel van alles wat samenhangt met de Christusimpuls. Sterk en intensief werd de kracht van deze verbondenheid met Christus. De ware Tempelridder liet Christus in zich voelen, liet Christus in zich denken, liet zich begeesteren door Christus".
Deze Filips de Schone was bezeten door goud, hij moest alle goud en zilver in zijn handen krijgen, in zoverre zelfs dat hij de gouden munten liet vervangen door munten uit waardeloos metaal. Door die maatregel kwam het volk in opstand, en Filips moest zijn heil zoeken bij de Tempeliers en daar zijn goudschat verbergen. Hij was verbaasd hoe vlug de Tempeliers de volksopstand konden bedwingen, en hij stond versteld van hun morele kracht, terwijl hijzelf slechts in goud geïnteresseerd was. Hij zou de kracht van de Tempeliers breken en zich tegelijkertijd hun goudschatten toeëigenen (want ook de Tempelridders waren rijk, alleen gebruikten zij hun rijkdom voor het heil van de mensheid). Ook Filips de Schone had een inwijding doorgemaakt, maar een duivelse inwijding, geïnspireerd door het goud. "Vanuit diep onderbewuste impulsen vond hij de middelen om, door het doden van mensen, onderbewuste inpulsen in de mensheidsontwikkeling in te voegen", zegt Steiner. Op die manier kreeg hij macht over bepaalde mensen, en die mensen, onder wie hoge gezagsdragers van de katholieke kerk van destijds, werden duivelse bondgenoten van Filips. Vanuit die hoek kwam er een samenzwering tegen de Tempelridders; velen werden gevangen genomen en onder de vreselijkste folteringen moesten zij misdaden bekennen die zij niet gepleegd hadden. Zij werden gedwongen om te bekennen dat zij aanhangers van de duivel waren, in plaats van Christus. Tenslotte werden zij levend verbrand en hun bezittingen in beslag genomen. Maar de impuls van de Tempelridders kon niet uitgeroeid worden: vanuit de geestelijke wereld inspireerden zij -net zoals de apostelen vóór hen gedaan hadden- vele zielen op aarde tot het begrijpen van de Christusimpuls en het Mysterie van Golgotha.
3) Het jaar 1998In antroposofische en in esoterische kringen, en uiteraard ook in secten, wordt momenteel veelvukldig gediscussieerd over het getal 666, het getal van het Dier. Dat is ook normaal, omdat nu dit jaar het Dier voor de derde keer terugkomt. Niemand weet hoe het Dier zich deze keer zal manifesteren, ook wij weten het niet. Sommigen beweren dat het Ahriman zelf is die zich lichamelijk zal incarneren, anderen hebben het over een aanval van Sorat, de Zonnedemon.Rudolf Steiner beweert dat Lucifer en Ahriman, net zoals de Christus Jezus, elk eenmaal op aarde in een menselijk lichaam kunnen verschijnen. Over een mogelijke incarnatie van de Asoera's of van Sorat wordt nergens iets vermeld, en daarom sluiten wij dat hier uit. Lucifer is op aarde reeds rond het jaar 2900 v.C. in China geïncarneerd; een tweede incarnatie is uitgesloten; de Christus Jezus is, om een evenwicht tussen Lucifer en Ahriman te bewerken, op aarde gekomen in wat wij het jaar 1 noemen. Ahriman zou dus rond 2900 n.C. als een mens van vlees en bloed moeten verschijnen. Nochtans zal Ahriman, indien de toebereidselen voor zijn incarnatie op aarde gunstiger en vlugger verlopen dan verwacht -hetgen zich tegenwoordig inderdaad op elk gebied van de samenleving uitwijst-, dan zal hij vlugger dan voorzien incarneren. "Vooraleer ook nog maar een deel van het derde millenium voorbij zal zijn" en "wat zich nu al voorbereidt en zeer zeker zal plaatsvinden in een niet al te verre toekomst, is een werkelijke incarnatie van Ahriman", beweerde Rudolf Steiner in 1919 ! In elk geval zal de geïncarneerde Ahriman naar voor treden als een eminente persoonlijkheid die op een geraffineerde manier alle volkeren der aarde aan zijn voeten zal laten knielen. Zo iemand is nog niet op de voorgrond getreden, en als Ahriman al geboren is of in de nabije toekomst geboren wordt, zal hij pas binnen drie, vier decennia