|
De Brug 10 van december 1995 Materialistisch denken laat geen juist waarnemen toe
[ ... ] "Het is nu ongeveer reeds zeven, acht, tien jaar -het kan paradox klinken, maar het is waar- dat een echte levenskenner kan waarnemen dat de kinderen die nu geboren worden, met een totaal ander gelaat geboren worden dan vroeger. Natuurlijk, men bemerkt het niet, omdat men op zo'n zaken niet let, omdat men tegenwoordig op de belangrijkste zaken hoegenaamd geen acht meer slaat. Maar wie zich voor dergelijke zaken een blik verworven heeft, die weet dat op het gelaat van de vele kinderen die sinds zeven of acht jaar geboren werden, iets zweeft als droefenis, als terughouding tegenover de wereld. Men zou kunnen zeggen dat men het reeds vanaf de eerste dagen, vanaf de eerste weken merkt aan het gezicht van de kinderen: daar is iets anders dan wat er vroeger was. En gaat men dit merkwaardige feit na, dat voor de huidige mens nog paradox klinkt, dan bemerkt men dat de kinderzielen die zich langs geboorte in de wereld zetten, dat ze reeds, door de verwekking en de geboorte mee te maken, iets in zich dragen dat dan hun gezicht bijna vanaf de geboorte een melancholische uitdrukking vertoont, hoewel dat dikwijls misschien verborgen zit achter een glimlachen. Dat was vroeger niet het geval. En in de zielen leeft, volledig onbewust natuurlijk, iets van een stemming van niet-in-het-leven-willen-komen. De zielen die tegenwoordig door de geboorte gaan -zoals gezegd is dat reeds een tiental jaren zo- voelen zoiets als een hindernis en remming om in deze fysieke wereld te komen.
Het is namelijk zo dat de mens, vooraleer hij door verwekking en geboorte in de fysieke wereld komt, een belangrijke belevenis doormaakt in de geestelijke wereld, iets dat dan zijn naglans afwerpt, dat zijn effect heeft op het leven dat gaat komen. De mensen sterven hier op aarde, ze gaan door de poort van de dood, leggen het fysieke lichaam af en brengen hun ziel naar de geestelijke wereld. Deze ziel draagt in zich nog de werking van al wat ze hier in de fysieke wereld doorgemaakt en ervaren heeft. Eens ze door de poort van de dood is gegaan, dan ziet ze er eigenlijk uit als de werking van hetgeen rechtstreeks hier op aarde werd doorgemaakt. De zielen nu die door de poort van de dood gegaan zijn, -dat is nu eenmaal een feit, ik kan het u maar vertellen omdat dergelijke zaken alleen maar door ervaring uit de geestelijke wereld kunnen worden gehaald- dus deze zielen ontmoeten nu de zielen die zich klaarmaken om kortelings in een fysiek lichaam af te dalen. En dat is een belangrijke gebeurtenis, deze ontmoeting tussen zielen die juist door de poort van de dood zijn gegaan, en de zielen die klaar zijn om langs de poort van de geboorte op de wereld te komen. Deze gebeurtenis heeft iets beslissends. In zekere zin vindt dit plaats om de afdalende zielen een soort voorstelling bij te brengen van wat ze hier zullen aantreffen. En aan deze ontmoeting is de impuls te wijten die zo'n eigenaardige melancholie geeft aan de kinderen die tegenwoordig op de wereld komen. Ze willen niet naar zo'n wereld waarvan ze door die ontmoeting al een idee hebben gekregen. Want ze weten hoe in zekere zin hun "geestelijke pluimen" weggeblazen worden door hetgeen op aarde meegemaakt wordt door de in een materialistisch gezindheid en materialistische levensvisie en ook materialistisch handelen ondergedoken mensheid. Dit gebeuren dat natuurlijk alleen geestelijk waarneembaar is, werpt naast andere zaken, een sterk werkende belichting op onze huidige tijd die men alleen kan verstaan vanuit zulke ondergronden, maar dan ook zou moeten verstaan."
Vóór de eerste wereldoorlog
"Ik ben begonnen met een feit dat vanzelfsprekend alleen door geestelijk schouwen kan worden vastgesteld. Maar andere gebeurtenissen in deze tijd spreken luid en duidelijk tot ons, en die zouden ook zonder helderziendheid onmiddellijk kunnen opvallen voor iedere mens die niet slaperig door het leven gaat. We zien hoe tot groot onheil voor de wereld de oorlogskatastrofe zich heeft uitgebreid tijdens de laatste vier, vijf jaar. We kijken altijd maar weer terug -ik denk dat iedere wakkere ziel dat doet- naar wat uiterlijk zichtbaar tot deze verschrikkelijke mensheidskatastrofe heeft geleid. We bekijken het verloop van die katastrofe en beschouwen tenslotte de gebeurtenissen die zich als gevolg van die katastrofe voordoen in uitgestrekte gebieden van de wereld. Eén ding zou moeten opvallen voor iedere wakkere ziel. Neemt u het merkwaardig feit dat deze oorlogskatastrofe bvb. over Midden-Europa is losgebarsten en dat eigenlijk -zo is het toch- niemand graag wil weten hoe het eigenlijk zover is kunnen komen. De mensen vragen zich af hoe het zover is gekomen, de ene geeft de ander de schuld, maar uiteindelijk, als ze dan menen te hebben doorgrond dat de een of andere in fout was, dan zeggen ze: zo kan het toch niet zijn, daar moet nog iets anders in't spel zijn.
De mensen zeggen: uit deze oorlogskatastrofe is de grote sociale beweging voortgekomen. De mensen -of het nu partijleden zijn of geen partijleden- proberen te verstaan wat er eigenlijk zou moeten gebeuren binnen deze sociale beweging. Maar eigenlijk zijn alle gedachten die de mensen daarover koesteren gedachtenmummies tegenover de gebeurtenissen, het zijn gedachten die niet opgewassen zijn tegen de kracht en het eigenlijk karakter van de gebeurtenissen. En bekijkt men het nog wat preciezer, nu er een ganse rij memoires verschenen zijn van personen die schijnbaar zeer direct betrokken waren bij het ontstaan van die wereldkatastrofe, dan moet men zich naar aanleiding van wat deze mensen schrijven, de vraag stellen: stonden zij werkelijk midden in de gebeurtenissen, vier of vijf jaar geleden ? Wisten ze eigenlijk wel wat ze deden ? Hadden ze een vermoeden van de draagwijdte van wat hun verstand uitbroedde ? Altijd meer zouden die mensen vandaag moeten toegeven wat de Russische minister Soechomlinov voor het gerecht toegaf: in verband met de drie à vier uren waar het op aan kwam, dat hij zijn belangrijkste beslissingen nam, zei hij: daar moet ik mijn verstand niet meer gehad hebben, ik moet toen wel krankzinnig geweest zijn !
Dergelijke voorvallen hebben een diepe betekenis. En ze wijzen erop dat er een geestesverwarring door de kringen van de betrokkenen gewaard heeft."
En zo ging het maar verder ! De bal was aan het rollen en niemand kon hem stoppen.
"En wie nu werkelijk het instrument heeft om een blik te werpen in het vreselijke van de huidige wereldgebeurtenissen, die moet besluiten -en die conclusie zullen de mensen meer en meer trekken-: moreel gezien zijn er niet zo'n grote blunders gemaakt, maar des te meer intellectueel, door het onvermogen om de wereldgebeurtenissen te doorgronden. En vandaag de dag is het niet anders. Hoe hulpeloos staat in de grond de grote meerderheid van de mensen tegenover de overweldigende wereldgebeurtenissen. Hier zou men in alle ernst de vraag moeten stellen: wat ligt daar eigenlijk aan de basis ?
Wat daar aan de basis ligt is iets dat voor onze tijd, doordrongen als hij is van een materialistische gezindheid, buitengewoon moeilijk te begrijpen valt: dat precies sedert het wereldhistorisch tijdstip waarop de materialistische wereldvisie haar hoogtepunt beleefde, in waarheid de sterkste geestelijke kracht die ooit vanuit de geestelijke wereld in het mensenleven wil treden, precies nu wil intreden in dat mensenleven. Dat is het karakteristieke van onze tijd. De geest, de geestelijke wereld wil zich sedert het begin van het laatste derde van de negentiende eeuw met alle macht aan de mensen openbaren. [ ... ]
En zo staan we vandaag op dat oneindig belangrijk keerpunt in de ontwikkeling van de mensheid, waar aan de ene kant als een storm de geestelijke wereld zich wil openbaren, en waar aan de andere kant de mens de kracht moet vinden om zich vanuit de cocon van het materiële op te werken tot het opnemen van geestesopenbaringen.
