|
De Brug 12 van juni 1996 ![]()
Het computernetwerk en de toekomst van de mensheid:Eén collectieve geest of samenhangende geesteswetenschap
In het Duitse maandblad voor antroposofie "die Drei" lazen we in het februarinummer een interessant artikel van Felix Schultz.
Deze jonge antroposoof studeerde germaanse en slavische filologie. Hij hield zich intensief bezig met karma, reïncarnatie en spirituele aspecten van politieke kwesties. Hij ontmoette zowel de Tsjetsjeense president Doedajev als de Georgische president en antroposoof Sviad Gamsachoerdia.
De vele projecten waar hij mee bezig was of die hij wilde beginnen, blijven nu echter onvoltooid liggen: in december 1995 verongelukte hij bij een auto-ongeval, nog geen dertig jaar oud ...
Slechts 20 jaar na de invoering van de Personal Computer (PC) en terwijl er op technologisch gebied een stormachtige innovatie aan de gang is, wordt ons wijsgemaakt dat de mensheid aan de drempel van het derde millennium in een nieuw tijdperk gaat intreden: de computer-revolutie zou immers op het punt staan gans de wereld op zijn kop te zetten. Op 19 september 1994 kon men in de Engelse Financial Times een oproep lezen van de Amerikaanse vice-president Al Gore waarin hij alle naties van de wereld aanspoort om deel te nemen aan het verwezenlijken van een globale computer. Global Information Infrastructure (GII), zo heet het ambitieuze project, een netwerk van netwerken dat via een systeem van honderden satelieten in een baan dicht bij de aarde, wereldwijd democratie en economie moet verbeteren, effectieve milieubeschermingsmaatregelen moet mogelijk maken, de geneeskundige verzorging moet verbeteren, en een verantwoordelijkheidsbewustzijn voor "onze kleine planeet" (aldus Gore) gaat helpen ontwikkelen. Daaraan wordt in de V.S. in het kader van een actieprogramma van het presidentenduo reeds concreet gewerkt: "President Clinton en ik hebben opgeroepen tot concrete regeringsmaatregelen om de GII tegen het einde van deze eeuw uit te breiden tot alle klaslokalen, bibliotheken en ziekenhuizen in de V.S. Scholen en bibliotheken van alle landen kunnen aangesloten worden op Internet, het grootste computernetwerk ter wereld, om een globale digitale bibliotheek te creëren. Daardoor krijgen miljoenen studenten, academici en zakenlui toegang tot de informatie die ze nodig hebben, of het nu in Albanië is of in Ecuador." Het gaat hier duidelijk niet alleen om een cultuurfenomeen, maar ook om een politieke kwestie van eerste rang. Net zoals de maanlanding in de jaren 60, zo belichaamt de GII de "American Dream" voor het media- en informatietijdperk, de 21ste eeuw. Kennis = macht, zo luidt de veelgebruikte vergelijking, en met dit project moet de nieuwe macht, volgens Gore, wereldwijd gedemocratiseerd worden, vanzelfsprekend onder de leiding van de V.S. Een commentaar op deze nieuwe politieke lijn: "Het is een fantastisch gevoel om eindelijk met politici te kunnen handelen die overtuigd zijn van de betekenis van deze technologie. Tenslotte leven we in het informatietijdperk, en ons toekomstbeeld kan niet gerealiseerd worden zonder supersnelle computernetwerken. Als we een computer in iedere woning willen, dan hebben we ook een data-snelweg nodig." Dit zijn woorden van een man die sinds zijn jonge jaren een centrale rol gespeeld heeft bij de innovatie van de computertechniek: een geniale kop die openlijk beleed dat hij op zijn 25ste een miljoen dollar wou hebben. Dat doel heeft hij ook bereikt: op 28 oktober 1995 vierde hij zijn 40ste verjaardag als multimiljardair, de rijkste man van Amerika, de tweede rijkste van de wereld. Hij was één van de stichters, en is vandaag chef van de firma Microsoft, die met 90% marktleider is op het gebied van software. Zowel in de computerbranche als in de zakenwereld is hij al lang een mythe geworden - Bill Gates. [ ... ] Twintig jaar geleden ontwikkelde hij het eerste programma dat een computer van schrijftafelformaat kon doen draaien: de PC was geboren. In 1981 gaat dit model voor het eerst als IBM-computer met een Microsoft-programma (MS-DOS) in industriële massaproductie, en in de loop van de jaren 80 bereikt hij daadwerkelijk bijna alle burelen en schrijftafels. Bij het begin van de jaren 90 wordt er een hoger doel geviseerd: de computer moet niet alleen een werkinstrument zijn; via kabel en sateliet, in verbinding met ontelbare andere computers over de ganse wereld, moet de computer uitgebouwd worden tot het allesomvattende medium bij uitstek. Door hem zal men TV ontvangen, video's, platen, kranten aan huis geleverd krijgen (op het beeldscherm welteverstaan), zal men inkopen doen, bank- en postverrichtingen afwerken, telefoneren, werken (het "virtuele bureel"), kortom nagenoeg alle communicatie zal over de computer kunnen gebeuren. Zoals Bill Clinton het uitdrukt, gaat het erom een informatie-revolutie te ontketenen die eens en voor altijd de manier en opvatting van hoe mensen leven, werken, en met elkaar omgaan, zal veranderen. In nauwe samenspraak met Clinton en Gore, met wie hij reeds in 1993 tijdens een gemeenschappelijk avondeten contact had gehad, werkt Bill Gates aan de technische realisering van een wereldwijd netwerk, de ontwikkeling van de multimedia-technologie die daarvoor onontbeerlijk is, en de passende software. Het zal nauwelijks verbazing wekken dat op dit terrein honderden miljoenen dollars alleen al in research wordt geïnvesteerd, en dat dit slechts een fractie is van wat daar kan verdiend worden. Dit alles geschiedt onder het motto dat Bill