De Rozenkruisers
Wat de meeste geschiedenisboeken zo saai maakt is dat zij de geschiedenis weergeven als een opeenvolging van feiten, ze zijn dus weinig meer dan een chronologie. Dikwijls gaan de schrijvers ervan uit dat de mensen van vroeger dachten en voelden als de mensen van nu, en eventuele verklaringen van gebeurtenissen worden dan ook vanuit die optiek gegeven. Uit de inleiding: "De Rozenkruisers hebben vaak tegenslagen moeten verwerken. De tegenmachten waren tijdens de afgelopen eeuwen ten opzichte van de zwakke impulsen die binnen de Rozenkruisersstroming leefden nog te sterk, zelfs al droegen deze impulsen mogelijkheden voor de toekomst in zich. Het is daarom minder van belang te kijken naar wat tot stand gebracht is, als naar datgene wat de Rozenkruisers tot stand hadden willen brengen en wat in wezen kiem is gebleven." Over de Rozenkruisers in het algemeen: 1) We kunnen de Rozenkruisersstroming alleen maar begrijpen als zijnde een deel van de spirituele stroming die een esoterisch Christendom nastreeft, zoals dat vroeger bij de Graalsbeweging en later bij de Orde van de Tempelieren het geval was. In zekere zin vormen de Rozenkruisers de voortzetting hiervan; op hun beurt waren zij door de eeuwen heen aan verandering onderhevig, omdat zij zich steeds aan de omstandigheden van het ogenblik moesten aanpassen.
2) De Rozenkruisersstroming had vooral tot taak de eerste aanzet te leveren tot de opbouw van het natuurwetenschappelijk tijdperk. Dit laatste had te maken met de verandering in de blikrichting van de mensheid, toen de voornamelijk op het innerlijke zieleleven en de bovenzinnelijke inzichten van de mens gerichte Middeleeuwen ten einde liepen en er een tijdperk aanbrak, waarin de mens de blik naar buiten moest gaan richten om de uiterlijke natuur en de zintuiglijke wereld te leren begrijpen, veroveren en beheersen. Door een verbinding tot stand te brengen met de zintuiglijke wereld ontwaakte in de mens de bewustzijnsziel, terwijl hij gedurende de Middeleeuwen nog aan de ontwikkeling van zijn verstands-gemoedsziel had gewerkt. De Rozenkruisers echter stelden zich tot taak ervoor te zorgen dat de mens gedurende de volgende eeuwen de zintuiglijke wereld zodanig zou veroveren, dat ook het geestelijke aspect van de wereld en de mensen niet zou worden vergeten. Met dit doel hielden zij zich bvb. bezig met een vorm van alchemie die rekening hield met het geestelijk aspect van de natuur. De Rozenkruisers zochten de geest die als scheppende kracht achter de natuur en in de mensen aanwezig is. Daarom probeerden zij een harmonie of synthese tot stand te brengen tussen inzicht in de natuur en Christendom, m.a.w. tussen filosofie en theologie etc. - het zoeken van de geest achter de natuur: dit leidt tot wat we natuurwetenschap van de Rozenkruisers zouden kunnen noemen; - Het zoeken van de geest in de mens: dit leidt eerder tot het historisch-sociale element, tot een streven naar het tot stand brengen van sociale verhoudingen die passen bij het nieuwe, vijfde na-Atlantische tijdperk. Hiervoor is een dieper geestelijk inzicht in het wezen van de mens nodig. [ ... ] 3) Van nog een andere kant belicht kan het streven van de Rozenkruisers gezien worden als een nieuwe weg naar inzicht in de geestelijke wereld, als een nieuw pad naar kennis van het bovenzinnelijke, geschikt voor mensen die leven in het tijdperk waarin de uiterlijke zintuiglijke wereld wordt veroverd; steeds minder mensen hebben een reden om zich terug te trekken uit die wereld en steeds minder mensen zijn daartoe in staat. Op die manier ontstaat naast en in de plaats van de christelijk-middeleeuwse inwijdingsweg die de mensen volledig afzonderde en uit het sociale leven wegrukte, de moderne inwijdingsweg van het vijfde na-Atlantische tijdperk.
"De leer van de Rozenkruisers drong in zijn zuivere vorm niet door. De natuurwetenschap ontwikkelde zich in materialistische zin: tot de eenzijdige zintuiglijke waarneming en het dode, passieve denken dat zijn ware wezen verloochent. De Ahrimanische impuls die de gehele nieuwe mensheidsontwikkeling in zijn greep had, lag hieraan ten grondslag. Het ontstaan en de eerste ontwikkelingsfase van de Rozenkruisers
"Het beginpunt ligt in de dertiende eeuw* .