Het oude denken, de oude manier om de wereldgebeurtenissen te overzien is doodgebloed in deze vreselijke, schrikwekkende wereldoorlog, en de oneindig veelbetekenende stormseinen van deze oorlogskatastrofe wijzen alleen maar op de aansporing: probeer anders te denken, probeer een nieuwe manier uit om de wereld te bekijken, want de oude manier zal altijd maar tot chaos en verwarring leiden. Dat moet eindelijk ingezien worden: de leidende persoonlijkheden van 1914 waren op een punt gekomen waar met het oude begrijpen niets meer aan te vangen was. Daardoor leidden zij de mensheid naar het ongeluk. Dit feit moet de huidige mens zich diep in zijn ziel schrijven, anders zal hij niet het sterke, het krachtige besluit nemen om werkelijk uit vrije innerlijkheid de geest en zijn leven tegemoet te treden. Dat is nu het jammerlijke precies in onze directe omgeving, dat we zien dat overal zich dingen openbaren die met de traditionele wereldbeschouwingen en levensvisies te verstaan zijn. Maar de mensen klampen zich vast aan die oude wereldbeschouwingen en levensvisies en willen er niet toe komen om op een nieuwe manier de zaken te bekijken. De antroposofische wereldbeschouwing wou de mensheid voorbereiden om te komen tot die nieuwe manieren om de wereld te bekijken. In de grond had ze eigenlijk geen andere werkelijke tegenstander, de antroposofische wereldbeschouwing, dan enkel maar de gemakzucht, de traagheid van de innerlijke mens, die zich er niet kan toe brengen om de diepste krachten van zijn ziel aan te bieden aan de geestesstroom die nu juist in onze tijd zo machtig doorbreekt." [ ... ]
[ ... ] "Wie vanuit een geesteswetenschappelijk uitgangspunt vertrekt, vindt het altijd meer en meer vanzelfsprekend om te streven naar een gezond sociaal organisme dat in drie geledingen is opgedeeld, omdat deze drie geledingen op hun eigen manier een verband hebben met de bovenzinnelijke werkelijkheid, die zoals gezegd, pas samen met de zintuiglijke wereld de ware werkelijkheid vormt.
Maar van een dergelijke samenhang in het uiterlijke fysieke bestaan, zoals zich dat voordoet in geestelijk cultuurleven, in staatsleven, in economisch leven, daar heeft de mensheid de laatste eeuwen niet meer gesproken. Ze bleef maar verder spinnen aan de oude tradities die evenwel onbegrepen bleven. Ze heeft het verleerd om langs een rechtstreeks actief zieleleven de weg naar het geestesland te gaan, om in het geestesland het licht te zoeken dat de fysieke werkelijkheid kan belichten, zodanig dat men deze fysieke werkelijkheid op de juiste manier leert kennen. De leidende kringen van de mensheid, die hebben de toon aangegeven voor dit leven zonder geest. Daardoor is die diepe kloof tussen de mensenklassen ontstaan die vandaag op de ondergrond van alle leven moet gezocht worden, die werkelijk niet mag verslapen worden.
Misschien mag ik er altijd maar weer aan herinneren hoe de mensen vóór juli en augustus 1914, voorzover ze deel uitmaakten van de leidende, de tot dan toe leidende klasse, datgene geprezen hebben waartoe onze beschaving zoals zij dat noemden het eindelijk had gebracht. Ze wezen erop hoe door telegraaf en telefoon een gedachte pijlsnel lange afstanden kan afleggen, hoe andere fabelachtige uitvindingen van de nieuwere techniek het cultuur- en beschavingsleven zo hebben vooruitgebracht. Maar dit cultuur-, dit beschavingsleven, dat rustte nu juist op de ondergrond die ook de tegenwoordige verschrikkelijke katastrofe veroorzaakte.
Vóór juli en augustus 1914 verzekerden de Europese staatsmannen, vooral die van de Middeneuropese staten, ontelbare keren -men kan dat zwart op wit aantonen : zoals de verhoudingen nu liggen is de vrede in Europa voor lange tijd veilig gesteld. Letterlijk met zo'n uitdrukkingen hebben vooral de staatsmannen van Midden-Europa tot hun partijen gesproken. Ik zou u nog zulke redevoeringen van in mei 1914 kunnen tonen waarin gezegd werd: zoals de verhoudingen tussen de staten onderling door onze diplomatieke betrekkingen nu geregeld zijn, is het mogelijk om aan een langdurige vrede te geloven. En dat in mei 1914 !!
Maar wie de verhoudingen toentertijd doorzag moest nu eenmaal anders spreken. Ik heb toen in de voordrachten in Wenen, vóór de oorlog, uitgesproken wat ik de laatste jaren vaker herhaald heb : we leven in iets dat men alleen maar een menselijk sociaal kankergezwel kan noemen, een kanker van de maatschappelijke orde. Deze kanker, dit gezwel is opengebarsten en is dan geworden wat men een wereldoorlog noemt.
Toen was de uitspraak "we leven in een kanker, we leven in een sociaal gezwel", een manier van spreken, een frase, omdat de wereldoorlog pas daarna kwam. Want de mensen vermoedden niet dat ze op een vulkaan dansten. Voor velen is het vandaag terug zo, wanneer men wijst op de andere vulkaan, die er waarachtig ook een is, een die gevormd wordt door wat men sinds lang de sociale vraag noemt. Omdat de mensen zo graag slapen tegenover de werkelijkheid, komen ze er niet op om in deze werkelijkheid de ware krachten die deze werkelijkheid zelf tot een echte realiteit maken, in te zien." [ ... ]
Na de eerste wereldoorlog :Sociale driegeleding of een tweede wereldoorlog
[ ... ] "Ziet u, het bolsjevisme is er gekomen doordat de hogere klasse, of het nu de adel of de bourgeoisie is, niet de mogelijkheid heeft gevonden zijn denken uit te breiden tot dezelfde gebieden tot waar ook de arbeid werd uitgebreid, en tot waar vooral ook de menselijke wil werd uitgebreid. Men heeft voortgewerkt met de oude gedachtegangen, men heeft het commerciële, het economische uitgebouwd, men heeft de brede massa van de bevolking daarbij betrokken, maar men heeft geen stappen gezet om op een andere manier dan vanuit de oude staatsverhoudingen deze brede massa der mensheid ergens tegemoet te komen. En het moet spijtig genoeg gezegd worden: het gebeurt ook vandaag nog niet, want op de enige manier die mogelijk is (nl. door de sociale driegeleding- vert.), gebeurt het nu eenmaal niet. Dat moet onze voornaamste bekommernis zijn.
Dat is vandaag de allerbelangrijkste kwestie dat men de mensen die nog wat intelligentie overgehouden hebben de ogen opent zodat zij de juiste leiders kunnen worden. Zonder dat komen wij niet verder. Want ziet u, er staan ons twee dingen te wachten. Het ene werd reeds vroeger aangeduid: de heropbouw van Midden en Oost-Europa op andere basis dan de driegeleding is niet mogelijk; de mensen van Midden en Oost-Europa kunnen het niet, maar ook de mensen uit de Entente-landen kunnen het niet. De mensen uit de Entente-landen zouden het alleen kunnen, samen met het toekennen van kredieten op grote of kleinere schaal, onder voorwaarde dat in Europa de lonen drastisch zouden zakken in vergelijking met Amerika. Maar daar zou het Amerikaanse proletariaat zich onmiddellijk tegen verzetten, misschien zou ook het Engelse proletariaat het niet toelaten. Iedere maatregel die in die richting zou genomen worden zou de revolutie in de landen van het Westen bespoedigen. En dat is het toekomstperspectief dat men de mensheid onverbloemd moet voor ogen houden, dat vanuit de breedste onderlaag, dus niet van buitenaf maar vanuit de laagste klasse, de bolsjevistische revolutie ook de westerse wereld verovert. De leidende persoonlijkheden in het Westen mogen nog zoveel blokkades oprichten tegen de bolsjevistische besmetting van het Westen: wat van het Oosten komt door verspreiding van het bolsjevisme, dat is niet de hoofdzaak, maar de hoofdzaak is wat van onder naar boven opstijgt, dat is het wezenlijke."
Toen hem gevraagd werd om een dergelijke cursus te willen geven, eiste hij dat er minstens honderd deelnemers zouden gevonden worden. Uiteindelijk waren het er maar een vijftigtal, maar toch maakte hij er tijd voor, ondanks zijn druk bezette agenda. We denken onwillekeurig aan het verhaal van Abraham die de Heer bad om Sodom niet te vernietigen als er daar vijftig rechtvaardigen zouden gevonden worden. De Heer stemde toe, maar ten slotte waren er zelfs geen tien te vinden ...
"Nu zijn er vandaag reeds een aantal mensen -en dat aantal zal vlug groeien- die inzien dat het helemaal onmogelijk is om de revolutie te vermijden als men op de oude manier verder doet. En precies zoals men toentertijd de mensen wijsmaakte: we moeten een oorlog beginnen om de revolutie in het eigen land te overwinnen,- zo komt het er voor de op ouderwetse manier verstandige mensen op aan om de tweede wereldoorlog voor te bereiden. Het gaat gewoon niet anders dan dat in het Westen de tweede wereldoorlog voorbereid wordt om het binnenlands bolsjevisme af te wenden. Deze tweede wereldoorlog staat des te zekerder te wachten vermits er in het Oosten nooit een begrip kan zijn -eens de zaken ten top gedreven- voor de economische maatregelen van het Westen. In het Oosten zal de denkwijze die tegenwoordig in Rusland voor de dag treedt zich zelfs verbinden met de religieuze voorstellingen van het Oosten, en er zal over gans Azië een stemming ontstaan waarbij de Japanse bevolking en haar machthebbers buitengewoon geschikt zijn om daar het leiderschap van op te nemen. Zo zal bij de economische verwarring van de toekomst nog de Oost-West spanning bijkomen. De tweede wereldoorlog die zich tussen Azië en Amerika en wat daartussen ligt moet ontwikkelen, die moet zich vanuit economische ondergronden onvoorwaardelijk ontwikkelen. U hoort toch hoe uit de onderste lagen van de bevolking de roep weergalmt: Wereldrevolutie !
Deze wereldrevolutie zal alleen met een nevel kunnen worden toegedekt door deze tweede wereldkatastrofe te ontketenen. Dat is hoegenaamd niet anders denkbaar.
