|
De Brug 23 van maart 1999 Bio-dynamische landbouw in de woestijn - SEKEMHoe het begon
Ibrahim Aboeleish, een Egyptenaar, studeerde in het begin van de jaren 70 in Oostenrijk geneeskunde, scheikunde en farmacie. Hij maakte kennis met de antropo-sofie en vond daardoor zijn levenstaak. Hij keerde terug naar zijn land, kocht een stuk woestijn en begon het vruchtbaar te maken. Dat was het begin van een nieuwe cultuur-impuls in Egypte. Achtergrond Toen de Aswan-stuwdam voltooid werd, in 1963, kwam er in Egypte een einde aan de regelmatige jaarlijkse overstromingen van de Nijloevers en de Nijldelta. Eeuwenlang hadden die het leven van de boeren geregeld en hun tradities bepaald. Osiris, die in het overstromingswater sterft, kon nu niet meer herrijzen om zich met de koning, een incarnatie van de valkgod Horus, te verbinden. In de plaats van het vruchtbare Nijlslib werd er op grote schaal kunsmest en pesticide gebruikt, vooral bij de katoenteelt. De boeren werden er ziek van hoewel ze die middelen bechouwden als medicijnen. Samen met de groeiende bevolking stegen ook de uitgaven voor volksgezondheid, een serieus probleem voor de Egyptische regering. Het prestigieuze superproject om de Nijl af te dammen was bedoeld om de stroomvoorziening te verzekeren, maar dit objectief wordt nu al niet meer gehaald, er wordt gewoon te weinig stroom opgewekt om zowel industrie als de bevolking te bedienen. Ondertussen is de totale Egyptische ecologie wel ontwricht. Een oase En dan verschijnt als lichpuntje: Sekem. Een gebied van ongeveer 70 hectare, zo'n 50 km ten noord-oosten van Caïro, aan de rand van de Arabische woestijn. Hier wordt er aan biologisch-dynamische landbouw gedaan. Een groene oase midden in een geelgrauwe steen- en zandwoestijn. Die is er niet vanzelf gekomen. Er werden 120.000 bomen geplant - araucaria, eucalyptus, henna, dadelpalm, guava, olijfbomen, granaatappel en palmen. We zien er vandaag niet alleen schaduwgevende bomen en groene velden waarop bekende groentesoorten gedijen. Ook kruiden als kamille, calendula, malve, koningskaars en munt. Met de bomen en de struiken kwamen ook de vogels: er worden al 42 soorten geteld. Men boorde er talrijke waterputten. De aarde werd bewerkt met het traditionele Egyptische werktuig, de hak. De irrigatie gebeurt met een 'intelligent' systeem, langs terrassen. Er wordt doelmatig gewerkt, wisseling van de verschillende teelten, bijenkorven, compostering. Een organisatie voor ontwikkelingshulp uit Bochum stuurde ooit 40 koeien van het bekende Duitse Allgau-ras: tegenwoordig weiden er op de 160 Sekem-boerderijen bijna 1000 koeien. Wat in Sekem indruk maakt is de verzorgde atmosfeer; buitengewoon voor zgz. kansarmen, zo buitengewoon dat een afgevaardigde van UNESCO zich ergerde aan deze "schoonheid" omdat hij zich een totaal ander beeld had voorgesteld van een project dat aanspraak maakt op ontwikkelingshulp. Het contrast met de levensomstandigheden in het nabijgelegen Caïro is natuurlijk enorm. Caïro telt 15 miljoen inwoners en kent een explosieve bevolkingstoename. De hygiënische en ecologische situatie is rampzalig en strekt zich al uit tot aan de voet van de pyramiden van Gizeh. Het spitsuur duurt er bijna 24 uur, men rijdt er op vijf vakken op wegen waar men in Europa nauwelijks twee vakken zou van maken. Daartussen ezels- en kameeldrijvers en handkarren. Vijfsterrenhotels staan er naast uitgestrekte ghettos, vierkante kilometers groot, doorsneden door stinkende zijarmen van de Nijl. Overal bedelaars, kreupelen, stelende lompenkinderen. Op de terrassen pasja's met zonnebril en dikke buik die de waterpijp roken, en alomtegenwoordig zwaarbewapende politiemannen . Een Sekem-school "Het is hier een Sekem-school, geen Waldorfschool zoals wij die in Duitsland kennen", zegt Yvonne Floride, die de school leidt. Wij moeten hier eerst nog bereiken dat het kind als kind erkend wordt, pas dan kunnen wij ons concentreren op de zgn. 'juiste' pedagogie. De Sekem-school wordt bezocht door 380 kinderen, er wordt volgens het staatsleerplan onderwezen, inspecties zijn legio. Egyptische leerkrachten moeten eerst leren om les te geven zonder een rietstengel: lijfstraffen en meppen zijn in het Egyptisch onderwijs een vanzelfsprekend onderdeel van het leerproces. Indien de Duitse pedagogen niet continu zouden begeleiden en aanwijzingen geven, dan zouden de leraars snel terugvallen op het vanbuiten leren, uit het hoofd, intellectueel. Er moet moeizaam voor iedere methodische vooruitgang geworsteld worden. Men komt overal goed-opgeleide mensen te kort, niet alleen als klasleerkracht maar ook bij de vakleerkrachten van het beroepsopleidingscentrum, waar de jonge mensen leren omgaan met hout, metaal en electro. Dit naar het voorbeeld van de Hibernia-school in Herne (Duitsland) die een schoolopleiding combineert met een beroepsopleiding. In Sekem kunnen volwassenen zich bijscholen in de 'Mahad', het vormingscentrum voor volwassenen. Leren waarnemen Voor het begin van de arbeid komen de medewerkers van de verschillende bedrijven samen, evenals de scholieren met hun leerkracht, in hun respectievelijke groepskring. Op het einde van de werkweek (donderdag) komen allen samen op de centrale verzamelplaats van het bedrijf. Het maakt een grote indruk wanneer die bontgeklede mensen met hun naam afgeroepen worden en in 't kort berichten wat ze de dag ervoor gedaan hebben en wat ze vandaag gaan doen. Het is een bewust ingevoerde opvoedkundige praktijk, een oefening om de zelfwaarneming te wekken en het individuele bewustzijn te sterken in zijn verhouding tot de omringende gemeenschap. Als afsluiting wordt in het Arabisch de spreuk gesproken "Het schone bewonderen..."*
