Inhoudstafel van Brug 85 ( september 2014)

Jacob Israel de Haan

De donkere bron

Terry Boardman in Brussel

Wat doet de engel in ons astraal lichaam ?

Boriska, de jongen van Mars

Het beleg van Malta

Geestelijke guerrilla

Een modern Stonehenge



+ Groter lettertype
+ Kleiner lettertype


*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*



Beste Lezer




.
Iedere antroposoof kent wel de bekende passage uit Goethes Faust :

Twee zielen wonen, ach, diep in mijn borst,
De ene wil zich van de and're scheiden;
De ene klampt in felle liefdelust
Zich aan de wereld vast met grijpende organen;
De and're rijst met macht op uit het stof
Naar sferen van een hoger, reiner wereld.

Wie de scholingsweg gaat ervaart aan den lijve, of misschien beter gezegd : aan der ziele, hoe het lichaam en de lagere ziel aan de mens een soort gewicht geven dat hem verhindert of toch zeer moeilijk maakt om te mediteren of zelfs om te concentreren. Het kan zelfs zijn dat men na verloop van tijd gewoon moet onder ogen zien dat het karma ons niet toelaat om in onze huidige incarnatie tot een bepaald niveau van bewustzijn te komen.
Maar zelfs zonder dat men een scholingsweg gaat, als men gewoon zedelijk een niveau wil bereiken of volhouden dat in overeenstemming is met het geweten, met onze overtuigingen over goed en kwaad, dan kan ons karakter, dan kunnen onze aangeboren of verworven neigingen ons leven tot een eeuwigdurende strijd maken. Een Nederlandse dichter die zijn leven lang geworsteld heeft met bepaalde facetten van zijn persoonlijkheid is Jacob Israel de Haan (1881 - 1924). Hij heeft die tweestrijd mooi verwoord in een gedicht :

AAN GOD

Eens keert de ziel, die Gij mij hebt gegeven,
O, God, weer tot Uw Eeuwige Ziel weer.
Laat mij dan eerst genieten van het leven.
Van zon, van wind van wijn zonnig en teer.

Ik zeg het dagelijks in de gebeden :
'Houdt ons ver van den Boze en van zijn Raad.'
Gij alleen weet, hoe siddert door mijn leden
Verlangen en heugen van 't zoetste kwaad.

Gij weet: ik zeg het in volle belijding :
'Gewen ons aan de wegen van Uw Leer.'
Ik sluit mijn gebeden en met verblijding
Even vol keer ik tot mijn lusten weer.

Alles van U : mijn gebed en mijn lusten.
Alles van U : mijn onbekommerd kwaad.
Mijn wrede driften en het dromend rusten,
Wanneer de dag in schemering vergaat.

Gij zijt de Meester van de trouwe dagen.
Maar niet min de Meester der schuwe nachten,
Wanneer Uw lusten door mijn leden vlagen
En mijne lippen krimpen van mijn klachten.

Alles van U : de dag staat hoog en heerlijk
Boven de landen van Jeruzalem.
Maar hij vergaat, En ziet, niet min begeerlijk
Is de nacht met zijn droomvleiende stem.

Alles van U. Jeruzalem is heilig.
Maar mijn vriend is jong en te Akko geboren.
In Uw gebeden schuil ik vroom en veilig.
In Uwe lusten val ik fel verloren.

Morgen zal ik Jeruzalem verlaten.
Morgen verlaat ik het vrome gebed,
Akko: zijn poorten, zijn gewolven straten,
En van de zee het zon-schuimende wed.

Eens keert de ziel, die Gij mij hebt gegeven,
O, God, weder tot Uw Eeuwige Ziel weer.
Maar eerst wil ik genieten van het leven,
Van al Uw zonden, wonderschoon en teer.

Deel met mij de weelden van Uw gebeden.
Maar ook: volle vreugden van al Uw lust.
En vóór de gloed vervlucht uit mijne leden,
Geef mijn ziel in Uw Eeuwige Ziel rust.





**************




God heeft waarschijnlijk zijn bede verhoord want Jacob Israel de Haan werd vermoord toen hij 43 was.
Uit Wikipedia :

Jacob de Haan werd in een groot, orthodox joods gezin geboren als zoon van een gazzan, de voorzanger in de synagoge. In 1896 ging Jacob naar de kweekschool (de toenmalige opleiding voor onderwijzers) in Haarlem. Jacob werd marxist en lid van de SDAP, en was als letterkundig medewerker verbonden aan het socialistische dagblad Het Volk, waarvan hij ook enige tijd de kinderrubriek redigeerde. Terwijl hij op school lesgaf studeerde hij voor het staatsexamen, en ging vervolgens naar de universiteit, waar hij rechten studeerde. Hij deed doctoraalexamen in 1909 en promoveerde in 1916.
Ondertussen profileerde hij zich ook als schrijver van proza en poëzie. Vanaf 1900 publiceerde hij in allerlei literaire tijdschriften, en in 1904 verscheen zijn eerste roman.
De Haan zei het socialisme vaarwel en werd zionist. Weer later werd hij religieus. Daarna werd hij actief in de Edah HaChareidis, de rabbinale organisatie van de traditionele orthodoxe joden van Jeruzalem en het Heilig Land, die fel antizionistisch waren.

Toen hij in 1919 naar Palestina emigreerde, werd hij een van de politieke leiders van de Edah HaChareidis. Hij was voorstander van een staat waarin Joden en Arabieren als gelijken zouden leven, en bepleitte onderhandelingen met Arabische leiders, om aldus te komen tot een vreedzame beëindiging van de tegenstelling tussen Joden en Arabieren. Deze opstelling wekte de ergernis van zionistische leiders. Orthodoxe Joden stellen dat het verschijnen van de Messias afgewacht moet worden voordat een op religieuze gronden gebaseerd Israël kan worden gesticht.

Op 30 juni 1924 werd De Haan met drie pistoolschoten om het leven gebracht op de trappen van het Sja'arei Tsedek-ziekenhuis in de Jaffastraat in Jeruzalem, toen hij terugkwam van het avondgebed in de synagoge. Door velen werd lange tijd gedacht dat de daders Arabieren waren, maar die opvatting is onjuist gebleken. Het was een van de seculiere zionistische organisaties die had besloten De Haan te vermoorden, de Hagana. Een aantal Hagana-activisten, met medewerking van een politieman, bracht hem midden op straat om het leven, met medeweten van hun leider Itzhak Ben-Zvi, die later de tweede president van Israël zou worden (1952-1963). Dat evenwel ook in De Haans eigen tijd aan deze mogelijkheid gedacht werd, blijkt uit een krantenbericht over zijn begrafenis, die door een menigte van zo'n 5000 mensen werd bijgewoond, 'vrijwel de geheele Joodsche orthodoxie van Jeruzalem': 'Tijdens de begrafenis kwam het tot een groote protestbetooging tegen de Zionisten, aan wie men te Jeruzalem algemeen den moord toeschrijft.' Ook had De Haan in de laatste maanden van zijn leven veel dreigbrieven uit zionistische hoek ontvangen, waaronder één op overheidsspapier.
De politieke moord op De Haan is zorgvuldig onderzocht en beschreven in het boek De Haan: De eerste politieke moord in Palestina, door Shlomo Nakdimon en Shaul Mayzlish (1985). Nakdimon en Mayzlish verrichtten een diepgaand onderzoek naar de moord, en zij wisten de moordenaar te traceren, Avraham Tehomi, die toen als bejaarde zakenman in Hong Kong woonde. Tehomi (1903-1990) heeft nooit spijt van de moord gehad, zoals bleek uit een interview voor de Israëlische televisie met Nakdimon:
'Ik heb gedaan wat de Hagana besloten had. En er werd niets gedaan zonder bevel van Itzhak Ben-Zvi. (...) Ik heb geen spijt, want hij wilde ons hele zionistische idee verwoesten.'
Het leven en de tragische dood van De Haan inspireerde Arnold Zweig tot zijn roman De Vriendt kehrt heim (1932). En het grote aantal recente uitgaven (waaronder veel bibliofiele) van zijn werk geeft aan dat Jacob Israël de Haan ook in de niet-joodse wereld nog allesbehalve vergeten is.

Uit Victor E. van Vrieslands herinneringen :

“Een protestantse Nederlandse theoloog, die De Haans gedichten erg bewonderde, liep met hem door de straten van Jerusalem en zag alle joodse jongeren, kinderen en jongens, die De Haan tegenkwamen, op de grond spuwen. Het geneerde de theoloog nogal en hij zei: 'Dat doen ze ook niet uit achting voor u.'
Waarop De Haan antwoordde: 'Nee, uit achting voor u. Als u er niet bij was zouden ze me in het gezicht spuwen.”

“Ik heb van mijn broer over zijn dood gehoord. De consul der Nederlanden was toen Jacobus Kan, een schatrijke bankier die in zijn prachtige zomerverblijf bovenop een koele berg grote diners gaf aan de kleine Nederlandse nederzetting in Palestina. Tijdens een van die diners wordt opgebeld. Kan loopt naar de telefoon, luistert, wordt lijkbleek, legt de haak trillend neer, komt terug aan tafel en zegt: 'Ik heb iets verschrikkelijks te vertellen, Jacob de Haan is vanavond, terugkomend van het joodse ziekenhuis waar hij het avondgebed had uitgesproken, op straat vermoord.' Een van de mensen die naast mijn broer zat, zei heel zachtjes: 'I'm glad.' Zo fel was de haat.”

In het boek “Jeruzalem” (verschenen 1921) vertelt Jacob Israel De Haan terloops iets waar we in vorige afleveringen van dit tijdschrift al op gewezen hebben, nl. dat het geloof in reïncarnatie in de Joodse traditie altijd is blijven leven.

.
De donkere bron.

Wij hebben het water hier zoo lief en zoo noodig. Het water is het levende, dat overal zijn leven brengt. In de lente bloeien de bloemen in stroomen van rood en geel waar het water stroomt. Een bron. Zooals een sfeer van licht om een lamp, zóó zijn de wonderlijke vertellingen hier om de bronnen heen. Vanmiddag is het wonder gebeurd. Een warme middag. En een huis in een nette burgerlijke buitenbuurt van Jeruzalem. Ik verzink. Ik wil terug naar de buurt van de Jaffapoort. Het zonnige, het bonte. Dat is Jeruzalem.
Wanneer wij aan tafel zitten vanmiddag. En komen de beide Rabbijnen Epstein en Bernstein, twee van de meestgeleerde Aschkenasische Rabbijnen met eenen bekenden Sefardie Nissim Nahum. Wat kan dit zijn? De twee Aschkenasische Rabbijnen alleen, dat zou politiek kunnen zijn. Of een weesmeisje, dat moet worden uitgehuwelijkt en waarvoor geen uitzet is. Daarvoor bij te dragen is een heilige plicht, gelijk wij iederen ochtend in de gebeden zeggen. Maar de Rabbijnen met eenen Sefardie!

Het is noch politiek, noch het weesmeisje. Het is over de bron van Jehizkia, waarover geschreven staat: II Kronyken XXXII: 30: ‘Diezelve Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze regt af beneden naar het westen der stad Davids’. Dit is natuurlijk niet, gelijk Raschi opmerkt, de rivier Gihon genoemd in Genesis II: 13. De Talmoed leert ons, dat Jehizkia zes dingen heeft gedaan. Drie met instemming van de Geleerden zijner dagen. En drie tegen hun wil.
Tot de laatste drie behoort het verstoppen van deze rivier Gihon.
Nu eeuwen, eeuwen later, de zestiende, zeventiende eeuw der Christelijke jaartelling. Syrië en Palestina werden toen overheerscht door eenen Arabier, genaamd Aboe Sifien, dat beteekent: Vader des Zwaards. Hij liep door de straten van Jeruzalem en hij hoorde een ruischen van een diep water. Hij beval dit water op te sporen en bloot te leggen. Toevallig hoorde hij, dat te Jeruzalem een groot geleerde woonde R. Chaïm Wital, die het vermogen bezat, wonderen te doen door het uitspreken van Gods naam op eene bepaalde wijze. Men zegt, dat Mozes op die wijze den Egyptenaar heeft gedood, waarvan gesproken wordt in Exodus II vers 14. Aboe Sifien, de Vader des Zwaards, beval nu R. Chaïm Wital de donkere bron op die geheime wijze te openen. Deze wilde niet. En bevreesd voor den Vader des Zwaards, vluchtte hij naar Damascus, eenvoudig door het uitspreken van Gods naam op eene bepaalde wijze.
Te Damascus verscheen hem in zijn droom zijn leermeester overleden, R. Isaäc Luria Aschkenazie, bijgenaamd Ari de Heilige, wiens naam de Wilnaër Gaon later nooit zou uitspreken zonder een angstig beven. ‘Waarom hebt gij geweigerd de donkere bron te openen? Gij weet, dat Jehizkia de Gihon heeft afgesloten tegen den raad in van de Wijzen zijner dagen. Gij, R. Chaïm Wital, zijt eene reïncarnatie van den koning Jehizkia. En Aboe Sifien is, gelijk zijn naam reeds aanduidt, een reïncarnatie van Sanherib, want ook dat beteekent Vader des Zwaards. De tijd om de bron te openen, was nu aangekomen en daarmede het begin van de verlossing van Israël.’ Toen zeide R. Chaïm Wital: ‘laat mij teruggaan naar Jeruzalem en de bron alsnog openen.’
‘Neen,’ sprak de Heilige: ‘de juiste tijd is nu voorbij.’
Dat is een element in vele kabbalistische verhalen: het verzuimen van den Juisten Tijd, door onwetendheid, aarzeling of twijfel.

Zóó bleef de bron gesloten.
( … )
De meening der kabbalisten is, dat met het openen van deze bron de verlossing voor Israël beginnen zal. Men vindt die meening bijvoorbeeld in het boek Ben Jehojadah van R. Joseph Chaïm, die een jaar of tien geleden te Bagdad is gestorven.

