tevens enkele bijzonderheden over de wezensdelen
In de vorige afleveringen van De Brug ging Jan Vermeir dieper in op het bestaan van twee Jezuskinderen. Het is niet altijd eenvoudig om de zaken uit elkaar te houden, omdat het een tamelijk gecompliceerde kwestie is. Daarom geven we hier een kort chronologisch overzicht, gebaseerd op wat Rudolf Steiner uitlegt in GA 114 "Het Lukas-Evangelie". Normaal gesproken incarneert de eeuwige wezenskern van een mens (zijn Ik) hier op aarde in een fysiek lichaam, een etherlichaam en een astraal lichaam. De kwaliteit van deze verschillende lichamen hangt af van hoe de betreffende mens in vorige levens geleefd heeft. Vanuit zijn Ik werkt de mens tijdens zijn leven aan de omvorming (verbetering) van zijn wezensdelen. Na zijn dood lost het fysiek lichaam op in de minerale wereld, zijn ether- en astraal lichaam lossen op in resp. de etherische en astrale wereld, behalve het kleine extract van verbeteringen: die draagt hij mee naar het volgende leven. Nu bestaat er echter zoiets als een spirituele "zuinigheid" of "efficiëntie": bijzonder hoogstaande wezensdelen lossen niet op in de algemene ether- of astrale sfeer, maar worden bewaard en kunnen gedupliceerd worden. De grote ingewijde Zarathoesta bvb., "leende" zijn astraal lichaam aan een geestelijke leider van de Egyptische cultuur, Hermes, en zijn etherlichaam aan een leider van het oud-Hebreeuwse volk: Mozes.Op het moment dat Boeddha in Indië actief was, was deze Zarathoestra geïncarneerd in Chaldea als Nazarathos (of Zarathas), de leraar van Pythagoras. Deze Zarathoestra was een oude, rijpe ziel. Nu is het zo dat men niet tegelijk een oude, rijpe ziel kan zijn en ook nog kan beschikken over de oorspronkelijke kracht van een jonge ziel. En het zijn alleen dergelijke zielen die met kracht een nieuwe cultuurimpuls kunnen brengen. Voor de taak die 2000 jaar geleden noodzakelijk was geworden was een ziel nodig die nog nooit iets op deze Aarde ervaren had en daarom werd een deel van het etherlichaam van Adam zelf als voorlopig Ik geleid naar het nathanisch Jezuskind ! Dit deel was -vóór de zondeval - aan Adam ontnomen en bewaard gebleven in de zgn. moederloge der mensheid. Een sterke individualiteit kan een etherlichaam en een astraal lichaam afstaan, bij een volgende incarnatie vormt hij vanuit zijn sterke Ik een nieuw etherlichaam en astraal lichaam dat hij dan terug kan ter beschikking stellen na zijn dood. We zien in het schema dat het Zarathoesta-Ik incarneert in de salomonische Jezus. Als deze twaalf jaar is geworden gaat dat Ik over in de nathanische Jezus, werkt daar in op etherlichaam en astraal lichaam en verlaat dan deze nathanische Jezus als deze dertig jaar wordt op het ogenblik dat de Christus-wezenheid bezit neemt van deze Jezus (doop in de Jordaan). Na de dood van Christus-Jezus worden het hoogstaande etherlichaam en het astraal lichaam van de Christus-Jezus nog verder gebruikt zoals we zullen zien. Maar eerst het schema:
" Toen de Christus de zintuiglijke wereld verliet ontstonden ontelbare duplicaten van zijn etherlichaam en astraal lichaam, die bestemd waren om geënt te worden op de lichamen van diegenen die geschikt waren om het christendom te verspreiden. Toen Augustinus dan eindelijk het christendom vond in de woorden van Johannes en Paulus, toen begon het etherlichaam van Christus in hem te werken. Hij spreekt namelijk niet van het fysiek lichaam maar van het etherlichaam, dat hetzelfde is van wat hij 'Soma' noemt. Van het astraal lichaam spreekt hij als de 'Zin' en van het Ik zegt hij dat het zich in hem kan verheffen door de Reiniging. De omvorming van het astraal lichaam noemt hij "het vatten van de waarheid" en die van het etherlichaam noemt hij "het zich verheugen en genieten van de geestelijke dingen". En van de hoogste graad van vergeestelijking spreekt hij als van "het Visioen". De schriften van Augustinus zijn voor ons een goede voorbereiding omdat daarin de innerlijke ontwikkeling van de mysticus beschreven wordt. Het ogenblik waarop hij in de geestelijke wereld geraakt is duidelijk te herkennen. Augustinus is de beste tolk-vertaler van de Paulusbrieven. Nemen we nu een andere grote vertegenwoordiger van het christendom: Thomas van Aquino. Als we hem vergelijken met Augustinus, dan zien we dat hij nooit gedwaald heeft zoals deze, en dat hij sinds zijn kindertijd noch twijfel noch ongeloof heeft gekend, omdat oordeel en overtuiging hun zetel in het astraal lichaam hebben, en Thomas in zijn eigen astraal lichaam dat van Christus ingeplant had gekregen. De inplanting in een mensenlichaam van een of ander werkingsprincipe kan slechts geschieden wanneer een uiterlijke oorzaak het natuurlijk verloop der dingen verandert. Toen Thomas nog een kind was, sloeg de bliksem in zijn nabijheid in en doodde zijn zusje. Dit fysieke, maar slechts schijnbaar fysieke, gebeuren maakte hem geschikt om in zijn astraal lichaam dat van Christus te ontvangen."