![]() De sjeik, het geestelijke oppergezag, is bij alle grotere gebeurtenissen in de school en in het bedrijf aanwezig en reciteert sura's uit de Koran. In het geheel der gebouwen is dan ook een kleine moskee opgenomen. De Duitse architect W. Reindl heeft zich bij het ontwerp laten inspireren door de oriëntaalse bouwtrant. De vaderlijke leiding door Ibrahim Aboeleish wordt door de mensen dankbaar aanvaard en motiveert hen tot een verbazingwekkende bereidheid om te presteren. Dat is des te meer verbazingwekkend omdat in de islamitische cultuur, vooral bij de plattelandsbevolking, traditioneel een volledig ander tijdsbegrip en andere arbeids- en sociale verhoudingen gelden als bij ons. Daarom is Sekem als een Egyptisch cultuurinitiatief niet voor te stellen zonder de Islam, en is ieder succes uitgesloten als het niet gelegitimeerd wordt door de Koran. Volgens Aboeleish is daarom Koranstudie nodig om de betreffende passages op te zoeken en vruchtbaar te maken, een soort 'vertaalarbeid' van de schrift naar de praktijk. De economie in Sekem In totaal zijn er op Sekem zeven grotere zelfstandige bedrijven met een jaarlijkse omzet van 150 miljoen F. en een groeiritme van 20 % per jaar. Alles begon met een kleine rij producten voor de lokale markt, thee en kruiden. Een eerste grote groei kwam er door contracten met "Lebensbaum" uit Duitsland en "Pyramide" uit Holland. De firma Sekem verwerkt kruiden (reinigen, versnijden, vermalen), de firma Isis levensmiddelen (brood, kaas enz.). In 1986 volgde dan de firma Atos die de eerste geneeskrachtige kruiden op de markt bracht. Dit is ondertussen de branche geworden die het sterkst groeit. Het eerste geneesmiddel tegen kanker, VISCUM, werd ontwikkeld in samenwerking met acht universiteiten in Caïro en wordt bereid volgens de strenge ISO 9001 kwaliteitsnorm. Het kwam in 1998 op de markt. Hator (sinds 1996) is het verpakkingsbedrijf van waaruit de producten van het teelt- en verwerkingsbedrijf Libra (1988) per schip en vliegtuig naar alle landen van de wereld verstuurd worden. In eigen land begint de vraag naar bio-voeding te groeien. Sekem bevoorraadt tien eigen winkels (onder de naam Nature's Best). Daarnaast levert het bedrijf aan grote ketens in Europa en Amerika. De distributie in het binnenland gebeurt ook door een eigen bedrijf, de handelsfirma Mercury (1994). In Conytex (1994) verwerken zo'n 180 medewerkers textiel gemaakt uit eigen Sekem-katoen. Het zijn bijna uitsluitend mannelijke naaiers - gehuwde vrouwen werken in de regel niet buitenshuis. Naast een verzekerde arbeidsplaats wordt er gratis kost en geneeskundige verzorging geboden - niet mis in een onderontwikkeld land met grote werkloosheid. De tot nu toe grootste politieke en maatschappelijke erkenning vond plaats in 1991, toen Sekem in samenwerking met het Ministerie van Landbouw en de universiteit van Caïro kon bewijzen dat biologisch-dynamisch geteeld en beschermd katoen van betere kwaliteit is en meer opbrengt dan katoen dat op de gewone manier gekweekt wordt. Het zuivere katoen kon er van groene struiken geplukt worden in plaats van van katoenplanten die verdord en verbrand waren door de chemische pesticiden. Resultaat: In gans het land werd het besproeien van katoenplanten afgeschaft, jaarlijks kwamen er aldus 30.000 ton minder pesticide in het milieu terecht. Ondertussen worden er al 300.000 hectare biologisch katoen gekweekt, daarvan 1.200 hectare biologisch-dynamisch. Alle culturele inrichtingen, van euritmieles, school en kleutertuin, tot de specifieke onderzoeksprojecten ziiten in de Egyptische Vereniging voor Culturele Ontwikkeling en worden door het bedrijf gedragen. Op het terrein van het administratief centrum van Sekem, in Heliopolis, niet ver van Caïro, bevindt zich een academie in opbouw, waar de beroepsbijscholing uitmondt in een echte academische opleiding, en waar onderzoek op het veld kan gedaan worden. In een eerste fase gaan de faculteiten voor landbouw, kunst en economie afgewerkt worden. Een project voor generaties Het Sekem-initiatief wordt mee-gedragen door een internationaal netwerk van menselijke, persoonlijke relaties. Zonder de actieve hulp van deze vriendenkring zou Sekem zeker niet hebben kunnen bereiken wat het nu al op indrukwekkende wijze gedaan heeft om helend voor aarde en mens op te treden. Sekem is een voorbeeld van hoe een antroposofische impuls in een totaal andere cultuur kan wortel schieten. Een bezoeker uit Europa zal nog dikwijls verbaasd opkijken als hij bvb. kinderen aan het werk ziet. Maar kinderarbeid is in Egypte nog zeer verbreid. Van jongsaf aan dragen kinderen bij tot het onderhoud van de familie. Opleiding, hygiënische en geneeskundige verzorging, daar is geen plaats voor. De kinderen moeten werken van de ouders en dat is ginds vanzelfsprekend. Om toch een kans te krijgen werken deze kinderen tegen betaling mee bij de bloesemoogst. In het dode seizoen krijgen ze dan kosteloze schoolopleiding, voor de rest hebben ze recht op geneeskundige verzorging en krijgen een warm middagmaal in de schoolkantine, vaak hun enige maaltjd ... Ondanks de geweldige resultaten spreekt de stichter ook vandaag nog van een eerste fase waar generaties nog moeten aan werken om de vruchten te kunnen oogsten. fdw
* * * * * * * * * * * Het artikel over Rudolf Steiners jeugd
*
Sergej Prokofjef in België
Op vrijdag 26 februari sprak Sergej Prokofjef in Brussel over
"Rudolf Steiner en het karma van de Antroposofische Vereniging".