Gates als volgt verwoordt: "De computer moet alleen dienen om plezier te hebben: voor een leuker leven in een collectieve geest". - Maar niet alleen dat: de techniek zou de toeschouwer bevrijden en hem steunen bij de ontplooiing van zijn persoonlijkheid, zoals Time-Warner chef Gerald Levin in een interview verkondigde: "Onze techniek bevrijdt de toeschouwer: hij controleert zelf wat hij op TV wil zien, en niet meer de zender. [ ... ] De mens bepaalt welke tijdschriften hij leest, welke films die hij in de bioscoop ziet, bepaalt zijn lievelingsprogramma op TV, de muziek die hij hoort. Als ons digitaal netwerk de mensen toelaat om meer informatie en ontspanning gericht te consumeren, dan zullen zij als personen groeien." "Personen" die hun identiteit van consumptie en ontspanning moeten hebben, zullen dankzij de netwerken groeien; maar individualiteiten ? Die zouden moeten een "leuker leven in een collectieve geest" leiden. Bij Gates is er dikwijls sprake van een "streven naar een collectieve geest" en van een blij tegemoetzien van een "collectieve maatschappij". En in feite noemt hij daarmee het algemene streefdoel van de Amerikaanse media- en informatiepolitiek. Zo zond de nieuwszender CNN eind januari 1992 de eerste wereldwijde reclameboodschap uit: een dag lang, op ieder uur bereikte Coca-Cola, het boegbeeld van de Westerse consumptiewereld, in meer dan 100 landen naar zeggen meer dan 3,8 miljard TV-kijkers. Donald R. Keough, de president van het concern, zei daarover, zinspelend op de buitenlandse politiek van de toenmalige president Bush: "Met een nieuwe wereldorde komt ook de gelegenheid om meer mensen te bereiken met één enkele stem." Met het wereldwijd netwerk in het achterhoofd zou men het ook anders kunnen formuleren: hiermee komt de mogelijkheid om miljarden mensen in een eenvormig, collectief bewustzijn samen te smeden, zodat daarmee de mentale bodem klaargemaakt wordt om een nieuwe wereldorde in het leven te roepen. De toenemende manipuleerbaarheid en ont-individualisering van de enkeling die daarmee gepaard gaat wordt versluierd door het "plezier" dat erbij komt. Anders uitgedrukt: vanuit de V.S. wordt er vandaag met ongelooflijke inzet gewerkt om rond de aardbol en in de aardse atmosfeer een virtuele sfeer te installeren, waarin de mensen met hun bewustzijn zouden moeten onderduiken. Deze kunstmatige wereld die - zoals de computer die hem tot stand brengt- door de kracht van de electriciteit gevoed wordt, verkrijgt zijn fascinatie en glans door de ontelbare mogelijkheden die hij de user biedt en niet in de laatste plaats door de beelden waaruit hij (die kunstmatige wereld) samengesteld is. Daardoor wordt een sfeer van imaginaties geschapen die in het onder-zintuiglijke gelocaliseerd is. Dit heeft zijn uiterlijk tegenbeeld in de meer dan 400 satelieten die vandaag reeds rond de aarde cirkelen. Voor het ogenblik komen daar jaarlijks ongeveer 100 satelieten bij die telefoongesprekken doorgeven, TV-programma's uitzenden, of het aardoppervlak, de weersverschijnselen enz. in 't oog houden. In een baan om de aarde cirkelen daarenboven nog afgedankte satelieten en satelietenschroot afkomstig van de militaire experimenten uit de jaren 80, ontplofte rakettrappen, en technisch afval van de ruimtestations, zodanig dat men kan zeggen: boven de gevoelige buitenste luchtlaag is de aarde omgeven door een sfeer van high-tech deeltjes. Behalve de huidige uitwerkingen van de computertechnologie op de individuele mensenziel, moeten we hier toch nog op een ander aspect wijzen, dat dan wel de toekomstige ontwikkeling van de ganse mensheid betreft. Op verschillende plaatsen spreekt Rudolf Steiner van een gebeurtenis die in een niet al te verre toekomst zal plaatsvinden: in het 7de millennium, over maximaal 5000 jaar ligt het tijdstip "waar de maan zich weer met de aarde zal verenigen". Dit gebeuren heeft diep indringende gevolgen voor de mensheid - zoals ook reeds het uittreden van de maan in een oerver verleden dat had. Tot nu toe gold dat al wat de mens denkt geen rechtstreekse gevolgen voor de zichtbare wereld heeft (gedachten zijn vrij), wat voor automatische, schaduwachtige en dode begrippen het ook mogen zijn, maar dat wordt op slag anders bij het intreden van de maan in de aarde:
"En alle wezens die nu door de mens verkeerd gedacht worden, [...] die worden plotseling werkelijkheid wanneer de maan zich met de aarde verenigt. En uit de aarde zal er een vreselijk geslacht van wezenheden opschieten die qua karakter tussen het minerale en het plantenrijk staan, automaat-achtige wezens, rijkelijk voorzien van verstand. Met deze beweging die over de aarde zal plaatsgrijpen, zal de aarde bedekt worden als met een net, een weefsel van vreselijke spinnen met een reusachtige wijsheid, die echter in hun organisatie niet eens tot het plantenbestaan reiken; vreselijke spinnen die zich met elkaar zullen verstrengelen, die in hun uiterlijke bewegingen alles zullen imiteren wat de mensen ooit uitdachten met het dode intellect. [...] Al wat de mensen gedacht hebben aan irreële gedachten, dat worden wezens. De aarde zal bedekt zijn -zoals ze nu met een luchtlaag bedekt is, zoals ze zich soms ook bedekt met zwermen sprinkhanen- met vreselijke mineraal-plantaardige spinnen, die zeer verstandig zijn, maar die zich vreselijk boosaardig in elkander spinnen. En de mens zal, voorzover hij zijn dode intellectuele begrippen niet levendig heeft gemaakt [...] zijn wezen met deze vreselijke mineraal-plantaardige spinnendieren moeten verenigen. [...]
