Boodschappen doorkrijgen

FranÁois De Wit.

We stellen vast dat vele mensen tegenwoordig op zoek zijn naar geestelijk voedsel. Die grote vraag veroorzaakt ook een groot aanbod. Men moet maar even een zgn. para(normale)-beurs bezoeken en langs de verschillende stands van helderzienden, auralezers en -fotografen, astrologen, kaartleggers, pendelaars en wat weet ik al lopen. Wat opvalt is dat al deze 'kennis' aangeboden wordt op maat van de moderne consument. Men krijgt de indruk dat het bereiken van een geestelijke wereld niet meer moeite kost dan een winkeluitstapje: even een CD met etherische muziek opleggen, een beetje wierook aansteken, een halfedelsteen rond je nek hangen, de ogen sluiten, en hop, we verlaten de aardse sfeer. Wie toch iets concreter wil ervaren kan ook nog mensen opzoeken die bepaalde boodschappen 'doorkrijgen'. Op die manier kom je nog iets te weten over je vorige levens, wat altijd zeer interessant is om je huidige levensproblemen te verklaren, karma weet je wel. Het spreekt vanzelf dat antroposofie niet kan concurreren met al die New-Age aanbiedingen. De lectuur van "Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden" leidt voor vele mensen naar lagere gebieden: ze vallen erbij in slaap. Nochtans is de weg van de antroposofie voor deze tijd de meest geschikte om een geestelijke scholing te volgen. Vele New-Age theorieŽn en technieken zijn aantrekkelijker en gemakkelijker, maar als er al resultaten zijn, dan zijn ze meestal bedenkelijk.
Monika Neve schreef in 1989 een kritisch boek over New-Age. "New Age als Ablenkung ?, Lazarus Verlag, 1989. We vertaalden er een deel van.
Het gaat over de benaming 'New Age' (nieuw tijdperk), en over het doorkrijgen van boodschappen.

[ ... ]
"Drie maal wordt er in antroposofisch verband over het aanbreken van een nieuw tijdperk gesproken:

1) het MichaŽlisch tijdperk, van 1879 tot ongeveer 2300
2) de vijfde na-Atlantische cultuurperiode, van 1413 tot 3573
3) het lichte tijdvak na het Kali Yuga, vanaf 1899.