Prokofjef is de kleinzoon van de gelijknamige Russische componist. Hij kwam reeds op 14-jarige leeftijd in contact met antroposofie en is op dit ogenblik een van de grote namen in de beweging. Hij schreef o.m. "De spirituele betekenis van vergeving". De spreker begon zijn voordracht met de vraag hoe de wet van karma -waardoor ieder voor zijn eigen fouten verantwoordelijk is- te rijmen valt met de mogelijkheid om het karma van iemand anders te (helpen) dragen. In de cyclus "Christus en de menselijke ziel" (GA 155) maakt Rudolf Steiner een onderscheid tussen twee soorten karma, het subjectief karma en het objectief karma. Het eerste leren we ten laatste kennen in het kamaloka, en we ervaren het als een genade dat we zelf kunnen goedmaken wat we in een voorgaand leven hebben misdreven. Maar door het kwade dat begaan werd is er ook objectief iets vernietigd in de kosmos, in de aardesfeer. Indien er alleen subjectief karma bestond dan zou op het einde van onze ontwikkelingsweg de mens gered zijn omdat hij door het subjectief karma alles weer goedgemaakt heeft, maar de aarde zou vernietigd zijn en dus een echte hel voor de mens worden. Want de mens zou een wezen met een aanleg tot ontwikkeling zijn, maar hij zou geen mogelijkheid hebben om die ontwikkeling te realiseren. Christus is verschenen en het mysterie van Golgotha heeft plaatsgevonden. De mens kreeg de Vrijheid. Dat betekent ook dat de mogelijkheid moest bestaan om fouten te maken, om te kiezen voor het verkeerde. De mens heeft dat al in ruime mate gedaan. Daardoor is objectief karma ontstaan en dat moet door iemand gedragen worden totdat de mens in staat is om bewust dit karma ten goede te wenden. We weten wie dat karma draagt, het is de grootste martelaar na Christus zelf: Christiaan Rosencreutz. Waarom is hij zo'n grote martelaar ? Omdat zovele mensen tegenwoordig niets willen weten van de geestelijke wereld. Na de Kerstbijeenkomst vroeg Ita Wegman aan Rudolf Steiner hoe men Christiaan Rosencreutz moest zien in gans dit gebeuren. Rudolf Steiner antwoordde haar dat er in de geestelijke wereld een soort altaar bestond met daarvoor twee figuren. Eén in het blauw: Christiaan Rosencreutz, en één in het rood: Rudolf Steiner. Over dit altaar kan men meer vinden in "Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden"(GA 10), in het hoofdstuk waar sprake is van de Grote Wachter op de drempel ("Op het altaar der mensheid offert hij zijn gaven"). Als dat voor de mens tegenstrijdig lijkt, enerzijds de wet van karma waardoor wij zelf moeten goedmaken wat we verkeerd deden, en anderzijds het feit dat iemand ons karma kan afnemen, dan komt dat omdat wij nog teveel vanuit de oude mysteriën van de Wijsheid denken, en nog te weinig vanuit de nieuwe mysteriën van de Liefde. Daarom ook is bvb. de vraag of de mens vrij is, een verkeerde vraag. In de "Filosofie der Vrijheid" betoogt Rudolf Steiner dat het erop aan komt de mens een weg te tonen zodat hij de vrijheid innerlijk echt beleven kan. Op dezelfde manier moeten wij niet vragen of Rudolf Steiner het karma van de Antroposofische Vereniging draagt, maar moeten wij een reële weg betreden om ervaringen op dat gebied op te doen. We proberen dat concreter te maken. Tijdens de Kerstbijeenkomst in 1923 werd de Antroposofische Vereniging (opnieuw) gegrondvest. Bekijkt men paragraaf 4 van de statuten dan stelt men vast dat Rudolf Steiner de drempel om lid te worden zo laag mogelijk heeft gehouden. Iedereen kan immers lid worden, er wordt geen onderscheid gemaakt naar nationaliteit, stand, godsdienst, wetenschappelijke overtuiging. Men moet alleen iets gerechtvaardigds zien in het bestaan van een instituut als het Goetheanum in Dornach als Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Kan het minder-eisend geformuleerd worden ? De ruimte voor vrijheid is zo groot als maar enigszins mogelijk, en daardoor kan de Antroposofische Vereniging onmogelijk als een sekte beschouwd worden. Maar dan: in de karma-voordrachten zegt Rudolf Steiner dat wie lid wordt van de Antroposofische Vereniging daardoor alleen al gans zijn karma beïnvloedt. Dus:enerzijds hebben we die zeer brede basis dankzij par. 4, en dan loodrecht daarop het karma waarin de hoogste geestelijke wezens werken.