Ziet U, dat is wat volkomen in de realiteit van de aarde- en mensheidsontwikkeling ligt en wat een groot aantal mensen, die de mensheid afhouden van het opnemen van geesteswetenschappelijke inzichten, heel goed weten. Want er zijn er die geheel en al de bewuste bondgenoten zijn van het inspinnen van de aarde-mensheid in de toekomst."
Wat Rudolf Steiner hier uiteenzet vanuit een helderziend schouwen, moet niet in overdrachtelijke zin of als beeld begrepen worden, maar als een reële mogelijkheid in de toekomst van de mensheidsontwikkeling. Hierbij gaat het klaarblijkelijk om een omstulpingsproces: de inhoud van het levenloze denken wordt een wezen en leidt een eigen leven, dat het zintuiglijk bestaan van zijn schepper evenzeer meesleurt, zoals deze laatste voordien met zijn denken ook de bovenzinnelijke wereld meesleurde. Deze ontwikkelingen tekenen zich af en één ding is daarbij in ieder geval van fundamentele betekenis: hoe verder de technische ontwikkeling doorgaat, hoe meer we de onder-natuur met zijn krachten als electriciteit, magnetisme enz. veroveren, des te meer moeten wij ook in de occulte ontwikkeling vorderen, ons altijd meer in de boven-natuur verheffen. Het gaat erom als mens het evenwicht te vinden om overeind te blijven in deze beide sferen. Het Gutenberg-tijdperk (van de boekdrukkunst) vereiste dat wij de abstracte tekens die met inkt op papier zijn geband, door een ontwikkeld denken konden tot leven brengen. De computertechnologie van het informatietijdperk vereist een veel verder reikende versterking van het denken - de beginnende ontwikkeling van het bovenzinnelijk waarnemen, de imaginatie. Hoe dat te bereiken is, daarover spreekt Rudolf Steiner in dezelfde voordracht, waar het gaat over de dringende noodzaak om het dode denken levendig te maken. Dat is nu wel niet alleen de zaak van de individuele mens, "het is een kosmisch gebeuren". Want in het aardezijn komen sinds ong. 1890 (ongeveer 20 jaar dus na het begin van de heerschappij van de aartsengel Michaël) bovenzinnelijke wezens die in nauwe samenhang staan met het levendig maken van het denken. Rudolf Steiner noemt ze "Vulcan-wezens, Vulcan-übermenschen, Venus-übermenschen, Mercurius-übermenschen, Zon-übermenschen enz. Om hun eigen ontwikkeling te kunnen verderzetten zijn ze verplicht om op aarde te komen en op aarde contact te zoeken met mensen; ze stormen uit de kosmos regelrecht in het aardebestaan.
"We hebben in het aardebestaan reeds bovenaardse wezens. En aan dit feit, dat bovenaardse wezens de boodschappen in dit aardse bestaan brengen, aan dit feit is het te danken dat we hoegenaamd een samenhangende geesteswetenschap kunnen hebben. Maar door de band, hoe gedraagt het mensengeslacht zich ? Dit mensengeslacht gedraagt zich op een kosmisch-lompe manier, zou men kunnen zeggen, tegenover deze wezenheden die uit de kosmos op de aarde -voorlopig slechts langzaam, maar in ieder geval- verschijnen. Het bekommert zich niet om hen, het ignoreert hen, dit mensengeslacht. En dat is nu wat de aarde tot altijd maar tragischere en tragischere toestanden zal brengen; want er zullen in de volgende eeuwen altijd meer en meer geestwezens onder ons vertoeven, wier spraak wij zouden moeten verstaan. En wij verstaan ze alleen als we proberen te verstaan wat ze ons geven: de inhoud van de geesteswetenschap. Dat willen ze ons geven, en ze willen dat er in de zin van de geesteswetenschap gehandeld wordt, dat de geesteswetenschap omgezet wordt in het sociale handelen van het aardebestaan."