( … )
Als de drie bezoekers weggaan. Dan zie ik weder, dat wij het Volk van het Boek zijn. En wij moeten dat blijven, ook wanneer wij weder het Volk van het Land worden. Nissim Nahum, ofschoon geen Rabbijn, gaat het eerst de deur uit, omdat hij twee groote heilige boeken draagt. De Rabbijn Epstein is wel ouder, maar niet aanzienlijker dan de Rabbijn Bernstein. Wie zal het eerst uitgaan? Dat zijn hier groote kwesties. Er zijn gemeenten verdeeld geraakt, omdat een rabbijn eenen andere heeft gepasseerd. Ten slotte zal de Rabbijn Epstein vóórgaan. Maar de Rabbijn Bernstein heeft een boek meegebracht. Goed: de Rabbijn Epstein zal dat dan dragen, tot zij buiten zijn. Daarna zou 't niet meer passen. Gij glimlacht wellicht over al dien eerbied en over al die etiquette? Ik ook. Maar glimlachend bedenk ik toch ook, dat in al deze kleine bedrijven iets liefs, iets geriefelijks is.
Wij hebben het water hier zoo lief en wij hebben het water hier zoo noodig. Een bron, dat is voor ons het levende, het goede. Een Wezen. Iedere bron heeft zijn legende. Maar dat alles wordt volmaakt verleden tijd. Wij gaan Palestina moderniseeren, verschrikkelijk moderniseeren. De Fellachen worden geëlectrificeerd en schoongemaakt met stofzuigers. Welk een vooruitzicht. En al de mooie legenden van bronnen, bloemen en rivieren worden opgedoekt.

's Avonds in de schemering komt mijn vriend Adil Effendi. Kent hij dat badhuis Hamam al Schefah? Ja, zegt Adil Effendi: hij kent dat. Maar 't is een echt armeluis-badhuis. Wie ons daar in ziet gaan, zal ons niet achten. Heeft hij wel eens van die legenden gehoord? Maar Adil Effendi is héél sceptisch geworden, sinds hij werkt in de Engelsche Regeering. Het gaat de Mohammedaansche jeugd, zooals de Joodsche: een tikje materialistisch, een tikje ijdel, een tikje genotzuchtig. Daarnaast heeft de Joodsche jeugd toch meer nationalistisch idealisme voor het land en de taal.
Donkere bronnen. Wie ontsluit ze te juister tijd! Neen, zegt mijn vriend Adil Effendi, peinzend in de schemering: ‘ik geloof nog wel aan Allah, maar niet aan al die andere verhalen. En ik geloof, dat mijn broer, Subhi Effendi, ook niet meer aan Allah gelooft.’
Hij smookt zijn sigaretje tusschen spitse lippen en hij tipt asch met een fijnen vinger. ‘Mijn vriend,’ zegt Adil Effendi, ‘gij hebt dien ouden boom wel gekend, voor het huis van mijn broeder Abdoel Salaam? Men heeft altijd gezegd: wanneer die boom neervalt, dan gaat ook het Turksche rijk uit elkander. En gij weet met den grooten sneeuwval? Toen heeft de boom wel geleden. En Abdoel Salaam, die een wijs man is, heeft hem laten omhakken. Achmad en Aboe Joessoef hebben dat gedaan.
Omdat de boom heel hinderlijk was voor de automobielen van de East Compagnie.
Abdoel Salaam heeft al het hout gekregen en de Compagnie heeft een mooie baksjisj gegeven aan Achmad en Aboe Joessoef. Heeft Turkije iets te maken met dien boom? En de Zagjunien met een put?’
En dan zucht ik en ik vrees, dat de juiste tijd voor mijn vriend Adil Effendi nog niet is gekomen.


*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*



.

Het Angelsaksische Rijk in de vijfde cultuurperiode

Dank zij het initiatief en de inspanningen van Hugo Lüders kunnen de Belgische antroposofen zich de moeite en het geld besparen om naar de grote conferenties in het buitenland te reizen ( Kassel, Boedapest, München) want al de bekende antroposofen-historici zijn ondertussen al in Brussel komen spreken en van de meeste van die voordrachten is er in De Brug een verslag verschenen. Op 28 en 29 april 2014 was Terry Boardman te gast en volgens het ondertussen klassieke concept gaf hij eerst een openbare voordracht, nl. over “De Belgische neutraliteit en de Britse keuze voor oorlog” en de avond nadien sprak hij alleen voor antroposofen in de Troonstraat over de meer occulte achtergronden.
Antroposofische blogger Lieven Debrouwere had blijkbaar de uitnodiging gezien want op 19 april hij vertelt het volgende :

“Ik las de afgelopen dagen enkele teksten van Terry Boardman, een antroposoof die de Nieuwe Wereldorde als onderzoeksthema heeft uitgekozen. Volgens hem kadert alles wat er sinds de eerste wereldoorlog is gebeurd (en hij gaat zelfs nog verder terug) in een plan van Amerikaanse en Engelse elites om de hele wereld in hun macht te krijgen. De wereldoorlogen, het communisme, het moslimterrorisme, de nieuwe wereldmacht China: het kadert volgens hem allemaal in ‘het plan’, een geniaal, demonisch plan om de wereld te verdelen in heersers (de Angelsaksische wereld) en slaven (de rest van de wereld). En dat plan wordt niet eens geheim gehouden, overtuigd als de machtselite is dat niemand het zal geloven.
Boardman haalt allerlei publieke teksten aan waaruit ‘het plan’ duidelijk kan gedistilleerd worden. Bovendien kloppen zijn bevindingen met wat Rudolf Steiner daarover verteld heeft. Het is bepaald geen opwekkende lectuur. Bij het lezen ervan vraagt een mens zich af: en is daar dan niks tegen te doen? Kan ik daar dan niks aan doen?
Op de een of andere manier vergroten dit soort teksten alleen maar het gevoel van machteloosheid en de neiging om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid. Want wat moet een mens met het besef dat kleine kringen van onwaarschijnlijk machtige en intelligente mensen zonder verpinken miljoenen mensen de dood injagen of tot slavernij veroordelen?
Ikzelf heb dan de neiging diep te zuchten en me te verdiepen in de lotgevallen van Club Brugge of Tom Boonen die zijn nieuwe Ferrari in de prak heeft gereden.
Hoe belangrijk en (waarschijnlijk) juist de onderzoekingen van mensen als Terry Boardman ook zijn, ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze de zaken nog erger maken, dat ze ongewild in de kaart spelen van de ‘wolven’ of de ‘haviken’ die ze aanklagen.
Dit soort teksten maakt mij niet vrij, integendeel. Ze brengen mij ook niet dichter bij de werkelijkheid van mijn tijd, integendeel.
Als ik ze niet kan verbinden met mezelf, met mijn gewone dagelijkse leven, dan sluiten ze mij (nog meer) op in de virtuele wereld waarin ik mij – als ieder modern mens – terugtrek als het me allemaal teveel wordt.
Het is in dat gewone dagelijkse leven dat ik de dingen moet kunnen herkennen die ik lees in ‘esoterische’ teksten, of ze nu gaan over de geestelijke wereld of over de materiële wereld. Anders worden ze tot fictie en maken ze de kloof met de werkelijkheid alleen maar groter.”

Dit is een menselijke reactie natuurlijk, ook bij antroposofen. Maar uiteindelijk staat het gelijk met een terugdeinzen vóór de drempel. Waarom is het zo moeilijk om “bewustzijn op hogere gebieden” te verwerven ? Als we zonder een lange en gedegen voorbereiding opeens zouden zien welke reële levensvijandige machten rond ons bestaan, dan zouden de meesten van ons afgevoerd moeten worden naar de psychiatrie, zoals menig druggebruiker al ondervonden heeft na een plotse intrede in werelden wier aanblik hij niet verdraagt.
Het zich verdiepen in de achtergronden en ondergronden van de politiek is een doordringen door de eerste laag van de werkelijkheid. Hoe leren we de werkelijkheid kennen ? We leren die kennen door onze waarnemingen te verbinden met gedachten en ideeën. Daarom zien we meestal alleen wat we weten : een wandelaar ziet in een bos alleen bomen, een natuurliefhebber ziet eiken, essen, sporkehout, lijsterbes enz. De gewone toerist ziet in Egypte en Griekenland alleen maar halfingestorte bouwsels terwijl de archeoloog er volledige tijdvakken in ziet. Politiek gezien nemen we waar wat we weten door onze schoolkennis en door de media. Als je nauwkeuriger begint waar te nemen, dan wordt het almaar moeilijker om de waarneming of ervaring in overeenstemming te brengen met wat je geleerd hebt over democratie, scheiding der machten, soevereiniteit van staten. Dan komen mensen als Terry Boardman en heb je de keuze : je aanvaardt de nieuwe inzichten, hoe pijnlijk ze ook zijn, of je ontkent ze omdat dat minder pijn doet en je doet de inzichten af als samenzweringstheorieën.
Weinig mensen hebben moeite met het waarnemen en aanvaarden van afbrekende krachten in de natuur, bvb. een ontwortelde boom of rottend hout. Blijkbaar is dat wat politiek betreft moeilijker, nochtans zijn in het sociale even goed opbouwende als afbrekende krachten werkzaam. Een rottende boom raakt ons veel minder natuurlijk dan wanneer ons eigen bestaan wegrot bij manier van spreken. Als dat gebeurt is er maar weinig bereidheid om dat op ons eigen karma te schuiven, dan is het voor de hand liggend om een schuldige te zoeken, bvb. de leidende kringen, de machthebbers van het land. Die zou je kunnen verantwoordelijk stellen voor de dood en het leed van miljoenen mensen in Frankrijk en Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog. De soldaten waren immers verplicht om naar het front te trekken, ze werden gefusilleerd als ze het niet deden.
Maar het merkwaardige is dat de Engelse arbeider helemaal niet verplicht was om te gaan vechten, die zijn allen als vrijwilliger gegaan ! Dan kun je het weer op de propaganda steken, maar : is iedereen niet verantwoordelijk voor zijn eigen denken of zijn eigen gebrek eraan ?
Wil ik maar zeggen : we moeten ons niet teveel blindstaren op de grote macht van die elites. Er zullen elites zijn met macht zolang de mensheid onder een bepaalde drempel van bewustzijn zit of blijft zitten. Lieven Debrouwere weet dat ook want ooit kon je op zijn blog deze cartoon zien :

Iedere mens die een beetje wakker is (dus ook hier en daar een antroposoof ) keert zich om en wandelt weg. Maar als de meeste mensen blijven staan, dan moeten wij als antroposoof dat met een zekere gelatenheid aanvaarden : ook wij leven niet zonder reden samen met deze mensen in deze tijd.
En als die machtselites erge zaken uitsteken, dan moeten we dat ook relativeren met Joh.19:10 :

Pilatus zei tegen Jezus : “Ge spreekt niet met mij ? Weet ge niet dat ik de macht heb om u te laten kruisigen en de macht om u vrij te laten ?”
Jezus antwoordde: “Gij zoudt geen enkele macht over mij hebben, indien u die niet van boven gegeven was.”

Als we kennis nemen van de kuiperijen van kleine machtselites, dan moeten we dat niet noodzakelijk aanklagen. Rudolf Steiner gaf zelden kritiek, hij karakteriseerde een bepaalde situatie of bepaalde personen. We kunnen Boardmans inzichten even goed aldus opnemen.

In de openbare voordracht werd er gesproken over al de figuren die de Engelse politiek op het einde van de 19de eeuw vorm gaven. Het zijn ondertussen bekende namen geworden, ook Richard Ramsbotham sprak over hen en over de invloed van geopolitieke denkbeelden en doelstellingen van een Halford Mackinder. Om niet in herhaling te vallen gaan we deze keer meer focussen op de tweede voordracht. Daar heeft Boardman de aandacht gevestigd op enkele belangrijke antroposofische inzichten die ons kunnen helpen om het gevoel van machteloosheid te overwinnen dat vele mensen overvalt als ze moeten onder ogen zien dat er kwaadwillige machten in de wereld actief zijn.

Een eerste belangrijk inzicht haalde hij uit de bekende voordracht “Was tut der Engel in unserem Astralleib ?” (uit GA 182 , in het Nederlands vertaald als “De werking der engelen.”)
Hoe kwam hij daartoe ?
Eerst kaderde hij de Eerste Wereldoorlog in een ruimer geestelijk perspectief.
We weten dat in 1899 het Kali-Joega afliep. De periode van 5000 jaar tijdens dewelke het weten omtrent een geestelijke wereld stilaan verduisterde tot een volledig niet-meer-weten. Die periode is nu voorbij. De mensheid moet terug het contact met de geestelijke wereld herstellen, en wel op een volbewuste manier. De machten die de ontwikkeling van de mensheid leiden, wilden de mens niet onvoorbereid aan de nieuwe lichtperiode laten beginnen. Al in het begin van de 17de eeuw kwam er een eerste impuls met het verschijnen van het boek “De chymische bruiloft van Christian Rosenkreutz.” Daarmee kwam de Rozenkruisersstroming in Midden-Europa naar boven. Maar de tegenmachten deden een tegenzet : de Dertigjarige oorlog verwoest Duitsland. De impuls gaat voor meer dan 150 jaar ondergronds. Met Goethe, Hegel, Schelling wordt een nieuwe impuls gegeven op het einde van de 18de eeuw maar die wordt door de Franse Revolutie in zijn uitbreidingsmogelijkheden serieus verzwakt. Het materialistisch denken zet zijn zegetocht verder. Rond de eeuwwisseling wordt Rudolf Steiner actief, de antroposofie komt in de wereld. Maar de tegenmachten zitten niet stil : de Eerste Wereldoorlog, die we samen met de Tweede in feite als een nieuwe Dertigjarige Oorlog moeten beschouwen, leidt de aandacht die de mensen aan bvb. het eerste Goetheanum hadden kunnen besteden, aandacht voor het spirituele, volledig af naar de oorlogsgebeurtenissen en maakt dat de mensheid meer dan vier jaar lang alleen maar aandacht besteedt aan de fysieke kant van het materiële bestaan : overleven, eten, huisvesting.