Verder in dezelfde voordrachtenreeks lezen we over andere personen die een kopie van het etherlichaam van Christus in zich droegen (vanaf de zesde en zevende eeuw na Christus), namelijk drie Ierse zendelingen die het Christendom in Europa hielpen verspreiden, te weten: - Columba de Jongere (545 - 615) die predikte in Boergondië, Zwitserland en Lombardije. - Gallus (gestorven tussen 530 en 560) In de elfde en twaalfde eeuw kregen bepaalde personen en kopie van het astraal lichaam van Christus: - Franciscus van Assisi (1182 - 1226), zie verder Vanaf de twaalfde, dertiende en veertiende eeuw krijgen anderen een soort Ik-kopie: - Meister Eckhart (1260 - 1327) Die spreken dan uit eigen ervaring als een Ik-afdruk van Jezus van Nazareth. Nog andere voorbeelden (we plaatsen hier samen wat verspreid staat over verschillende voordrachten):
1) In de vijftiende eeuw leefde een merkwaardige persoonlijkheid: Nikolaus von Kues (Cusanus). We zien dat deze man in zijn studies de ganse leer van Copernicus voorbereid heeft voor de 16de eeuw. In zijn boeken is dat wel nog niet zo degelijk uitgewerkt als bij Copernicus, maar al het wezenlijke staat er toch al in, een feit dat het gewone onderzoek helemaal niet kan verklaren. 2) Neemt u eens Franciscus van Assisi ! Daar hebt u een persoonlijkheid in wiens astraal lichaam ingeweven was een kopie van het astraal lichaam van Jezus van Nazareth. U mag veel extreems vinden in Franciscus van Assisi: zijn Ik heeft het gedaan, dat stond niet op dezelfde hoogte als zijn astraal lichaam. Maar bestudeert u eens de ziel van Franciscus van Assisi, met in het achterhoofd het feit dat zijn Ik niet altijd het juiste oordeel kon vellen over de wonderbare gevoelens en de wonderbare deemoed van het astraal lichaam, en u zult hem verstaan. In Franciscus van Assisi was een kopie van het astraal lichaam van Jezus van Nazareth. Bij zeer vele mensen was dat in die tijd het geval. Bij Franciscanen en Dominicanen vindt u velen bij wie een kopie van het Jezus-astraallichaam belichaamd was. Ook andere persoonlijkheden uit die tijd kunt u maar verstaan wanneer u ze vanuit dit gezichtspunt beschouwt. Zo bvb. was ook de beroemde 3) Elisabeth van Thüringen, zo'n persoonlijkheid bij wie een kopie van het astraal lichaam van Jezus van Nazareth ingeweven was. 4) Paracelsus stierf in 1541 rustig in zijn 48ste levensjaar nadat hij ongemeen sterk aan zijn astraal lichaam had gewerkt door alle ervaringen die hij doorgemaakt had. Alle krachten die hij in zijn astraal lichaam verworven had werden door de aartsengelen overgedragen op Goethe toen die ook 48 jaar werd, en voor hem een totaal nieuwe levensperiode begon. Hij herwerkte bvb. zijn "Faust" en doorgrondde menig geheim. Hij voegde aan de "Faust" het "Proloog in de hemel" toe, waardoor deze "Faust" verbonden werd met de ganse mensheidsontwikkeling in plaats van slechts de geschiedenis van een afzonderlijk mens te zijn. 5) In Galileo Galileï leefde een etherlichaam dat na zijn dood niet mocht verloren gaan. Ver weg van de plaats waar ooit Galileo Galileï gewerkt had, wordt in de 18de eeuw een kind geboren, diep in Rusland aan de Witte Zee. Tientallen jaren leefde deze persoonlijkheid in zeer eenvoudige omstandigheden, zich voorbereidend om grote dingen te bewerkstelligen na een vrome kindertijd en jeugd. Onbekend, zonder middelen van bestaan, ging deze persoon naar Moskou, studeerde daar, werd de grondlegger van de Russische grammatica, en het boegbeeld van de Russische cultuur: Michail Lomonosow (1712 - 1765).
1) In dezelfde GA 109 leren we iets over de hindernissen waarop een helderziende kan stuiten bij het onderzoeken van incarnatievraagstukken. Rudolf Steiner "zag" dat het etherlichaam van Galileo Galileï bewaard was gebleven en gebruikt was bij een bekende persoon uit het cultuurleven. Maar op het ogenblik van zijn onderzoek kende hij nog maar weinig van de Russische geschiedenis en cultuur, maar hij "zag" dat het in Rusland was en dat het iets met een gebroken neus te maken had. Marie Steiner vertelde later dat Rudolf Steiner in 1903 haar eens gevraagd had hoe "gebroken neus" in het Russisch klonk.Het blijkt dat "neus" in het Russisch "nos" is en dat "lom" of "loman" een stam is van woorden die verwijzen naar breken, gebroken enz. En dat brengt ons terug op een spoor: Lomonossow was ( met zijn Ik) niet de incarnatie van Galileo Galileï vermits hij enkel het etherlichaam van Galileo Galileï in zich had. Maar er is ook een verband tussen Galileo Galileï en Michelangelo (hoewel de eerste geen reïncarnatie van de laatste is volgens Rudolf Steiner): Galileo Galileï heeft in intellectuele vorm, als inzichten aan de mensheid geschonken wat Michelangelo als menselijke mechanica in de St.-Pieterskerk in Rome heeft ingebouwd, en het merkwaardige is dat Galileo Galileï geboren werd op de dag dat Michelangelo stierf ! En wie had er een gebroken neus ? Juist: Michelangelo ! Zo zien we dat een helderziende des te beter zijn bovenzinnelijke waarnemingen kan "vertalen" voor de niet-helderziende, hoe meer hij bezit aan "gewone" kennis, kennis die hij zich even goed als een ander moet verwerven door te lezen en te studeren. Wat meteen ook verklaart waarom het zo moeilijk is om in de toekomst te kijken: 2) Rudolf Steiner :
" Er zijn vele eenvoudige mensen die rondlopen met een etherlichaam en astraal lichaam van een belangrijke individualiteit. Men moet de grootste voorzichtigheid in acht nemen wanneer men met occulte middelen vroegere incarnaties onderzoekt. In vele gevallen is het niets anders dan kinderachtigheid wanneer mensen van zichzelf zeggen of zichzelf inbeelden dat ze de wedergeboren die of die zijn, misschien Nero, Napoleon, Beethoven of Goethe. Dat is natuurlijk dwaas en verwerpelijk. Maar de zaak is veel gevaarlijker wanneer gevorderde occultisten op dit terrein fouten maken, zich misschien inbeelden dat ze de reïncarnatie van deze of gene man zijn, terwijl ze in werkelijkheid alleen maar diens etherlichaam hebben. Dan is dat niet alleen een dwaling -die op zichzelf al te betreuren is-, maar de mens leeft dan onder de invloed van dat verkeerde idee, en dat heeft desastreuze werkingen. De ganse ziele-ontwikkeling gaat de verkeerde weg op door deze illusie."