Blijkbaar gaat het bij deze wezens om helpers van de Michaël-geest. Het zijn op luciferische wijze achtergebleven wezens die zich nu doordrongen hebben met de impuls van de tijdgeest, en die hun luciferische kracht van het enthousiasme, hun "erop losstormen", in dienst van de Christus hebben gesteld. Vanuit de kosmos dragen ze met hun wezen een krachtontplooiing naar de aarde die het mogelijk maakt "dat wij hoegenaamd een samenhangende geesteswetenschap kunnen hebben". Hun wezen bewerkt dus het weven, het levendig in elkaar passen van begrippen en ideeën der antroposofie, dat met een levendig denken gevat kan worden. "Men kan het ook zo schilderen, zoals ik dat vroeger deed, dat wij ons schaduw-intellect met de beelden van de geesteswetenschap moeten levend maken. Zo stelt men het dan abstract voor. Concreet schildert men zoiets als men zegt: geestwezens willen naar beneden naar het aardse bestaan, en ze moeten ontvangen worden. Als deze wezens afdalen en de mensen slechts oppositie tegen deze neerdaling zouden voeren, dan zal er ontreddering na ontreddering zijn, en tenslotte moet het aardse bestaan uitmonden in sociale chaos." De chaos zou een toppunt bereiken in 't geval dat de vreselijke spinnewezens zich in het aardse bestaan zouden materialiseren bij het intreden van de maan in de aarde. Bekeken vanuit dit standpunt kan men de wereldwijde computernetwerken opvatten als een daad van ten top gedreven "kosmisch-lomp" niet-willen-weten, de hevigste oppositie tegen het binnentreden van deze wezens in het aarde-zijn. Van de andere kant kan ook gezegd worden dat men met deze technologie slechts op een gezonde manier zal kunnen werken als men zich met deze wezens heel nauw verbindt. Over deze wezens spreekt Rudolf Steiner terug op een zeer bijzondere manier en op een centrale plaats: in zijn laatste toespraak. De laatste woorden die hij vóór zijn ziekte, op Michaëlsdag 1924 tot de leden van de Antroposofische Vereniging kon richten, zijn precies aan deze wezens gewijd. In een wonderbare imaginatie beschrijft hij hen als het lichtstralenkleed van de zon dat door Michaël gedragen wordt. Zij, "ontsproten uit de zonnemachten", "lichte etherwereldwezens" banen voor Michaël een weg naar het aarde-zijn, doordat zij "het Christuswoord", de antroposofie, tot de mensen brengen: zij bewerkstelligen immers "dat wij überhaupt een samenhangende geesteswetenschap kunnen hebben". Deze figuren, met Michaël verbonden, die "lichte etherwereldwezens" zijn vandaag onder ons - en "ze zouden moeten aangenomen worden ! " Als dit altijd meer zou kunnen gebeuren in het levendig maken van het denken en in het gebruik ervan in het leven tussen de mensen, dan is het niet nodig om de toenemende informatisering angstig tegemoet te zien. Men gaat dat laatste natuurlijk proberen te verhinderen; maar als men zich doordringt met de zekerheid dat men geen geïsoleerd wezen is dat desnoods moet rekenen met een eenzaam leven voor de monitor, maar dat behalve andere mensen er ook nog Michaëls gelederen zijn, die met al hun krachten de ontwikkeling ondersteunen, dan kan men tot een houding komen waarmee men zich als mens in de krachten van de onder-natuur kan overeind houden. In deze zin geven we tot slot de woorden weer waarmee Rudolf Steiner de imaginatie van Michaël en de zijnen mantrisch samenvatte, en waarmee hij ook zijn laatste toespraak afsloot:
Hij, de Christusbode, wijst in u
Zo verschijnt de Christus-verkonder
Gij, leerlingen van de geest-kennis, * * * * * * * * * * * Ahriman en intelligentie
"Ahriman heeft bepaalde tendenzen in de cultuurontwikkeling in bezit genomen, in zijn dienst gesteld. Bedenkt u toch eens: dat de mensen intelligentie kunnen bezitten, dat is eigenlijk pas mogelijk geworden sinds de 15de eeuw, sinds de bewustzijnsziel in de mensen zit. Want die is eigendom van de mens, die kan zich intelligentie verwerven. Sedert die tijd pas is datgene tot de mens gekomen waarop ze zo geweldig pochen, deze persoonlijk-werkzame intelligentie. * * * * * * * * * * * Electriciteit
"Wat zou u daarmee willen bereiken ? Dan moet men zich natuurlijk rekenschap geven van de rol van electriciteit überhaupt in de natuur. Het is toch om zo te zeggen een troost dat er nu al vanuit Amerika stemmen opgaan, die erop neerkomen dat de mensen zich niet op dezelfde manier kunnen verder ontwikkelen in een atmosfeer die in alle richtingen doortrokken is van electrische stromingen en stralingen, maar dat dit invloed heeft op de hele menselijke ontwikkeling. Het zieleleven zal veranderen als deze dingen volgens de bestaande plannen worden ten uitvoer gebracht. Het is al een verschil of in een gebied de treinen voorzien zijn van een stoomlocomotief of dat men de lijn electrificeert. Stoom werkt veel meer bewust, electriciteit werkt bijzonder onbewust en de mensen weten helemaal niet waar bepaalde dingen vandaan komen. Ongetwijfeld zal de ontwikkeling als volgt gaan, rekening houdend met het feit dat electriciteit bovengronds gebruikt wordt als stralende electriciteit, maar ook als electrische stroom, om zo snel mogelijk berichten door te geven van de ene plaats naar de andere; het leven van de mensen, vooral onder invloed van de stralende electriciteit, zal tot gevolg hebben dat de mensen de berichten die ze zo snel krijgen, niet meer zullen begrijpen. Het werkt uitdovend op het begrijpen. Zulke werkingen zijn tegenwoordig al merkbaar. U kunt tegenwoordig al merken dat de mensen de dingen die tot hen komen veel moeilijker begrijpen dan dat het geval was enige tientallen jaren geleden. Het is een troost dat zich dan toch vanuit Amerika tenminste zulke inzichten over dit soort dingen baanbreken.
Nu ja, het is nu eenmaal zo, als er iets nieuws op de markt komt, dan is dat gewoonlijk aanvankelijk ook een geneesmiddel. Later maken de profeten zelf er ook gebruik van. Het is merkwaardig dat als er ergens iets gelanceerd wordt, dan worden ook de helderziende feiten op het niveau van het menselijke teruggebracht. Daar treedt bvb. iemand op die wild-enthousiast de mensen voorspelt omtrent de geneeskracht van electriciteit, terwijl dat vroeger helemaal niet bij hen opgekomen zou zijn. En zo komen de dingen in de mode. Men heeft ook niet aan genezing door electriciteit kunnen denken zolang ze er niet was. En nu ineens, en niet alleen omdat ze er nu is, maar omdat de dingen in de mode zijn gekomen, daardoor is ze nu ineens een geneesmiddel. Electriciteit die men gebruikt als stralingselectriciteit heeft soms niet meer geneeskracht dan dat men dunne naalden zou nemen en daarmee iemand prikt. Het is niet de electriciteit die werkt maar het is de shock-werking die genezend werkt.
Dus wezens die via hun voeding electriciteit binnenkrijgen, ontwikkelen daar een afweerreactie tegen, willen deze electriciteit afstoten, en worden daardoor sclerotisch.