Het is niet moeilijk om in de wereldoorlogen de signatuur van Ahriman te herkennen. Een van de kenmerken van zijn wezen is om alle ontwikkelingen te versnellen, en dat is precies wat we met deze oorlogen gezien hebben. Niet alleen op technologisch vlak : ook de invloed van de staat op het organiseren van maatschappij en economie is sindsdien ontzettend toegenomen. Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden om de mens om tot een begrip van de etherwereld te brengen serieus gefnuikt. De geestelijke impuls uit Midden-Europa, het Goetheanistisch heroriënteren van de wetenschap, een vrij geestesleven, hoe was dat na de eerste Wereldoorlog allemaal nog te verwezenlijken ? Rudolf Steiner heeft voor 200% van zijn krachten gegeven om deze impuls als het ware drijvend te houden : driegeleding, waldorfschool, euritmie, bd-landbouw …. Maar wat stelt het voor in de hedendaagse “cultuur” ? Ofwel verwaterd, geconformeerd aan de tijdsgeest of in de marginaliteit gedrongen. Voor een groot deel kunnen we dit (gebrek aan) resultaat toeschrijven aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Maar de goede machten geven zich niet gewonnen. Een tweede element dat Terry Boardman aanbracht was dat Rudolf Steiner de volgende woorden sprak bij het begin van de Kerstbijeenkomst :

“Beste vrienden, als ik vandaag terugkijk juist naar datgene wat uit de geesteswerelden kon gehaald worden terwijl de vreselijke oorlogsstormen de wereld in beroering brachten, dan moet dit paradigmatisch samengevat worden in deze drieheid van spreuken die zojuist in jullie oren geklonken hebben.”
(terug te vinden in GA 260, blz. 61 )

Deze woorden werden dus uitgesproken op 25 december 1923 bij de grondsteenlegging van de Algemene Antroposofische Vereniging. Daarmee werd een nieuwe impuls gegeven om de mensheid toe te laten het contact met de geestelijke wereld te herstellen, in de eerste plaats met de etherwereld.

.
Maar reeds in 1918 wist Rudolf Steiner dat de goede geesten dit niet zonder medewerking van de mens zelf kunnen doen.
Hier was het waar Terry Boardman kwam aanzetten met “Was tut der Engel in unserem Astralleib ?” Het grootste deel van deze voordracht heeft hij in zijn eigen woorden weergegeven. Wij gaan rechtstreeks uit Steiners voordracht citeren.
In de eerste plaats leren we daar dat het niet zodanig belangrijk is om onze gedachten in de praktijk te realiseren, veel belangrijker is het om de juiste gedachten tout court te realiseren !

“De antroposofie mag niet slechts een theoretische wereldbeschouwing zijn, zij moet een inhoud en een kracht zijn voor het gehele leven. En alleen wanneer we onze antroposofische ideeën in ons zo krachtig maken, dat ze werkelijk in ons tot leven komen, alleen dan vervullen zij echt hun taak. Want daardoor worden we in zekere zin behoeders van heel bepaalde belangrijke ontwikkelingsprocessen van de mensheid. Over het algemeen zijn mensen die de een of andere wereldbeschouwing aanhangen ervan overtuigd, dat gedachten en voorstellingen, afgezien van hoe ze in hun ziel leven, niet ook daarbuiten in de wereld een realiteit zijn. Mensen met een dergelijke opvatting geloven: idealen, die ik als gedachten en voorstellingen in mij draag, zullen alleen in zoverre in de wereld opgenomen worden, als het mij lukt ze door mijn daden in de wereld te verwerkelijken. Als we antroposofisch willen denken moeten wij ervan uitgaan, dat onze gedachten en voorstellingen, om werkelijkheid te kunnen worden, nog andere wegen moeten zoeken dan verwezenlijking door onze daden in de uiterlijk zichtbare wereld. Het inzicht in deze levensnoodzaak betekent tegelijkertijd een oproep, om als antroposoof een wakker bewustzijn te hebben van de tekenen van de tijd. Er gebeurt veel in de wereldontwikkeling. Het is de taak van de mens, en vooral van de mens van deze tijd, een werkelijk begrip te ontwikkelen voor datgene wat er in de wereldontwikkeling - waaraan hij zelf deel heeft - gebeurt.”

Dit staat dus in het begin van Steiners voordracht. Terry Boardman heeft dit niet aangehaald maar wij geven deze woorden weer omdat ook bij antroposofen dikwijls weinig neiging leeft om zich te verdiepen in de achtergronden van politiek en economie.
Daarna leren we dat de engelen in ons astraal lichaam drie dingen doen :

“De Geesten van de Vorm wekken in onze tijd via de engelen beelden op in ons astrale lichaam. ( … ) De engelen hebben bij dit werk een heel bepaald doel. Zij werken aan de toekomstige sociale vormen voor het aardeleven van de mens. En zij willen door de beelden die zij in de astrale lichamen van de mensen vormen, heel bepaalde sociale toestanden in de menselijke samenleving van de toekomst bewerkstelligen. De mensen kunnen zich tegen de gedachte verzetten, dat de engelen in hen toekomst-idealen willen opwekken, maar toch is het zo. En hieraan ligt een heel bepaalde impuls ten grondslag, namelijk de impuls dat in de toekomst geen mens meer zijn geluk rustig zal kunnen genieten, als naast hem anderen ongelukkig zijn. Dit is een impuls van absolute broederlijkheid, absolute eenwording van het mensengeslacht; op de juiste wijze opgevatte broederlijkheid met betrekking tot de sociale omstandigheden in het fysieke leven.

Maar er is nog een tweede impuls. Zij werken niet alleen aan het toekomstige sociale leven, maar ook aan de menselijke ziel, aan het zieleleven van de mens. De beelden die zij ons astrale lichaam inprenten hebben de bedoeling dat in de toekomst ieder mens in iedere medemens iets verborgen goddelijks zal zien. Dus let wel: het moet anders worden, volgens de bedoeling van de engelen ! Het moet zo worden dat wij de mens noch in theorie noch in de praktijk zien als een hoger ontwikkeld dier, dat wij alleen naar zijn fysieke kwaliteiten beoordelen,. Wij moeten integendeel ieder mens met het gevoel tegemoet treden: in deze mens zie ik een openbaring uit de goddelijke oergronden, een openbaring in vlees en bloed. Dat willen de beelden van de Angeloi bewerkstelligen: dat we zo ernstig en zo intensief mogelijk proberen de mens te zien als een beeld dat zich uit de geestelijke wereld openbaart. Als dit werkelijkheid wordt zal dat eens heel bepaalde gevolgen hebben. Elke vrije religiositeit zal er in de toekomst op gebaseerd zijn, dat in de directe praktijk van het leven, niet alleen in theorie, ieder mens als een evenbeeld van de godheid erkend wordt. Dan kan er geen geloofsdwang bestaan, dan zal er geen geloofsdwang nodig zijn, want dan zal iedere ontmoeting van mens tot mens een religieuze handeling, een sacrament zijn. En om het religieuze leven in stand te houden zal niemand een aparte kerk met instituties op het fysieke plan nodig hebben. De kerk kan - als ze zichzelf goed begrijpt - uitsluitend de doelstelling hebben zichzelf op het fysieke plan overbodig te maken, doordat het hele leven tot een uitdrukking van het bovenzinnelijke gemaakt wordt. Dat is de impuls van de werkzaamheid van de engelen: het religieuze leven van de mensen volledig vrij te maken.

En er is een derde impuls: de mensen de mogelijkheid te geven om door het denken tot de geest te komen, om door het denken over de afgrond heen tot een beleven in het gebied van de geest te komen.
Geesteswetenschap voor de geest, een vrij religieus leven voor de zielen, broederlijkheid voor de lichamen - deze motieven klinken als een wereldmuziek door het werk van de engelen in de astrale lichamen van de mensen! Men hoeft zijn bewustzijn slechts tot op een bepaald niveau te verheffen, dan voelt men zich als het ware midden in deze wonderbare werkplaats van de engelen in het menselijke astrale lichaam.”

Maar we leven nu in het tijdperk van de bewustzijnsziel en daarom :

“Nadat ik dit uiteen heb gezet zult u kunnen begrijpen, dat ons juist in deze bewustzijnszieletijd een heel bepaalde gebeurtenis te wachten staat. En omdat het hier om de bewustzijnsziel gaat zal het van de mensen afhangen, hoe deze gebeurtenis zich in de mensheidsgeschiedenis zal voltrekken. Deze gebeurtenis kan een eeuw eerder of een eeuw later komen, maar in feite zou het hoe dan ook in de mensheidsontwikkeling moeten plaatsvinden. En deze gebeurtenis kan men als volgt omschrijven : de mensen moeten door middel van hun bewustzijnsziel, door hun bewuste denken zover komen, dat zij de werkzaamheid van de engelen aan de toekomst van de mensheid kunnen schouwen. De leer van de geesteswetenschap moet praktische levenswijsheid van de mensheid worden. Het inzicht in de intenties van de engelen moet tot eigen wijsheidsgoed van de mensen worden.”

Dan heeft Steiner het over Lucifer en Ahriman die dit willen verhinderen :

“Daarom streven de ahrimanische wezens ernaar, ideeën en theorieën onder de mensheid te verbreiden, die de goddelijke oorsprong van de mens verduisteren. Als we ons dit realiseren kunnen we begrijpen, hoe we ons leven moeten inrichten, om in staat te zijn de openbaring waar ik over gesproken heb niet te verslapen. Anders ontstaat er een groot gevaar. En we moeten heel wakker zijn voor dit gevaar, anders zal er in plaats van de machtige gebeurtenis die in de toekomstige ontwikkeling van de aarde moet ingrijpen iets heel anders optreden, iets wat werkelijk een gevaar kan vormen voor de aarde-ontwikkeling.”

Als Lucifer en Ahriman hun doel bereiken en de mensheid blijft slapen, wat dan ?

“Dan zouden de engelen hun doelen moeten bereiken langs een andere weg, namelijk, via de slapende mensenlichamen. Dus wat de mensen zouden 'verslapen' in hun wakende toestand, zouden de engelen moeten bereiken met behulp van dat deel van de mens, dat in bed blijft liggen tijdens de slaap: fysiek en etherlichaam. Daar zouden ze de krachten moeten zoeken om hun doelen te bereiken. Dat is het grote gevaar voor de bewustzijnszieletijd. Dit zou zich kunnen voltrekken nog vóór het begin van het derde millennium, dat begint met het jaar 2000. Het zou inderdaad kunnen gebeuren: dat de engelen hun hele werkzaamheid zouden moeten terugtrekken uit onze astrale lichamen en hun daden zouden moeten richten op de etherlichamen, om ze te kunnen verwerkelijken. Ze zouden dan hun doel niet kunnen bereiken met behulp van de wakkere mens, maar slechts met de slapende lichamen; de mens zou er dan niet bij betrokken zijn!

Maar wat zouden de gevolgen daarvan zijn, dat de engelen zo'n activiteit zouden moeten volbrengen buiten het bewustzijn van de mensen om? Daardoor zouden drie dingen onvermijdelijk optreden. Ten eerste zou in het mensenlichaam iets worden opgewekt, wat hij niet in vrijheid kan ontvangen, maar wat hij eenvoudigweg zou aantreffen als hij 's morgens ontwaakt. Het wordt dus tot instinct, in plaats van tot een vrijheidsbewustzijn, en daardoor wordt het schadelijk. ( … ) : in de mensheids-ontwikkeling zouden, in plaats van op een wakkere, bewuste en zinvolle wijze, op een schadelijke en vernietigende wijze bepaalde sexuele instincten optreden; instincten die niet slechts tot dwalingen zouden leiden, maar die van invloed zouden zijn op het sociale leven. Zij zouden bepaalde vormen in het sociale leven laten ontstaan. Zij zouden vooral de mensen ertoe brengen, door datgene wat als gevolg van het sexuele leven in hun bloed zou komen, om in ieder geval geen broederlijkheid op aarde te verwerkelijken. Integendeel, de mensen zouden zich instinctmatig tegen elke broederlijkheid verzetten. We komen dus op een beslissend punt, waar gekozen moet worden: of we gaan naar rechts, maar dan moeten we wakker zijn; of we gaan naar links, dan kunnen we blijven slapen - maar dan zullen instincten optreden, afgrijselijke instincten. Wat zal de natuurwetenschap dan zeggen? Ja, de wetenschapsmensen zullen zeggen: dat is een natuurlijke noodzaak. Dat moest geschieden, dat ligt nu eenmaal in de aard van de mensheidsontwikkeling. De natuurwetenschap kan zulke dingen niet echt begrijpen. Want of de mensen nu engelen zouden worden of duivels, natuurwetenschappelijk is het altijd te verklaren: het laatste stadium is altijd uit een vroeger stadium voortgekomen. Dat is de grote wijsheid van de causale verklaringen! De natuurwetenschap zal niets merken van de gebeurtenis die ik beschreven heb. Als de mensen tot halve duivels worden door hun sexuele instincten zal dat als een natuurlijke noodzaak gezien worden.
Wat er ook gebeurt : natuurwetenschappelijk is alles te verklaren ! Doorzien kan men zulke dingen echter alleen door bovenzinnelijke waarneming.

Maar deze werkzaamheid van de engelen heeft nog een tweede gevolg voor de mensheid, namelijk een instinctieve kennis van bepaalde geneesmiddelen, en wel op een schadelijke wijze. De hele medische wetenschap zal op een materialistische manier een geweldige ontwikkeling doormaken. De mensen zullen instinctief inzicht krijgen in de genezende kracht van bepaalde substanties en handelingen. Men zal hierdoor enorm veel schade aanrichten, maar men zal deze schade nuttig noemen. Men zal het zieke gezond noemen en men zal datgene positief waarderen, wat ons juist op een bepaalde manier ongezond maakt. Dus men zal meer inzicht krijgen in de genezende werking van bepaalde processen en handelingen, maar op een heel schadelijke wijze. Want met name zal men instinctief gewaarworden, wat bepaalde substanties en handelingen voor ziektes kunnen veroorzaken. Men zal volgens egoïstische motieven naar willekeur ziektes kunnen veroorzaken of niet veroorzaken.