Nu leven wij dus toe naar een periode waarin de conflictstof tussen Amerika en Azië altijd meer en meer toeneemt. Vanzelfsprekend worden de volkeren die daartussen liggen in dit conflict meegetrokken. U kunt er heel zeker van zijn dat Azië met de Japanners op de eerste plaats zich tegenover wat van het Westen komt in dezelfde situatie zal bevinden als Midden-Europa tegenover de Entente-machten. Men zal in het Oosten misschien een tijdlang grote vooruitzichten op een overwinning koesteren, maar net zoals Amerika in Europa de doorslag heeft gegeven, zal het ook in Azië de doorslag geven. Nochtans zal er ook in het Oosten een Ludendorff zijn die de nodige leiders naar het Westen zal sturen, om het Westen bolsjevistisch, d.i. aziatisch in dit geval, te besmetten. Ook onder de Japanners zal die te vinden zijn. En dan hebt u datgene waarvoor een stemming voorhanden is vanuit de breedste lagen van de bevolking, dat wordt door de tweede wereldoorlog simpelweg een feit. Men moet een Amerika voor ogen hebben waar een Lenin huishoudt zoals nu Lenin in Rusland huishoudt* . Men moet de ogen niet sluiten voor dit perspectief, men moet er zich duidelijk van bewust zijn dat de oorzaken van de huidige nood in de economische neergang liggen, dat de werkingen in de barbarisering der mensheid liggen.
Daartegenover kan men eigenlijk maar een enkel feit stellen, dat is het volgende, dat misschien hier in dit verband mag uitgesproken worden, dat echter onze ganse arbeid moet doordringen, maar dat niet als agitatiestof mag worden gebruikt, want vanaf het ogenblik dat dat gebeurt, wordt het in dit wereldhistorisch ogenblik onmiddelijk monddood gemaakt. Meer over het bolsjevisme
Toen de bolsjevisten de macht overgenomen hadden in 1917 werden zij het grote voorbeeld voor de onderdrukte en uitgebuite proletariërs van de Westerse wereld. Door de traditionele machthebbers werd dit voorbeeld met afgrijzen en schrik in 't oog gehouden. Bolsjevisme stond gelijk met het einde van alle cultuur, met barbaarsheid. Ook in ons land riep de geestelijkheid de jongeren op om het atheïstische en antiklerikale bolsjevisme te gaan bestrijden. Velen moesten na de tweede wereldoorlog met spijt inzien dat ze hun standpunt wat meer hadden moeten nuanceren.
Rudolf Steiner nuanceerde reeds toen het bolsjevisme nog in zijn kinderschoenen stond. Enerzijds betoogde hij altijd dat het zinloos is om met geweld en terreur bepaalde programma's door te drijven om zo het lot van de mensheid te verbeteren: een groot stuk menselijkheid en jammer genoeg ook een stuk mensheid gaat daarbij verloren.
Maar anderzijds kan aan de basis van het bolsjevisme een edel streven liggen. Echter, wat een mens alleen uitbroedt over een ideale maatschappij, hoe spitsvondig het ook is, het heeft geen enkele waarde in een sociale samenhang.
[ ... ] "Een mens die alleen leeft zou nooit de menselijke spraak kunnen ontwikkelen. De menselijke spraak kan alleen maar in een sociale gemeenschap ontstaan. De mens die alleen leeft, ontwikkelt ook geen sociale manier van denken, geen sociaal gevoel en geen sociale instincten. Alleen in de juiste gemeenschap kan het sociale leven ontwikkeld worden.
Tegenwoordig staat er veel in de weg opdat dat zou kunnen gebeuren. Doordat nl. gedurende de laatste eeuwen het materialisme is opgekomen, heeft de mens zich van de ware werkelijkheid verwijderd. De ware werkelijkheid is hem vreemd geworden. Hij is eenzaam geworden in zijn innerlijk. En het eenzaamst zijn diegenen geworden die uit het leven zijn gerukt en met niets anders samenhangen dan met een lelijke machine, met de fabriek enerzijds en met het zielloze kapitalisme anderzijds. Kaal is het geworden in de menselijke zielen. Maar uit deze zielekaalheid maakt zich dan los wat zich nu eenmaal uit de afzonderlijke, individuele, persoonlijke mens kan losmaken. Wat dan opstijgt uit deze afzonderlijke individuele, persoonlijke mens, dat zijn innerlijke gedachten, innerlijke schouwingen van de bovenzinnelijke wereld, dat zijn ook schouwingen die ons de uiterlijke zintuiglijke natuurwereld verklaren. Precies dan, als we zo gans eenzaam zijn, als we alleen op onszelf worden teruggeworpen, dan hebben we de beste zielestemming voor al wat de afzonderlijke mens aan inzicht in zijn samenhang met de natuur- en geesteswereld moet ontwikkelen.
Daartegenover staat nu wat zich als sociaal denken moet ontwikkelen.
Slechts wie dit bedenkt kan juist oordelen over het betekenisvolle historische ogenblik waarin wij ons nu bevinden. De mensen moesten eens in de wereldontwikkeling zo eenzaam worden, opdat ze vanuit de eenzaamheid van hun ziel geestelijk leven zouden willen ontwikkelen. De eenzaamsten waren de grote denkers die in schijnbaar totaal abstracte hoogten hebben geleefd en die in hun abstracties slechts de weg zochten naar de bovenzinnelijke wereld.
Maar natuurlijk moet de mens niet alleen de weg zoeken naar de bovenzinnelijke wereld en naar de natuur, hij moet de weg zoeken vanuit zijn gedachten naar het sociale leven. Aangezien echter het sociale leven niet in de eenzaamheid kan worden ontwikkeld, maar alleen in het werkelijke mee-beleven van de andere mensen, daarom was de eenzame mens van de nieuwere tijd niet erg geschikt om een sociaal denken te ontwikkelen. Precies wanneer hij zo eens flink zijn eigen innerlijk wou laten gelden, werd datgene wat hij in zijn innerlijk uitbroedde antisociaal, het werd geen sociaal denken. Zo leven wij in de meest tegenstrijdige verschijnselen. De nieuwere neigingen en betrachtingen van de mens gaan in de richting van de ontplooiing van geesteskrachten die kiemen in de eenzaamheid en die door het allesoverspoelende ahrimanische materialisme op verkeerde wegen worden geleid.
Men bemerkt het gewicht van dit feit ten volle als men de vraag stelt die vandaag voor vele mensen angstaanjagend is. Men kan de mensen vragen : wat noemen jullie bolsjevistisch ? - Lenin, Trotski, antwoorden de mensen dan. Welnu, ik ken nog een derde bolsjeviek, die wel niet meer in onze tijd leeft, maar die derde bolsjeviek is geen ander dan de Duitse filosoof Johann Gottlieb Fichte.
U zult reeds een en ander gehoord hebben, opgenomen hebben over de ideële, spirituele denkwijze van Johann Gottlieb Fichte. U zult daarbij minder gedacht hebben aan hoe Fichte als mens naar voor treedt, u kent ook de ideeën die hij in zijn boek "De gesloten handelsstaat" heeft neergepend, een boek dat iedereen zich heel goedkoop kan aanschaffen bij de Reclam-uitgeverij. Leest u de manier en de wijze hoe Fichte zich voorstelt om de menselijke goederen te verdelen en hun maatschappelijke orde in te delen, vergelijkt u dan wat Fichte daar voorstelt met hetgeen Lenin en Trotski schrijven, dan zult u daar een merkwaardige overeenstemming vinden. Dat zal u doen nadenken over het willekeurige, uiterlijke bekijken en veroordelen, en u zult geneigd zijn te vragen: wat ligt daar eigenlijk aan de basis ? - Als u daar dan dieper op ingaat, als u probeert om in te zien wat daar eigenlijk aan de basis ligt, dan komt u tot het volgende:
u onderzoekt de bijzondere geestelijke richting die men vandaag bij de radicaalste mensen kan vinden, u begint misschien juist de ziel van Lenin en Trotski te onderzoeken, hun bijzondere manier van denken, hun gedachtenvormen, en u stelt dan de vraag: hoe zijn zulke mensen denkbaar geworden ? Het antwoord luidt: ze zijn denkbaar zowel in een andere sociale ordening als in onze huidige sociale ordening die zich in het licht, of liever: in de donkerte, in de duisternis van het materialisme sinds eeuwen ontwikkeld heeft. Neemt u eens aan dat Lenin en Trotski zich in een andere sociale ordening hadden ontwikkeld. Wat waren zij misschien geworden door hun geesteskrachten op een totaal andere wijze te laten ontwikkelen ? Diepzinnige mystici ! Neemt u de "Gesloten handelsstaat" van Johann Gottlieb Fichte, het is het sociale ideaal van een mens die waarachtig op de meest intensieve manier de hoogste kennispaden trachtte te bewandelen, die een denken ontwikkelde dat voortdurend op de bovenzinnelijke wereld was gericht. Toen hij echter vanuit zijn eigen binnenste een social ideaal wou uitdenken, was het wel een zuiver bouwsel van het menselijke hart, maar het is nu eenmaal zo dat wat ons geschikt maakt om langs een innerlijke weg de hoogste idealen aan inzicht te bemachtigen, ons ook ongeschikt maakt, als we dat aanwenden op het sociale leven, om een sociale manier van denken te ontwikkelen.