![]()
[ ... ] "Als u de volledige plant bekijkt, dan bestaat hij uit wortel, stengel, bladeren en bloesem. Het is heel merkwaardig bij de plant: de wortel daar onderaan gaat steeds meer lijken op de aarde en hij bevat met name veel zouten, en de bloesem daar bovenaan gaat veel op de warme lucht lijken. Daar lijkt het wel alsof die bloesem door de warmte van de zon voortdurend zachtjes wordt gekookt. De bloesem bevat daardoor oliën en vetten, met name oliën. Zodat wij dus, als wij een plant bekijken, beneden de zouten aantreffen die zich afzetten. De wortel is rijk aan zouten, de bloesem aan oliën.
* * * * * * * * * * * * * * * Biologisch-dynamische landbouwIn 1991 verscheen bij het Louis Bolk Instituut het verslag van een onderzoek naar de kwaliteit van industrieel geteelde en bio-dynamisch geteelde pluksla. Daar haalden we enkele interessante gegevens uit. De teelt in het (hyper)modern bedrijf dat werkt zonder bestrijdingsmiddelen De sla wordt verkocht met wortel, 5 weken na het zaaien. Het begint zo: de sla wordt via een geautomatiseerde zaailijn gezaaid: 2 zaadjes per potje in een veensubstraat waaraan kunstmest is toegevoegd. In de onderzijde van de potjes zijn openingen waar later de wortels kunnen doorheen groeien. Vervolgens vindt de kieming plaats in een klimaatscel met hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van 19°. Voor de slasoorten duurt dit 1 dag. Vandaar gaan de plantjes in trays (langwerpige bakken) naar de serre voor verdere opkweek. De dagtemperatuur in de kas is 17°. Na een dag of 14 worden ze over"geplant" in een teeltsysteem met stromend water. Op een metalen onderbouw liggen holle vierkante profielen van 11,5 m lang, die als goot dienen. Een uitzetrobot brengt de goten met de planten naar de gewenste plek en zet ze daar op de juiste rijafstand uit. Deze afstand is zo gekozen dat in ieder groeistadium het gewas zoveel mogelijk gesloten is. Gedurende de groei komen de planten daarom telkens op een grotere afstand te staan. Bovendien schuiven ze dagelijks een stuk op. Aan het begin van de tafel worden dagelijks nieuwe planten bijgezet, aan het einde wordt dagelijks een partij geoogst. Zo zijn over de hele lengte van de serre steeds alle groeistadia van de sla aanwezig, en wandel je als het ware door het seizoen heen. Aan één kant van de goten wordt water met kunstmest aangevoerd; aan de andere kant stroomt het water terug naar een verzamelput. Na ontsmetting kan het opnieuw gebruikt worden. De teelt gebeurt onder assimilatiebelichting. In de periode van het onderzoek (februari-april) was er 20 uur per dag bijbelichting. Na 5 weken zijn de planten oogstbaar en worden de goten door een robot op een oogstwagen gezet en naar de pakruimte gereden. Daar worden ze door een aantal werknemers gereedgemaakt voor de verkoop. Over het plasticpotje wordt nog een ander potje geschoven met vochthoudende gelkorrels voor een langere houdbaarheid. Na het verwijderen van de onderste gele bladeren gaat het geheel in een plastic zakje en wordt vervolgens met 12 stuks in een kartonnen doos verpakt voor verzending. Met dit systeem kan per ha een driemaal zo hoge productiviteit gehaald worden als op een gewoon glastuinbouwbedrijf. Om zonder bestrijdingsmiddelen te kunnen werken dragen de werknemers schone werkjassen. Hun schoenen worden ontsmet bij het binnenkomen. Tegen insecten wordt er gaas voor de ramen gespannen. De teelt in het BD-bedrijf Die geschiedt in een verwarmde serre, de bemesting gebeurt met stalmest en de BD-compostpreparaten (die o.a. met valeriaan en eikebast gemaakt worden). Door een ruime vruchtwisseling en het gebruik van organische mest worden de bodemstructuur en het bodemleven verzorgd, als voorwaarde voor een gezonde teelt zonder ziekten en plagen. In de serre worden sluipwespen en roofmijten uitgezet; verder worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. ![]()
Beoordeling van het oogstproduct
Gewone sla:
![]()
BD-sla:
* * * * * * * * * * * Dollekoeieziekte
Die onmenselijke concurrentie was er ook de oorzaak van dat men op het onzalige idee kwam om runderen te voeden met producten van dierlijke afkomst. Als de marktprijs van deze producten lager is dan plantaardig veevoeder, dan is dat blijkbaar voldoende om de aard en de natuur van herkauwers geweld aan te doen, en de gezondheid van de consument in gevaar te brengen.