![]() Wat vindt de mens die lid wordt in de Vereniging ? Hij vindt mensen, interessante en ook rare snuiters, hij maakt bijeenkomsten mee, inspirerende maar ook vervelende. Wat vindt hij niet: iets bijzonder esoterisch ! Waarom niet ? Omdat hij dat alleen kan vinden voorzover hij vanuit een eigen wilsbesluit de keuze maakt voor een esoterische scholing. Hij moet zijn eigen vrijheid verbinden met verantwoordelijkheid. In de oude mysteriën lag de verantwoordelijkheid bij anderen, in de nieuwe ligt de verantwoordelijkheid bij de mens zelf. Hij moet het zelf willen en volhouden als hij bvb. aansluit bij een lees- en studiegroep. Daar komt hij dan ook de anderen tegen die hetzelfde zoeken. Het nieuwe denken dat in zo'n groepen geoefend wordt is licht voor de geestelijke wereld, het wordt waargenomen door de Engelen. ![]() Op de tweede trap zoekt de mens een verbinding met de Aartsengel, door verantwoordelijkheid op te nemen voor de Vereniging van zijn land of volk. Dit heeft niets te maken met een uiterlijke functie in de vereniging. Het werk als voorzitter bvb. kan voor de geestelijke wereld helemaal geen waarde hebben, terwijl een lid dat onbekend in stilte verder werkt juist zeer veel kan betekenen. ![]() Op die tweede trap komt men terug de mensen tegen die met hetzelfde bezig zijn. De derde trap: vóór hun huidige incarnatie waren de antroposofen leerlingen van de Michaelsschool. Daar namen ze zich voor om op de wereld te komen, elkaar te vinden en een wereldgemeenschap te stichten, niet voor hun eigen welzijn, maar omdat Michael bewuste mensen op aarde nodig heeft om zijn strijd te kunnen voortzetten. Door aldus een nog grotere verantwoordelijkheid op te nemen komt men op de derde trap. ![]() Hoe kunnen we nu weten of we een echte verantwoordelijkheid opgenomen hebben of een ingebeelde ? Van een echte verantwoordelijkheid kunnen we spreken als die in het gebied van de Wil ingrijpt. En dat betekent tegelijk lijden, smart. Op dat punt, het punt van de hoogste verantwoordelijkheid, wordt gans onze pyramide gespiegeld: ![]() Het wezen dat tot het hoogste niveau stijgt wordt ook in de grootste mate dienaar . Daarom ook waste Christus de voeten van Zijn discipelen. Het lijden, de smart, wordt grotendeels veroorzaakt doordat men ook in situaties die men helemaal niet goedkeurt, dienaar wil blijven. Men nadert zelf de volkomenheid en toch blijft men de onvolkomenheid van de medemens mee-dragen. Dat kan dikwijls iemand tot aan de grens van de vertwijfeling brengen. Maar op dat ogenblik stijgt dan boven de horizon der ziel een ster die licht, warmte en hoop geeft: het is Rudolf Steiner zelf, zoals hij ons na de Kerstbijeenkomst voor-leefde wat onze taak is. Na de Kerstbijeenkomst verliet hij zijn eigen woning en ging in de schrijnwerkerij wonen. Daar kon iedereen hem op ieder moment komen opzoeken, hij ontving soms 100 mensen per dag. Sommigen kwamen alleen uit nieuwsgierigheid, andere met egoïstische bedoelingen. Goedmenende leden zagen dat hij er lichamelijk aan ten onder ging en vroegen of het niet beter zou zijn om de bezoekersstroom te beperken zodat hij zijn krachten voor belangrijker doelen kon sparen. Rudolf Steiner antwoordde dat hij alleen maar één ding wilde: ieder te helpen die meende zijn hulp nodig te hebben. We zien dat aldus twee extreme niveaus elkaar kruisen. Horizontaal wordt door paragraaf 4 van de statuten de huidige beschaving, het meest exoterische, toegelaten, en vertikaal staat daarop het Mysterie van Golgotha, het grootste esoterische, waar een God ons het grootste dienaar-zijn voorleefde. Eveneens is de opgave van de mens om het exoterische en het esoterische te verbinden, hemel en aarde, het innerlijke en het uiterlijke. Christus heeft het ons voorgedaan. Ook wij moeten ons kruis opnemen. De Antroposofische Vereniging is het karma geworden van Rudolf Steiner. Hij was bereid het op zich te nemen. Wij kunnen onze opdracht vervullen en de grootste openbaarheid verbinden met de diepste esoteriek: als we eveneens bereid zijn. Dan komen we in de sfeer waar Rudolf Steiner ons karma draagt en waar hij op onze medewerking wacht. Het is de sfeer waar Christus de Heer van het Karma wordt.
Verslag : fdw
* * * * * * * * * * *
Ontmoetingen met het kwaad in de twintigste eeuwNadat Sergej Prokofjef op vrijdagavond in Brussel gesproken had, gaf hij nog twee voordrachten in Berchem op zaterdag 27 maart 1999. De eerste voordracht geven we hieronder weer. In de cyclus "Geschichtliche Symptomatologie' (GA 185) spreekt Rudolf Steiner over de kenmerken van de verschillende cultuurperiodes. In de vierde na-atlantische cultuurperiode leert de mens de krachten van de Dood in zijn innerlijk kennen. Daarom heeft het Mysterie van Golgotha in die cultuurperiode plaatsgevonden. Wat eens innerlijk is, wordt later buitenkant: in de vijfde cultuurperiode komt de mens in aanraking met de krachten van de Dood langs buiten. Atoomtechniek, gen-technologie, ecolgische rampen, allemaal bedreigingen van buitenaf. In zijn innerlijk leert hij nu de krachten van het Boze kennen. Op hun beurt gaan deze krachten langs buiten werken in de zesde cultuurperiode. De mens moet stand houden bij deze confrontaties (met het Boze in zijn innerlijke, met de Dood langs zijn buitenwereld). Antroposofie kan hem hierbij helpen omdat ze het fenomeen van het Boze kan verklaren. We weten dat er verschillende hiërarchieën meegewerkt hebben aan de ontwikkelingsgang van de mens. Onder meer daardoor zijn deze hiërarchieën zelf verder geëvolueerd. Toen onze huidige Aarde in een vorige ontwikkelingstoestand verkeerde die we de oude Maan noemen, maakten