In een geestelijk bouwwerk zoals Fichte dat ontwikkelde kan slechts de mens alleen zijn weg maken. Het sociale denken moet in de menselijke gemeenschap ontwikkeld worden. En de denker heeft dan hoofdzakelijk de opdracht erop te wijzen hoe het sociale organisme moet gevormd zijn opdat de mensen op de juiste manier kunnen samenwerken om in het sociale zelf het sociale te grondvesten. Daarom geef ik u geen aanwijzingen, of geef ik de tegenwoordige mens geen aanwijzingen dat men zus of zo de productie-middelen in privaathanden of in gemeenschapsbezit moet brengen, maar ik zeg: probeer te bereiken dat het sociale organisme geleed wordt in zijn drie geledingen, dan zal ook wat onder de werkzaamheid van het kapitaal staat vanuit het geestesleven bestuurd worden en zijn rechtsleven krijgen door de politieke staat. Dan zullen rechtsleven en geestesleven op een ordentelijke manier samenvloeien met het economisch leven. En dan zal er een sociaal gevoel ontwikkelen dat vanuit bepaalde rechtsbegrippen er zal voor zorgen dat datgene wat iemand méér verworven heeft dan hij verbruikt, terugvloeit naar de geestelijke organisatie. Het gaat terug naar het geestesleven. Ik kan mij inbeelden dat deze dingen in de volgende eeuw op een andere manier moeten aangepakt worden: absoluut zijn die zaken nooit. Maar in onze tijd is men zodanig gewoon om alles vanuit het materialistische standpunt te bekijken, en daardoor bekijkt men niets meer in het juiste licht. Ik heb nu meer dan eens uiteengezet hoe in de moderne tijd arbeid een waar is geworden. De gewone arbeidsovereenkomst kan daar niets aan veranderen, want die gaat ervan uit dat arbeid een waar is en ze wordt afgesloten over de hoeveelheid arbeid die een arbeider voor een ondernemer moet verrichten. Er kan alleen maar een gezonde verhouding tot stand komen wanneer er geen overeenkomst over de arbeid wordt gemaakt maar dat de arbeid als een rechtsverhouding vastgesteld wordt door de staat. De overeenkomst moet gesloten worden over de verdeling van het afgewerkte produkt tussen de lichamelijk werkende en de geestelijk werkende. Over de geproduceerde waren, daar kan een overeenkomst worden over gesloten, maar niet over de verhouding van arbeidskracht tot ondernemer. Alleen zo kunnen we de zaak op een gezonde basis stellen.
Maar de mensen vragen nu : van waar komt de ellende in het sociale leven ? Ze zeggen: dat komt door het economisch systeem van het kapitalisme.- Maar uit het economisch systeem kan die ellende niet komen. Die ellende komt ten eerste doordat wij geen werkelijk arbeidsrecht hebben dat de arbeid op een afdoende manier beschermt, en ten tweede doordat wij niet bemerken hoe wij in een levensleugen staan, hoe de arbeider zijn deel weggenomen wordt. Waarop berust dat wegnemen ? Niet op het economisch systeem, maar op het feit dat eigenlijk de maatschappelijke orde zelf de mogelijkheid biedt dat de individuele capaciteiten van de ondernemer niet op de juiste manier delen met de arbeider. Bij waren moet men delen, want ze worden gemeenschappelijk geproduceerd door de geestelijk werkende en de lichamelijk werkende. Wat is dat dan, door zijn individuele capaciteiten iemand iets afnemen wat men hem niet mag afnemen ? Dat is bedriegen, dat is oplichten ! Deze verhoudingen moet men maar gezond en onbevangen beschouwen, dan valt de frank: het ligt niet aan het kapitalisme, maar aan de geestelijke capaciteiten, de geestelijke vermogens. Daar heeft u nu de samenhang met de geestelijke wereld. Maakt u eerst het geestelijk organisme gezond, zodat geestelijke vermogens zich niet meer ontwikkelen met de neiging om de werkende op te lichten, zo maakt u dan ook het sociale organisme gezond." [ ... ]
* * * * * * * * * * * Reïncarnatie: Anne FrankIedereen kent wel het verhaal van Anne Frank, het Joodse meisje dat in maart 1945 in Bergen-Belsen stierf. Daarvoor leefde ze met haar familie meer dan twee jaar ondergedoken in een achterhuis in Amsterdam (vandaar de titel van haar oorlogsdagboek, Het Achterhuis). In het tijdschrift "Tournant" van oktober 1995 lazen we volgend bericht:
Een verhaal apart, dat van Barbro Karlén, een Zweedse schrijfster die in Scandinavië en in de V.S. bekend is om de gedichten die ze schreef tussen haar 7de en haar 18de jaar. Die gedichten oefenen een speciale aantrekkingskracht uit want ze beschrijven zuiver spirituele fasen van het menselijk bestaan en hun verband met het leven op aarde. Barbro werd geboren in 1954 in Zweden, in de familie van een bekende arts. Als ze drie jaar oud is, op het ogenblik dat er twijfel begint te rijzen over de echtheid van de dagboeken van Anne Frank, vertelt het meisje aan haar moeder over gebeurtenissen die ze meegemaakt heeft in een verborgen huis ... en zegt dat haar echte naam Anne is. Later, in 1964, gaat de familie op reis, ze komen ook in Amsterdam. Het meisje leidt haar ouders naar het huis van Anne Frank en naar de kamer waar die haar dagboeken schreef. Aan de muur hangen nog altijd foto's en illustraties die door Anne opgehangen zijn. De kleine Zweedse wil niet meer uit de kamer weg ... Noch haar ouders, noch zijzelf kennen het dagboek van Anne Frank, maar een jaar nadien begint zij kleine tekstjes en gedichten te schrijven waarin ze het heeft over een geest van het kwaad die de mensheid wilde vernietigen en God erbij. Deze slechte geest weet dat God een geest van het goede naar de aarde heeft gestuurd die aan een kruis is gestorven. Een andere geest van het kwaad probeert uit te vissen of er op aarde mensen zijn die voor hem zouden willen werken. Een man antwoordt dat hij daartoe bereid is, en zijn naam is Hitler. De twee geesten van het kwaad raden hem aan te beginnen met de vernietiging van de Joden. En zo gaat dit kind van 11 jaar maar verder. De gedichtenbundel, die ze 's nachts onder inspiratie schrijft, wordt alras gepubliceerd onder de titel "De mensheid op aarde". Daarna verschijnen ieder jaar 8 of 9 boeken waarin gebeurtenissen en scènes beschreven worden die zich de ene keer op aarde, de andere keer in de geestelijke wereld afspelen. Voor haar is reïncarnatie zo vanzelfsprekend dat ze graag de zinsnede "stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeren", die bij begrafenissen uitgesproken wordt, zou veranderd zien in "gij zult van leven tot leven gaan". Als ze tenslotte het dagboek van Anne Frank leert kennen, publiceert ze eveneens teksten over dit werk waarin ze zichzelf zo in herkent. Talrijk zijn de reminiscenties die ze beschrijft, en ook zeer gedetailleerd; ze konden ook geverifieerd worden, dikwijls aan de hand van zeer verschillende methodes, die nochtans dezelfde resultaten opleverden, meer bepaald getuigenissen van tijdhgenoten die het toen meegemaakt hebben en nog in leven zijn. Nochtans verliest Barbro de directe herinnering aan haar vorig aards leven als ze 15 jaar is. Op haar 18de stopt ze volledig met schrijven om zich met haar eigen toekomst bezig te houden. Eerst wil ze dokter worden, maar omdat dat niet mogelijk was wordt ze politieman, misschien om de vrees voor uniformen uit haar kindertijd te overwinnen. Het is pas sinds enkele jaren dat ze terug beginnen schrijven is, toen ze 38 werd. Ze voert een energieke strijd om de idee van reïncarnatie te laten ingang vinden als morele kracht. Door haar publiek engagement ondersteunt ze ook ethische en ecologische initiatieven.
Toevoeging op 30 december 2004 :
In november 1997 verscheen " ... Und die Wölfe heulten" (een jaar later in het Nederlands "En de wolven huilden"), de autobiografie van Barbro Karlen, die toen 45 jaar was.
We lazen het boek eind 2004 en waren niet echt overtuigd.
Dan de beelden die zij doorkrijgt van haar vorig leven als Anne Frank : zowel vanuit geesteswetenschappelijk als historisch oogpunt moet men daar toch ook wat vragen bij stellen.
- Ten eerste is zij terug geïncarneerd na slechts 9 jaar, terwijl volgens de antroposofie dat in de regel 1000 jaar is. Goed, misschien is omkomen op 14-jarige leeftijd in een concentratiekamp niet voorzien in het karma en wil deze individualiteit zo vlug mogelijk zijn verloren leven in de 20ste eeuw verderzetten. Maar dan blijkt dat ook de kampbeulen samen met haar in Zweden geïncarneerd zijn, terwijl die toch als volwassen mensen gestorven zijn !
- Ten tweede blijken alle teruggekeerden hetzelfde geslacht te hebben als in hun vorig leven, wat evenmin de regel is.
- Ten derde liggen de beroepen van de teruggekeerden in dezelfde sfeer als in hun vorige leven, weeral iets dat zeer onwaarschijnlijk is.
- Ten slotte is de teruggekeerde persoon in zijn vorig leven een Historisch Bekende Figuur, een verschijnsel dat zeer typisch is voor ingebeelde herinneringen.
- Historisch gezien beantwoorden de beschrijvingen van de herinneringen meer aan het populaire beeld dat de mensen hebben van de holocaust dan met de realiteit.
De man die haar arresteerde in Holland wilde haar toen al misbruiken, maar het lukte niet. Blijkt hij dan ineens kampcommandant te zijn in Bergen-Belsen, en nog altijd fysiek geïnteresseerd in een 14-jarig scharminkeltje, dat dan nog levend in een verbrandingsoven wordt geworpen (Anne Frank stierf aan typhus).
Beelden als deze vindt men terug in de goedkope pornografische stationsromannetjes die in de jaren na de oorlog het concentratiekampgegeven gebruikten als geloofwaardig decor voor hun sadistische en perverse fantasieëen. ![]()
Daarom lijkt het ons heel goed mogelijk dat we hier te maken hebben met een geval van kryptomnesie : Barbro Karlen was literair begaafd, heeft misschien op zeer jonge leeftijd een dergelijk boekje in handen gekregen, gelezen, was zodanig geschokt dat ze de beelden verdrongen heeft, maar wat ze gelezen had werd nooit verwerkt en op die manier blijft dat gegeven in de ziel onbewust, half-bewust doorwerken en zorgt zo voor "herinneringen".