actief worden. Dat het jaar 1998 (of de periode errond) voorgesteld wordt als het jaar van de doorbraak van de geïncarneerde Ahriman is -hoewel het niet onmogelijk is- een speculatieve veronderstelling, temeer daar Rudolf Steiner in 1924 tijdens een voordrachtenreeks over de Apokalyps die o.m. handelde over de jaren 666 - 1332 - 1998 in verband met deze jaartalllen nooit gesproken heeft over de werking van Ahriman, maar altijd over de werking van Sorat, de Zonnedemon. Voordat we nu verder ingaan op het wezen van de tegenmachten gaan we eens kijken wat Rudolf Steiner in 1918 over de toekomst zei. De lezer kan dan zelf uitmaken in hoeverre die toekomst van toen al heden geworden is ! Een blik in de toekomst Uit de voordracht "Was tut der Engel in unserem Astralleib?" ( 9.10.18 - GA 182) : Aan de evolutie van de mensheid wordt door hogere machten (meer bepaald de "Geesten van de Vorm") meegewerkt om een welbepaald doel voor de toekomst te verwezenlijken. Wat die Geesten van de Vorm voor de mensheid later willen bereiken, moeten zij eerst in beelden ontwikkelen, en die beelden worden in het astraal lichaam van de mens ingeprent door diens engel. Deze beelden worden zo gevormd dat daaruit drie welbepaalde soorten impulsen (kunnen) ontstaan voor het toekomstig leven: - er zal geen mens op aarde kunnen gelukkig zijn wanneer hij naast zich anderen ziet die ongelukkig zijn. Daaruit zal een impuls onstaan van absolute broederlijkheid en eenheid tussen de mensen onderling, met gevolgen op het sociaal en maatschappelijk leven natuurlijk; - in ieder mens zal het evenbeeld van God erkend worden. Er zal geen religieuze dwang meer zijn, maar elke ontmoeting van mens tot mens zal een religieuze handeling, een sacrament zijn. Religies en kerken als instituties zullen zichzelf moeten opheffen aangezien zij zullen nutteloos geworden zijn; - de mens zal de geestelijke wereld begrijpen en beleven door zijn geestelijk denken te intensiveren. Deze drie impulsen duiken aanvankelijk als beelden in het astraal lichaam op, maar kunnen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Aangezien wij in het tijdperk van de bewustzijnsziel leven, hebben wij de mogelijkheid om ons bewust te worden van die beelden die onze engel in ons astraal lichaam legt, en dan worden deze beelden openbaringen. Het komt er nu op aan dat de mens deze openbaring wil, het komt op het willen aan; deze bewustwording kan vroeger of later, of in het slechtste geval helemaal niet tot stand komen, omdat velen al slapend door het leven gaan, omdat velen zich niet bekommeren over of zich niet verbinden met wat er in de wereld gebeurt. En er zijn wezens die erop uit zijn deze bewustwording af te remmen, nl. de luciferische en de ahrimanische wezens. Met de luciferische wezens is het eigenaardig gesteld. Op een bepaald niveau van de wereldontwikkeling zijn zij achtergebleven. Zij zijn blijven staan op het ontwikkelingsniveau van de oude Maan, en met de Aarde willen zij niets te maken hebben. Slechts door een ontwikkeling mee te maken op de Aarde kan een wezen vrij worden, en de luciferische wezens willen, uit een soort afgunst, omdat zijzelf deze vrijheid niet verworven hebben, de mensheid remmen in zijn ontwikkeling tot vrije wil, tot zelfbewustzijn. Daarom prenten ze de mens in dat alles wat met een soort niet-bewuste, dromerige, mystieke wellust te maken heeft, het hoogste is wat hij op geestelijk niveau kan bereiken. Ook de ahrimanische wezens willen het bewustzijn van de mens verduisteren. Zij streven ernaar het geestelijk bewustzijn te doden. Zij houden de mens voor dat hij als mens alleen maar een hoger ontwikkeld dier is zodat het enkel en alleen van belang is de lichamelijke en materiële behoeftes hier op aarde te bevredigen. Deze beide tegenmachten wiegen de mensheid in slaap. Het gevaar dreigt dat de openbaringen die ons zouden moeten te beurt vallen door het