3) Uit de voordracht van 4 juni 1909 in Boedapest :
" Waarom moeten wij ons eigenlijk bezighouden met antroposofische gedachten en theorieën, vooraleer wij zelf iets van de geestelijke wereld kunnen ervaren ? Nu denkt u dat 10 of 20 jaar later een andere, even goed geschoolde helderziende, dezelfde zaak kan waarnemen, zonder dat hij iets weet van de resultaten van het werk van de eerste helderziende. Als u dat gelooft, dan hebt u het zeer verkeerd voor: de waarheid is dat een feit in de geestelijke wereld dat al door een helderziende of een occulte school werd onderzocht, niet voor een tweede keer kan onderzocht worden wanneer hij die dat wil doen niet eerst medegedeeld werd dat dit feit al onderzocht is. Dus, wanneer een helderziende in het jaar 1900 een feit onderzoekt, en een andere in het jaar 1950 zo ver is om hetzelfde te kunnen waarnemen, dan kan deze laatste dat pas wanneer hij eerst geleerd en ervaren heeft dat dit feit reeds gevonden en onderzocht werd. Zelfs reeds bekende feiten kunnen dus in de geestelijke wereld maar geschouwd worden wanneer men besluit om het op de gewone manier meegedeeld te krijgen en er kennis van te nemen. Dat is een wet die in de geestelijke werel door alle tijden heen een universele broederlijkheid schept. Het is onmogelijk om in een gebied te geraken zonder zich eerst in verbinding te stellen met wat reeds door oudere broeders van het mensengeslacht onderzocht en geschouwd werd. Er is in de geestelijke wereld voor gezorgd dat niemand een zgn. zwartrijder kan worden die zegt : ik bekommer mij niet om wat reeds bestaat, ik onderzoek voor mij alleen. Alle feiten die vandaag in de antroposofie meegedeeld worden, zouden ook niet door de meest gevorderden en ontwikkelden kunnen gezien worden wanneer ze er niet eerst over gehoord hadden. Omdat dat zo is, omdat men zich moet verbinden met wat reeds onderzocht is, daarom moest de antroposofische vereniging in deze vorm gegrondvest worden. Het zal verhoudingsgewijs niet lang meer duren, dan zullen er vele mensen helderziend worden. Maar ze zouden slechts wezenloze zaken in de geestelijke wereld kunnen schouwen, niet de waarheid, omdat ze niet het belangrijke dat al onderzocht is in de geestelijke wereld zouden kunnen zien. Eerst moet men de waarheden zoals de antroposofie die geeft, leren, en dan pas kan men ze waarnemen. Dus zelfs de helderziende moet eerst leren wat reeds onderzocht is en dan kan hij -bij een gewetensvolle scholing- de feiten zelf schouwen. Men kan zeggen: Deze wet grondvest van binnenuit een universele broederlijkheid, een ware mensenbroederschap.Van tijdperk tot tijdperk is op die manier het wijsheidsgoed doorheen de verschillende occulte scholen gegaan en door de meesters trouw bewaard geworden. En ook wij moeten helpen om deze schat te dragen en broederlijk worden met diegenen die al iets bereikt hebben, willen wij toegang krijgen tot de hogere gebieden van de geestelijke wereld.Wat als een morele wet nagestreefd wordt op het fysieke plan, dat is een natuurwet in de geestelijke wereld."
tevens een aanmoediging voor de antroposofen van nu
Rudolf Steiner in GA 109 ( voordracht in Munchen, 7 maart 1909) :
" De atlantische volkeren waren in groepen verdeeld en met de ganse ontwikkeling hing samen dat de ene groep mensen vooral moest geregeerd worden met de krachten die men verkreeg door de inzichten van Jupiter of van Venus, Mercurius enz. In het oude Atlantis had men dus wat men kan noemen Jupitermensen of Marsmensen. Er waren zeven orakelplaatsen, omdat het leven in Atlantis naar de verschillende kenmerken van de rassenvorming uiteenviel in zeven groepen. Daar was het Mars-, Venus-, Mercurius-, Jupiterorakel enz., allemaal namen die pas later gegeven werden, maar die toepasselijk zijn op deze orakelplaatsen. En de leiding, als het ware de opperheerschappij daarover lag bij het orakel dat we kunnen aanduiden als het oeroude atlantische Zonne-orakel. Wat er aan orakels na de atlantische tijd in Griekenland, Egypte enz. bestond, al wat er in Azië aan orakels bestond, dat waren opvolgers van het grote atlantische orakel. Het Apollo-orakel in Griekenland was een opvolger van het Zonne-orakel van de atlantische tijd. De ingewijde, die aan het hoofd van het Zonne-orakel stond, was drager van de diepste geheimen van ons zonnestelsel. Hij moest met zijn ondergeschikten onderzoeken wat het geestelijk leven van de Zon zelf was. Alle geheimen van ons planeten-zonnesysteem moest hij daarom als boodschap verkondigen aan de atlantische mensheid en hij had de taak om de opperheerschappij over de andere orakelplaatsen uit te oefenen. Deze ingewijde kwam een heel bijzondere taak toe. Hem viel de taak toe om de mensheid zo te leiden en voor te bereiden dat deze mensheid zich zou kunnen voortzetten in de na-atlantische tijd om de culturen te stichten die wij al vaker als de na-atlantische besproken hebben. Dit moest gebeuren na afloop van de grote atlantische katastrofe, die eindigde met de ondergang van Atlantis. De grote ingewijde van het Zonne-orakel had dus de opdracht om de mensen reeds tijdens de atlantische tijd zo voor te bereiden dat in de na-atlantische tijd achtereenvolgens de oud-Indische, de oud-Perzische, Egyptisch-Babylonisch-Joodse, de Grieks-Latijnse cultuur kon ontstaan, dat het geschikte menselijke materiaal daartoe voorhanden zou zijn.