![]()
Over dit beginpunt bestaat geen enkele uiterlijke overlevering, ook niet volgens de legende. De Rozenkruisersgeschriften uit het begin van de 17de eeuw Aan het begin van de 17de eeuw gingen de Rozenkruisers zich ook op de buitenwereld richten. Dit was een groots opgezette poging, waarvan we de neerslag in de vorm van een aantal geschreven werken kunnen vinden. In die periode verschenen de volgende vier boeken, die men wel de "vier echte Rozenkruisersgeschriften" heeft genoemd:
1) De Chymische bruiloft van Christian Rosenkreuz Anno 1459, door Johann Valentin Andreae geschreven in 1604.
Het verdere verloop in de 17de eeuw en de zege van het Baconianisme
De publicatie van de Rozenkruisersgeschriften aan het begin van de 17de eeuw baarde enorm veel opzien. De mensen schijnen gevoeld te hebben dat dit belangrijke, diepgaande impulsen waren die zich een weg naar de Europese cultuur trachtten te banen. De eigenlijke Rozenkruisersimpuls werd niet opgepakt in de 17de eeuw. Hij ging ten onder in het gewoel van de dertigjarige oorlog. De poging was mislukt . . . Terwijl Midden-Europa herstelde van de dertigjarige oorlog, werd in Engeland Francis Bacon geboren (in 1561). Bacon, zo legt Rudolf Steiner uit, "verscheen op een zeer belangrijk moment op het toneel, aan het begin van het vijfde na-Atlantische tijdperk, toen alles onzeker was geworden en het niet meer mogelijk was om zich op de oude manier ideeën te vormen omtrent de wereldvraagstukken. Er bestond een drang naar vernieuwing die zich uitdrukte door het feit dat er juist in die tijd een dieptepunt was voor wat betreft het werkelijke, geestelijke begripsvermogen van de mensheid. De mensen bezaten alleen het op de zintuigen gerichte verstand. Hiermee trachtte Bacon nu de basis te leggen voor een wetenschappelijke overtuiging. Hij was het die het experiment maakte tot het belangrijkste uitgangspunt van waaruit wetenschap zou moeten opgebouwd worden. Van meet af aan ging het er in de Baconiaanse denkwijze om, het dode tot verklaringsprincipe van het wereldwezen te maken. Op die manier vindt men wel aanknopingspunten voor verklaringen van de buiten-menselijke natuur, maar nu juist niet van het wezen van de mens. Daardoor is in de latere eeuwen van de Baconiaanse denkrichting het begrip voor de eigenlijke mens en zijn wezen verloren gegaan". Rudolf Steiner vervolgt dat "echter niemand de grote impulsen van het morele, van het sociale willen, vinden zonder op het wezen van de menselijke natuur in te gaan. Om die reden is ook het begrip voor de impulsen van het morele en sociale willen tijdens deze eeuwen verdwenen, juist door de inbreng van de Baconiaanse denkrichting. Daarom ook ontstaat gelijktijdig met het doden van het begrip voor de wereld, zoals dit van Bacon uitgaat, de pure nuttigheidsmoraal. Goed is wat voor de mens nuttig is, zowel voor ieder individu als voor de totale mensheid, aldus de Baconiaanse definitie.
![]()
Zo voltrekt zich in en door Bacon de grote afwijking van de Rozenkruisersstroming en valt de natuurwetenschappelijke impuls in de latere eeuwen ten prooi aan Ahrimanische invloeden. Terwijl de ware Rozenkruisersstroming de weg volgt van de opdracht van het wezen dat we Michaël noemen, is Bacon in hoge mate overgeleverd aan de macht van de "draak". Daardoor is hij de belangrijkste impulsator voor het moderne materialisme en intellectualisme geworden."
Het Baconianisme leefde sterk in de kringen van de vrijmetselaars van waaruit de Franse revolutie geïnspireerd werd. De Franse revolutie kunnen we zien als een poging om een nieuwe structuur te vinden voor een maatschappij in beweging. Maar met het dode, rationalistische denken van het Baconianisme kon alleen maar het oude opgeruimd worden -hetgeen weliswaar zeer bevrijdend werkte-, maar nieuwe, levende structuren opbouwen kon het niet. Uiteindelijk mondde deze denkrichting uit in het Bolsjevisme. Terug naar de inhoudstafel .
|