En het derde gevolg zal zijn, dat men heel bepaalde krachten leert kennen, met behulp waarvan men slechts door heel kleine handelingen, door harmonisering van bepaalde golven, in de wereld grote machinekrachten zal kunnen ontketenen. Men zal komen tot een zekere geestelijke besturing van alles wat machinaal en mechanisch is. De hele techniek zal in een ruw vaarwater komen, maar het egoïsme van de mensen zal hierdoor bijzonder gediend worden.”

Op dit punt stelde Terry Boardman de vraag : zien we dat allemaal tegenwoordig niet al verwezenlijkt ? Blijkbaar zijn de tegenmachten in hun opzet geslaagd, de mensheid is niet wakker geworden . . .

Is nu alles verloren ?
Hier kwam Boardman op de proppen met Steiners voordracht van 13 mei 1921 in Dornach. Dit is een tamelijk bekende voordracht (te vinden in GA 204) omdat Steiner daar spreekt over drie sensationele zaken, nl. dat de maan, die zich lang geleden uit de aarde afgescheiden heeft, in de toekomst terug één zal worden met de aarde, iets wat relatief vlug zal gebeuren, tussen het jaar 6000 en 7000. Op dat moment zullen de vrouwen onvruchtbaar zijn en de menselijk voortplanting op een totaal andere manier gebeuren. En dan zullen ook reusachtige, boosaardige spinnenwezens, wezens tussen het minerale en het plantenrijk, de aarde met een net omspannen.
Vooral dat laatste wordt vaak geciteerd omdat het wijst op een materieel-fysiek worden van een web dat in onze tijd alleen nog maar virtueel bestaat : het internet.
Maar tussen al deze sensationele mededelingen zit er nog een andere verscholen waar meestal over gelezen wordt maar die voor ons op dit ogenblik veel belangrijker is. Dit is de passsage die Boardman aanhaalde :

“Ik heb in mijn “Wetenschap van de geheimen der ziel” beschreven hoe ooit mensenzielen vanop Mars, Jupiter enz. terugkwamen naar de Aarde. Welnu, rond 1880 heeft zich een belangrijke gebeurtenis voorgedaan.
Terwijl in de oude Atlantische tijd deze mensen van Saturnus, Jupiter, Mars enz. neergedaald zijn, terwijl toen dus menselijke zielewezens in het aardse bestaan een plaats genomen hebben, begint nu een andere tijd : andere wezens, die geen mensen zijn, maar die voor het verdere verloop van hun ontwikkeling nodig hebben om op aarde te komen en in contact te komen met mensen in wie dergelijke wezens van buitenaardse wereldgebieden ook neerdalen.
Sinds het einde van de jaren 80 van de 19de eeuw willen bovenaardse wezens in het aards bestaan komen. Zoals ooit de Vulcanus-mensen de laatste waren om op aarde neer te dalen, zo komen nu Vulcanuswezens (als eerste –fdw) in het aards bestaan, dat is een feit. Er zijn nu reeds bovenaardse wezens op aarde. En dit feit, dat bovenaardse wezens boodschappen meebrengen in het aardse bestaan, daaraan hebben wij te danken dat we überhaupt een samenhangende geesteswetenschap kunnen hebben. ( … )
Maar het mensengeslacht bekommert zich niet om deze wezens, het negeert hen. En dat is wat de aarde in al maar tragischer en tragischer toestanden gaat brengen; want onder ons zullen in de loop van de volgende eeuwen altijd meer geestwezens rondlopen wier taal wij zouden moeten verstaan. En wij verstaan ze slechts als we proberen te begrijpen wat van hen komt : de inhoud van de geesteswetenschap. Dat willen ze ons geven en zij willen dat in de zin van de geesteswetenschap gehandeld wordt, dat de geesteswetenschap omgezet wordt in het sociale handelen op aarde. ( … )
We hebben werkelijk te maken, sinds het laatste derde van de 19de eeuw, met een binnendringen van geestelijke wezens uit het wereld-al, in de eerste plaats van dergelijke wezens die in de sfeer tussen Maan en Mercurius wonen die echter toch, ik zou zeggen : reeds binnen stormen in het aardse bestaan en proberen op aarde voet aan grond te krijgen doordat de mensen gedachten wijden aan de geestelijke wezens uit het wereld-al.
Abstract kan men uitleggen, wat ik eerst gedaan heb : we moeten ons lichtloze intellect levend maken met de beelden van de geesteswetenschap. Concreet schildert men het zo : geestwezens willen neerdalen in het aards bestaan en ze moeten ontvangen worden.
De rampen zullen elkaar opvolgen en uiteindelijk zou de aarde in een sociale chaos ten onder gaan als deze wezens naar hier komen en er vanuit de mensheid alleen maar oppositie tegen het neerdalen van deze wezens zou komen. Want deze wezens willen in feite niets anders zijn dan voorposten voor hetgeen met de aarde zal gebeuren als de maan terug deel wordt van de aarde. ( … )
Ja, deze wezenheden die geleidelijk op de aarde verschijnen, Vulcanus-wezens, Vulcanus-übermenschen, Venus-übermenschen, Mercurius-übermenschen, Zon-übermenschen enz. die zullen zich in het aards bestaan invoegen. Maar als de mensen doorgaan om alleen maar tegenkanting te tonen, dan zal het aardebestaan in de loop van de volgende millennia in een chaos uitmonden. De aardemensen zullen hun intellect weliswaar verder automatisch kunnen ontwikkelen, dat kan ook in een toestand van barbarij gebeuren. Maar de volledige mens zal niet betrokken zijn bij dit intellect, en de mensen zullen geen relatie hebben tot de wezens die zich in het aardebestaan tot hen willen wenden.” ( … )

.
Terry Boardman vestigde dus de aandacht op deze passage en ging dan verder met zijn betoog. Als men achteraf deze woorden wat dieper laat doordringen, dan roept dat toch enkele vragen op : zouden buitenaardse wezens in een fysiek lichaam op de aarde verschijnen ? Zou dat dan een verklaring zijn voor de vele UFO-waarnemingen in de 20ste eeuw ? En voor de zgn. ‘Close Encounters of the third kind” waar Spielberg zijn bekende film over maakte ? Of moeten we eerder denken aan incorporaties van deze buitenaardsen in menselijke lichamen ? Want van deze laatste mogelijkheid is er een geval bekend. Jaren geleden lazen we op de website van Pravda.ru een artikel met als titel “Boriska, de mens van Mars”. De ondertitel in het Russisch betekent : “Op Aarde worden kinderen geboren met bijzondere kwaliteiten. Wat kan daar de bedoeling van zijn ?”

Het artikel werd geschreven door Gennady Belimov. Sinds er een Engelse vertaling op het internet kwam, is het artikel door vele websites overgenomen en vertaald, ook in het Nederlands. Wij nemen de vertaling over van http://www.runningfox.nl/overigeartikelen/boriska.htm en vervolledigden aan de hand van het origineel.

Leden van een anomalie-expeditie naar het noorden van de Volgograd regio vertelden me het verhaal van de wel heel bijzondere jongen Boriska.
( In Rusland zijn verschillende zgn. anomalie-gebieden, streken waar het aards magnetisme afwijkingen vertoont omdat er veel ijzererts in de ondergrond zit. Hier gaat het over een bergstreek, de Medveditskaya gryada (betekent zoiets als : de Berenbergen) in het district Volgograd maar dichter bij Saratov. - fdw )
“Moet je je voorstellen, alle expeditieleden zaten op een avond rond het kampvuur toen een kleine jongen van ongeveer 7 jaar oud plotseling ieders aandacht vroeg. Hij wilde vertellen over zijn leven op Mars, de Marsbewoners en hun reizen naar de Aarde,” vertelde een getuige van het voorval aan mij. "Iedereen viel stil en luisterde naar het kleine jongetje met de levendige ogen.

Anderhalf uur lang vertelde hij over een Martiaanse beschaving, megalithische bouwwerken, ruimteschepen en over het verloren land Lemurië. Hij zou in een vorig leven van Mars gekomen zijn en hij had vrienden op Aarde die woonden in Lemurië.” Eén van de expeditieleden had door dat hier iets bijzonders gebeurde en heeft het verhaal op tape vastgelegd. De toehoorders waren met name verbijsterd over de kennis die deze 7-jarige had over de onderwerpen, zijn verstand leek in niets op dat van de gemiddelde jongen van die leeftijd.

Het is voor volwassenen al niet makkelijk om vlekkeloos en in detail verhalen te vertellen over verloren beschavingen en met name de connectie tussen Marsbewoners en de bewoners van Lemurië. Dat is iets waar men zelfs in de grenswetenschappen pas de laatste decennia melding van maakt. In schoolboeken zul je in ieder geval niets over deze onderwerpen terugvinden. Wat de toehoorders ook opviel, was de wijze waarop de jongen sprak, zijn taalkeuze en bewoordingen waren, zeker voor een jongen van zeven, erg ongebruikelijk. Hij verviel zelfs in specifieke terminologie toen hij in detail inging op enkele feiten van zijn relaas.

Zou het kunnen zijn dat hij alles verzon, vroeg ik? ”Onwaarschijnlijk,” volgens een lid van de expeditie. “Het leek mij meer dat hij ons deelgenoot maakte van zijn herinneringen van een vorig leven. Dit soort verhalen verzin je niet zomaar even. Hij had volgens mij echt kennis”.

Naar aanleiding van de verhalen van de expeditieleden over deze kleine jongen had ik onlangs ( in 2004 – fdw) een ontmoeting met zijn ouders en een kans om de jongen wat beter te leren kennen. Boriska is geboren te Zhirnovsk in de regio Volgograd op 11 januari 1996. Ik vond zijn ouders aardige mensen. De moeder van Boriska, Nadezhda, is een dermatoloog en werkzaam in een publieke kliniek. Zijn vader is een oud-officier.

Beide ouders kunnen weinig meer doen dan hopen dat iemand wat licht op deze mysterieuze zaak kan werpen. In de tussentijd, voeden ze Boriska gewoon op als een normale jongen. Als baby viel Boriska al op, zijn moeder weet nog hoe hij als baby al na 15 dagen zijn hoofdje recht kon houden. Zijn eerste woordje was “baba” en hij sprak deze woorden toen hij 4 maanden oud was. Snel daarna begon hij te spreken. Met 7 maanden was zijn eerste zin “Ik wil een spijker”. Hij sprak deze vreemde zin uit nadat hij een spijker had gezien die uit de muur stak.

Tijdens zijn verdere ontwikkeling bleven zijn fysieke prestaties achter bij zijn intellectuele prestaties. Zijn moeder gaf hem speelgoedletters toen hij één jaar oud was (een leermethode gebaseerd op het werk van Nikitin) en als gevolg daarvan kon hij met anderhalf jaar simpele grote krantenkoppen lezen. Ook kon hij zeer snel kleuren onderscheiden en hij begon met schilderen toen hij 2 was.

Op tweejarige leeftijd werd Boris naar de dagopvang gebracht. Medewerkers van de dagopvang was het opgevallen dat Boriska een zeer ongewone manier van denken en handelen had. Hij bleek over een uitmuntend geheugen te beschikken en had de gave om nieuwe informatie zeer snel op te nemen. Het viel de ouders al snel op dat hij de informatie oppikte op een wel zeer eigen en unieke manier. “Wij hebben hem dat niet geleerd,” zegt zijn moeder, “maar soms gaat hij in een lotushouding zitten en begint hij te praten. Hij praat dan over Mars, over de planeten en beschavingen waar wij geen weet van hebben.” ”We konden onze oren niet geloven, hoe kan een kind dit alles nou weten?” vraagt zijn moeder zich af. Hij vertelt deze verhalen al vanaf zijn tweede levensjaar. “

Boriska vertelt over zijn vorige leven op Mars, in een tijd dat de planeet nog bewoond was en voordat een allesverwoestende ramp het oppervlak van Mars onbewoonbaar maakte. Volgens Boriska heeft Mars tegenwoordig nog steeds bewoners, alleen leven ze nu noodgedwongen onder de grond. In “zijn” tijd vloog Boriska regelmatig naar de Aarde. Hij had goede contacten met de Lemuriaanse beschaving op Aarde en hij had zelfs een Lemuriaanse vriend. Deze vriend is voor zijn ogen om het leven gekomen. Dit gebeurde toen Lemurië ten onder ging aan een vloed. Boriska kon hem destijds niet meer redden. "Maar," zo zegt hij, "we zijn voorbestemd om elkaar in dit leven weer te ontmoeten." Op een dag ontdekte Boriska een boek getiteld “Waar komen wij vandaan?” van de auteur Ernst Muldashev. Je had hem moeten zien, hij was zo blij en gefascineerd met deze vondst. Uren achtereen bladerde hij door de pagina’s en het was voor hem een feest van herkenning.

“Maar Lemurië heeft minimaal 800.000 jaar geleden opgehouden te bestaan en Lemurianen zouden 9 meter lang zijn. Als dat allemaal waar is, hoe kan je dat dan weten?” vroeg ik voorzichtig.

“Ik herinner het mij,” was zijn nuchtere reactie, “niemand heeft het mij verteld.”

Later begon hij over een ander boek van Muldashev (“Op zoek naar de stad van de Goden”) dat voornamelijk handelt over piramiden en tomben. Boriska verklaarde dat mensen kennis zullen vinden onder een van de piramiden, maar niet die van Cheops. Deze piramide is nog niet ontdekt. Het leven van de mensheid zal totaal veranderen als de Sfinx geopend zal worden, zei hij, en voegde daaraan toe dat er een openingsmechanisme verborgen zit achter een van de oren van de Sfinx. (De exacte locatie van dit mechanisme wist hij niet meer.) Boriska praat ook heel gepassioneerd over de Maya beschaving. Volgens hem weten we nog maar bar weinig van deze prachtige cultuur.