Nu moeten we even wat dieper ingaan op de taak van deze grote ingewijde van het Zonne-orakel. Wat was eigenlijk de atlantische cultuur ? Die was helemaal anders dan de latere culturen. Wie stond er in het oude Atlantis aan de spits van de cultuur ? Nu zijn dat grote persoonlijkheden in geleerdheid, kunst of industrie en handel. Toen waren dat diegenen die over bijzondere helderziende krachten beschikten en zeer goed magisch kon werken. Wat vandaag van een mens een leider, een geleerde enz. maakt, dat bestond toen nog niet of toch maar in het allerprilste beginstadium. Rekenen, tellen, combineren, verstandelijk oordelen zoals vandaag, dat was er niet bij. Er waren primitieve krachten van helderziende aard, helderziende kracht die kon schouwen in de geestelijke werelden. Zonder het huidig zelfbewustzijn zag de mens toen in de geestelijke wereld, en wie dat het beste kon, die was een cultuurdrager in Atlantis. We vertelden al dat de Atlantiërs bepaalde innerlijke krachten uit de natuur beheersten, bvb. de kiemkracht der planten, dat ze daarmee hun voertuigen bestuurden, zoals tegenwoordig de mens zijn voertuigen aandrijft met de kracht van steenkool. Aldus waren de mensen die leiders van de atlantische cultuur waren, niet zoals de mensen van nu, die door oordeelsvermogen de geheimen van de wereld proberen te doorgronden, maar wel diegenen die de grootste helderzienden en magiërs waren, die stonden aan de spits. En de mensen die in zich de allereerste ontwikkelingskiemen hadden om te rekenen, te tellen en te combineren, verstandelijk oordelen, die werden op een bepaalde manier om hun simpelheid veracht, ze behoorden niet tot wat toen de aristocratie van de geest uimaakte. Maar juist deze mensen, die de allereerste aanleg hadden van de na-atlantische vermogens, die het minst konden helderzien, die het minst van al konden magisch werken, die werden door de grote aanvoerder van het Zonne-orakel verzameld uit alle streken. Het waren de eenvoudigste, op een bepaalde manier meest verachte lieden van het oude Atlantis, die verzamelde hij. Met hen moest hij nu juist de na-atlantische cultuur grondvesten. Wat aan de spits van de atlantische cultuur marcheerde, wie het dromende helderzien het meest beheerste, dat was geen bruikbaar materiaal om overgebracht te worden naar de nieuwe tijd. Het waren de eenvoudige mensen van Atlantis, die het eerst intellectuele vermogens ontwikkelden, die geroepen werden door de grote ingewijde van het Zonne-orakel.
Slechts zijdelings weze vernoemd dat wij tegenwoordig in een gelijkaardige tijd leven, dat de mensheid terug geroepen wordt, natuurlijk aangepast aan de tijd van nu, waar de mensheid slechts uiterlijk, het fysieke plan ziet : vanuit onbekende geestesdiepten, die de mensheid langzamerhand zal leren kennen, klinkt een roep aan de mensheid om terug voor te bereiden wat als nieuwe cultuur van de toekomst, terug met helderziende krachten, moet komen. Een katastrofe zal komen, net zoals de atlantische, en dan zal een nieuwe cultuur opgaan met spirituele vermogens, die verbonden zal zijn met wat wij de omvattende idee van broederschap noemen. Ook vandaag klinkt die roep niet voor wie aan de spits van onze cultuur staat. De plaats die vroeger de atlantische helderzienden en magiërs ingenomen hadden, en die voorbestemd waren om uit te sterven met hun cultuur als het ware, diezelfde plaats nemen nu de mensen in die aan de spits van de geleerdheid en het uiterlijke industriële leven staan, de grote uitvinders en ontdekkers van de tegenwoordige tijd. Hoeveel ze ook presteren, ze nemen dezelfde plaats in. Ze zien met verachting neer op diegenen die iets beginnen te voelen van het spirituele leven dat gaat komen. Dit bewustzijn moet de mens zich in de ziel planten die vandaag wil gesterkt worden in zijn arbeid in de antroposofische studie- en werkgroepen. Wanneer van de kant van de huidige aanvoerders van de cultuur met verachting neergekeken wordt op die kleine groepjes, dan moet diegene die in zijn ziel vlijtig meewerkt aan de voorbereiding van een toekomstige cultuur zich voorhouden: op diegenen die nu aan de top staan met hun intellectuele kracht wordt niet gerekend. Het zijn juist diegenen die door hen veracht worden, van wie gezegd wordt dat ze niet op het niveau van de huidige tijd staan, juist deze mensen worden nu verzameld, zoals ooit de eenvoudige mensen van Atlantis verzameld werden door de leider van het Zonne-orakel, om een toekomstige cultuur voor te bereiden, om de dageraad te zijn van die cultuur, terwijl in die geleerdheid de avondschemering van de huidige cultuur moet gezien worden. Dit maar terzijde om de mensen wat moed in te spreken die de aanvallen moeten verduren en weerstaan van de kant van zij die nu aan de spits van de cultuur willen marcheren."