werk van de engelen in ons astraal lichaam, helemaal niet geopenbaard worden. En dat zou de mensheid duur te staan komen. Want de engelen zullen toch hun werk verrichten, en als zij dat niet op de normale manier kunnen omdat de mens zich niet bewust wordt van hun werkzaamheid, dan moeten zij een andere weg zoeken. Dan zullen de engelen hun beelden inprenten in het etherlichaam van de mens, terwijl deze slaapt en met zijn astraal lichaam en Ik buiten zijn fysiek en etherlichaam is. En wanneer de mens dan ontwaakt, dan vindt hij instincten in de plaats van beelden die leiden tot geestelijke openbaringen. "Dit kan zich nog voltrekken vóór het derde millenium een aanvang neemt", zegt Rudolf Steiner. En hij voegt eraan toe welke instincten zich zullen manifesteren: - instincten zullen ontstaan die samenhangen met het mysterie van geboorte, conceptie, met gans het sexuele leven. Een verderfelijke wellust zal men beleven door zich over te geven aan gruwelijke sexuele driften, en men zal dit prijzen als een hoge vorm van onbevooroordeeldheid en onbevangenheid; - men zal een instinctieve kennis krijgen van bepaalde geneeskrachten, maar een schadelijke kennis, die naar willekeur kan toegepast worden en die voor egoïstische doeleinden zal aangewend worden om allerlei ziekten te veroorzaken; - door bepaalde bewegingen uit te voeren, door het veroorzaken van bepaalde trillingen zal men enorme mechanische krachten kunnen voortbrengen die verwoestende natuurkrachten kunnen ontketenen. En dit alles zal de mens als vooruitgang beschouwen, als een natuurlijke gang van zaken in de mensheidsontwikkeling ! In de Apokalyps, het Boek der Openbaring worden zeven gemeenten ten tonele gevoerd. Elk van deze gemeenten vertegenwoordigt één van de zeven cultuurperioden van de na-Atlantische tijd. De periode waarin wij nu leven, de vijfde, die de cultuurperiode van de bewustzijnsziel is, wordt in de Openbaring voorgesteld als Sardes, de vijfde gemeente. Hieronder volgen de verzen 2 tot 4 uit hoofdstuk 3:
"Word wakende,
4) Asoera's en Sorat: tegenmachtenDe Asoera's (of on-goden) zijn geestelijke wezens die zich van de reguliere ontwikkeling hebben afgescheiden tijdens de Saturnusfase. In rangorde staan zij geestelijk op een veel hoger niveau dan Ahriman (afgevallen tijdens de Zonnefase) en Lucifer (afgevallen tijdens de Maanfase). De Asoera's willen niet alleen niets weten van een geestesontwikkeling bij de mens, zij willen ook de mens niet. Zij willen hem ont-Ik-ken, hem verlagen tot een dier, zelfs minder maken dan een dier. Uit GA 107:
"Het kwaad dat de luciferische geesten de mens tegelijk met de weldaad van de vrijheid hebben gebracht zullen wij in het verloop van de aardetijd volledig vereffenen. Het kwaad dat de ahrimanische geesten gebracht hebben, kan vereffend worden in het verloop van de karmische afwikkeling. Het kwaad echter dat de asoerische machten brengen kan niet zomaar goedgemaakt worden. Hebben de goede geesten aan de mens smart en lijden, ziekte en dood gegeven, zodat hij zich ondanks het kwade opwaarts kan ontwikkelen; hebben de goede geesten de mogelijkheid van het karma gegeven om de dwalingen ten gevolge van ahrimanische machten te vereffenen - tegenover de asoerische geesten zal dat in het verloop van het aardebestaan niet zo gemakkelijk zijn. Want de asoerische geesten zullen bewerken dat wat door hen wordt aangegrepen -en dat is het diepste wezen van de mens, de bewustzijnsziel met het Ik- dat dit Ik zich verenigt met de zinnelijkheid van de aarde. Stuk na stuk zal er uit het Ik gerukt worden, en in dezelfde mate dat de asoerische wezens zich vastzetten in de bewustzijnsziel, in die mate moet de mens stukken van zijn wezen achterlaten op aarde. Wat door de Asoera's afgenomen is zal onherroepelijk verloren zijn. Het is niet zo dat ze de ganse mens zullen innemen, maar zij zullen stukken knippen uit de menselijke geest.