Boriska is ervan overtuigd dat de tijd is gekomen voor de ‘specialen’ die nu geboren worden op Aarde. De hergeboorte van de Aarde komt eraan en nieuwe kennis en inzichten zijn noodzakelijk voor een mentaliteitsverandering van de Aardlingen.

Ik vroeg hem, hoe hij wist dat dit soort kinderen worden geboren en of hij op de hoogte was dat we dit soort kinderen “Indigo” kinderen noemen.

"Ik weet gewoon dat ze nu geboren worden ook al heb ik er zelf nog geen een ontmoet. Of het moet misschien Yulia Petrova zijn. Zij is de enige die me gelooft. Anderen lachen simpelweg om mijn verhalen." Er gaat iets gebeuren met de Aarde, dat is de reden dat deze bijzondere kinderen zo belangrijk zijn. Zij zullen in staat zijn om de mensen te helpen. De polen zullen verschuiven. De eerste grote catastrofe op een van de continenten zal plaatsvinden in 2009. De volgende, nog hevigere ramp in 2013.

Ik vroeg hem of hij niet bang was en vreesde voor zijn leven met het vooruitzicht van zo’n ramp?

"Nee, ik ben niet bang," antwoordde hij, "ik heb al eens een catastrofe op Mars overleefd. Ook nu nog leven er mensen zoals wij daar, maar nadat een nucleaire oorlog alles verbrand had moesten zij hun toevlucht ondergronds zoeken. Daar bouwden ze nieuwe manieren van wonen en andersoortige wapens." Ze hebben ook een verschuiving van de continenten meegemaakt op Mars. Martianen ademen koolstofdioxide, als ze op Aarde zouden komen, zouden ze naast schouwen en uitlaatpijpen willen staan om de uitlaatgassen te inhaleren.

Ik vroeg hem of hij er de voorkeur aan gaf om zuurstof te ademen.

"Eenmaal in dit lichaam moet je wel zuurstof ademen, wij Martianen hebben een afkeer van de Aardse lucht omdat het veroudering veroorzaakt. Martianen zijn relatief jong, gemiddeld 30 tot 35 jaar, ouderen zijn daar niet."

Boris, waarom zijn onze (Russische) ruimtevaartuigen gecrashed voordat zij Mars bereikten? "

Mars zendt gericht speciale signalen uit waardoor de ruimtevaartuigen kapot gaan. De vaartuigen bevatten schadelijke dosis aan straling." Ik was verbaasd over Boriska’s kennis over dit soort straling. Dit is namelijk waar. In 1988 was er een inwoner van Volzhsky, Yuri Lushnichenko, (een heldervoeldende) die geprobeerd heeft om de toenmalige Sovjetleiders te waarschuwen voor een onvermijdelijke crash van de satellieten Fobos 1 en Fobos 2, juist omdat ze een straling veroorzaakten met hun nucleaire energievoorziening die de planeet niet verdraagt. Ook Lushnichenko sprak over een onbekend soort gevaarlijke straling. Natuurlijk nam niemand hem serieus...

Toevoeging op 3 november 2014 :

Persbericht van 16 mei 2001

Mysterieuze kracht houdt ruimtesondes in greep
(BELGA) = Een mysterieuze kracht oefent invloed uit op ruimtetuigen diep in de kosmos, zo heeft de BBC gemeld onder aanhaling van onderzoekers. Zij waren tot die conclusie gekomen na grondig onderzoek van het traject van de sondes.
Misschien gaat het om een klein niet opgemerkt effect in de ruimtetuigen zelf. Toch waarschuwen wetenschappers dat een en ander een eerste hint vormt van de noodzaak van modificaties in onze kennis van de zwaartekracht.
"Het lijkt erop dat de ruimtetuigen zich niet gedragen conform de bekende wetten van de zwaartekracht", zegt John Anderson van het Jet Propulsion Laboratory van de NASA in Pasadena. "Wij werken al jaren aan het probleem en wij hebben met alles rekening gehouden dat we konden (in rekening brengen)".
De mysterieuze kracht lijkt vier sondes in de greep te hebben, verspreid over ons zonnestelsel: Pioneer-10, Pioneer-11, Galileo en Ulysses.
In 1972 naar Jupiter gelanceerd, doorklieft de Pioneer-10 momenteel de grenzen van ons planetair systeem. Maar dat gebeurt veel eerder dan gedacht op een alsmaar tragere manier, zo bleek uit analyse van het Doppler effect van de radiosignalen. Voor het onverklaarbare gedrag van de sonde werd geopperd dat zij mogelijk met een klein gaslek kampte of dat zij onder de gravitatie kwam van een object in ons zonnestelsel dat nog niemand heeft gezien.
De in 1973 gelanceerde Pioneer-11 maakte het mysterie alleen maar groter, toen een zelfde vertraging werd vastgesteld. Probleem is dat deze sonde zich gewoon aan de tegenovergestelde zijde van het zonnestelsel bevindt en dat de zwaartekracht van een niet-geobserveerd object daar niet kan spelen.
Het effect lijkt ook de Galileo op (zijn dichter bij ons) weg naar Jupiter parten te hebben gespeeld, alsmede de Amerikaans-Europese Zonneverkenner Ulysses. Zodat de wetenschappers met een puzzel zitten over heel ons Zonnestelsel.
Indien het probleem zou te maken hebben met onze kennis over de mechanismen van de gravitatie, zou het ook moeten opduiken in de banen die de planeten rond de Zon trekken. En dat doet het nu juist niet.
Snel opklaren van het mysterie lijkt er niet bij te zijn, zeker omdat de vier getroffen ruimtesondes niet meer naar ons terugkeren.

Ik vroeg Boris wat hij wist van meervoudige dimensies. Wist hij dat je niet in rechte lijnen moet vliegen, maar dat je moet schipperen tussen de meervoudige dimensies in de ruimte?

Op deze vraag sprong Boris gelijk op en begon allerlei feiten te noemen over UFO’s. "Op het moment dat we vertrokken van Mars landden we bijna op hetzelfde moment op Aarde." Boris pakt een krijtje en tekent een ovaal op een bord. ”De scheepswand van ons ruimteschip bestaat uit 6 lagen. De buitenste laag bestaat (25%) uit duurzaam metaal, de volgende laag (30%) is gemaakt van een materiaal vergelijkbaar met jullie rubber, de laag daarna (30%) bestaat weer uit metaal en de volgende laag bestaat uit een speciale magnetische laag. Als we die magnetische laag laden met energie kunnen deze machines alle uithoeken van het universum bereiken.”

Wij volwassenen stonden met zo’n ogen te kijken : in de tweede klas leer je toch nog niet om met procenten te rekenenen !
Overigens loopt het niet vlot met zijn schoolcarrière. Na samenspraak met de ouders werd hij direct toegelaten tot de tweede klas maar … nu willen ze al van hem af : welke leerkracht verdraagt immers dat zij voortdurend onderbroken wordt door een 7-jarige die zegt : “Juf, dat heb je verkeerd uitgelegd, daar bent u fout !”
Op dit ogenblik (2004) krijgt hij privéles. Het is de bedoeling dat hij naar een school voor hoogbegaafde kinderen gaat. Want de omgang met ‘gewone’ kinderen van zijn leeftijd wil niet vlotten.

Heeft Boris een speciale missie hier op Aarde te volbrengen? Is hij zich daar bewust van? Ik vroeg dit zowel aan de ouders als aan Boris zelf.

Volgens zijn moeder heeft hij daar wel een vermoeden van. Hij zegt dat hij iets weet over de toekomst van de Aarde. Boris zegt dat kennis zal afhangen van de graad en kwaliteit van bewustzijn. De nieuwe kennis zal niet in het bereik vallen van moreel laagstaande mensen, dieven, bandieten, verslaafden, en diegenen die zichzelf niet willen verbeteren. Al deze mensen gaan van de planeet verdwijnen. Informatie zal in de toekomst een zeer belangrijke rol spelen. Op aarde begint een proces van eenwording en samenwerking.

Boris, hoe weet je dit alles?

“Het zit in mij.”

Eens, toen hij vijf jaar was, verbaasde hij zijn ouders toen hij over Proserpina begon te praten, een planeet die teloor ging honderdduizenden jaren, misschien zelfs miljoenen jaren geleden. Hij kon het woord Proserpina nog nooit gehoord hebben, zijn ouders hoorden het zelf pas voor het eerst. Boris legt uit : “Een straal ging er doorheen en de planeet barstte uiteen. Ze bestaat fysiek gezien niet meer maar de bewoners kwamen in de vijfde dimensie, die jullie een parallelle wereld zouden noemen. Wij observeerden vanaf Mars de dood van deze planeet.” Hij zei ook dat de Aarde, als een levend bewust lichaam, de kinderen van Proserpina begon op te vangen om hen op te voeden. Daarom worden er soms kinderen geboren die zich iets over hun thuisplaneet herinneren en die zichzelf beschouwen als buitenaardsen. Dit fenomeen werd door de wetenschappelijke wereld opgemerkt. Ikzelf (Gennady Belimov) heb Valentina Gorsjoenova ontmoet die niet alleen herinneringen heeft aan Proserpina maar tijdens de slaap contact heeft met andere Proserpiniërs. En plots duikt ze op in de stad waar ook Boris woont. Samen trokken ze naar de Blauwe Berg in de Medveditskaya gryada.

Boris, waarom worden mensen ziek?

“Ziekte ontstaat door een onvermogen om fatsoenlijk te leven en gelukkig te zijn. Jullie moeten wachten op jullie kosmische wederhelft. Men zou zich niet zo veel moeten bemoeien met het lot van anderen. Mensen zouden niet gebukt moeten gaan onder gemaakte fouten, maar proberen te begrijpen wat voor hen is voorbestemd; hun hoogten te bereiken en hun dromen te verwezenlijken.

Jullie hart moet meer spreken. Als ze je slaan, ga naar de persoon en omhels hem. Als ze je beledigen, wacht niet op verontschuldigingen, maar val zelf op je knieën en vraag zelf vergiffenis voor je fouten. Als ze je kwetsen en vernederen, zeg dankjewel en glimlach. Als ze je haten, hou van hen zoals ze zijn. Een houding van liefde, vredestichten en vergeving zijn het voornaamste voor de mensen. Weet je waarom de Lemurianen uitstierven? (Daar ben ik zelf medeverantwoordelijk voor.) Ze wilden zich spiritueel niet verder ontwikkelen. Ze dwaalden af van het voorbestemde pad en zo verwoestten ze de eenheid van de planeet. Het pad van de magie is een doodlopende straat. Liefde is de echte magie!”




**************




Voor een antroposoof is alles wat deze Boriska zegt zeer plausibel. De zaken die niet volledig overeenstemmen met de antroposofische inzichten kunnen we toeschrijven aan de gewone onduidelijkheid die bij alle natuurlijke helderziendheid optreedt en die pas opgeklaard kan worden door systematisch verworven helderziendheid.
Uit dit relaas zouden we kunnen besluiten dat de buitenaardsen inderdaad al onder ons zijn zoals Steiner voorspeld had. Maar de andere voorspelling van Steiner is evenzeer uitgekomen : de mensheid verstaat de taal van deze wezens niet. En, zoals blijkt uit het vervolg van dit verhaal, daardoor komen deze voorlopers al te veel onder de verhardende invloed van de aardesfeer, hun vermogens gaan verloren. Zelfs in Rusland waar er meer begrip is voor dit soort fenomenen, loopt het niet goed af met deze boodschappers.
Gennady Belimov zocht de jongen een jaar later ( in 2005 dus) terug op.
Eerst sprak hij met de moeder. Die vertelt dat ze het kind in de kamer verrast had toen hij zat te praten hoewel hij alleen was en die met zijn legoblokjes een dubbele DNA-spiraal gebouwd had. Maar voor de rest kon ze alleen mar zeggen dat zijn verhalen over Mars zeldzamer werden. Het lijkt erop alsof zijn communicatiekanaal geleidelijk dichtslibt, of misschien is er een andere reden.
Belimov stelde vast dat de jongen tijdens het gesprek meer geïnteresseerd was in zijn computerspelletje dan in de bezoeker. En dit hoewel hij al drie uur aan ’t spelen was en het gesprek over hem ging.
Zijn onbevangenheid en goedheid hebben in zijn lot een negatieve rol gespeeld. Kinderen van zijn leeftijd en ouder waren jaloers en afgunstig. Hij kreeg meer dan zijn deel van klappen en verwijten. En hij leerde zichzelf te verdedigen met zijn vuisten, de jongen die een jaar geleden nog die mooie boodschap van liefde verkondigde ! De plaatselijke psychiater nam de jongen drie dagen in observatie en besloot : het is gewoon een idioot. De ouders van zijn klasgenoten wilden hem van school omdat hij hun kinderen zogezegd leerde sterven. Het bleek dat hij gewoon over reïncarnatie had gesproken. Maar de ouders waren bang dat hun kinderen zouden zelfmoord plegen.
Komt daarbij nog de echtscheiding van zijn ouders. Een vriendin van het gezin vergelijkt de jongen met de profeten van vroeger naar wie ook stenen werden gegooid. Dat de jongen zich afsluit is volgens haar vooral vanwege de houding van de mensen rond hem.




**************




Nu we dit allemaal onder ogen moeten zien, wat kunnen wij als antroposofen nog doen ?
Vanuit de ruimte of de geestelijke wereld komen voortdurend impulsen naar de aarde, maar er zijn te weinig mensen die als geestelijke radar deze impulsen opvangen. Het zijn de tegenmachten die dat verhinderen. Even terug naar Rudolf Steiner nu, naar de uitspraak die we al in De Brug 68 aanhaalden, uit GA 178 :

“U kunt wel begrijpen dat juist het bekend maken van het geheim van de etherische Christus ongenoegen en tegenkanting oproept bij de mensen, leden van bepaalde broederschappen, die deze gebeurtenis van het verschijnen van de etherische Christus willen gebruiken voor hun eigen doeleinden en het geen algemeen goed van de gehele mensheid willen laten worden.”
“Zij die deze dingen op een onjuiste manier behandelen, die zijn van het verschijnen van de etherische Christus even goed op de hoogte als ik.”