Wat eventueel wel zou kunnen is dat iemand die sterft in een hoge typhuskoorts dit als een levende verbranding ervaart. Maar het blijft oppassen voor dit soort mededelingen. François De Wit.
* * * * * * * * * * * Over het gebeddoor Jan Vermeir In de Westerse christelijke wereldbeschouwing werd altijd veel belang gehecht aan de waarde van het gebed. Met de opkomst van de materialistische denkwijze werden de traditionele waarden van het christelijk belijden steeds nadrukkelijker in vraag gesteld; men gaat op zoek naar een nieuwe impuls, naar een nieuwe cultus, en het bidden geraakt in onbruik. Dikwijls wordt de vraag gesteld: "Wat is bidden, hoe moet ik bidden ?" Die vraag is terecht, want men heeft verleerd te bidden, men kent de waarde en de uitwerking van het gebed niet meer. Zoekt men toch zijn heil in het gebed, dan betrekt men het bidden doorgaans op de gangbare materiële noden en wensen. Een voorbeeld kan dit verduidelijken: in vele gemeenten wordt er jaarlijks een fietsen- en/of autowijding gehouden. De fietsen, de auto's worden door de priester gewijd met de smeekbede dat de bestuurders ervan zouden gevrijwaard blijven van onheil op de weg. Niet alleen wordt hier in de plaats van het brood en de wijn als symbool van het lichaam en het bloed van Christus het voertuig tot het voorwerp van wijding gemaakt, maar wordt er ook van God afgesmeekt dat Hij de mens zou behoeden voor enig lichamelijk of materieel onheil in het wegverkeer. Wat nooit de bedoeling van het gebed kan of mag zijn, is dat het betrokken wordt in de egoïstische verlangens of wensen van de mens. Zeer zeker ligt er in het gebed een smeekbede vervat, maar die smeekbede moet elke egoïstische impuls uitsluiten; integendeel moet de ware gebedsstemming doordrongen zijn van een volledige overgave aan de aanvaarding van Gods wil. Christus zelf heeft, toen hij ging bidden op de Olijfberg, de ware gebedsstemming aangegeven die in elk gebed moet overheersen: "Vader, als het mogelijk is, laat dan deze kelk aan mij voorbijgaan, maar niet mijn wil doch Uw wil geschiede" (Mat. 26:39). Wanneer deze stemming de grondtoon uitmaakt van het gebed, dan reikt de ziel naar iets dat boven haar eigen grens uitstijgt, dan raakt zij de bovenzinnelijke wereld aan. In zijn voordracht van 17 februari 1910 over het wezen van het gebed, spreekt Rudolf Steiner over twee soorten gebedsstemmingen: de ene die vanuit het verleden binnenstroomt in het heden; de andere die vanuit de toekomst afkomt op het heden. Wanneer de ziel zich overgeeft aan de gebedsstemming die haar vanuit het verleden toestroomt, wanneer zij in berouw, spijt, schaamte of onvolkomenheid zichzelf beschouwt tegenover het goddelijke, dan ontstaat er een gevoel van devotie en eerbied ten opzichte van de grootsheid van dit goddelijke; dan wordt de ziel er zich van bewust dat zij tot nu toe te veel onbenut heeft gelaten en dat er iets bestaat dat veel volmaakter is dan het onvolkomene in haar eigen wezen. Op die manier kan de ziel, door haar eigen onvolkomenheid te vergelijken met het goddelijke boven zichzelf uitstijgen en de intentie opvatten om te streven naar het volmaakte. De andere gebedsstemming is degene die vanuit de toekomst op ons afkomt. Nu kan men bedenken dat de toekomst haar invloed nog niet kan uitoefenen omdat zij zich nog niet voltrokken heeft. Nochtans houden angst en vrees voor de toekomst, ook ijdele dromen en verwachtingen, het zieleleven evenveel of nog meer in de ban dan de ervaringen uit het verleden: vrees en angst voor hetgeen kan gebeuren belemmeren de vrije ontplooiing van de zielekrachten. Er bestaat echter iets dat deze angst kan wegbannen en dat is het ontwikkelen van een gevoel van gelijkmoedigheid voor hetgeen de toekomst brengen kan. Hiermee wordt niet bedoeld dat soort van berusting waarbij men de toekomst in een fatalistische gelatenheid afwacht, maar de zielestemming die het gevoel oproept:"Wat er ook gebeuren zal, angst hiervoor zal mij niet overheersen, maar in volkomen vertrouwen wacht ik af wat de goddelijke voorzienigheid mij brengen zal." Dit is de zielestemming die vervat ligt in de uitspraak "Vader, niet mijn wil maar de Uwe geschiede", en bidt men op die manier dan wordt de ziel niet door beklemming bezwaard, maar door vertrouwen verlicht, en zij kan uitstijgen boven haar eigen begrensdheid. Alle echte gebeden -dus niet dewelke die samengesteld zijn door zonder werkelijk inzicht de woorden aan elkaar te rijgen- zijn ontstaan uit de oerbronnen van de wereldwijsheid. Een eenvoudig maar tegelijk volkomen gebed is het kruisteken :
Men behoeft echter niet noodzakelijk de betekenis te begrijpen van de gebeden die ontstaan zijn uit de oerwijsheid van de wereld. Zonder deze gebeden te begrijpen hebben zij nog altijd een heilzame uitwerking op de ziel, want, zoals Rudolf Steiner als voorbeeld geeft, kan het aanschouwen van een roos de ziel toch in vervoering brengen, zonder dat men hiervoor iets hoeft te weten van de grote universele wetten die de roos haar schoonheid gegeven hebben. Het gebed werkt nochtans krachtiger op de ziel indien men iets kan beseffen van de wijsheid die in het gebed verscholen ligt. Christus zelf heeft de mens geleerd hoe hij moet bidden. In de zeven beden van het Onzevader (Mat. 6:9-13) had Hij de ontwikkeling van de zevenledige natuur van de mens voor ogen. Het past hier dus om eerst een poging te ondernemen om de zeven wezensdelen van de mens te beschrijven vooraleer vanuit deze optiek het Onzevader zelf te proberen te verklaren.
2) Levenslichaam (of etherlichaam): in levende materie (plant, dier, mens) moet een kracht aanwezig zijn die deze materie in stand houdt zoniet zou die tot ontbinding overgaan. Het begrip "levenslichaam" kan men verklaren als een concentratie van levenskrachten komende uit de kosmos die op het organisme inwerken. Men mag zich hierbij niets stoffelijks voorstellen; de levenskrachten openbaren zich in de zintuiglijke wereld op een indirecte manier, in de groei en de vormgeving van een levend organisme. 3) Zielelichaam (of astraal lichaam) : het geheel van lagere gevoelens, van driften, begeerten, wilsimpulsen die mens en dier kenmerken. 4) Ik-lichaam of kortweg Ik: op aarde heeft alleen het menselijk wezen een Ik. Het is de geestelijke kern waardoor de mens tot een besef van zelfbewustzijn komt, waardoor hij zichzelf als individueel ervaart ten opzichte van de buitenwereld. De drie hogere wezensdelen van de mens -geestzelf, levensgeest, geestmens- zijn begrippen die tot de moeilijkste in de antroposofie behoren; doorgaans moet men zich jarenlang in deze begrippen inleven om hieromtrent enig inzicht te bekomen. De eerste drie wezensdelen werden in het verleden reeds gevormd, de mens werkt nu aan de ontwikkeling van zijn Ik; in een later stadium van de aarde-evolutie zullen de drie hogere wezensdelen die nu al in aanleg aanwezig zijn, tot ontwikkeling komen. 5) Geestzelf: door de kracht van het Ik kan de mens de driften, de hartstochten, de begeerten die in zijn ziel leven, omvormen tot hoge idealen. Men bedenke hoe een mens die zich op jonge leeftijd misschien volledig heeft overgegeven aan de lagere neigingen van zijn ziel, op latere leedftijd toch veredeld en gelouterd kan geworden zijn. Het lagere Ik heeft zich dan tot geest omgevormd en is geworden tot geestzelf. 6) Levensgeest: de kracht van het Ik kan nog dieper werken, tot in het levenslichaam. De omzetting van het levenslichaam in een hogere vorm is echter veel moeilijker te verwezenlijken omdat moet worden ingegrepen in zeer diepliggende krachten zoals overgeërfde eigenschappen, karakter, temperament. Naarmate het levenslichaam omgewerkt wordt, verandert de levenskracht in geestkracht, of wordt zij tot levensgeest. Vooral gevoelens van religieuze aard oefenen een diepe inwerking uit op het levenslichaam: "Religieuze gevoelens drukken op al het denken, voelen en willen een zekere stempel van eenheid. Zij verbreiden a.h.w. een gemeenschappelijk onverdeeld licht over het gehele zielsleven". Uit deze zinsnede moge blijken dat zelfs de diepste grondstemmingen van de ziel kunnem afgezwakt worden om in harmonie te komen met de wereld. 7) Geestmens: de werkzaamheid van het Ik kan zelfs zijn invloed uitoefenen op het fysieke lichaam. In het verbleken van het gelaat bij angst en in het rood worden bij schaamte merken wij al dat het Ik een rol kan spelen in de fysieke organisatie. De hoogste vorm van geestelijke ontwikkeling wordt bereikt wanneer het Ik de kracht verkrijgt om bewust in de fysieke processen in te grijpen. In dit stadium dat slechts in een verre toekomst zal te verwezenlijken zijn, doordringt het Ik ieder deel van de menselijke organisatie met de geest: de mens wordt geestmens. Zoals hierboven reeds vermeld liggen deze zeven wezensdelen besloten in de zeven beden van het OnzevaderDe drie eerste beden hebben betrekking op de drie hogere wezensdelen van de mens die tevens de drie laagste principes zijn van het goddelijke.Uitgaande van het goddelijke onderscheidt men de begrippen wil, rijk en naam. Een universum wordt geschapen door de wil van een god: door zijn wil spreekt een godheid zijn eigen wezen uit en zo ontstaat een universum. Men kan deze goddelijke daad niet treffender verwoorden dan door hetgeen in de eerste zinnen -die letterlijk moeten worden opgevat- van het evangelie volgens Johannes beschreven staat: "In het oerbegin was het scheppende Woord en het Woord was bij God en het Woord was God; dit was in het oerbegin bij God. Alles is door het Woord geworden en niets van het gewordene is anders dan door het Woord ontstaan." Het tweede begrip, het Rijk, is het ganse universum dat door de scheppingskracht van God is geworden; en het derde begrip, de Naam, wordt gegeven aan ieder schepsel dat tot dat rijk behoort: ieder schepsel krijgt zijn eigen naam. Betrekt men het Onzevader op de zeven wezensdelen van de mens, dan verwijzen de drie eerste beden naar de drie hogere nog te vormen wezensdelen; vanuit de toekomst komen zij ons in het heden tegemoet.