En zij die vandaag aan de spits van de beschaving marcheren, die we kunnen vergelijken met de atlantische wijzen en techniekers, kijk maar, daar buiten werken zij als uitvinder en ontdekker en geleerde en natuurwetenschapper. Op een hoopje enkelingen dat zich vandaag opmaakt om een nieuwe cultuurdrager te worden, zoals dat hier zit, zoals het zich verenigt in onze geesteswetenschappelijke verenigingen, daar kijken die grote vorsers en geleerden die de uiterlijke cultuur dragen, met verachting en hoon op neer. Wat zich in Atlantis voordeed herhaalt zich. Maar wanneer het spirituele leven uw hart zo sterk in bezit neemt dat u waardig zijt om u te kunnen vergelijken met diegenen die zich om de grote zonne-ingewijden geschaard hadden, wanneer dezelfde kracht en hetzelfde vertrouwen in u leeft, dan zult u in latere tijden de dragers zijn van het geestelijke leven, het leven dat de mensheid, naast de uiterlijke, materiële lichamelijkheid, terug het binnentreden in de geestelijke wereld geeft. Toen was het de grote ingewijde die op gelijkaardige manier de mensen rond zich verzamelde, vandaag zijn het de Meesters van de Wijsheid en van de Samenklank der Gevoelens. Hun roep gaat naar u uit. En als u dat voelt, zo vanuit de geschiedenis uw opdracht voelt, dan zullen uw harten sterk worden zodat ze verdragen wat van buitenaf als spot en hoon op de geesteswetenschap uitgestort wordt door hen die zich cultuurdrager noemen. En als u zo uw opdracht begrijpt, dan zullen uw gedachten sterk zijn, en gen twijfel die u van buitenuit hoort zal u kunnen doen wankelen in uw overtuiging. Want uw gedachten zelf zullen vergeestelijkt zijn door de kracht die kan uitvloeien uit het inzicht in onze opdracht. En ook als wij de blik duizenden jaren ver moeten richten en idealen moeten opstellen die zeer ver reiken: waar dergelijke idealen niet opgesteld worden, is het leven dood; waar ze opgesteld worden, verandert het leven. Idealen die weliswaar de grootste tijdruimtes bestrijken en die velen misschien laten kleinmoedig worden, die veranderen zich tot een kracht van tegenwoordigheid. U zult sterk zijn voor de kleinste daad wanneer u in staat zijt uw ideaal uit de hoogste hoogten te nemen. Zo zult u vast staan wanneer diegenen die de wereld beheersen met hun geleerdheid, met hoon en verachting over de kleine geesteswetenschappelijke verenigingen spreken, waarin diegenen zitten die "niet meewillen met de huidige cultuur". Oh, ze willen wel mee, ze kunnen even goed naar waarde schatten wat er in de uiterlijke, fysieke wereld gewonnen wordt, maar ze weten ook dat evenmin als er een lichaam zonder ziel is, even weinig een uiterlijke cultuur kan bestaan zonder spiritueel leven. Zoals de mensheid die ik juist gekarakteriseerd heb, die zich toen als een veracht hoopje enkelingen om de grote ingewijde geschaard heeft, na generaties het materiaal gegeven heeft om de Christus op aarde mogelijk te maken, zo moet de huidige antroposofische mensheid weer mogelijk maken om Christus volkomen te begrijpen. Christus is in de vierde cultuurperiode neergedaald. De Christus totaal begrijpen, dat zal gegeven zijn voor hen die Hem willen verstaan vanuit de antroposofie. Waarom komen vanuit een onbestemd bewustzijn de mensen naar de geesteswetenschap die tot dan toe door de traditionele religies uitleg kregen ? Waarom horen ze het antroposofisch woord terwijl ze tot dan toe alleen het Vaticaan gehoord hebben ? Waarom ? ... Wat verlangen die mensen van ons ? Dat wij hen zeggen wie Christus was, wat Christus gedaan heeft ! Ze komen omdat diegenen die zich vandaag benoemen als de gepriviligieerde dragers van de naam van Christus, hen niet kunnen zeggen wie de Christus was. Daarom komen ze tot de antroposofie omdat die kan zeggen wat de Christus is. Niet de tegenwoordige cultuurdragers, die tegenover de uiterlijke overlevering van een godsdienst alleen maar het ontkennen van Christus kunnen stellen, die zijn geen gevaar voor de afstervende spirituele stromingen. Wie niet kan zeggen wat de grote Christus is, wie de Christus verloochent in zijn spiritualiteit, die moet het nog altijd afleggen tegen de oude godsdienststromingen. Maar de geestelijke stroming die kan zeggen aan hen die dat op een andere manier verlangen, wat de ware wezenheid van de Christus is, die zal een mensheid verzamelen die de toekomst in haar boezem draagt. Maar t.o.v. al het godsdienstnihilisme blijken de traditionele godsdienststromingen sterker te staan. Niet in enge, dogmatische zin vatten wij het antroposofische leven op. Het gaat niet om afzonderlijke dogma's of inzichten in het antroposofische leven, wij willen de missie en de opdracht van onze tijd inzien. Wij willen het zo opnemen dat uit ons de ware geest van onze tijd spreekt, dat de grootste gebeurtenis van onze na-Atlantische tijd door de woorden van de antroposofie kan uitgesproken worden. Dan zullen die woorden levend leven en levendige kracht in onze ziel zijn. Dan zal men begrijpen wat antroposofisch leven is. Dat moet niet gedeclameerd worden, dat kan alleen maar geleefd worden vanuit de geest van de tijd."