de Engelen hun "mensheid" door, natuurlijk onder totaal andere omstandigheden als wij tegenwoordig. Op de oude Zon maakten de Aartsengelen een "mens"-toestand door, en op de oude Saturnus stonden de Archai op het niveau van "mens", d.w.z. ze ontwikkelden er hun Ik. Nu zijn er op ieder niveau en in ieder tijdvak wezens die de evolutie op de 'normale' manier meemaken, en andere die achterblijven. Al wat verloopt in harmonie met het goddelijk wereldplan wordt symbolisch aangeduid met het getal zeven, al wat een onregelmatige, vertraagde ontwikkeling doormaakt, met het getal zes. De wezens die op de oude Maan achterbleven noemen we Luciferische. Zij die achterbleven op de oude Zon noemen we Ahrimanische, en zij die achterbleven op de oude Saturnus, dat zijn de Asoera's. Drie reeksen van wezens wier ontwikkeling door een zes kan voorgesteld worden: 666. We herinneren hier aan de occulte wetmatigheid waardoor een nieuwe toestand pas kan intreden nadat de voorgaande ontwikkelingstoestanden zich in 't kort herhaald hebben. Aldus hebben in het Lemurische tijdvak de Luciferische krachten zich ontplooid, in het Atlantische de Ahrimanische en in ons tijdvak, het na-Atlantische is het de beurt aan de Asoera's. Deze drie samen zijn de werktuigen van Sorat, de Zonnedemon, wiens getal 666 is. Terwijl zowel Lucifer als Ahriman als de Asoera's zich ontwikkelen binnen de mensheidsevolutie, staat Sorat er volledig buiten. Hij is niet alleen de tegenstrever van de mens, maar van Christus zelf. In de Apocalyps wordt hij het Beest uit de afgrond genoemd. Hij gebruikt lucifer en Ahriman en de Asoera's om zijn doelstellingen te verwezenlijken. Zijn werkzaamheid verhoogt telkens zijn getal terugkeert. Zo moeten we de jaren 666, 1332 en 1998 zien als poorten langswaar hij in de geschiedenis binnensluipt. Ongeveer honderd jaar vóór 666 sloot keizer Justinianus de Griekse filosofenscholen. De geleerden en wijsgeren weken uit naar Azië, waar dan in de buurt van het huidige Bagdad de academie van Gondisjapoer ontstond. Daar werd een wijsheid ontwikkeld die helemaal niet aangepast was aan de mensheid van die tijd. De grote massa leefde nog in de gewaarwordingsziel, alleen een kleine elite had de verstandsziel ontwikkeld. Sorat probeerde, langs de academie om, de bewustzijnsziel te wekken met een gedemoniseerde wijsheid die de mensen als een openbaring zouden aangenomen hebben. Ze zouden die niet als een resultaat van eigen innerlijke arbeid verwerven en ze zouden hun eigen ontwikkelingsmogelijkheid afsluiten. Deze aanval op de menselijke ziel gebeurde innerlijk langs het werk van de Academie, uiterlijk door de uitbreiding van de Islam. De esoterische impuls van Golgotha bood een tegengewicht. Rond 1332 waren Filips de Schone en paus Clemens V de instrumenten van Sorat. Zij slaagden erin de orde van de Tempelridders te vernietigen. Dit genootschap was goed op weg om de mensheid een volledig nieuwe manier te tonen van hoe met geld en grond kon worden omgegaan. Rond 1998 begon Sorat de drie tegenmachten in te schakelen om zijn doel te bereiken. Daarbij werd het Boze onder-menselijk. Rudolf Steiner beschrijft dat er drie wegen zijn van inwijding in het Kwade. Als eerste noemt hij de Westerse loges die politieke doelen nastreven door rituele magie te bebruiken. Ten tweede zijn er de Jezuïeten. De 'Exercitiën' van Ignatius van Loyola zijn een zeer efficiënte inwijdingsweg, maar ze leiden niét tot Christus. Dan is er het bolsjevisme. Prokofjef verwees hier naar zijn boek 'Die geistige Quellen Osteuropas'. Nationalisme en bolsjevisme zijn de twee grootste tegenstanders van Christus, waarbij men nationalisme niet mag verwarren met de natuurlijke liefde die iedereen voor zijn vaderland koestert. Het gaat veeleer om het nationalisme zoals bvb. in het nationaal-socialisme, het nazisme. Dat vormde een vierde weg van inwijding in het kwaad. De SS was door Himmler opgebouwd naar het voorbeeld van de Jezuïetenorde. Waar loges en Jezuïeten nog te kaderen zijn binnen de mensheidsontwikkeling, is dit bij Bolsjevisme en Nazisme niet meer het geval, het waren instrumenten van Sorat. Reeds in 1924 had Rudolf Steiner voorspeld dat Sorat zijn kop zou opsteken in 1933 (in "Apokalyps und Priesterwirken' - GA 346). We herinneren terug aan de occulte wet waardoor een nieuwe fase pas kan intreden als de voorgaande in 't kort herhaald zijn. Aldus werd 666 herhaald in 1917 met de Oktoberrevolutie. De grote massa van de boeren in Rusland leefde ook nog in de gewaarwordingsziel, slechts een kleine elite leefde in de verstandsziel (en waren eigenlijk ook 'inwijkelingen' zoals de wijzen van Gondisjapoer: Lenin van Tataarse afkomst, Stalin van Georgische, Trotsky van Joodse - fdw). De periode van 1332 werd in 1933 in Nazi-Duitsland overgedaan. Denken we maar aan de voorchristelijke tradities die door de SS in ere hersteld werden. De leuze 'Blut und Boden' verwijst naar dezelfde thema's die ook het werk van de Tempeliers kenmerkten. Na deze twee 'herhalingen' die hun wortels in het verleden hebben, kan Sorat in 1998 een nieuwe spiraal in gang zetten die nog vrucht moet dragen in de toekomst. Voordien kwam het Boze langs buitenaf tot de mens, in de vorm van een totalitaire staat, ideologie, geheime politie enz. Nu zit het Kwaad binnen in de mens, het Kwade wordt bedreven terwille van het Kwaad. Voorbeelden zijn er genoeg: de manier van oorlogvoeren in het voormalig Joegoslavië, het terrorisme waardoor onschuldige mensen slachtoffer worden van bommenleggers, het kindermisbruik dat miljoenen jonge mensen voor het leven handicapt doordat een deel van hun Ik vernietigd is.