"Uw rijk kome" duidt op de levensgeest, het vergeestelijkte levenslichaam waarin alle onderscheid in karakter, volk, cultuur enz. is opgelost en waarin harmonie en de allesomvattende en gevende liefde voor het ganse rijk heerst. Bij de Christus was deze kracht in de hoogste mate aanwezig, en blijvend aanwezig, en daarom kon hij met recht verkondigen:"Zie, ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de aardetijd" (Mat. 28:20). "Uw wil geschiede" houdt verband met de geestmens, de hoogste geestelijke ontwikkeling die de mens hier op aarde kan bereiken. Dit begrip is nauwelijks te vatten: op dat niveau zal de mens zodanig vergeestelijkt zijn dat hij door zijn wil die nu nog zwak is maar in de toekomst zijn grootste eigenschap zal worden, in staat zal zijn om te volbrengen wat men in de geesteswetenschap "het grote offer" noemt. Een wezen dat "het grote offer " brengt, offert door de kracht van zijn wil zijn ganse wezen, het spreekt zichzelf uit in het universum. Men merkt dat de eerste drie beden een wens inhouden om in vervulling te laten gaan wat nog niet verwezenlijkt is; de vier laatste beden echter zijn een directe vraag om ons te behoeden voor iets dat zijn oorsprong vindt in datgene wat in het verleden werd ontwikkeld; men kan stellen dat het laatste deel van het Onzevader vanuit het verleden zijn invloed doet gelden op het heden.
"Vergeef ons onze schulden": hier moet schuld beschouwd worden als een sociale of morele fout die voortvloeit uit het levenslichaam. Iedereen heeft een eigen karakter, behoort tot een bepaalde familie, tot een bepaald volk. Door de eigen karaktertrekken, door de gewoontes en levenswijze die de eigen gemeenschap kenmerken, is men geneigd om andersgezinde personen, volkeren, culturen, te negeren of af te wijzen; zo laadt men een sociale schuld op zich die het gevolg is van de onzuiverheden die ingebed liggen in het levenslichaam. Ter verduidelijking mag hier een tekst aangehaald worden uit "De weg tot inzicht in hogere werelden" van Rudolf Steiner. De hier aangehaalde tekst beschrijft welke houding wij kunnen aannemen t.o.v. bvb. een misdadiger : "Ik houd mijn oordeel terug en zeg tot mijzelf : ook ik ben maar een mens als hij. Wellicht heeft alleen de opvoeding die mij door omstandigheden te beurt is gevallen mij voor een dergelijk lot bewaard.- Ik kom dan mogelijk tot de overtuiging dat deze medebroeder een ander mens zou zijn geworden als de leermeesters die aan mij hun moeite en zorgen besteeddden, die aan hem hadden gewijd. Ik zal bedenken dat mij iets ten deel is gevallen wat hem werd onthouden en dat ik dit voorrecht juist te danken heb aan het feit dat hij het moest missen. En dan zal het denkbeeld mij niet vreemd meer zijn dat ik slechts een schakel in de gehele mensheid ben en mede-aansprakelijk voor al wat geschiedt."
"Verlos ons van het boze" : schuld en verzoeking kunnen de mens niet ten volle als zonde worden aangerekend aangezien de fouten die vanuit het levens- en zielelichaam gemaakt worden, niet volledig doordrongen zijn van het Ik-bewustzijn; men kan deze twee soorten zonden eerder zwakheden noemen. Anders is het wanneer er fouten gemaakt worden door het Ik, dat volkomen bewust kan denken en handelen. Een zonde, begaan door het Ik gebeurt doelbewust en deze zonde kan dan ook in de echte zin van het woord het kwade genoemd worden. Het Onzevader is dus een gebed -als men het op de beschreven wijze beschouwt- waardoor de mens zijn zevenledige natuur zodanig kan ontwikkelen dat hij zijn leven kan volbrengen op de manier zoals het door de goddelijke voorzienigheid werd bedoeld.
Over de meditatie van het Rozenkruisdoor Jan Vermeir In aansluiting op het vorige artikel over het gebed, zij hier iets vermeld over het wezen van de meditatie. In het zogenaamde alternatieve milieu heeft men tegenwoordig de mond vol van meditatie. Bij voorkeur meent men zich dan te moeten bezighouden met alles wat in de Oosterse sfeer ligt, zoals mantra's, bhajans, de verheerlijking van een goeroe ...Het turen in de vlam van een kaars, liefst bij volle maan, beschouwt men als mediteren (gewoon zelfsuggestie). Of men volgt een cursus of een lezing van een "leraar" die zijn cursus of lezing vol bovenzinnelijke onzin beëindigt met "laten wij nu een tiental minuten mediteren". Mediteren over wat ? Wellicht verdiept die "leraar" zelf zich tijdens die meditatiestonde in het berekenen van de inkomsten die hij zopas weer geïncasseerd heeft. Over dit soort meditatie zal het hier in ieder geval niet gaan, want men hoeft zich helemaal niet in Oosterse of wereldvreemde sferen te bewegen om te mediteren.
Door meditatie wordt hetzelfde nagestreefd als door het gebed, nl. het uitstijgen van de ziel boven haar eigen grenzen, om aldus het goddelijke naderbij te komen; in het gebed wordt evenwel meer het gevoel aangesproken, en in de meditatie meer het denken. Echter niet het abstracte denken dat door hersenarbeid bereikt wordt en betrekking heeft op de zintuiglijke wereld; een meditatiegedachte moet meer met de ziel beleefd dan met de hersenen begrepen worden, innerlijk moet men zich volledig aan zo'n gedachte kunnen overgeven.
Niet eender welke gedachte kan dienen tot onderwerp van meditatie: slechts die gedachten die stammen uit de oerbronnen van de wereldwijsheid, gedachten die voor eeuwig waar zijn, kunnen in aanmerking komen.
[ ... ] "Men stelle zich een plant voor, hoe zij in de aarde wortelt, hoe zij het ene blad na het andere laat ontspruiten, hoe zij zich tot bloesem ontplooit. En nu denke men zich naast deze plant een mens staande. Men brenge in zijn ziel de gedachte tot leven, hoe de mens eigenschappen en vermogens heeft, die, vergeleken met die van de plant, volmaakter kunnen worden genoemd. Men bedenke hoe hij zich op grond van zijn gevoelens en zijn wil her- en derwaarts kan begeven, terwijl de plant in de aarde is vastgeworteld. Nu zegge men echter ook tot zichzelf: ja, de mens is zeker volmaakter dan de plant; maar in weerwil daarvan treden mij ook eigenschappen bij hem tegemoet die ik aan de plant niet waarneem, en die mij de plant door hun niet-aanwezig zijn in zeker opzicht volmaakter dan de mens doet voorkomen. De mens is vervuld van begeerten en hartstochten; hij volgt die bij zijn gedragingen. Ik kan bij hem spreken van afdwalingen door zijn driften en hartstochten. Bij de plant zie ik hoe zij de zuivere wetten van de groei volgt van blad tot blad, hoe zij de bloesem zonder enige hartstocht voor de kuise zonnestralen opent. Ik kan tot mijzelf zeggen: de mens heeft een zekere volmaaktheid op de plant voor; maar hij heeft deze volmaaktheid daarmee bekocht dat hij, behalve de zich in hun reinheid aan mij voordoende krachten van de plant, buitendien driften, begeerten en hartstochten in zijn wezen toegelaten heeft.