En ook in Breslau, op 15 juni 1909, sprak Rudolf Steiner in die zin :
"Zeshonderd jaar voor Christus leefde Boeddha. Hij leefde in een koningspaleis. Dan ging hij buiten naar het land en leerde ouderdom, ziekte, armoede, dood, kadavers kennen. Hij zag dat het ganse mensenleven lijden is: ouderdom is lijden, ziekte is lijden, armoede is lijden, dood is lijden, geboorte is lijden, gescheiden leven van wie we beminnen is lijden, kortom alle bestaan is lijden. Zo sprak hij en leerde het volk: verlang niet meer naar het bestaan. Daar hebben we het hopeloze opgeven van de schepping. Maar zeshonderd jaar later kwam Golgotha. Daar zien we als symbool een kruis opgericht en aan het kruis een menselijk lijk. En de mensen kijken op naar het lijk en voelen dat er verlossing van alle lijden kan zijn. Dat is een verschil. De mensen zien in de dood niet meer een teken van lijden, maar een teken van verlossing van het lijden. Ze kunnen overwinnen wat hier in het leven bestaat. Dat betekent niets anders dan: de vruchten van dit leven worden meegenomen naar een ander leven. Wanneer nu de mens verstaat dat geboorte en leven niet lijden is, maar een mogelijkheid biedt om verlost te geraken van het lijden, doordat het leven gelegenheid biedt om het geestelijke te ontwikkelen, dat boven het lijden uitstijgt, dan is ouderdom niet meer lijden maar het dichterbij komen van de vruchten des levens; dood is niet meer lijden maar verlossing; gescheiden zijn van onze beminden is niet meer lijden wanneer men zich verenigt met het Christus-wezen der al-liefde en men alle wezens in alle werelden met zijn liefde omhult. Dat alles voelde men zeshonderd jaar na Boeddha, en sindsdien kon de mens zich verbonden voelen met de Christus, de Zonnegeest die ook de geest der Aarde is, die, zoals Hij de aarde doordringt, ook ieder van ons doordringt, en die mildheid, warmte en liefde in onze ziel wekt, die de al-liefde wekt en de aarde omvormt. En omdat geesteswetenschap door het meedelen van geestelijke waarheden niet moraal wil prediken maar praktische moraal wil grondvesten, zo zal zij voor de moderne mens de brug bouwen die naar de geestelijke wereld leidt. Mag zijn dat diegenen die aan de spits van de tegenwoordige cultuur staan, de leidene persoonlijkheden der industrie en der geleerdheid, de toonaangevenden, dat die lachen met deze kleine geesteswetenschappelijke verzamelinkjes en met wat daar onderzocht wordt. Laat ze denken wat ze willen ! Daar was immers ook ooit een machtige Romeinse cultuurwereld, het oude keizerlijke Rome, waarvan we nu nog de ruïnes kunnen bewonderen. Dat oude reusachtige Colosseum was de plaats waar wierook werd gebrand om de reuk van het bloed te verdringen van de christenen die door wilde dieren verscheurd waren. Dat was het oude Rome, boven in het daglicht. En beneden ? Dalen wij af in de catacomben ! Daar vinden wij de eerste aanhangers van het christendom, van het Mysterie van Golgotha, vervolgd en veracht. Daar beneden verborgen vereerden zij de Christus, daar verrichtten zij hun symbolische handelingen, daar beneden werden de eerste christelijke gemeenschappen gesticht. Ofschoon klein in aantal en veracht, toch twijfelden ze niet. Daar beneden: een kleine schare, veracht en verstoten; daar boven: een grote schare die de toon aangeeft. Enkele eeuwen later is het oude Rome niet meer, maar zij die daar beneden waren, de onderwereld a.h.w. is opgestegen. Zo zal ook de geesteswetenschap over enkele honderden jaren opstijgen boven industrie, geleerdheid en tegenwoordige mensheidsrelaties. Maar neemt u dat niet met trots op, maar in deemoed, wanneer u uw kleine verzamelinkjes vergelijkt met die van het onderaardse Rome. En als u zich voorstelt dat de tegenwoordig schitterende wetenschap verdampt zal zijn voor de geesteswetenschap, stelt u zich dat alleen maar in deemoed voor. Als u dit gevoel vanaf nu meeneemt zodat het altijd levendig in u blijft, dan zult u aan de verspreiding van de algemene mensenliefde meewerken, en dan zult u in een nieuwe cultuur opgaan."
Over vaccinaties wordt altijd positief verslag gegeven, hoewel de artikels voor een kritische lezer bol staan van tegenstrijdigheden. We geven twee voorbeelden van dit jaar.
1) Op 14 februari 2003 kon men in de Gazet van Antwerpen volgend artikel lezen :
Het symposium is al lang 'uitverkocht', maar professor Van Damme wil voor ons de meest gestelde vragen op een rijtje zetten. En er meteen al een antwoord op geven.