[ ... ] "Nu stelt u zich eens voor dat zo'n os op het idee zou komen om te zeggen: dat begint mij tegen te steken, altijd maar rondlopen en die planten afbijten; 't is beter dat een ander dier dat voor mij doet, en dan eet ik direct dat dier op ! Nu goed, de os zou dus beginnen vlees eten. Maar eigenlijk kan hij dat vlees zelf maken ! Hij heeft toch de krachten daarvoor in zich. Wat gebeurt er dus als hij in plaats van planten direct vlees begint te eten ? Hij laat al die krachten onbenut die in hem vlees kunnen opbouwen ! Als u zich eens een fabriek voorstelt die iets moet produceren, maar ze produceert niets, en toch wordt die ganse fabriek in bedrijf gebracht: denkt u eens wat een kracht daar verloren gaat ! Daar gaat toch een immense kracht verloren. Maar, mijne heren, de kracht die in het lichaam van het dier verloren gaat, die kán eenvoudigweg niet verloren gaan. Per slot van rekening zit een os vol van die krachten; die doen dan iets anders in hem dan uit plantenmateriaal vlees maken. Die kracht is er nu eenmaal, die blijft bij hem. Die doet iets anders in hem. En wat ze doet dat kweekt in hem allerhande bucht. In plaats dat vlees gemaakt wordt, worden schadelijke stoffen gekweekt. De os zou dus gevuld geraken met alle mogelijke schadelijke stoffen indien hij plotseling een vleeseter zou worden, namelijk met urinezuur en urinezouten zou hij gevuld geraken. (Uit GA 348 "Over gezondheid en ziekte") * * * * * * * * * * * * * * * Pedagogie
[ ... ] " - Gedragsstoornissen worden niet meer voldoende door de grote groep opgevangen, maar eerder nog versterkt, o.a. ook omdat in één klas te veel kinderen met gedragsstoornissen zitten. -Vele kinderen kunnen de gewone onrust en lawaai van een grote groep slecht verdragen omdat hun ziel een "dunne huid" heeft en ze te weinig levenskrachtig zijn. - Er zijn vele enige kinderen die door de leraar als individu willen behandeld worden omdat ze dat thuis zo gewoon zijn. Ze kunnen zich moeilijk in een leergemeenschap invoegen en eisen "egoïstisch" meer aandacht op. Daardoor komen de stille, onopvallende kinderen niet aan hun trekken. - De behoefte naar individueel zielscontact dat verder gaat dan wat de leraar in klasverband kan geven, neemt over 't algemeen toe. - In het gedeelte van het hoofdonderwijs waar geoefend wordt, kan de leraar te weinig kinderen met individuele hulp bijstaan. - Vele kinderen leven lust en onlust sterk uit en zijn niet gewoon om grenzen te aanvaarden, meer nog, ze worden aggressief als men hun een grens stelt. - Het vermogen om naar het woord van een volwassene te luisteren en de natuurlijke vanzelfsprekendheid om zijn autoriteit te volgen, dat is iets wat kinderen steeds minder van thuis meebrengen als ze school beginnen lopen. - De kinderen zijn beduidend zelfstandiger dan vroeger en duidelijk sterker geïndividualiseerd, maar ook minder verdraagzaam, wat men bvb, ziet aan het feit dat ze graag alleen zitten omdat ze het anders-zijn van de buurman moeilijk verdragen. - Deze kinderen met een sterke individuele stempel doen nauwelijks mee als er in het ritmische deel in koor gesproken of gezongen wordt, maar wat ze alleen mogen doen, kunnen ze dikwijls wonderbaar. - Het aantal kinderen dat vlug geprikkeld is en gemakkelijk tot de daad overgaat, neemt toe, samen met een gevoelloosheid wat betreft slagen en trappen uitdelen. - Het vermogen om na te bootsen vermindert bij de kleintjes die naar school beginnen komen." [ ... ]
Over de oorzaken die aan de basis van al deze verschijnselen liggen, kan men lang discussiëren. Wat zeker een rol speelt is het gebrek aan authentieke ervaringen bij de kinderen. Onze leefwereld is kunstmatig geworden, los van iedere band met de natuur of met een natuurritme. De zintuigen worden van jongsaf aan overweldigd door grove indrukken en dan nog in zo'n hoeveelheden, dat ze onmogelijk kunnen verwerkt worden. En net zoals in een tuin, waar voortdurend een hond doorheen rent, alleen maar geschonden groenten of bloemen kunnen groeien, zo hebben kinderen eigenlijk ook een rustige tuin nodig, bij manier van spreken. * * * * * * * * * * * * * * * Kunstbeleven
[ ... ] "Wat beleven de zintuigen als ze met klanken geconfronteerd worden waar niets natuurlijks achter schuilt, met muziek die niet rechtstreeks door een muzikant is gemaakt, met stemmen waar geen spreker achter staat ?
Het korte antwoord moet wel luiden : een voortdurend bedrog.
De waarnemende mens reageert met zijn rythmische organisatie (pols en adem) op ritmes die schijnbaar door een medemens worden voortgebracht - en wordt slechts bij de neus genomen, gefopt. Of dit bedrog zelf kan waargenomen worden, is een kwestie van goed getrainde zintuigen. Spijtig genoeg worden de akoestische zintuigen precies doordat ze voortdurend gebombardeerd worden door surrogaten, zo misvormd dat het altijd maar moeilijker zou kunnen worden om nog een reële beleving van een subtielere indruk te kunnen gewaar worden.