De mens moet bewust de confrontatie met het kwaad aangaan, de imaginatie van Michaël en de Draak kan hem daarbij helpen. Hoe antroposofie kan helpen om de kracht van het Boze te ontmoeten en te overwinnen, daarover sprak Prokofjef in zijn derde voordracht.
* * * * * * * * * * *
De mysteriedrama's - kortRudolf Steiner schreef vier mysteriedrama's. Deze drama's worden regelmatig o.a. in Dornach opgevoerd. De eerste uitvoering vond plaats in München. Verschillende toeschouwers en spelers herinneren zich nog die tijd. Zo bvb. Rudolf Treichler: [ ... ] "Ieder jaar, vanaf 1910, werd er in de zomer een mysteriedrama opgevoerd. In 1910 was dat "De poort van de inwijding", in 1911 "Het beproeven van de ziel", in 1912 "De wachter op de drempel" en in 1913 "Het ontwaken van de ziel". Het is mij niet mogelijk de indrukken hier in detail te beschrijven. Ik was altijd al een theaterliefhebber geweest, ik stond soms zelf op de planken; in het Burgtheater in Wenen had ik uitmuntende kunstzinnige indrukken opgedaan, Goethes Faust I en II waren een onvergetelijke belevenis voor mij geworden; Het spreekt dan ook vanzelf dat deze opvoeringen voor mij het hoogste en uniekste van dramatische kunst betekenden, dat ooit op een toneel kon gespeeld worden. Ook de opvoeringen van Edouard Schuré's drama's "Persephone van Eleusis" en "De kinderen van Lucifer" konden wij rond die tijd meemaken. De uitvoerders waren, behalve een paar echte acteurs, voor het grootste deel amateurs, die evenwel met de grootste toewijding hun dikwijls zware rollen speelden. Marie Steiner, die ook de rol van Maria speelde, verzorgde de regie, krachtdadig ondersteund door Rudolf Steiner. Hijzelf, zo werd verteld, werkte aan ieder stuk 's nachts nog verder, en kwam met het nieuwe vervolg 's morgens vroeg naar de repetitie voor een eerste lezing. Er moeten in die dagen ook al spanningen, misverstanden en jaloezieën geleefd hebben, want er wordt verteld dat Rudolf Steiner op een morgen in de kring van de spelers trad met de woorden: "Hoe zit het, iedereen fris en monter, niemand beledigd ? Goed, dan kunnen we beginnen !" Marie Steiner vroeg Lutz Kricheldorff om van Berlijn naar München te komen om mee te spelen. Hij vertelt: [ ... ] "Ik kwam in München aan in juli -de repetities waren al begonnen-, mijn toenmalige vriend Fritz Mitscher haalde mij af en verklapte mij dat ik in het nieuwe mysteriedrama van Dr. Steiner -waarvan de naam nog niet bekend was- de rol van Ahriman moest spelen. Ik was enigszins onthutst bij het idee om deze figuur, die toch in een slecht daglicht staat, te moeten spelen. Maar Mitscher troostte mij door erop te wijzen dat het een geweldig grote kosmische kracht was die ik moest uitbeelden. Voorzover ik mij herinner vonden de repetities plaats in een turnzaal in Schwabing. Rudolf Steiner schetste mij, de nieuwkomer, met het tekstboek in de linkerhand, met welke gebaren en in welke spreektrant de rol moest gespeeld worden. Wat mij betreft, nadat hij de tekst van Ahriman voorgezegd had, zei hij alleen maar: "Breed spreken." Met de beste wil van de wereld kan ik mij niet herinneren dat hij mij ooit al was het maar één keer gecorrigeerd heeft. Ik vermeld dit opzettelijk; want later vroeg men mij meermaals: "Wat heeft Dr. Steiner u allemaal gezegd ?" Ik kon alleen maar herhalen wat ik hier zojuist kom te zeggen."
* * * * * * * * * * *
De levensloop van de mensVertaling en bewerking: François De Wit In 1990 gaf Florin Lowndes het boek "The Human Life" uit. Dit boek was gebaseerd op de nagelaten geschriften van George O'Neil, een Amerikaanse antroposoof die in 1988 overleed. Deze man probeerde samen met zijn vrouw Gisela die eveneens in 1988 overleed, om een wetenschappelijke-kunstzinnige methode te vinden die zou toelaten de antroposofie op een levendige manier te benaderen. Florin Lowndes (geboren in Roemenië) zet dit werk verder. Het boek is ondertussen al in verschillende talen verschenen, spijtig genoeg nog niet in 't Nederlands.In het boek steekt een grote gekleurde poster met de 'levenskaart' van de mens, verdeeld in zevenjaarsperiodes. Die periodes worden dan op verschillende manieren onderverdeeld en gegroepeerd, en in verband gebracht met de planeten en de hiërarchieën. De bedoeling is dat de mens de voornaamste gebeurtenissen uit zijn leven invult op de kaart en op die manier tot een inzicht komt van waarom bepaalde gebeurtenissen zich juist op een bepaald moment hebben voorgedaan. Het laatste deel van het boek vormt een soort handleiding van hoe men de kaart kan gebruiken. Een vereenvoudigd schema:
Hierboven zien we een eenvoudige versie van de levenskaart.
De periode van 56 tot 63 jaar wordt beïnvloed door Saturnus. Daarover o.a. gaat het in het boek vanaf blz. 235 (Franse uitgave). Een spiegel-effect
De periode van 1 tot 7 jaar wordt gespiegeld in de periode van 56 tot 63 jaar (negende zevenjaarsperiode). De tweede zevenjaarsperiode spiegelt in de achtste. De derde in de zevende.