Ik stel mij nu voor dat het groengekleurde sap door de plant vloeit en dat dit de uitdrukking is voor de reine hartstochtloze groeiwetten. En dan stel ik me voor hoe het rode bloed door de aderen van de mens vloeit, en hoe dit de uitdrukking is voor de driften, begeerten en hartstochten. Dit alles laat ik als een levendige gedachte in mijn ziel tot bestaan komen. Dan stel ik me verder voor hoe de mens tot ontwikkeling in staat is; hoe hij zijn driften en hartstochten door zijn hogere zielevermogens kan reinigen en louteren. Ik denk me in hoe hierdoor een lager element in die driften en hartstochten wordt Nu vestig ik in de geest de blik bvb. op de roos en zeg tot mijzelf: in het rode rozeblad zie ik de kleur van het groene plantesap geheel veranderd in het rood; en de rode roos volgt net als het groene blad de reine, hartstochtloze wetten van de groei. Het rood van de roos zou nu voor mij mogen worden tot het zinnebeeld van zulk een bloed dat de uitdrukking is van gelouterde driften en hartstochten die het lagere element hebben afgelegd en die in hun reinheid lijken op de krachten die in de rode roos werken. Ik probeer nu zulke gedachten niet slechts met mijn verstand te verwerken, maar ze in mijn gevoel tot leven te wekken. Ik kan een gelukkig makend gevoel hebben als ik me de reinheid en het geheel ontbreken van hartstocht in de groeiende plant voorstel; ik kan het gevoel in mij opwekken hoe bepaalde hogere volmaaktheden moeten worden betaald met de verwerving van de driften en begeerten. Dat kan de gelukkig makende stemming die ik eerst heb ondervonden veranderen in een ernstig gevoel; en dan kan een gevoel van bevrijdend geluk in mij ontwaken als ik me wijd aan de gedachte aan het rode bloed, dat drager kan worden van innerlijk reine belevingen zoals het rode sap van de roos. Het gaat erom dat men zich niet ongevoelig tegenover de gedachten plaatst die dienen voor de opbouw van een zinnebeeldige voorstelling. Nadat men zich aan zulke gedachten en gevoelens heeft overgegeven, laat men ze overgaan in de volgende zinnebeeldige voorstelling. Men stelle zich een zwart kruis voor. Dit moge zinnebeeld zijn voor het tenietgedane lagere element van de driften en de hartstochten; en daar waar de balken van het kruis elkaar snijden, denke men zich zeven rode sralende rozen in een kring gerangschikt. Deze rozen mogen het zinnebeeld zijn voor het bloed dat uitdrukking is voor gelouterde, gereinigde hartstochten en driften." [ ... ]
![]() De zeven rode rozen zijn het zinnebeeld voor de zeven gelouterde wezensdelen van de mens (zie vorig artikel hierboven). Het is belangrijk dat men dit zinnebeeld in de ziel opbouwt op de manier zoals hierboven beschreven, want dan werkt het des te krachtiger. Raakt men in de war bij de opbouw, dan begint men gewoon opnieuw. In het begin is het moeilijk om zich aan dergelijke voorstellingen over te geven en er is heel wat geduld en volharding voor vereist, want in de regel duurt het maanden vooraleer men zich grondig in het zinnebeeld kan verdiepen. Vanaf het begin echter zal men reeds ervaren dat er door deze meditatie langzamerhand een kracht in de ziel vrijkomt die een heilzame werking heeft op het verdere verloop van de dag.
* * * * * * * * * * * Apocalyps: het getal van het beest - 666Onderstaand artikel komt uit "Tournant" nr. 41 van oktober 1995. Wereldregering : 666" Het beest van de apocalyps is reeds geïnstalleerd in Brussel. Het is een reuzecomputer die zelf zijn programma's schrijft. Drie reeksen van 6 cijfers maken het mogelijk om aan elke bewoner van de aarde een apart kredietkaartnummer toe te kennen. Drie reeksen van zes cijfers elk : 666. De Apocalyps van Johannes spreekt over twee beesten, het beest van de zee en het beest van de aarde die het koppel antichrist zullen vormen op het einde der tijden. De uitleggers zeggen dat het beest dat uit de zee komt de politieke macht voorstelt, de niet te onderschatten medestander van Satan. En het beest dat uit de aarde komt is de macht van het geld. Het beest van de aarde, de financiële macht zal ertoe komen om "bij allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven een kenteken aan te brengen op de rechterhand of het voorhoofd, zodat niemand kan kopen of verkopen dan wie getekend is met de naam van het beest, of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig." (Apoc. 13:16-18) Welnu, het getal 666 is voortaan geen mysterie meer.We weten dat het de gigantische computer voorstelt die de grote controleur zal zijn van alle mensen, hun aan- en verkopen."Verschillende artikels die twee jaar geleden verschenen in het tijdschrift "Vers Demain" (Quebec) leggen een verband tussen het getal 666 en het stilzwijgende project van een wereldregering, gevormd door de politiek en het groot kapitaal. We weten dat deze wereldregering reeds ten dele bestaat onder de vorm van het IMF (Internationaal Munt Fonds), een club van centrale banken van de rijkste landen. Deze club speelt een doorslaggevende rol in alle ontwikkelde en onderontwikkelde landen. Het tijdschrift "Vers Demain" wordt uitgegeven door aanhangers van het "Sociaal Krediet", een economisch-filosofisch systeem dat aanleunt bij de ideeën van Jacques Duboin, Sylvio Gesell en in zekere mate ook van Rudolf Steiner (in zijn nationaal-economische cursus). Volgens dit tijdschrift zijn de instellingen van de Europese Gemeenschap de eerste stap naar wat een wereldregering zal worden. Het is dus in Brussel, in het hart van de Europese Gemeenschap dat zij het beest menen ontdekt te hebben. Het is een gigantische computer die drie verdiepingen in beslag neemt van het administratief gebouw van de maatschappelijke zetel. Als bewijs worden de uitlatingen van Dr. Hanrick Eldeman aangehaald, de hoofdanalyst van de conferentie van de Euromarkt. Die zou onthuld hebben dat "er reeds een programma loopt om met computer een herstructurering door te voeren om een komende wereldchaos op te vangen". Het "Beest", de monsterachtige zelfprogrammerende computer die over meer dan honderd gegevensbestanden beschikt, werd geprogrammeerd om gans de wereldhandel te beheersen. Het zou daarbij gaan om een systeem dat ieder menselijk wezen op aarde een nummer toekent. Iedereen zou een onzichtbaar nummer met de laser op zijn hand of voorhoofd krijgen. Daardoor zouden de klassieke kredietkaarten en alle andere geldvormen of zelfs persoonlijke documenten overbodig worden. Met infrarood-scanners zou men ieder nummer kunnen lezen telkens er een aan- of verkoop plaatsvindt, het zou onmogelijk worden om daarbuiten nog een transactie door te voeren ! Dr. Eldeman wijst erop dat drie reeksen van zes cijfers volstaan om iedere bewoner van de aarde een eigen nummer toe te kennen. Hier toont de 666 zijn echte hoorns ! Men kan inderdaad in dit schema alle ingrediënten herkennen van moderne verworvenheden die dreigen te ontsporen - en het is zeer waarschijnlijk dat ze dat ook zullen doen: groot kapitaal, electronische chip, wereldinformatienet, "zachte" centrale wereldorde, genetische manipulatie enz. Het zou aldus volstaan om in iedere chip meedere gegevens over ieder individu te stockeren (identiteit, aankopen, gezondheid, bankrekening enz. ) om objectief alle voorwaarden te hebben voor een werelddictatuur over de menselijke geest. Het tijdschrift voegt eraan toe dat ingeplante microchips reeds een realiteit zijn en bij dieren worden toegepast (paarden, katten, honden, vissen, bvb. om hun verplaatsingen te volgen). De banken zouden tegenwoordig een campagne voeren om de schrik voor diefstal van kredietkaarten aan te wakkeren, zodat de publieke opinie gemakkelijker de inplanting van een chip in de hand zou aanvaarden, wat dan de kredietkaart zou vervangen. Alle electronische netwerken die tegenwoordig in 't leven worden geroepen zouden deel uitmaken van het spinneweb van het beest, dat aan iedere chip met een kleefdraad vastzit. Wat moeten we denken van deze verontrustende onthullingen ? Moeten we, zoals de aanhangers van het "Sociaal Krediet" afzien van het gebruik van magneetkaarten hoewel die zo praktisch zijn ? Alles wijst erop dat wat hierboven beschreven werd overeenstemt met de werkelijkheid, ten minste toch voor een groot deel. De eerste vereiste is dus om geen struisvogel te spelen, maar de andere vereiste is even belangrijk : niet in zuiver emotionele reacties te vervallen zoals "sensationalisme" of angst. Zou de moderne inwijdingsweg niet kunnen bestaan in de confrontatie met het Kwaad en in de omvorming ervan door het beest in de ogen te kijken ? In plaats van het terug te dringen in het vage, onbestemde of het te relativeren. Daarom is het noodzakelijk om een dubbel bewustzijn te ontwikkelen dat toelaat om te confronteren zonder te verstenen of verleid te worden, net zoals de mythologische held Perseus de Medusa aankeek in de weerschijn van zijn schild. Zo'n ingesteldheid laat perfect toe om een kredietkaart of een computer te gebruiken, of ook om uiterlijk ja te zeggen t.o.v. een Europa dat er nog altijd als een karikatuur uitziet, terwijl men innerlijk meer en meer actief omgaat met de innerlijke waarnemingen van al wat ons bereikt en gemanipuleerd is. Rudolf Steiner geeft in zijn voordrachtencyclus over de Apocalyps een totaal andere verklaring voor het getal 666. In het volgende nummer van De Brug zal Jan Vermeir daar dieper op in gaan.
* * * * * * * * * * * Hoe computers ons wereldbeeld veranderenIn "Erziehungskunst", het maandblad voor Steinerpedagogie, lazen we in het septembernummer een interessant artikel. Edwin Hübner schreef het, fdw vertaalde het, en zette het op diskette ...