Men kan zich afvragen of de andere zintuigen dan niet evenzeer belast en bedrogen worden als de zintuigen die de tonen en wat erachter steekt, waarnemen, bvb. het oog dat door de televisie om de tuin wordt geleid. Welnu, het oog reikt niet zo diep als het oor. Met het oor bereiken wij wat onder de oppervlakte van de dingen ligt* . Daardoor zijn we op akoestisch gebied kwetsbaarder. Vandaar de strenge waarschuwing die Rudolf Steiner in 1923 uitsprak, toen de platendraaier nog in de kinderschoenen stond, maar er toch reeds vanuit Berlijn een amusementsprogramma kon worden uitgezonden:
"Een uitvinding als de grammofoon toont dat de mensheid de kunst in het mechanische wil dwingen. Indien de mensheid nu een passionele voorliefde voor dergelijke dingen zou ontwikkelen, die datgene mechaniseren wat als schaduw van het spirituele naar de aarde komt, als de mensheid dus enthousiast zou worden voor zoiets als de grammofoon, dan zou zij zich op eigen kracht niet meer kunnen redden ! Dan zouden de goden haar moeten helpen. Nu zijn de goden wel genadig, en vandaag bestaat er ook de hoop dat de genadige goden ons zelfs over zulke smaakafwijkingen heen brengen." We mogen er lichtelijk aan twijfelen of de hoop die er toen nog was, nu nog berechtigd is.' [ ... ] . De volgende anekdote stamt uit de tijd van de repetities voor de mysteriedrama's. Max Gümbel-Seiling vertelt:
" Bij één van de grotere repetities was het decor klaargemaakt voor het eerste bedrijf, maar een van de acteurs was er niet. Er werd besloten om het decor van het tweede bedrijf op te stellen. Toen dat gebeurd was, bleek dat nog een andere acteur er niet was, die had er namelijk niet op gerekend dat hij zo vroeg aan de beurt zou komen. De vraag klonk: "Zijn alle acteurs voor het eerste bedrijf nu aanwezig ?" Dat was nu het geval, en men brak het tweede decor terug af en bouwde het eerste terug op. Daardoor verloor men veel tijd. Rudolf Steiner gedroeg zich heel gelaten. Toen stapte de beeldhouwster Maria Katsjer op hem toe en zei: Daarom ook konden volgens Rudolf Steiner kunstreproducties alleen maar gebruikt worden om kunstgeschiedenis te leren. Om kunst te leren (waarderen) moet men op museumbezoek gaan. Hetzelfde zal dan ook wel gelden voor muziekreproducties en voor de smaak- en geur-reproducties in onze voeding; ze werken alleen op het hoofd. Wil men dat de ganse mens aangesproken wordt, dan moet men op zoek gaan naar de autenthieke, echte, ware ervaringen. Nogmaals wezensdelen
[ ... ] "Hoe verhoudt zich de sterkte van de krachten van het fysieke lichaam tot die van de krachten van het etherlichaam en die van de krachten van het astraal lichaam in ons ? Waardoor kunnen wij uitdrukken wat daar sterk, wat zwak is, wat de maat van het fysieke lichaam, wat de maat van het etherlichaam, de maat van het astraal lichaam is ? Bestaat er een formule in getallen, of een ander middel waardoor wij de verhoudingen van de krachten van fysiek, ether- en astraal lichaam kunnen uitdrukken ? Over deze verhouding die ons een diepe blik laat werpen zowel in de wereldwonderen, als later in de zielebeproevingen en geestesopenbaringen, wilen wij vandaag eerst beginnen spreken. Het zal ons altijd verder leiden. Deze verhouding kan men uitdrukken. Men kan iets aangeven dat heel precies de hoeveelheid en de sterkte van onze innerlijke krachten in fysiek, ether- en astraal lichaam weergeeft, en ook hun samenwerken. En deze verhouding zou ik hier willen op het bord tekenen. Want men kan die verhouding slechts in een geometrische figuur tot uitdrukking brengen. [ ... ] ![]()
[ ... ] "Nu kan bij u de vraag opkomen: hoe verhouden zich die drie wezensdelen tot het eigenlijke Ik ? Welnu, van het eigenlijke IK, waarvan ik gezegd heb dat het de baby is, het minst ontwikkeld van de menselijke wezensdelen, daarvan weet de mens vandaag in zijn normale ontwikkeling nog zeer weinig. Maar de totale krachten van dit Ik liggen reeds in hem. Rudolf Steiner verduidelijkt: - de cirkel drukt de krachten van het Ik uit, - de grote vijfhoek de krachten van het astraal lichaam, - de vijf driehoeken, die aan de omgekeerde kleine vijfhoek hangen drukken de grootte van de krachten van het etherlichaam uit, - de omgekeerde kleine vijfhoek tenslotte staat voor het fysieke lichaam.
[ ... ] "Als u zich meditatief bezighoudt met dit occulte teken en u zich innerlijk een zeker gevoel verwerft voor de verhoudingen van deze vier oppervlakten, dan bekomt u een indruk van de wederzijdse verhouding van fysiek, ether-, astraal lichaam en Ik. U moet zich dus in gelijke belichting de grote cirkel voorstellen en hem in de meditatie vasthouden. Dan stelt u daarnaast de rechtopstaande vijfhoek. Omdat deze vijfhoek een beetje kleiner is dan de grote cirkel, de cirkelsegmenten zijn er niet bij, daarom zal die vijfhoek een zwakkere indruk maken dan de cirkel. En evenveel zwakker als die indruk zijn de krachten van het astraal lichaam ten opzichte van het Ik. Stelt u zich de vijf driehoeken voor, dan heeft u weer een zwakkere indruk. Die zwakkere indruk komt overeen met de in dezelfde verhouding zwakkere krachten van het etherlichaam. En als u zich de kleinste vijfhoek voorstelt, dan verkrijgt u in dezelfde belichting de zwakste indruk." [ ... ] ![]()
Reeds de volgelingen van Pythagoras mediteerden over deze verhoudingen. * * * * * * * * * * * * * * * Meditatie en toekomst
De zgn. "Nebenübungen" zijn er o.a. op gericht om ons denken te versterken.
Over de Rückschau (het terugbeleven van wat tijdens de voorbije dag is gebeurd, in omgekeerde volgorde, door te beginnen met het einde van de dag en zo naar het begin te gaan): deze oefening mag niet langer dan tien minuten, een kwartier duren. Slaagt men er niet in om binnen die tijdspanne de ganse dag aan zijn geestesoog te laten voorbijtrekken, dan kiest men enkele gebeurtenissen en laat die omgekeerd afspelen, bvb. hoe men zijn tanden gepoetst heeft. Men stelt zich voor hoe men de druk op de tube vermindert en hoe dan de tandpasta van de borstel terug in de tube kruipt enzoverder.
Wat heeft dat dan te maken met de toekomst ?
* * * * * * * * * * * * * * * . Over de studiegroep In De Brug nr. 10 hadden we het even over het groepje mensen dat om de veertien dagen bijeenkomt. We probeerden toen duidelijk te maken dat het niet hetzelfde is of men in zijn eentje met antroposofie bezig is, of dat men dat in groep doet. In het volgende fragment heeft Rudolf Steiner het over hoe belangrijk het is voor de wereldontwikkeling om samen met andere mensen antroposofie te beoefenen.