We mogen ervan uitgaan dat bepaalde broederschappen eveneens weten dat we uit de ruimte “iets” mogen verwachten. Waarom anders zou bvb. het Vaticaan in 1980 besluiten om een immens observatorium te bouwen op de top van een berg in Arizona ? Het Mount Graham International Observatory, met twee reusachtige telescopen gericht op de ruimte, zo lezen we in het boek van Pierre Jovanovic “Notre-Dame de l’Apocalyps” op blz. 31. De auteur wijst op iets dat iedereen aan het denken zou moeten zetten : een vreemde mogendheid (het Vaticaan) krijgt van de Amerikaanse regering toestemming en alle vergunningen om een reusachtig observatorium, vol met gesofisticeerde electronica, op zijn grondgebied te installeren ! En dat ondanks tegenkanting en protest van de plaatselijke bevolking, een Indianenstam voor wie deze bergtop een heiligdom is. De directie van dit observatorium werd toevertrouwd aan een monnik-astrofysicus Guy Consolmagno, afgestudeerde aan het MIT en aan een jezuïet George Coyne, opgeleid in de Georgetown Universiteit. Ander detail : er werd overeengekomen dat het Vaticaan over 60% van de werkuren mag beschikken en de universiteit van Arizona over de andere 40%.
De twee telescopen die in 1993 in gebruik werden genomen, de Vatican Advanced Technology en de Heinrich Hertz waren blijkbaar niet voldoende : in 2004 kocht de Heilige Stoel een derde, nog meer geperfectioneerde telescoop, de Large Binocular Telescope.
Het is duidelijk dat zowel het Vaticaan als de Amerikaanse regering iets verwachten uit de hemel. We zouden kunnen denken dat het Vaticaan ook al zodanig in de ban van het materialisme is geraakt dat het spirituele gebeurtenissen in een materieel-fysieke gedaante verwacht, ook al zijn het dan kometen. Anderzijds is het goed mogelijk dat ingrepen vanuit de geestelijke wereld een zeer fysieke, apocalyptische uitwerking op de planeet gaan hebben. In dat geval begrijpen we natuurlijk dat de elites zichzelf op tijd in veiligheid willen brengen.

Wat betekent dat nu voor ons antroposofen die niet machteloos willen toezien op het kwaad in de wereld, noch fatalistisch willen afwachten tot er hulp uit de ruimte komt ?
Gezien het belang dat Rudolf Steiner hechtte aan het denken, zal onze taak in die richting liggen, bij de meditatie en concentratieoefeningen, bij de scholingsweg.
Daarmee hebben we het natuurlijk nog eens flink abstract uitgedrukt. Op die manier geeft deze aansporing geen kracht. We moeten het concreter maken om tot een actieplan te kunnen komen. Daarbij nemen we een episode uit de geschiedenis ter hulp.
Eeuwen geleden stonden onze voorvaderen ook af en toe voor een compleet uitzichtloze opdracht toen het erom ging een spirituele impuls te verdedigen. In onze tijd heeft de tegenmacht een ander karakter gekregen, we kunnen dus ook niet meer dezelfde strategieën gebruiken. Maar de beschrijving van de strijd kunnen we als beeld gebruiken om in de juiste stemming te geraken, een beeld als een soort energiebron om vol te houden wanneer de inspanningen onze krachten schijnen te boven te gaan.

.

Het beleg van Malta

Door Marc Joris

De belegering van Malta in de zomer van 1565 was een even belangrijk keerpunt in de geschiedenis als de veldslag bij Poitiers, of de zeeslag hij Lepanto.
Onder leiding van de beruchte piraat Barbarossa, die tot grootadmiraal was benoemd, was de Turkse vloot uitgegroeid tot een formidabele strijdmacht, die de christelijke mogendheden de heerschappij over de Middellandse Zee kon betwisten. Turkse piraten terroriseerden niet alleen de scheepvaartroutes, ze plunderden ook Spaanse en Italiaanse kuststeden, waarbij zij duizenden mensen als slaven wegsleepten. Hun meest gevreesde tegenstanders waren de ridders van de Hospitaalorde van Sint Jan, kortweg de Johannieters of Hospitaalridders. Net zoals de Tempeliers had deze ridderorde een belangrijke rol gespeeld bij de kruistochten. Nadat de moslims de kruisvaarderstaten hadden vernietigd, trokken de Johannieters zich terug op het eiland Rhodos. Daar breidden zij hun militaire vaardigheden uit tot een terrein dat nieuw voor hen was: de oorlog ter zee. Zij maakten genadeloos jacht op islamitische piraten en kaapten zelf ettelijke Turkse schepen. Nadat zij uit Rhodos waren verdreven, vestigden zij een nieuwe basis op het strategisch gelegen eiland Malta, tussen Sicilië en Noord-Afrika. Een eerste Turkse aanval op Malta, in 1550, was op een mislukking uitgelopen. Maar de Turken zonnen op wraak.


Jean de La Valette

Die wraak moest in 1565 komen. De Johannieters hadden het eiland intussen versterkt met een reeks imposante forten met zware kanonnen, maar hun leger was relatief klein: slechts 540 ridders, 1000 soldaten en 3000 Maltese militieleden. Zij stonden onder bevel van de zeventigjarige ridder Jean Parisot de La Valette, de grootmeester van de orde. Tegenover die kleine strijdmacht zetten de Turken een vloot in van 183 galeien met 38.000 manschappen aan boord. De meest gevreesde eenheden waren de Janitsaren en de layalars, religieuze fanatici die hoopten het islamitische paradijs te bereiken door te sterven in de strijd. De Johannieters zouden die wens duizendvoudig vervullen...

De Turkse bevelhebber was de briljante Mustafa Pasha. Zijn artillerie bestond uit basilisks, een soort vuurmonden die stenen projectielen afschoten, maar ook uit - voor die tijd! - moderne kanonnen, waartegen geen enkele vestingmuur bestand was. Tegen zo’n overmacht kon De La Valette natuurlijk geen veldslag in open terrein wagen. Zijn tactiek was tweevoudig: hij liet de forten in ijltempo versterken, en hij liet zijn cavalerie guerrilla-achtige verrassingsaanvallen uitvoeren op Turkse eenheden die de hoofdmacht verlieten om te plunderen of te foerageren.

De Fransen hebben eeuwenlang een verraderlijke rol gespeeld in de strijd tegen de islam. Zij sloten herhaaldelijk een bondgenootschap met de Turken tegen andere christelijke staten, en zij lieten de Turkse vloot zelfs voor anker gaan in hun havens, om van daaruit aan zeeroverij en slavenjacht te doen. Maar het beleg van Malta begon met een ongelooflijk dappere list van de Franse ridder De la Rivière.

Hij was bij een schermutseling gevangengenomen, en na langdurige martelingen veinsde hij verraad: hij ‘onthulde’ dat Post Castilië nauwelijks versterkt was, en dat er slechts een klein garnizoen lag. In werkelijkheid was Post Castilië één van de sterkste punten in de fortengordel... Maar Mustafa Pasha ontdekte dat pas nadat hij duizenden soldaten had verloren bij vergeefse stormaanvallen. Daarop liet hij De la Rivière doodfolteren.


De vestingmuren !!

De moslims verlegden hun aanvallen nu naar het kleine stervormige fort Sint-Elmo. De Turkse kanonnen vuurden niet meer in het wilde weg, zoals bij vroegere belegeringen: zij werden nu met mathematische precisie gericht op vitale punten van het fort. Sint-Elmo verdween in een lawine van kruitdamp, rook en stof.
Het leek onmogelijk dat ook maar één verdediger zo’n bombardement kon overleven. Maar telkens de Turken een stormaanval waagden, bleken de ridders paraat te slaan. De harnassen van de ridders waren gloeiend heet, maar ze boden wel een betere bescherming dan de linnen kledij van de moslims. De ridders verdedigden zich ook met Grieks vuur, de voorvader van napalm. Het brandde zelfs op water. De Johannieters maakten hoepels omwikkeld met lappen die in Grieks vuur gedrenkt waren, en die vanop de vestingmuren werden neergegooid. In een menigte dicht opeengepakte moslimstrijders met lange linnen gewaden konden zo’ n hoepels een ware ravage aanrichten... De Turkse aanvallers werden keer op keer afgeslagen.

Zij vatten echter opnieuw moed toen de befaamde bevelhebber Dragut - de opvolger van Barbarossa - met versterkingen en nieuwe kanonnen op Malta aankwam. Na een artilleriebeschieting van drie weken (!) gooide hij als ultieme wapen de Janitsaren in de strijd. Maar ook zij werden met zware verliezen teruggeslagen. Dragut was zo woedend dat hij de volgende dag opnieuw een massale stormaanval liet uitvoeren, dit keer met de layalars in de eerste golf. Het werd opnieuw een bloedige mislukking. De derde dag, na een nieuw bombardement, was Sint-Elmo nog slechts een ruïne. Overal waren bressen in de vestingmuren. Er waren nog slechts een honderdtal ridders in leven, en ze waren allemaal gewond. Maar toch sloegen ze de ene aanvalsgolf na de andere af. Pas tegen de avond werden ze onder de voet gelopen. Het kleine Sint-Elmo had een maand lang standgehouden. Duizenden Turkse soldaten waren gesneuveld, zowel gewone soldaten als layalars en Janitsaren.
Dragut was gedood door een kanonskogel, en ook de bevelhebbers van de artillerie en de Janitsaren waren gesneuveld.
Mustafa Pasha liet de lichamen van de gesneuvelde ridders onthoofden en kruisigen, als bespotting van het christendom. De La Valette liet daarop zijn Turkse gevangenen onthoofden, en schoot hun hoofden als kanonskogels in het Turkse kamp. Mustafa Pasha twijfelde toen al aan de overwinning. Als een klein fortje als Sint-Elmo hem al duizenden elitesoldaten en drie bevelhebbers had gekost, welke verschrikkelijke prijs zou hij dan moeten betalen voor de reusachtige hoofdforten als San Angelo of Sint-Michael ?

Het scenario van Sint-Elmo herhaalde zich nu op grotere schaal. De voorbereidende bombardementen waren zo verschrikkelijk dat het kanongebulder tot in Sicilië te horen was. Maar de daaropvolgende stormaanvallen werden keer op keer teruggeslagen, al scheelde het soms geen haar. Op 15 juli bijvoorbeeld werd fort Sint-Michael langs twee kanten aangevallen: over land en over zee. Een verborgen opgestelde batterij van de Johannieters schoot de Turkse schepen aan flarden, maar de aanval over land leek te slagen: de Turkse vlag wapperde op de vestingmuren. Maar na een urenlange, verbitterde tegenaanval, waaraan ook Maltese burgers met geïmproviseerde wapens De vestingmuren ! deelnamen, werden de indringers teruggedreven. Op 2 augustus begon een aanval op Senglea, die zes dagen lang zonder onderbreking doorging. Op de zesde dag gooide Mustafa Pasha tegelijk 8000 man in de strijd tegen Sint-Michael en 4000 tegen Post Castilië. De toestand voor de christenen was zo wanhopig dat zelfs de zeventigjarige De La Valette zich met een piek en een zwaard in de hand in het strijdgewoel stortte om een bres te verdedigen. Toen de ineenstorting nabij leek, bliezen de Turkse trompeten plots het sein tot de terugtocht. Niemand begreep wat er gebeurde. De werkelijkheid was eenvoudig en heroïsch. Honderd christelijke ruiters en evenveel infanteristen waren vanuit de nabijgelegen stad Notabile vertrokken voor hun dagelijkse strooptocht tegen Turkse fourageurs. Toen hun commandant zag hoe wanhopig de toestand in Senglea was, besloot hij met zijn patrouille een Turks kamp aan te vallen, en hij gaf zijn mannen bevel te schreeuwen: “Overwinning en bevrijding!”. De Turken raakten in paniek. Zij dachten dat er een volledig christelijk leger op Malta was geland.
Daarop liet Mustafa Pasha in allerijl de aanval afblazen om zijn kamp te verdedigen. Toen hij ontdekte dat er helemaal geen ontzettingsleger was, was het te laat. De La Valette had de bres laten dichten en de verdedigers hadden zich gereorganiseerd...

Het einde kwam plots, op 7 september 1565. Uit Sicilië kwam een kleine christelijke vloot van 15 galeien met 250 Johannieters en 8500 gewone soldaten.
Zowel te land als ter zee waren zij hopeloos in de minderheid tegen de Turken. Maar die waren nu zo gedemoraliseerd dat zij onmiddellijk naar hun galeien vluchtten. De enige moslims die nog op Malta achterbleven waren de duizenden doden...




**************




.

Deze beschrijving geeft ons een idee van de inspanning, de volharding, die nodig is om tot een resultaat te komen. En op het eerste zicht is onze strijd in onze tijd nog uitzichtlozer ! Grote middelen, sterke organisaties om geesteswetenschappelijk te werken zijn er niet. De tegenmachten hebben die wel. En niet alleen materieel. Want ook zij weten dat een geestelijke strijd met geestelijke middelen moet uitgevochten worden.
In De Brug 68 lazen we :

“Volgens Lazarides, die zich beroept op een getuigenis van de Franse politicus Raffarin, zijn er in alle gebouwen van internationale instellingen als de UNO, in New-York, in Genève, meditatieruimtes. Ondanks het officiële atheïsme en de ‘wetenschappelijkheid’ is men op de hoogste niveaus goed op de hoogte van de geestelijke strijd die nu aan de gang is, en weet men zeer goed wat de kracht van meditatie is. De meditaties worden bij voorkeur gedaan in groep en overal ter wereld op hetzelfde tijdstip en in dezelfde bewoordingen, bij de leden van de Arcane School is dat bvb. de ‘Grote Aanroeping’.”