- computergebruik bevordert in hoge mate een positivistisch wereldbeeld* en een technologisch wetenschapsbegrip. Deze vorm van oogkleppen-bewustzijn treedt vroeg op en beïnvloedt het merendeel der gebruikers. - Computergebruik leidt op lange termijn tot een verlies van wensen en idealen, dus tot een reductie van het wenselijke tot wat actueel (technologisch) te verwezenlijken is. Concrete inhouden worden naar de achtergrond gedrongen. - Op de duur neemt de tendens toe om zichzelf en anderen als computer of robot waar te nemen. - De eisen die men stelt aan sociale interactie verkleinen in toenemende mate. - Gevoelens en sociale behoeften worden op lange termijn van hun waarde beroofd. Van in 't begin gelden ze in de zakelijk-technologische context van gesprekken tussen computerkenners als ongepast. Vanuit het standpunt van de ontwikkelingspsychologie zien we een gevaar op ons afkomen zoals we er tot nu toe geen gekend hebben: de jeugd die zonder bedenken door enthousiaste "pedagogen- met-toekomstvisie" voor de computer gezet wordt. Want een al te lang gebruik van deze "wondermachine" belemmert de innerlijke ontwikkeling van de jeugd. Deze ontwikkeling schetsen we nu eerst even. Ontwikkelingsopgaven van de jeugd
Tijdens de puberteit voltrekt zich een innerlijke omwenteling in de jeugdige ziel, een omwenteling die men gerust kan vergelijken met een geboorte. De vervorming van het menselijke
Vóór de computercursus verklaarden de deelnemers aan de interviewer met grote stelligheid dat tussen de computer en henzelf een fundamenteel kwalitatief verschil bestond : de mens onderscheidt zich principieel van de machine. Want hoewel die buitengewoon snel is, toch werkt ze maar volgens zuiver causale en-of schakelingen. De medemens wordt verdreven
Na het beëindigen van de computercursus hechten de ondervraagden duidelijk minder waarde aan gevoelens dan daarvoor. Het logische intellect geldt meer. "Streng rationele kosten-baten analysen als middel om persoonlijke beslissingen te nemen worden algemeen hoger geschat." Gaßner stelde ook vast dat tijdens onduidelijke sociale conflictsituaties computergebruikers zich afwachtend opstelden "en dit rationeel goedpraatten met het argument dat communicatieve oplossingen hopeloos zijn". Vooral voor mensen die het sociaal moeilijk hebben, schijnt de omgang met de computer mogelijkheden te bieden om daardoor geschillen met anderen te vermijden.
De Amerikaanse Sherry Turkle heeft dit feit zeer drastisch tot uitdrukking gebracht in een zeer lezenswaardig boek dat eveneens de invloed van de computer op het menselijk denken en gedrag beschrijft. Idealen verdwijnen
Wat de mens aan idealen heeft, dat verandert wanneer we de computer zonder bedenken gebruiken. "Wetenschap en techniek worden na de cursus in grotere mate als waardevrije middelen beschouwd om manipulatie-kennis en controletechnieken te vermeerderen. Humanistische idealen die voordien vermeld werden zijn totaal verdwenen. Hoewel bij het begin nog dikwijls een vooruitziende, normatieve wetenschap betracht werd om een vreedzame, gelukkige en ecologisch intacte wereld op te bouwen en in stand te houden, toch zijn achteraf nauwelijks kritiek en weinig betrachtingen meer te horen. In de plaats is er zonder een herkenbaar afwegen een technocratisch wereldbeeld op de voorgrond getreden." Een technische drug
Langdurig en onbezonnen gebruik van de computer vertoont - vooral bij jongeren, maar ook bij volwassenen- een werking die zich heel goed laat vergelijken met die van drugs. Wat moeten we in de plaats stellen ?
Het hoofdprobleem bij het gebruik van de computer is dat hij niet te doorzien is. De gebruikers weten dikwijls niet wat er gebeurt in de machine die vóór hen staat als ze met kant en klare software te maken hebben. Het is echter deze ondoorzichtigheid die ons ertoe brengt om menselijke eigenschappen te projecteren in dit rekenapparaat.
* * * * * * * * * * * De leesgroep
Sinds jaren komen er in een lokaal van de Michaëli-school te Aalst om de veertien dagen enkele mensen samen om een werk van Rudolf Steiner te lezen en te bespreken. Anderzijds zijn er mensen die ook al jaren intensief met antroposofie bezig zijn, maar die zich niet geroepen voelen om dit in groep te doen. Ze vinden dat ze meer bereiken als ze een avond alleen bezig zijn met een boek van Rudolf Steiner. " Waar we het vandaag gaan over hebben zijn beschouwingen die voor antroposofen in de ruime betekenis van het woord kunnen interessant zijn, en die ertoe dienen om voor diegenen die deze bijeenkomsten al een langere tijd bijwonen, het een en ander preciezer te belichten. Het is vooral goed dat wij ons af en toe terug eens duidelijk maken dat het er in de geesteswetenschap niet alleen op aankomt dit of dat zo algemeen, als theorie, als een leer te kennen, maar dat het erop aankomt altijd maar weer en weer preciezer en meer gedetailleerd in te gaan op vragen en levensraadsels. Iemand zou misschien kunnen zeggen: "Wat men in eerste instantie voor het leven moet weten van het geestelijk onderzoek, dat kan men gemakkelijk in een klein boekje van ongeveer zestig bladzijden -als er alles moet in staan- afdrukken, en dan kan iedereen zich dit boekje van zestig bladzijden aanschaffen; hij zou dan een overtuiging hebben over het wezen van de mens, over reïncarnatie en karma, over de ontwikkeling van de aarde en de mensheid, en hij zou met deze overtuiging door het leven kunnen gaan". En iemand die dat graag zou zien, zou misschien kunnen zeggen: "Ja, waarom legt de antroposofische beweging het eigenlijk niet zo aan boord dat ze in zoveel mogelijk exemplaren deze belangrijkste gezichtspunten in de wereld verspreid, zodat iedere mens zich deze overtuiging kan eigen maken ? Waarom richt deze beweging het toch op zo'n merkwaardige wijze in, dat ze eens per week de mensen samenroept die zich met antroposofie willen bezig houden, om altijd maar opnieuw zaken te beschrijven die gemakkelijk op zestig bladzijden kunnen weergegeven worden ? Wat hebben die antroposofen toch altijd iedere week aan hun mensen te vertellen ?", zo zou men kunnen vragen. Nu, het is misschien wel zo dat bepaalde geloofsovertuigingen in onze tijd, ook wat betreft het geestelijk onderzoek, zo'n korte samenvatting voor de binnenzak hebben om zich op die manier het belangrijkste te kunnen eigen maken. Maar waar wij ons altijd meer en meer moeten bewust van worden, dat is dat het met zo'n beetje feitenkennis in het geestesonderzoek niet gedaan is, dat het in de grond hoegenaamd niet op het weten aankomt, -hoewel geestesonderzoek bestaat uit een weten, uit kennis- dat het niet voldoende is om in algemene frasen het wezen van het geestesonderzoek te zien, maar dat het om specifieke inzichten gaat. Maar ook hier is het niet voldoende zich deze bepaalde inzichten eigen te maken als een algemene overtuiging, zoals onze huidige tijd dat opvat, en daarmee dan tevreden te zijn. Want het gaat er niet om zich eenmaal zo'n overtuiging te verwerven en dan te weten: de mens leeft meer dan één keer, er zijn oorzaken en gevolgen die zich over meerdere levens uitstrekken, er bestaat reïncarnatie en karma enz. Het eigenlijke heilzame van het geestesonderzoek is niet om deze leerstellingen te verspreiden, maar wel om zich indringend en intiem, meer bepaald wat betreft de details, met deze leer bezig te houden, altijd maar weer en weer, om ze ononderbroken op de ziel te laten inwerken. Want in de grond heeft men er niets aan, aan een overtuiging die ons eenvoudigweg laat geloven: ja, de mens leeft niet alleen tussen geboorte en dood, hij leeft meermaals, reïncarnatie bestaat, karma bestaat enz. Het geloof aan deze zaken, daar heeft men in de grond niet veel aan. En wat betreft de werkelijke diepten des levens is er in de grond niet zo'n groot verschil tussen de ziel van een mens die niet weet dat reïncarnatie en karma bestaan, en de ziel van een mens die dat wel weet. Onze ziel wordt in antroposofische zin pas anders als we ons altijd maar weer bezig houden met wat het geestesonderzoek ons te vertellen heeft, niet alleen over de algemeenheden, maar ook over de bijzondere diepere zaken. Zo komt het dat het goed is wanneer we altijd maar weer bijeenkomen en trachten een goed begrip te krijgen van wat de antroposofie over een bepaald levensgebied te zeggen heeft. Zo maar algemeen te weten dat er een grote wet bestaat die een samenhang bewerkt tussen vroegere daden, vroegere gevoelens en vroegere gedachten van een mens en zijn huidige en toekomstige belevenissen, dat zo maar algemeen te weten, dat volstaat nu eenmaal niet. Geesteswetenschap wordt pas dan een levenszaak als we deze algemene leerstellingen kunnen aanwenden op de afzonderlijke levenservaringen, als we in staat zijn om onze ganse ziel om zo te zeggen in te stellen op een gezichtspunt van waar we het leven op een nieuwe manier kunnen bekijken." [ ... ] [ ... ]
"Iedereen die naar antroposofische bijeenkomsten gaat, zou het gevoel moeten hebben dat hij daar meer vindt dan wanneer hij helemaal alleen met antroposofie aan het werk is. Hij zou er naar toe moeten kunnen gaan omdat hij daar mensen vindt met wie hij graag samen aan antroposofie wil werken. In de antroposofische geschriften vindt men een wereldbeschouwing. In de antroposofische bijeenkomsten zou de mens de mens moeten vinden. Treft men in een antroposofische groep een nieuw toegetreden lid, dan zou men het als ouder lid niet bij het bevredigende gevoel moeten laten dat de antroposofie er weer een nieuwe aanhanger bij heeft. Men zou niet alleen maar de gedachte moeten hebben: daar is weer iemand die men met antroposofie kan volstoppen, maar men zou een gevoel voor het menselijke moeten hebben dat met een nieuw lid in de antroposofische groep binnenkomt." [ ... ]
* * * * * * * * * * * Terug naar de inhoudstafel .
|