Wat wij hier verstaan onder opvoeding is geen overdracht of opstapeling van 'weten' of 'kunnen' -wat het spijtig genoeg tegenwoordig wél betekent- maar letterlijk e-ducatie (van het Latijn: ex-ducare), de spirituele natuur die in een kind aanwezig is maar slaapt, uit die latente toestand leiden. Dat men deze realiteit al tientallen jaren vergeten is heeft werkelijk rampzalige gevolgen zowel voor het leven van het individu, als voor de maatschappij. Na zijn 63ste kan de mens eindelijk 'geboren' worden, nu hij aan de eisen van het karma zoals ze vastlagen vóór zijn geboorte, voldaan heeft. Als een 'vrije geest' kan hij zijn persoonlijk leven achter zich laten, zich wijden aan opdrachten ten dienste van de mensheid en samenwerken met de Tijdsgeest. Dat is het ware ideaal in deze levensfase vol creativiteit. De creativiteit is dan geen verplichting, een taak die opgelegd wordt, maar ze is in vrijheid gekozen, ze heeft morele substantie. In deze zin kunnen we zeggen dat het leven begint op je zestigste. Dat was ook de conclusie van een artikel dat verscheen in Minutes Magazine of Nationwide Insurance. Het artikel was bedoeld om de oudere mensen een hart onder de riem te steken. Vorsers bestudeerden de levensloop van zo'n 400 beroemde mensen, staatsmannen, schilders, militairen, dichters of schrijvers. Ze brachten hun grootste scheppingen voort op oudere leeftijd:
35 % van hen toen ze tussen 60 en 70 jaar oud waren, In totaal werden dus 66 % van de belangrijkste prestaties met wereldbetekenis geleverd door mensen ouder dan 60 jaar ! Dat kan natuurlijk alleen maar bereikt worden na een lang leven van arbeid en studie. Nemen we als voorbeeld de Faust van Goethe. Dit werk ontstond als kiem toen Goethe 21 was; het eerste fragment Urfaust schreef hij op zijn 24ste. Faust, een fragment verscheen toen hij 41 was. Ten slotte verscheen het eerste deel van het werk toen hij 59 was. Daarna begon hij aan het tweede deel, dat hij pas voltooide op zijn 82ste (in 1832).
Na zijn 63ste komt de mens in een levensperiode die in potentie meer vrijheid inhoudt. Uiterlijk bezien is het de leeftijd van het pensioen. De mens kan dan ofwel zijn levensweg verderzetten en gebruik maken van de nieuwe mogelijkheden en uitdagingen, ofwel zet hij een pas terug en kiest eigenlijk voor een weg van terugkeer in plaats van vooruitgang. Ook op dat moment bestaat er geen stagnatie, geen status quo: men gaat vooruit of men gaat achteruit.
![]()
Er volgt een soort nieuwe jeugd: de mens vormt zich een nieuw 'lichaam' dat bestaat uit nieuwe levensroutines, nieuwe activiteiten, dikwijls een nieuw milieu enz. Nieuwe levenskrachten worden aangesproken, de mens krijgt terug goesting om bij te leren of om creatief te worden. Ten slotte kan de tachtigjarige 'adolescent' zelfs de strijd opnemen tegen de verkalking van maatschappelijke vastgeroeste structuren, met frisse ideeën die hij uit de wereld der Engelen put, een wereld waar hij nu dichter bij staat. Het moet gezegd zijn dat deze ontwikkeling voor de meeste van onze tijdgenoten een ver ideaal zal blijven, dat slechts door enkele uitzonderlijke individuen kan verwezenlijkt worden. Maar toch, de mensen worden alsmaar ouder en het idee dat er eigenlijk een leven lang moet geleerd worden verdringt langzamerhand het idee dat men zo vlug mogelijk in zijn luie zetel moet gaan zitten. Mensen die voor dit laatste kiezen ondergaan de negatieve krachten zowel van de binnenste planeten als van de buitenste.
Maan: oppervlakkigheid. Mercurius: gierigheid en overbezorgdheid voor de eigen gezondheid. Venus: een overmatige bekommernis voor de uiterlijke schijn die zeer vaak groteske resultaten oplevert. Een mens die bang is voor het 'spook' van de ouderdom en een sterke antipathie koestert voor de oude dag -eigenlijk heeft hij schrik voor de vrijheid die hij dan zou kunnen opnemen- kiest voor de schijnzekerheid van het bekende en gewone. Hij keert terug op zijn passen. Hij verliest het contact met de toekomst en uiteindelijk ook met het heden. De buitenste planeten beginnen negatief te werken. Saturnus: pessimisme en slecht karakter. Jupiter: hardheid die tot uiting komt in starre ideeën of eeuwige kritiek. Mars: een oorlogszuchtige houding, graag ruzie maken en stoken. En zo kan de mens op twee manieren de sfeer van de Zon bereiken: verbrand en verblind door de hitte en het licht of verwarmd en verlicht door de reinigende levenskrachten van de Zon.
Uit GA 349, de arbeidersvoordrachten :
* * * * * * * * * * *
Een beter begrip van karma en reïncarnatiedoor François De Wit
De meeste Westerse mensen maken ergens in de loop van hun leven kennis met antroposofie, of alleen met de ideeën van karma en reïncarnatie. Slechts een kleine minderheid krijgt het met de paplepel mee. Het gevolg daarvan is dat zeer vaak de ideeën van karma en reïncarnatie op een zielebodem vallen die grondig bewerkt is door onze cultuurgeest. En waardoor wordt onze cultuur nu gekenmerkt ?
Enerzijds wordt sociale nood niet gezien, dikwijls hebben wij er zelfs een heimelijk genoegen aan (dat wij het beter hebben dan de ander). Karma wordt dan gebruikt om sociale wantoestanden goed te praten.
Anderzijds leven er nog altijd Romeinse rechtsbegrippen in ons hoofd en ook Rooms-katholieke schuldbegrippen. Maar het symbool van karma is niét de geblinddoekte vrouw met een weegschaal en een zwaard.