En in De Brug 12 (uit 1996) stond in het verslag van een voordracht van Dr. Wim Engelbrecht :

“Wat heeft dat dan te maken met de toekomst ?
Hier haalde Dr. Engelbrecht een beeld aan van Bernard Lievegoed. In een donkere kamer kun je tegen de duisternis vechten: het levert niets op, het blijft duister. Steekt men echter een kaarsje, hoe klein ook, aan, dan dringt het licht tot in de verste uithoek. Zo kan ook de meditatie werken om het kwaad in de wereld te bestrijden. En het werkt des te meer als men het met enkele mensen samen kan doen. Niet noodzakelijk fysiek samen, maar zelfs van elkaar verwijderd: men kan afspreken om op een bepaald uur een bepaalde meditatie te doen. Zijn er bvb. drie personen die zoiets besloten hebben, dan werkt dat na een week niet als 7 + 7 + 7 meditaties, maar als 7 X 7 X 7 meditaties ! Een niet te onderschatten kracht dus om de tegenmachten te bestrijden die zich al lang klaar maken om tegen het einde van deze eeuw, om zo te zeggen overmorgen, de ontwikkeling van de menselijke beschaving voorgoed in de negatieve zin om te buigen.”

En daarmee komen we tot ons voorstel van geestelijke guerrilla-tactiek. We nemen de techniek van de tegenmachten over. Maar we moeten eerst iets rechtzetten. In het verslag van de voordracht van Lazarides schreven we dat die bewust of onbewuste helpers van de tegenmachten mediteren in groep, maar eigenlijk sprak Lazarides over “triades”, het zijn dus groepjes per drie.
Het komt er dus voor de antroposoof op aan dat hij twee andere antroposofen vindt waarmee hij persoonlijk enigszins overeenkomt (op zich al geen gemakkelijke opdracht !) en dat hij met hen afspreekt om een bepaalde meditatie iedere dag op hetzelfde uur uit te voeren. Ieder van die drie kan dan weer twee anderen zoeken enz. We nemen als uitgangspunt een beeld van de vestingmuren van het fort van Sint Michaël. Deze muren zijn nu al lang gesloopt. Maar deze muren gaan wij nu in de geest opbouwen. En we mogen hopen dat we binnen deze omwalling een ruimte creëren die waardig is om als uitvalsbasis van geestelijke krachten te dienen. .




Uit de herinneringen van Ernst Lehr over het ontstaan van de zgn. Jugendkreis.
In GA 266c blz. 433 :

Bijzonder verheugd zag men hem toen iemand van ons zei : net zoals in het fysieke het sociale uit gemeenschappelijk volbrachte daden bestaat, zo streven wij naar gemeenschappelijke daden in het geestelijke, dus eigenlijk naar een sociaal actief zijn in het bovenzinnelijke. Direct wilde hij weten wat men zich moest voorstellen bij daden in de geest, vooral dan gemeenschappelijke. Toen er heel aarzelend geantwoord werd dat zoiets misschien toch wel door het mediteren van een gemeenschappelijke meditatie-inhoud tot stand kon komen, zag men zeer duidelijk dat hij tevreden was.
Dat sterkte ons in onze opvatting van de meditatie : dat die niet alleen een middel tot persoonlijke zelfvervolmaking is, maar een activiteit die doorwerkt in de objectieve geestessfeer.

En op blz. 440 :

“Zich door een wederzijdse belofte verbinden om te streven naar een gemeenschappelijk geestelijk doel en daarnaast elkaar volledig vrij te laten in het handelen en oordelen in het leven – een gemeenschap die op deze principes gebaseerd is, is iets volledig nieuw in de mensheidsontwikkeling en tegelijk iets dat vandaag het allerdringendst nodig is.”

Tot slot van deze bijeenkomst kwam hij nogmaals te spreken over het volhouden van de eenmaal voorgenomen oefeningen. Hij beschreef de betekenis van wat wij door een dergelijke activiteit konden bewerkstelligen :
“ Op het fysieke vlak is de ahrimanische kracht vandaag zo sterk dat daar geen enkel menselijk Ik tegenop kan. Daarom kan tegenwoordig geen enkel menselijk Ik garanderen dat het een besluit ook werkelijk uitvoeren kan, voor zover het een fysieke daad betreft. Het gebied waar u zich nu heeft voorgenomen om actief te worden, is een gebied waar de ahrimanische kracht geen toegang heeft. Vandaar dat het uitvoeren van wat u zich heeft voorgenomen uitsluitend van u zelf afhangt. Daarom heeft u hier de eerste gelegenheid om daden in vrijheid te volbrengen en daarmee de eerste gelegenheid om “trouw” in de praktijk te brengen.”
Terug werd het woord van de trouw met een bijzondere warmte uitgesproken. Waarmee hij op een bepaalde manier een boog maakte naar zijn andere uitspraak van de noodzaak om trouw te blijven aan een vriend die men ooit in het geestelijke gevonden heeft.


*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*



.

Een interessant bouwwerk


In de staat Georgia in de V.S. is een mysterieus monument te zien waarop tien “geboden” voor een nieuw tijdperk van verlichting ( a “New Age of Reason”) gebeiteld zijn. Het eerste gebod ? De wereldbevolking beperken tot 500 miljoen.
Dit raadselachtig bouwwerk bevindt zich in Elbert County, ongeveer 150 km noordoostelijk van de hoofdstad Atlanta, dichtbij de grens met South-Carolina. Het wordt ondertussen al het Amerikaanse Stonehenge genoemd, het is ook gigantisch : bijna 6 m hoog, bestaande uit 6 granieten blokken die samen zo’n 120 ton wegen. Het meest verbazende zijn evenwel niet de afmetingen maar de boodschap die erop te lezen is: tien voorschriften voor een “Age of Reason”. Deze richtlijnen komen overeen met wat meestal geassocieerd wordt met de “New World Order”, inclusief massieve ontvolking, één wereldregering, het invoeren van een nieuw type spiritualiteit enz. De schrijvers van deze richtlijnen wilden anoniem blijven en tot op dit ogenblik zijn ze ook anoniem gebleven. Deze Guidestones beschrijven een ideale wereld zoals die ook door occulte broederschappen nagestreefd wordt.

Het monument bestaat uit vier blokken gehouwen uit “Pyramid blue” graniet, daarop zijn 10 richtlijnen gegraveerd in acht moderne talen : Engels, Spaans, Swahili, Hindi, Hebreeuws, Arabisch, Chinees, en Russisch. Een kortere boodschap vinden we boven op het monument in vier oude talen: Babylonisch, klassiek Grieks, Sanskriet, en Egyptische hiëroglyfen.
De vier grote steenblokken zijn opgesteld als een soort scheprad en georiënteerd volgens de positie van de zon in de loop van het jaar.
Er is een centrale steen met twee kenmerken : de Poolster is altijd zichtbaar door een schuin geboord gat van zuid naar noord ; en dan zijn er ook spleten die overeenkomen met de stand van de zon op de winter- en zomerzonnewende en de equinox.


De 10 geboden

1. Beperk de mensheid tot 500.000.000 in voortdurend evenwicht met de natuur.
2. Stuur de voortplanting op een verstandige manier - verbeter conditie en diversiteit.
3. Verenig de mensheid met een nieuwe levende taal.
4. Heers over passie – geloof – traditie – en alle dingen met rustige rede.
5. Bescherm mensen en naties met billijke wetten en eerlijke rechtbanken.
6. Laat alle naties hun binnenland besturen en conflicten met het buitenland voor een wereldrechtbank oplossen.
7. Vermijd betuttelende wetten en overbodige ambtenaren.
8. Zoek een evenwicht tussen persoonlijke rechten en sociale plichten.
9. Waardeer waarheid – schoonheid – liefde – zoek harmonie met het oneindige.
10. Wees geen kanker op de aarde – laat ruimte voor natuur -– laat ruimte voor natuur.


Het eerste “gebod” vooral is schokkend, want in feite stipuleert het dat van 13 mensen er 12 niet op de aarde zouden moeten zijn; als er tegenwoordig 6,7 miljard mensen leven, dan is dat 92.54% te veel. Doet ons denken aan de film 2012 : hoeveel mensen overleefden ? Niet veel. Wie waren ze ? De rijksten !
Het laatste gebod vergelijkt het mensdom met een kanker. Vanuit een dergelijk perspectief heeft men natuurlijk geen moeite om enkele miljarden mensen uit te roeien.
Massieve ontvolking is een expliciete doelstelling van de wereld-elite en vele leidende figuren hebben er al openlijk voor gepleit.
In 1988, liet de Engelse prins Philip zich ontvallen dat hij in een volgende incarnatie wilde terugkomen als een dodelijk virus dat de wereldbevolking zou verminderen.
Minder lang geleden zei Bill Gates “Vandaag leven er 6.8 miljard mensen … dat gaat naar de 9 miljard gaan. Maar als we een echte serieuze inspanning doen, met nieuwe vaccins, gezondheidszorg, voorbehoedscampagnes, dan kunnen we dat wellicht met 10 tot 15 percent omlaag krijgen.”

“Enkele belangrijke Amerikaanse miljardairs zijn op een geheime plaats bijeengekomen om te bespreken hoe ze hun rijkdom zouden kunnen gebruiken om de groei van de wereldbevolking te beperken en verbeteringen in gezondheid en opvoeding versnellen. De filantropen, die op initiatief van Bill Gates vergaderden, discussieerden over hoe ze hun krachten konden bundelen om politieke en religieuze weerstanden tegen verandering te overwinnen. Een insider noemt hen : The Good Club. David Rockefeller Jr is erbij, Warren Buffett en George Soros, Michael Bloomberg, de burgemeester van New York, en media moguls Ted Turner en Oprah Winfrey.”
(The Sunday Times, May 24th 2009)

De tweede richtlijn (“Stuur de voortplanting op een verstandige manier - verbeter conditie en diversiteit”) vraagt in feite voor een ingrijpen van de wetgever op het familieleven. Tussen de lijnen lezen we de vraag om wetten die het aantal kinderen per gezin bepalen.

Eén wereldregering
“Er zijn er die geloven dat wij deel uitmaken van een geheime groepering die tegen de belangen van de Verenigde Staten werkt, ze karakteriseren mijn familie en mij als “internationalists” en beweren dat wij met anderen samenzweren om over de hele wereld een beter geïntegreerde globale politieke en economische structuur te bouwen – Eén Wereld om zo te zeggen. Wel, als dat de aanklacht is, dan ben ik schuldig en ik ben er fier op.”
-David Rockefeller, “Memoirs of David Rockefeller” p.405.

De meeste van de overige richtlijnen vragen de inrichting van één wereldregering, met aan de top enkele verlichte geesten”, die alle aspecten van het menselijk leven, geloof, sociale plichten, economie enz. regelen. Dit idee is ver van nieuw, mysteriescholen zijn er al eeuwen mee bezig. Manly P. Hall schreef in 1917:

“Als het gepeupel regeert, dan is de onwetendheid aan de macht, als de Kerk regeert, is het bijgeloof aan de macht, als de staat regeert is de angst aan de macht. Vooraleer mensen in harmonie en wederzijds begrip kunnen samenleven moet de onwetendheid veranderd worden in wijsheid, het bijgeloof in verlicht geloof en vrees tot liefde. Hoewel het anders voorgesteld wordt is vrijmetselarij een religie die God en mens wil verenigen door zijn adepten tot het bewustzijnsniveau te brengen dat hen toelaat om met helderziende blik de werken van de Grote Architect van het Universum kan aanschouwen.
Doorheen de eeuwen werd het bereiken van een perfecte beschaving als een ideaal voor de mensheid beschouwd. In het middelpunt van een dergelijke beschaving zal een machtige universiteit staan waar de heilige en de profane wetenschappen die zich bezig houden met de mysteries van het leven openlijk geleerd zullen worden aan al wie kiest voor het filosofisch leven. Hier is er geen plaats voor credo of dogma, het oppervlakkige zal verwijderd worden en alleen het essentiële bewaard worden. De wereld zal geregeerd worden door de meest verlichte geesten, en elk van hen zal de plaats innemen waarvoor hij het meest geschikt is.”
( Manly P. Hall, The Secret Teachings of All Ages )

In “The Secret Destiny of America”, wijdt Hall uit over de oude droom van een wereldregering zoals de Geheime Genootschappen die koesterden :

“Wereld democratie was de geheime droom van de grote klassieke filosofen. Om dit doel te bereiken voorzagen ze programma’s van opvoeding, religie en sociaal gedrag, alles gericht op het bereiken van dit hoogste doel : praktische en universele broederschap. En om dit doel efficiënter te kunnen bereiken, verbonden ze zich met bepaalde mystieke banden onderling tot een brede broederschap. In Egypte, Griekenland, India, en China, ontstonden de staatsmysteriën. Kasten van ingewijde priesters-filosofen werden ingericht als een soeverein orgaan om de heersers te onderwijzen, adviseren en te sturen.”

De uitleg die de initiatiefnemers zelf gaven
Sinds het inhuldigen van het monument op 22 maart 1980, hebben talloze schrijvers en onderzoekers geprobeerd om de bedoeling achter deze richtlijnen te doorgronden. Zijn ze werkelijk een instructie om tot een nieuwe wereldorde te komen ? Zijn het gewoon richtlijnen om toe te passen in geval van een grote ramp ? We zouden het de opstellers kunnen vragen indien ze niet gekozen hadden om anoniem te blijven. Maar ze lieten ons wel een zeer belangrijk document na, namelijk het Georgia Guidestone Guidebook, een brochure die uitgegeven is door de Granite Company, die ook het monument gemaakt heeft. Reeds van in ’t begin is het duidelijk dat de opdrachtgevers gaan voor een Nieuwe Wereld Orde. Dit is geen samenzweringstheorie of hypothese, het staat klaar en ondubbelzinnig in deze brochure. Enkele uittreksels :

Het ziet ernaar uit dat de mensheid nu beschikt over de kennis om een werkzame wereldregering in te richten. Op een of andere manier moet deze kennis in het bewustzijn van alle mensen geplant worden. Zeer spoedig moeten de harten van onze mensenfamilie erdoor geraakt en verwarmd worden zodat we een globale heerschappij van de rede kunnen tegemoet zien.