1. Worden onze kinderen tegenwoordig niet over-gevaccineerd? Zitten daar geen risico's aan vast?
Integendeel, want de gecombineerde vaccins van tegenwoordig hebben één groot voordeel: ze bevatten veel minder lichaamsvreemde eiwitten dan vroeger. Met dus minder risico op neveneffecten. Hebben wij vroeger ooit iets van mogelijke neveneffecten gehoord ? "Totaal onschadelijk", zo werd ons voorgehouden. Nu terug: één groot voordeel ! Daarmee geeft men toch toe dat er vroeger nadelen waren. 2. Is het waar dat kinkhoest terug opkomt? M.a.w. het vaccin werkt niet. De ziekte wordt gewoon uitgesteld. Over de chronische aandoeningen van de luchtwegen bij kinderen, die sindsdien geweldig toegenomen zijn, wordt in alle talen gezwegen.3. Vaak wordt het vaccinatieprogramma onderbroken vanwege ziekte van het kind of andere onvoorziene omstandigheden. Moeten we dan van voren af aan herbeginnen? 4. Waarom sinds een paar jaar de prik in de dijspier opzij? Voordeel is dat het vaccin rechtstreeks in de spier terechtkomt. Het is ook veiliger omdat er minder zenuwen in het weefsel zitten dan in de achterkant van de bil, zoals vroeger. Blijkbaar waren er complicaties, maar het onderzoek daarvan komt niet in de pers. Oplossingen voor derdewereldproblemen worden altijd gezocht in functie van de technische (en commerciële) mogelijkheden van het Westen, in dit geval het produceren en verkopen van vaccins. De (voor het Westen) beste therapie bepaalt de diagnose: kinderen sterven door besmettelijke ziektes. Overigens zijn we eens benieuwd, wanneer polio inderdaad over enkele maanden uitgeroeid is, hoe lang men deze inenting in België nog verplicht gaat stellen. Dat er van officiële zijde serieuze twijfels zijn over de onschadelijkheid van inentingen bewijst een berichtje op dezelfde bladzijde van deze krant:
"Brit krijgt uitkering voor golfoorlogsyndroom". M.a.w. de staatssecretaris legt zich neer bij de sterke aanwijzingen dat de inentingen wél de oorzaak zijn. Uit het laatste nummer van 't Prikje haalden we volgende informatie. - Vaccinatie wordt aan de bevolking voorgesteld als een evidentie, vaak zelfs ten onrechte als een verplichting. Er wordt meestal met geen woord gerept over mogelijke nevenwerkingen of tegenindicaties.Ouders die in eer en geweten kiezen voor een vaccinatieschema dat afwijkt van het standaardschema worden hiervoor gestraft. Zij worden regelmatig geweigerd in creches of bij onthaalmoeders. Dat is discriminatie die zou moeten strafbaar gesteld worden. Want waar is de logica ? Niet-gevaccineerde kinderen zijn toch geen gevaar voor de anderen ? Tenminste als de inentingen zo goed beschermen als de medisch-farmacologische lobby ons wil doen geloven! - Het is duidelijk wat de bedoeling is van de nieuwe combinatievaccins die men ons wil opdissen. Het blaadje Info Vax, dat dokters gratis in de bus krijgen, komt er recht voor uit. De bedoeling is het steeds groeiende vaccinatieschema psychologisch aanvaardbaar te maken voor ouders, ondertussen toch nog nieuwe vaccins te kunnen toevoegen, en op de koop toe de kosten te drukken. Geen medische redenen, gewoon een commerciële strategie. De nieuwste telg is het hexavalent vaccin, dat wil zeggen dat er zes vaccins in een spuit gestopt worden. Het gaat met name over difterie, tetanus, kinkhoest, polio, hepatitisB en Hib.En, zo stelt Info Vax, "dit laat toe om nieuwe vaccins toe te voegen aan het schema, zoals bvb. die tegen meningokokken C, pneumokokken, enz." Het is al langer duidelijk dat men steeds meer vaccins wil toedienen en beseft dat de maat voor de meerderheid van de ouders binnenkort wel eens vol zou kunnen zijn. Dus zoekt men naar elegantere "inpakmethodes" om deze overdosis aan het publiek verkocht te krijgen. - Windpokkenvaccinatie is tegenwoordig een normale zaak in de V.S., waarbij men een efficiëntie van 95 tot 100 % pretendeert. Weer blijkt het om een illusie te gaan. Dokters in New-Hampshire waren niet weinig verrast toen ze ontdekten dat meer dan 30 % van de kinderen in een crèche windpokken kregen, ook al was een groot deel ingeënt. Het kind dat de ziekte in de crèche binnengebracht had was zelf drie jaar tevoren gevaccineerd tegen de ziekte. - Tussen 1998 en 2001 blijkt in Engeland het aantal gevallen van Hib-infecties verviervoudigd te zijn. Dit ondanks een doorgedreven vaccinatiecampagne. De enige reactie van de Britse overheid is dat men niet goed weet hoe lang de "bescherming" door het vaccin standhoudt, en dat het misschien nodig is alle 4 a 5-jarigen opnieuw in te enten. Het failliet van de vaccinatiestrategie probeert men andermaal goed te maken door nog meer van hetzelfde ... Dat is dus typerend voor het Westers denken dat er niet in slaagt om "problemen" in een grotere context te zien. Dit denken beheerst zowel de klassieke landbouw als de klassieke geneeskunde. Bladluizen zuigen sap. Bladeren gaan daarvan krullen en verkleuren. Als er veel luizen zijn ontnemen zij de boom zoveel voedingsstoffen dat de groei eronder lijdt, zeggen de handboeken. - Vanaf eind maart 2003 kan men het enkelvoudig tetanusvaccin (Tevax) niet meer krijgen. Nu moet je er noodgedwongen het difterievaccin bijnemen. - In het epidemiologisch bulletin in Duitsland wordt melding gemaakt van een enkel geval van difterie (bij een 41-jarige vrouw). Deze vrouw was gevaccineerd. De dwang in ons land vanaf april 2003 om het tetanusvaccin te combineren met difterievaccinatie is dus allerminst verantwoord. We laten in dit verband Urbanus aan het woord. Wie herinnert zich niet de bekende sketch:
Zo stond het er:
Als je elf vrij willekeurig geselecteerde Vlamingen confronteert met de complexiteit en nuance van het dossier van de ggg's, dan nog vinden ze dat proefvelden met ggg's slechts kunnen onder zeer stringente voorwaarden. Dat lijkt de voornaamste conclusie van het zogenaamde burgerpanel wat betreft ggg's in Beernem. In die West-Vlaamse gemeente konden elf Beernemnaren eerst een hele dag experts aan het woord horen en aan de tand voelen over ggg's (DM 28/04). Met die bagage moesten ze dan voor minister van Volksgezondheid Jef Tavernier een advies formuleren over de criteria die de overheid hoort te hanteren bij het al of niet toestaan van proefvelden en commerciële teelten van ggg's. Dat advies werd woensdagavond overhandigd aan de minister en enkele topambtenaren. Het advies maakt alvast één ding duidelijk: deze burgers willen strenge toelatingscriteria. Het advies stelt weliswaar dat de regelgeving soepel genoeg moet zijn opdat zij een goed draaiende economie niet nodeloos in de weg staat, maar de concrete regels die het burgerpanel voorstelt, zullen de industrie niet echt verheugen. In de EU klaagt de industrie nu al over de bestaande regelgeving. Onlangs verhuisde Bayer om die reden zijn veldproeven van Europa naar Canada. Niemand van het panel wil echter die bestaande regelgeving versoepelen. Sommigen vinden integendeel die wetgeving niet streng genoeg en willen dat België strenger wordt. Eén enkele burger pleit zelfs voor experimenten met vrijwilligers op een eiland die gedurende een tijd ggg-voedsel telen en nuttigen. Als er proefvelden of commerciële teelten in België komen, moet de bevolking binnen een opgelegde veiligheidszone worden geraadpleegd. Elk ggg moet afzonderlijk worden gecontroleerd en opgevolgd, met onderzoek dat de impact op volksgezondheid, milieu en sociaal weefsel beoordeelt. Sommigen willen dat de bestaande controlecommissies om redenen van doorzichtigheid en evenwichtigheid worden aangevuld met boeren, filosofen en antroposofen. Steeds moeten alle resultaten openbaar zijn. Bovendien stelt het hele panel een belasting op gecommercialiseerde ggg's voor waarvan de opbrengst gaat naar de biolandbouw en een waarborgfonds voor de betaling van eventuele schadegevallen. Tot slot blijft het panel de etikettering van ggg's in voedselproducten belangrijk vinden: mocht de EU daarin niet ver genoeg gaan, dan moet België een eigen labeling invoeren. De elf Beernemnaren zijn alvast erg te spreken over het burgerpanel. Ze noemen het "een uitgesproken oefening in democratie, goede wil en openheid" en vinden het hoopvol dat de politieke verantwoordelijken op die manier de burgers nauwer betrekken bij de besluitvorming. Of iedereen in de regering met dit advies zo blij zal zijn, valt te betwijfelen. Opdrachtgevend minister Tavernier vond het opvallendste in het advies dat de burgers de beslissing om bepaalde teelten toe te laten, niet alleen willen laten afhangen van technisch-wetenschappelijke gegevens: "Ze willen dat we ook naar de context kijken en rekening houden met ecologische, sociale en ethische overwegingen. Dat is precies de stelling die wij in de regering hebben verdedigd maar waar vooral VLD en SP.A tegenin gingen." Tavernier doelt op het feit dat België nog altijd de Europese richtlijn inzake de toelating van veldproeven en commerciële teelten van ggg's niet heeft omgezet in een Belgische regeling. Die richtlijn eist onder meer dat het publiek wordt geraadpleegd bij de beslissing over veldproeven. Tavernier: "We hebben daarover liefst dertien versies voorgelegd aan de regering maar steeds vond men dat we te streng waren en daarmee de industrie zouden wegjagen. Rood en blauw wilden een minimale raadpleging van de bevolking. Dit burgerpanel denkt daar duidelijk anders over."
Uit: "Makrokosmos und Mikrokosmos", GA 119, derde voordracht) : Een dergelijk boek mag niet gelezen worden als een ander boek -daarvoor dient het niet-, het moet zo gelezen worden dat de begrippen en ideeën die erin vervat zijn, gevoelens losmaken, en dat men werkelijk de volle kracht van die begrippen en ideeën in de ziel ervaart. Wanneer men dat op die manier leest, dat men de sterkste gevoelsbelevingen doormaakt in de ziel, dan gelijken deze gevoelsbelevingen sterk op die, welke in die noordse mysteriën van Europa doorgemaakt werden. Laat u wat over Saturnus gezegd wordt op u werken, dan kunt u iets herbeleven van de lentestemming van de noordse mysterie-inwijdeling. In de beschrijving van de Zon heeft u iets dat op het gevoel lijkt dat opvlamde in de mysterie-inwijdeling bij de uitbundigheid van de Sint-Jansnacht.Het is niet voor niets dat het boek zo lang op zich liet wachten, want er werd veel moeite gedaan om de beschrijvingen zo op te stellen dat ze stemmingen oproepen die gelijkaardig zijn aan de stemmingen van de mysterieleerling in de noordse mysteriën. En wanneer we bij de beschrijving van de aarde-ontwikkeling komen en erop letten hoe daar de ganse stijl vorm werd gegeven, dan zullen wij een stemming ervaren zoals die moet zijn wanneer de winter intreedt, rond de 21ste december, de winterzonnewende. Die roept doodsweemoed op en gaat dan over in de Kerststemming. Dat alles kan tegenwoordig gegeven worden in plaats van wat de mens vandaag niet meer kan doormaken omdat hij nu eenmaal van een leven in het gemoed zich ontwikkeld heeft tot een leven in het intellect, in het denken. Vandaar dat nu gevoel en gemoed terug via de spiegel van het denken moeten gestimuleerd worden, terwijl dat vroeger via de natuur gebeurde. Aldus moeten geesteswetenschappelijke geschriften tegenwoordig opgesteld worden, ze moeten qua stemming afgekeken zijn van het jaarverloop van het wereldworden. Wanneer men alleen maar theoretisch beschrijft, dan is dat totaal zinloos, dat leidt er alleen maar toe dat men geestelijke zaken opneemt zoals men de inhoud van een kookboek opneemt. Het onderscheid tussen een geesteswetenschappelijk en een ander boek ligt er niet in dat andere dingen beschreven worden, maar voornamelijk in het hoe, de manier waarop de dingen gepresenteerd worden."
Men kan echter de "Theosophie" ook zo lezen dat men weet: in dit boek vind ik begrippen die zich tot de gewone begrippen van de fysieke wereld verhouden, zoals deze laatste zich verhouden tot de droomwereld. Ze behoren tot een wereld waarin men ook moet ontwaken vanuit de fysieke wereld, zoals men vanuit de droomwereld moet ontwaken voor de fysieke wereld. (Deze methoden vinden we in "Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden ?" -fdw)
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Terug naar het thuisblad.