Komt een van deze perioden overeen met wat nu aangeduid wordt als New Age ? Vanwaar komt eigenlijk het begrip of de benaming New Age ?
De Engelse Alice Ann Bailey (1880 - 1949) ging met haar eerste man, een dominee uit de Episkopale kerk, naar de Verenigde Staten. Ze kreeg verschillende kinderen. Nadat ze jarenlang de brutaliteiten van haar man verdragen had, scheidde ze van hem en ging in een fabriek in CaliforniŽ werken, om de kost voor haarzelf en haar kinderen te verdienen. In dit westelijke deel van Amerika, dat tegelijk het dichtst bij het Oosten ligt, vond ze aansluiting bij de Theosofische Vereniging, vanaf 1915 werd ze er lid van. In 1920 verliet zij met haar tweede man, de actieve theosoof Foster Bailey, die vereniging en stichtte haar eigen theosofische organisatie die ze vanaf 1923 de Arkanschool noemt. Reeds in 1922 werd de "Lucifer Publishing Trust' opgericht die zorgde voor een betere verspreiding van haar geschriften die tot haar dood bleven verschijnen. Al gauw werd de naam veranderd in "Lucis Trust".
De meeste van die geschriften werden wel door Alice Bailey neergepend, maar de inhoud stamt van een meester die zich op de achtergrond houdt. In augustus 1943 bericht deze meester, die later Dhjwal Khul ge- noemd wordt, over zijn eigen persoon:
[ ... ] " Ik leef - als ieder ander mens- in een fysiek lichaam, aan de grens van Tibet. Op dit ogenblik ben ik de leider van een grote groep Tibetaanse lama's, voorzover mijn andere plichten dit toelaten. [ ... ] Ik ben geen oude man ... ik ben echter ook geen jonge, onervaren mens. [ ... ]
Deze mahatma, die verborgen bleef, bediende zich dus van een medium, Alice Bailey, om bepaalde doelstel- lingen te bereiken. Bij hem duikt het begrip New Age doelbewust op. Boeken van Bailey zijn ermee getiteld, "Opvoeding in de New Age" bvb. maar ook het boek waaruit ik veel citeer bevat hoofdstukken als "Het geestelijk leven in de New Age" en "Christus en het toekomstige Nieuwe Tijdperk". Dit boek verscheen in 1949, het heet "Lot en bestemming der naties".
Volgens dit werk is de ganse geschiedenis op niets anders gebaseerd dan op het werken van zeven verschillen- de stralen of straalkrachten, ook wel energieŽn genoemd. Deze synoniem gebruikte termen zullen vele lezers wel herkennen uit de moderne New-Age literatuur.
Rudolf Steiner wijst erop dat daar waar over energie als iets doorslaggevends gesproken wordt, Lucifer aan het werk is.
Luciferische wezens bleven in een ver verleden in hun ontwikkeling terug, als geestelijke wezens zijn ze dus onvolkomen. Hoewel ze niet de volmaaktheid bezitten van de goddelijk-geestelijke wezens die de menselijke ontwikkeling in de juiste banen leiden, toch staan ze in hun ontwikkeling torenhoog boven de mens. Als de mens niet de juiste verhouding tot deze wezens vindt, dan kunnen zij een verwoestende invloed uitoefenen op zijn zieleleven.
Om juist te kunnen inschatten wat die zeven stralen van die Tibetaanse meester betekenen, halen we hier een uitspraak van Rudolf Steiner aan, uit GA 124 (blz. 203):
"Wanneer onze ontwikkeling niet op de juiste manier gebeurt, dan wordt onze ontwikkeling gecorrumpeerd door de krachten van luciferische wezens, krachten die zevenvoudig van aard zijn.." Lezen we hoe de zgn. zevende straal, "verantwoordelijk voor nieuwe vormen van beschaving", door Alice Bailey, resp. de Tibetaan, gekarakteriseerd wordt:
"Een voorbeeld van de magische werking van de zevende straal op het massabewustzijn is het toenemend gebruik van slogans, die bewust gehanteerd worden om mensen tot bepaalde vormen van massa-acties te ver- leiden. Dit is een eerste poging om machtwoorden als werktuig in te zetten." Het zevende hoofdstuk van het hier genoemde boek handelt over 'De inwijding in het Waterman-tijdperk'. Het Nieuwe Tijdperk zou dus het Waterman-tijdperk zijn ! "
[ ... ]

Monika Neve legt verder uit hoe volgens de antroposofie het Waterman-tijdperk nog lang niet in zicht is. De antroposofie onderscheidt in het na-Atlantische tijdvak 7 cultuurperiodes, die telkens met een bepaald dieren- riemteken overeen stemmen. In elk van die periodes wordt een ander wezensdeel van de mens ontwikkeld.

1) De Oud-Indische cultuurperiode stond in het teken van de Kreeft: ontwikkeling van het etherlichaam.
2) Oud-Perzische cultuurperiode: Tweelingen astraal lichaam
3) Egyptisch-Babylonische periode: Stier gewaarwordingsziel
4) Grieks-Romeinse periode: Ram verstands- en gemoedsziel
5) onze cultuurperiode Vissen bewustzijnsziel
6) Zesde cultuurperiode Waterman geestzelf
7) Zevende cultuurperiode Steenbok levensgeest.

Onze cultuurperiode is pas begonnen in 1413 en zal duren tot 3573.
Wanneer bepaalde wezens via geestelijke kanalen ons willen wijsmaken dat nu het Waterman-tijdperk aange- broken is, dan kan dat alleen met de bedoeling zijn om de mens af te leiden van zijn ware opdracht in deze tijd, namelijk: alle aandacht te schenken aan de ontwikkeling van de bewustzijnsziel. Om die bepaalde wezens te ontmaskeren onderzoekt Monika Neve hoe het zit met de boodschappen die sommi- ge mensen zoals Alice Bailey doorkrijgen. Veel van wat ze zegt is ook van toepassing op de vele mediaal "be- gaafde" personen die hun diensten zo graag ter beschikking stellen van hun zoekende medemens.