Rudolf Steiner vestigt o.m. daar de aandacht op in de voordracht van 10 oktober 1919 in Dornach. Eerst gaat hij dieper in op drie grote krachten die ertoe leiden dat onze beschaving ten onder gaat.
Ten eerste hebben wij geen kosmogonie meer, t.t.z. wij voelen ons niet meer als een onderdeel van de ganse kosmos. In oudere, heidense culturen wist men: er is de dagelijkse wereld rond ons, maar er is ook een hogere wereld waarin wij ingebed zijn. Dat geeft de mensen kracht:
"De mens kan niet sterk zijn in het leven als hij geen kosmogonie heeft."
Ten tweede is er geen impuls tot vrijheid, er heerst fatalisme. De mens heeft niet het gevoel dat hij als vrij individu zelf kan vorm geven aan de wereld, hij voelt zich een radertje in een blind economisch of natuurwetenschappelijk systeem. Ook op religieus gebied is hij fatalistisch:
En zo komt het dan dat in onze beschaving de impulsen van karma en reïncarnatie binnendruppelden. Maar hoe werden die impulsen opgevat ? Zelfs door diegenen die deze ideeën van karma en reïncarnatie opnamen, werden deze ideeën op een zeer egoïstische manier opgevat. Er werd bvb. gezegd dat de mens zijn huidig lot verdiend heeft in een vorig leven. Men kon zelfs horen van mensen die anders heel intelligent zijn dat de ideeën van karma en reïncarnatie op zich reeds een antwoord geven op de vraag waarom er menselijk leed bestaat; eigenlijk zou er zelfs geen sociaal vraagstuk bestaan. Aldus zeiden vele, anders zeer intelligente mensen, dat de arme zijn loon krijgt voor wat hij in een vorig leven gedaan heeft en dat hij in zijn huidig leven maar moet dragen wat hij in vorige levens zelf verdiend heeft.
Zelfs de ideeën van karma en reïncarnatie zijn niet in staat om dusdanig in onze beschaving in te werken dat ze een impuls worden tot altruïstisch aanvoelen. Het gaat er niet alleen om dát wij ideeën als reïncarnatie en karma in onze tijd invoeren, maar het gaat erom hoé wij ze invoeren. Als ze slechts een stimulans tot egoïsme betekenen, dan zullen ze onze cultuur niet verheffen, integendeel, dan dragen ze bij tot zijn ondergang.
Van de andere kant worden reïncarnatie en karma onethische ideeën, ja anti-ethische ideeën wanneer vele mensen zeggen: ik moet een goede mens worden opdat mijn volgende incarnatie een goede zal zijn. - Als men handelt vanuit deze aandrift, een goede mens te worden om in een volgende incarnatie zoveel mogelijk aangenaams te beleven, vanuit deze aandrift handelen, dat is dubbel-egoïsme, niet gewoon eenvoudig egoïsme. Maar dit dubbel-egoïsme is bij vele mensen gegroeid uit de ideeën van reïncarnatie en karma. Zodat men kan zeggen: onze beschaving heeft zo weinig altruïstisch-religieuze impulsen dat het onmogelijk is om zelfs ideeën als karma en reïncarnatie anders op te vatten dan als een aansporing tot nog meer egoïstisch handelen en aanvoelen."
Moeten we nu in onze zetel blijven zitten en toekijken hoe onze cultuur alsmaar dieper wegzinkt ? Nee, de mens heeft de mogelijkheid om de dingen ten goede te keren. Maar iets moeten de mensen toch afleren: altijd naar het absolute te streven.
"Als de mensen vragen: wat is waar ? - dan willen ze weten wat in absolute zin waar is, en niet: wat is voor een bepaald tijdvak waar ?
Als ze vragen: wat is goed ? - dan willen ze weten wat er in absolute zin goed is. Ze vragen niet: wat is goed voor Europa ? Wat is goed voor Azië ? Wat is goed voor de 20ste eeuw ? Wat is goed voor de 25ste eeuw ?
We kunnen volgens Rudolf Steiner terug tot een kosmogonie komen, en tot een sterke vrijheidsimpuls, en tot een nieuwe religieuze impuls van broederlijkheid, als we rekening houden met de verschillende geaardheden van de mensen die de verschillende werelddelen bewonen. En als we bereid zijn om van anderen aan te nemen wat we zelf als talent missen.
In Azië leeft een altruïstische gezinning, maar de mensen hebben er niet het talent om deze gezinning in de praktijk om te zetten en zo tot een rechtvaardige sociale ordening te komen.
Aziaten hebben dus maar een derde van wat nodig is om onze beschaving een nieuw elan te geven.
In Europa wil het sociale vraagstuk opgelost worden, maar er is geen talent om dit te doen. Hier leeft vooral het vermogen, de impuls om de vrijheid als idee te pakken. Maar er zijn geen mensen die werkelijk vrij handelen, die de vrijheid kunnen verwezenlijken. Het is politiek onmogelijk. Ook in Europa is er dus maar een derde aanwezig van wat nodig is.
In het Westen -en Steiner rekent in dat opzicht Engeland bij Amerika- is er een impuls tot kosmogonie, hoewel die op volledig verkeerde wegen gezocht wordt: in de 19de eeuw in het spiritisme, tegenwoordig in New-Age liefhebberijen.
We moeten onder ogen zien dat onze beschaving zwak geworden is, en dat ze terug moet sterk worden. Daartoe moeten de verschillende talenten bijeengelegd worden. Dat gegeven werkt Rudolf Steiner dan uit in de volgende voordrachten.
Wij halen nog een passage aan waar hij het heeft over de nefaste invloed van de Romeinse rechtsbegrippen. Mildheid, zich totaal begrepen voelen, dankbaarheid, dat zijn de woorden waarmee George Ritchie zijn ervaringen beschrijft in zijn boek "Terugkeer uit de dood". Nergens is er sprake van schuld en boete in zijn ontmoeting met Christus. * * * * * * * * * * *
|