De asoerische machten kondigen zich in ons tijdperk aan door de geest die nu heerst en die wij kunnen noemen de geest van het louter leven in de zinnelijkheid en van het vergeten van alle werkelijke geestelijke wezens en geestelijke werelden. Men kan zeggen: tegenwoordig is het meer theoretisch dat de asoerische machten de mens verleiden. Tegenwoordig spiegelen zij hem veelal voor dat zijn Ik enkel en alleen een product is van de fysieke wereld. Tegenwoordig verleiden zij hem tot een soort theoretisch materialisme. Maar in het verdere verloop van de tijd zullen zij -en dat kondigt zich meer en meer aan door de woeste hartstochten van de zinnelijkheid, die steeds meer en meer op aarde neerdalen- zullen zij de blik van de mens verduisteren voor de geestelijke wezens en machten. De mens zal niets weten, en niets willen weten van een geestelijke wereld. Hij zal steeds meer en meer, niet alleen leren dat de hoogste zedelijke ideeën van de mens slechts hogere organisaties van dierlijke driften zijn, hij zal niet alleen leren dat het menselijk denken slechts een transformatie is van wat ook het dier heeft, hij zal niet alleen leren dat de mens niet slechts met zijn gestalte aan het dier verwant is, maar ook met zijn ganse wezen van het dier afstamt, maar de mens zal deze opvatting ernstig nemen en zo zijn leven inrichten." Sorat, de Zonnedemon is de werkelijke tegenstander van Christus: "Dit wezen is afkomstig uit andere wereldperioden, het ontleent zijn streven aan andere wereldperioden, en het zal een diepe bevrediging voelen als het in aanraking komt met wezens zoals die boze wezens zullen zijn die hebben geweigerd innerlijk aan te nemen wat aan goeds uit de aarde kan voortkomen. Dit wezen heeft niets van de aarde kunnen opnemen. Het heeft de ontwikkeling van de aarde gezien, maar daarbij vastgesteld: ik ben niet op zodanige wijze met de ontwikkeling meegegaan dat ik aan het aardse bestaan iets kan hebben. Dit wezen had alleen iets aan de aarde kunnen hebben als het op een gegeven ogenblik de heerschappij had kunnen veroveren, namelijk toen het Christusbeginsel naar de aarde afdaalde. Als dit Christusbeginsel toentertijd in de kiem was gesmoord, als de tegenstander Christus had kunnen overwinnen, dan zou het inderdaad mogelijk zijn geweest dat de aarde in haar totaliteit ten prooi was gevallen aan het Soratbeginsel."
5) BesluitHet getal 666 is het getal van het Dier, van Sorat, dat staat vast. Sorat heeft nog niet rechtstreeks ingegrepen in de aarde-ontwikkeling anders was de mensheid spiritueel al ten onder gegaan. De Asoera's zijn echter, wat boosaardigheid betreft, het meest verwant met Sorat. Men zou kunnen stellen dat Sorat vooraleer zijn definitieve slag te slaan, op gezette tijden zijn handlangers, de Asoera's, vooruitstuurt om stukken uit het menselijk Ik te vreten.In het jaar 666 kwamen de Asoera's bij manier van spreken, eens om de hoek kjken en gaven de mens een prik om hem te verzwakken. In 1332 brachten zij een wonde toe, maar de mens heeft het overleefd. Wij mogen niet vergeten dat het tijdperk van de bewustzijnsziel toen nog niet aangebroken was, zodat zij destijds nog niet met volle kracht konden toeslaan. Nu ligt de zaak anders; dit is hun tijdperk, dat van de bewustzijnsziel. Gaan de Asoera's, nadat zij een prik gegeven hebben en een wonde hebben toegebracht, ons nu trachten te onthoofden ?
* * * * * * * * * * *
|