"U zult bemerkt hebben dat in de openbare voordracht van gisteren iets gezegd werd dat zeer veel betekent voor het opnemen van geestelijke inzichten tijdens het mensenleven. Ik heb aangeduid hoe de mensen die tegenwoordig op het fysieke plan vooral enkel voorstellingen opnemen die uit de zintuigelijke wereld komen, of verkregen zijn met het verstand dat zich aan die zintuiglijke wereld houdt, dat van niets anders wil weten dan van de zintuiglijke wereld, hoe zulke mensen na hun dood enigszins gebonden zijn aan een omgeving die nog sterk aan de aardse, fysieke sfeer vasthangt waar ook de mens tussen geboorte en dood verblijft. Zodat door zulke mensen, die zichzelf dus door hun leven in het fysieke lichaam nog lang na hun dood bannen in de aards-fysieke wereld, vernietigende krachten in deze fysieke wereld geschapen worden.
In vroegere tijden, toen de mensheid onder andere omstandigheden leefde, was het binnen bepaalde grenzen gerechtvaardigd om zulke geheimen te weerhouden. Maar nu is dat niet meer het geval want nu staat de mens - u weet dat we in de vijfde na-atlantische periode zijn- in levensomstandigheden waardoor hij als een dergelijke verwoester door de poort van de dood zou gaan, als hij niet tijdens zijn leven altijd meer en meer zou uitkijken naar voorstellingen, naar begrippen en ideeën die over bovenzinnelijke zaken gaan. Daarom kan men ook niet zeggen dat de mensen gelijk hebben die zeggen: nu ja, wat na de dood komt, dat kunnen we wel afwachten. Neen, tussen geboorte en dood moet men kennis opdoen van bepaalde dingen over de geestelijke wereld, zoals ik die gisteren aanduidde, om dan met deze voorstellingen door de poort van de dood te treden.
In vroegere periodes van de mensheidsontwikkeling was dat anders. U weet dat tot in de 16de eeuw, tot aan het opduiken van het Copernicaans wereldbeeld, de mensen gans anders dachten over het wereldbestel. Nu is het vanzelfsprekend noodzakelijk geweest voor de menselijke vooruitgang, ook voor het intreden van de menselijke vrijheid in de mensheidsontwikkeling, dat die Copernicaanse wereldbeschouwing er gekomen is. Maar met het idee dat de mensen vóór de tijd van Copernicus over de wereld hadden -men kan dat voor mijn part verkeerd noemen- met dat idee over de fysieke wereld, namelijk dat de aarde stilstaat, dat de zon zich rond de aardehemel beweegt, dat de sterren zich rond de aarde bewegen, dat voorbij de sterrenhemel een geestelijke sfeer is waar de geestelijke wezenheden wonen; met deze opvatting van het wereldbestel konden de mensen nog door de poort van de dood gaan, zonder dat zij als gestorvenen weerhouden werden in de aardse sfeer. Deze wereldbeschouwing bewerkte nog niet dat de mensen, als ze door de poort van de dood gingen, tot verwoesters in de aardse sfeer werden. Pas het opkomen van het Copernicanisme, pas deze voorstelling, dat de ganse wereld die zich uitbreidt in de ruimte, ook enkel beheerst wordt door ruimtewetten, pas de voorstelling die de aarde rond de zon laat draaien, die ketent de mensen aan het fysiek-zintuiglijk bestaan en verhindert hen na hun dood op te stijgen tot de geestelijke wereld.
Men moet vandaag de keerzijde van de Copernicaanse wereldbeschouwing leren kennen, nadat er eeuwenlang voor gezorgd werd om altijd weer en weer het grootse vooruitstrevende van de Copernicaanse visie voor de ziel van de mensen te stellen. Het ene is even waar als het andere. Ook als het vandaag nog voor verstandig doorgaat om alleen de Copernicaanse opvatting als zaligmakend te erkennen, en het andere: dat de mens door deze Copernicaanse opvatting na zijn dood aan de aarde geketend wordt als hij zich niet een geestelijke voorstelling verwerft zoals de geesteswetenschap die vandaag geeft-, voor de huidige mens een dwaasheid, een begoocheling is: het is nu eenmaal een waarheid. U weet immers reeds uit de Bijbel dat veel wat in de ogen van de mensen een dwaasheid is, een wijsheid voor God is.
Van de andere kant nu is toch ook het samenwerken van de fysieke wereld met de geestelijke gecompliceerder. En dan nog moet gezegd worden: als in het licht van de spirituele wetenschap verenigingen opgericht worden, dan werken de mensen daardoor mee, niet alleen aan de wereld der werkingen, maar aan de wereld der oorzaken die achter de zintuiglijke wereld ligt.
* * * * * * * * * * * Goed geheugen
Hoe dikwijls zijn we als beginnende antroposofen niet heimelijk jaloers en denken we niet dat het leven voor iemand als Rudolf Steiner toch gemakkelijk moet zijn: al wat hij niet weet kan hij immers door zijn helderziendheid te weten komen.
[ ... ] "Bij mij was er altijd een veel sterker meebeleven van de geestelijke wereld voorhanden. Zodat het mij zelfs als jonge mens niet moeilijk viel om een of andere wereldbeschouwing die mij onder ogen kwam, al heel vlug te overzien. Maar van de andere kant, als ik ergens een steen of een plant moest leren herkennen, dan moest ik die niet drie- of viermaal, maar wel vijftig of zestig keer bekijken: ik kon niet gemakkelijk mijn ziel verbinden met hetgeen in de fysieke wereld op een fysieke manier een naam krijgt." [ ... ] Dit kan misschien als troost dienen voor al wie bvb. en vreemde taal leert en voor de vijftigste keer het woord moet opzoeken waarvan hij dacht dat hij het al lang kende ... fdw Terug naar de anecdotes.
* * * * * * * * * * * Terug naar de inhoudstafel .
|