Het groepsbewustzijn van ons ras is blind, geneigd tot het slechte en gemakkelijk afgeleid door trivialiteiten terwijl het gericht zou moeten zijn op het fundamentele. We staan voor een kritiek tijdperk. Bevolkingsdruk zal spoedig politieke en economische crises veroorzaken over heel de wereld. Deze maken het moeilijker en tegelijk ook noodzakelijker om een rationele wereldmaatschappij te bouwen.

Een eerste stap zal zijn om de twijfelende wereld te overtuigen dat een dergelijke maatschappij mogelijk is. We mogen niet nalaten voortdurend een appèl te doen aan de collectieve rede van de mensheid. De aandacht vestigen op de fundamentele problemen. De juiste prioriteiten stellen. We moeten ons eigen thuis op orde stellen voor we naar de sterren reiken.

De menselijke rede ontwaakt nu pas volledig. Het is de machtigste factor in de ontplooiing van het leven op onze planeet. We moeten de mensheid erop attent maken dat het aanvaarden van medelevende, verlichte rede ons zal toelaten om onze bestemming te sturen binnen de grenzen die de natuur ons oplegt. Het is moeilijk om wijsheid te laten kiemen in menselijke geesten die er niet voor open staan. Culturele vastgeroestheid wordt niet gemakkelijk overwonnen. De gebeurtenissen op de wereld en de droeve geschiedenis van ons ras tonen ons de tekortkomingen van de traditionele factoren die de menselijke zaken regelen. De nakende crisis zal wellicht het mensdom geneigd maken om een systeem van wereldwetten te aanvaarden die de nadruk gaan leggen op de verantwoordelijkheid van de individuele naties bij het regelen van hun interne zaken, en die hen zullen bijstaan bij het vreedzaam bijleggen van internationale wrijvingen.

Met een dergelijk system zouden we oorlogen kunnen uitschakelen. We zouden ieder persoon een kans kunnen geven om een zinvol en gevuld leven te leiden.

Er bestaat een alternatief voor Armageddon (totale wereldvernietiging –fdw). Het ligt binnen handbereik. Maar het zal niet verwezenlijkt worden zonder de gecoördineerde inspanningen van toegewijde mensen uit alle naties der aarde. Wij, de sponsors van The Georgia Guidestones®, zijn een klein groepje Amerikanen die de aandacht willen vestigen op de problemen die nu op de ontwikkelingsweg van de mensheid liggen. We hebben een simpele boodschap voor andere mensen, nu en in de toekomst. Wij geloven dat ze vanzelfsprekende waarheden bevatten en we vermeden een voorkeur voor één bepaald geloof of filosofie. Toch is onze boodschap in sommige opzichten controversieel. We hebben ervoor gekozen om anoniem te blijven om debat en twist te vermijden omdat daardoor onze bedoeling zou kunnen vertekend worden en dat een ernstig overwegen van onze denkbeelden zou kunnen in de weg staan. Wij geloven dat onze richtlijnen degelijk zijn.

Wij geloven dat iedere mens een doel heeft. Ieder van ons is een klein maar essentieel deel van het oneindige. De astronomische aanduidingen op de stenen symboliseren de noodzaak voor de mensheid om in overeenstemming te leven met de uiterlijke principes die in onze eigen natuur en in het universum rondom ons te zien zijn. We moeten in harmonie met het oneindige leven.

Wij beroepen ons niet op goddelijke inspiratie die uitstijgt boven hetgeen in alle menselijke geesten kan gevonden worden. Onze gedachten geven onze analyse weer van de problemen waarmee de mensheid geconfronteerd wordt bij het begin van dit atoomtijdperk. Ze willen in grote lijnen vastleggen welke specifieke stappen moeten gezet worden om voor de mensheid een vreedzaam en langdurig evenwicht met het universum in te richten.

Mensen zijn speciale schepsels. Wij zijn de behoeders van al het andere leven op aarde. In deze wereld spelen wij een centrale rol in de eeuwige strijd tussen goed en kwaad – tussen de krachten die opbouwen en de krachten die afbreken. Het oneindige omvat al wat bestaat, zelfs strijd, conflict en verandering, hetgeen misschien een afspiegeling is van de ongeregeldheden in de ziel van God zelf.

Wij mensen zijn begiftigd geweest met een klein vermogen om te weten en te handelen – in goede of in kwade zin. We moeten ernaar streven om ons bestaan optimaal in te richten, niet alleen voor onszelf maar voor hen die na ons komen. En we mogen het welzijn van alle andere wezens niet uit het oog verliezen wier levenslot aan ons is toevertrouwd.

Wij zijn de belangrijkste actoren door wie goede en slechte kwaliteiten van de geest in deze wereld zich kunnen openbaren. Zonder ons is er zeer weinig liefde, mededogen en medelijden. Maar wij kunnen ook de dragers zijn van haat, wreedheid en koude onverschilligheid. Alleen wij kunnen bewust iets doen om deze onvolmaakte wereld te verbeteren. Het volstaat niet om alleen maar met de stroom mee te drijven. De rationele wereld van morgen ligt altijd stroomopwaarts.

In 1980, op het ogenblik dat deze stenen opgericht werden, was het dringendste wereldprobleem de noodzaak om het aantal mensen onder controle te houden. De laatste eeuwen is de wereldbevolking toegenomen – door de technologie en de overvloedige brandstof – veel meer dan verantwoord is of op lange duur houdbaar. We kunnen nu al voorzien dat de energiebronnen zullen uitgeput raken, evenals de andere grondstoffen.

We moeten dringend de voortplanting beheersen. Dat zal grote veranderingen vereisen in onze attitudes en gewoonten. Spijtig genoeg kan de macht der gewoonte zeer taai zijn. Dat is zeker het geval als diegenen voor wie gewoonte een manier van leven is, niet op de hoogte zijn van de noodzaak van een verandering.

Bijna ieder natie is overbevolkt, bekeken vanuit het oogpunt van een evenwicht met de natuur. We zijn als een vloot overvolle reddingsboten op zee terwijl een grote storm eraan komt. In de V.S. zijn we serieus bezig onze voorraden aan het uitputten om de bestaande bevolking op het huidig niveau van welvaart te houden. We laten onze landbouwgrond verloren gaan en zijn gevaarlijk afhankelijk geworden van buitenlandse bronnen voor olie, metalen en andere niet-hernieuwbare bronnen. Naties als Japan, Holland en Haïti zijn zelfs nog overbevolkter en dus in groter gevaar.

In deze omstandigheden is voortplanting niet langer uitsluitend een persoonlijke aangelegenheid. De maatschappij moet daar een stem in hebben en een bepaalde mate van macht om deze vitale functie te sturen. De wensen van menselijke koppels zijn belangrijk maar niet het hoogste motief. Het belang van de huidige maatschappij en de welvaart van toekomstige generaties moeten mee in rekening worden gebracht eens we de instrumenten ontwikkeld hebben om rationele controle over de voortplanting uit te oefenen.

We moeten onverantwoorde zwangerschappen ontmoedigen door wettelijke en sociale druk. Koppels die geen degelijk inkomen en steun voor het kind kunnen garanderen zou#den eigenlijk geen kinderen moeten hebben aangezien die dan een last voor hun medemens worden. Ongewenste kinderen op een overvolle reddingsboot zetten is boosaardig. Het is onrechtvaardig t.o.v. die kinderen. Het is schadelijk voor de andere passagiers en alle levende wezens. De maatschappij zou dergelijk gedrag niet mogen aanmoedigen of ondersteunen.

De kennis en techniek om de menselijke voortplanting te regelen bestaan. De morele en politieke leiders over heel de wereld dragen de zware verantwoordelijkheid om deze kennis en technieken algemeen toegankelijk te maken. Dat zou kunnen gebeuren met een fractie van de fondsen die nu gebruikt worden voor militaire doeleinden. Op lange termijn kan dit beter gebruikt geld veel meer opbrengen om spanningen in de wereld die oorlogen veroorzaken, te verminderen.

Een diverse en voorspoedige wereldbevolking, in voortdurend evenwicht met de wereldvoorraden zal de hoeksteen worden van een rationale wereldorde. Mensen van goede wil in alle naties moeten samenwerken om dit evenwicht te bewerkstelligen.

Wie zijn de initiatiefnemers ?
Wie is dus dit groepje “Amerikanen die het Tijdperk van Rede” zoeken ?
Hoewel hun identiteit geheim is, toch hebben ze ons duidelijke aanwijzingen gegeven die onmiskenbaar in de richting van het westers occultisme gaan. De tekst van de brochure is duidelijk genoeg om te concluderen dat er vrijmetselaars, zgz. Rozenkruisers of een ander hermetisch geheim genootschap achter zit.

.
Hoe zit het met die R.C. Christian ?
Hier is het verhaal van het ontstaan van de stenen, zoals het in de officiële brochure staat :

Op een vrijdagnamiddag in juni 1979 zit Joe Fendley, president van de Elbert Granite Finishing Company, Inc. in Elberton, Georgia, zoals altijd over zijn wekelijkse rapporten gebogen om de week te kunnen afsluiten. Een duur geklede man komt in zijn kantoor binnen en zegt dat hij een monument wil laten maken. Fendley legt aan de man uit dat zij niet rechtstreeks aan het publiek verkopen, dat ze een groothandel zijn.
De man, van middelbare leeftijd, laat zich niet ontmoedigen en vraagt de kostprijs van een monument voor de toekomst van de mensheid en begint te vertellen wat hij precies wil, afmetingen en afwerking.
Fendley gaf later toe dat zijn eerste reactie niet erg positief was, maar toen hij zo’n 20 minuten naar de man had geluisterd en begrepen had om wat een gigantische opdracht het ging, besloot hij om de zaak serieus te nemen. Een half uur later was dezelfde man, die zich R.C. Christian noemde, al in het kantoor van de plaatselijke bank om de financiële kant van de zaak te regelen. Wyatt Martin van de Granite City Bank zou de tussenpersoon worden. Samen met de onbekende ging hij op zoek naar een geschikte locatie en die vonden ze op het land van Wayne Mullerix, het hoogste punt van het district Elbert County. Er werd afgesproken dat het volledige dossier zou overgedragen worden aan de opdrachtgever eens het monument voltooid was, zodat de anonimiteit voorgoed verzekerd was.

Bron : http://vigilantcitizen.com/sinistersites/sinister-sites-the-georgia-guidestones/


De naam R.C. Christian op de gedenksteen is een duidelijke verwijzing naar Christian Rosencreutz.
Met hetgeen we weten uit de antroposofie, kunnen we zo goed als zeker zijn dat deze zaak niets te maken heeft met de oorspronkelijke Rozenkruisersimpuls.
Een raadsel dat ook nog op te lossen is : waarom staat er in het woord “pseudonym” een fout ?
Het is ondenkbaar dat in een monument waarvan ieder detail zo doordacht is, ergens in een tekst een spelfout zou voorkomen. Waarom staat daar een N i.p.v. een M ?

Het zou kunnen dat de geheimzinnige bouwheren zich hebben laten inspireren door de voorspellingen van de Amerikaanse helderziende Edgar Cayce (1877 – 1945). Er zijn van hem meer dan 14.000 sessies opgeschreven. Hij “zag” dat Californië en grote delen van het Westen van de V.S. gingen in zee verzinken.
Over zijn eigen toekomstige wedergeboorte zei hij :
"Ik word opnieuw geboren in 2100 A.D. in Nebraska.
De zee bedekt blijkbaar het westen van het land want de stad waar ik woon ligt aan de kust (Nebraska ligt nu in het midden van de V.S. !). Water bedekt een deel van Alabama.
Norfolk, Virginia, is nu een immense zeehaven. New York was vernietigd door een oorlog of een aardbeving en wordt nu heropgebouwd.”

Cayce “zag” deze catastrofe gebeuren op het einde van de 20ste eeuw en velen geloofden hem en verhuisden naar veiliger gebieden. Voorlopig is er nog niets gebeurd, maar Cayce zelf wees er vaak op dat zelfs God de toekomst niet kan voorspellen wegens de vrije wil van de mens.
Daarom moeten we een voorspelling opvatten als een waarschuwing. Dat betekent dat een voorspelling die ernstig genomen wordt, en waardoor een voldoende aantal mensen hun levenswandel veranderen, niet gaat uitkomen of op een andere manier zijn beloop vindt.
Het zou bvb. kunnen dat de kwaliteit van de psychische energie die Cayce “zag” in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw, de (materialistische) inhouden die de meeste mensen bezighielden, moest leiden tot een fysieke vertaling in de natuur in de vorm van de ondergang van het westen van de V.S. in de jaren 70.
Maar doordat toen die Flower Power-beweging op gang kwam, een generatie van jongeren die op zoek ging naar spiritualiteit, was de grote catastrofe niet meer nodig en bleef het “slechts” bij de uitbarsting, of liever de ontploffing van de Mount St. Helens in 1980 !

Wat er ook van zij : het monument lijkt het product te zijn van krachten die de huidige maatschappijstructuur willen behouden, ook na een eventuele grote catastrofe op aarde. Ze kiezen voor rationele oplossingen zelfs als dat ten koste gaat van de menselijkheid. Een keuze die ook gemaakt werd door de bandieten die de Franse en de Russische revoluties ontketend hebben.
Let op de nadruk op de verantwoordelijkheid van “individuele naties”. De structuren, het collectief, is belangrijker dan het individu.
Het klinkt allemaal zeer nobel, zeer humaan, maar het is vals en misleidend. Zelfs in de keuze van de locatie ! Is het toevallig dat het monument opgericht werd in de staat met een naam die verwijst naar de H. Joris, die de draak overwint ? Een staat met een hoofdstad waarvan de naam verwijst naar Atlantis ?



Terug naar het thuisblad

*

*

*

*

*