" In antroposofische standaardwerken als "De wetenschap van de geheimen der ziel', "De Akasha-kroniek", "Theosophie der Rozenkruisers", wordt uitvoerig beschreven wat antroposofische geesteswetenschap te zeggen heeft over de menselijke en de wereldontwikkeling. De belangrijkste bron voor wat in deze werken te vinden is, vormt het lezen in de Akasha-kroniek. Wat kan men zich daarbij voorstellen ? Rudolf Steiner in GA 99:
"Wij krijgen daar het best een begrip van, wanneer we bedenken dat alles wat op onze aarde of ergens in de wereld gebeurt, een blijvende indruk maakt op bepaalde fijne substanties. Deze indrukken kan de ziener die een inwijding heeft doorgemaakt terugvinden. Het is geen gewone kroniek, maar een kroniek die men levend kan noemen. Nemen we aan dat een mens geleefd heeft in de eerste eeuw na Christus. Wat hij toen gedacht, gevoeld en gewild heeft, wat zich in daden omgezet heeft, is niet uitgewist, het is bewaard gebleven in deze fijne substantie. De ziener kan het 'zien'. Niet alsof het opgeschreven ware zoals in een geschiedenisboek, maar werkelijk zoals het gebeurd is." Deze kroniek is te vinden in de sfeer van de geestelijke wereld, die de christenen 'hemel' noemen, de IndiŽrs 'devachaan'. Deze geestelijke wereld moet onderscheiden worden van de zielewereld, ook astrale wereld of elementare wereld genoemd, die dichter bij de mens staat. Daar vinden we bvb. de natuurwezens die als die- naren van de geestelijke wereld ons bestaan op de fysieke aarde mogelijk maken. Hoewel de Akasha-kroniek zich in de geestelijke wereld bevindt, toch kan hij als een fata morgana in de zielewereld weerspiegeld wor- den. Dit kan de oorzaak zijn van onzekerheden en onnauwkeurigheden voor zieners die niet voorbij de ziele- wereld kunnen schouwen. Rudolf Steiner geeft het voorbeeld van de Atlantische zondvloed. Die werd later, meer oostwaarts, gevolgd door kleinere, weliswaar nog altijd gigantische overstromingen: "Als iemand de astrale beelden van de Akasha-kroniek nagaat, en niet de devachanische, dan kan hij gemak- kelijke die latere overstromingen verwisselen met de oorspronkelijke Atlantische vloed. Dat is effectief ge- beurd bij hetgeen Scott-Elliot vertelt over Atlantis. Wat hij zegt klopt als men de astrale beelden controleert, maar niet meer wanneer men de devachanische beelden van de echte Akashakroniek nagaat. Dat moet toch eens gezegd worden."
Maar wat betreft mededelingen door mediums, daar kan nog veel gemakkelijker de bal misgeslagen worden. Uit het bovenstaand is al duidelijk geworden welk een geestelijke scholing men moet doorlopen hebben om een bewustzijn tot het devachaan te verkrijgen. En zelfs dan moet men dikwijls jarenlang geduld opbrengen om de juistheid van een eerder verworven inzicht zelf te kunnen controleren. Een mediale mens echter verkrijgt zijn inzichten niet door zijn bewustzijn tot grote hoogten te ontwikkelen, integendeel, zijn bewustzijn wordt verlaagd. De gewone mens wordt beschermd wanneer zijn bewustzijn hem, samen met zijn Ik en astraal lichaam, verlaat in de slaap. Bij het medium worden Ik en astraal lichaam uit de mens weggemanipuleerd door een andere macht. Een wezen dat door de mens niet kan beheerst worden be- dient zich van het menselijk lichaam voor zijn bepaalde doelen. Deze mens krijgt allerhande "inzichten" door ... Hier is geen sprake van een persoonlijk verantwoordelijke, geestelijk onderzoekende mens. Een geestelijk wezen dat niet doorzien wordt door het medium gebruikt de mens als kanaal (channel) voor zijn uitzending (zoals bij radio en TV). Omdat hier het onderbewuste van de mens geactiveerd wordt, vindt de eigenlijke communicatie ook slechts met het onderbewuste van de toehoorders plaats, niet met hun klare oordeelskracht."

Een andere reden om zeer voorzichtig te zijn met zgn. boodschappen uit de geestelijke wereld vinden we in de levensloop van Helena Petrovna Blavatsky. Deze vrouw was door goede geestelijke machten uitgekozen om bepaalde geestelijke inzichten aan de ganse mensheid ten goede te laten komen. Zij was geen helderziende die, zoals Rudolf Steiner, jarenlang moest oefenen om tot een hoog geestelijk niveau te komen. Al het occulte weten viel haar omzeggens kant en klaar toe, als medium kon zij nooit op eigen kracht een dergelijk niveau bereiken. Dit 'privilege' werd tegelijk haar persoonlijk drama.

" In GA 254 beschrijft Rudolf Steiner uitvoerig wat er met Blavatsky gebeurde toen zij in haar onwetendheid de hoogste waarheden begon chaotisch en zelfs volledig verkeerd weer te geven. Het experiment, om op deze manier de mensheid een deel occulte kennis te laten geworden, moest opgegeven worden. In de plaats van de oorspronkelijke geestelijke inspiratoren drongen zich andere "mahatma's" op, voor een deel zelfs onder mis- bruik van de naam van echte Meester-individualiteiten. Op deze manier traden vervalsingen en belasteringen op van Jehova, van Christus e.a.
Na dit mislukt experiment werd er volgens Rudolf Steiner volledig van afgezien om occulte waarheden te laten bekend worden door mensen die dit niet zelf individueel kunnen verantwoorden. Het gaat niet meer op dat iemand zich beroept op hoge Meesters waarvan hij of zij slechts de spreekbuis zou zijn."

En dat is nu juist wat in vele New-Agegroepen gebeurt. Allerlei mensen geven -dikwijls zeer persoonlijke- boodschappen door en verschuilen zich daarbij achter de ingevingen, of zelfs de genade van onbekende Mees- ters. Voor ons een reden om op onze hoede te zijn en in de eerste plaats ons gezond boerenverstand te ontwik- kelen:
Wordt voor deze boodschappen geld gevraagd ? Dat is al bedenkelijk want dan heeft het 'medium' er alle belang bij om boodschappen door te krijgen die de medemens geestelijk afhankelijk maken van de boodschap- per. Hier kunnen we ook al met een gewone charlatan te maken hebben die de lichtgelovigheid van de mensen misbruikt.
Maar zelfs als we te maken hebben met een persoon te goeder trouw, die over bepaalde mediale krachten be- schikt, dan moeten we bedenken dat men op het laagste niveau van helderziendheid de algemene lijnen van mens- en wereldontwikkeling leren kennen, maar dat een ziener al zeer ver gevorderd moet zijn om zonder fouten zaken te kunnen doorgronden die te maken hebben met het individueel karma van een bepaalde mens.

In GA 10 "Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden" legt Rudolf Steiner uit waarom het zo belangrijk is om de tienbladige lotusbloem correct te ontwikkelen:
"Slechts daardoor kan de helderziende een oorzaak van talrijke illusies en geestelijke willekeurigheden vermij- den. De mens is zich gewoonlijk niet bewust door wat zijn invallen, zijn herinneringen gestuurd worden en waardoor ze opgeroepen worden. Neemt u het volgende geval. Iemand rijdt met de trein. Hij is verzonken in gedachten. Plotseling neemt zijn gedachtengang een andere wending. Hij herinnert zich een gebeurtenis die zich jaren geleden heeft voorgedaan en hij knoopt dat vast aan zijn tegenwoordige gedachten. Wat hij echter niet bemerkt heeft is dat zijn blik naar buiten gericht was en op een persoon gevallen is die gelijkenis vertoont met de persoon die in dat voorval van jaren geleden verwikkeld was. Wat hij gezien heeft, daarvan wordt hij zich helemaal niet bewust, alleen het effect komt in zijn bewustzijn. En zo gelooft hij dat hem iets "vanzelf ingegeven" werd.
Hoeveel in het leven komt niet op die manier tot stand ?"
Hij besluit:
"Men moet het zover brengen dat men indrukken die men niet wil ontvangen, daadwerkelijk ook niet ont- vangt. [ ... ] Wat men ziet, moet men willen zien, en datgene waaraan men geen aandacht schenkt, mag er niet zijn voor de ziener. [ ... ] Voor hem mag alleen maar bestaan datgene waarop hij zijn oog en oor richt.[ ... ] Als met een zielepantser moet hij omgeven zijn tegen alle onbewuste indrukken.

Altijd weer legt Rudolf Steiner de nadruk op de klare oordeelskracht. Een mens doet er beter aan, voor zijn geestelijke ontwikkeling, om in alle rust zijn denkvermogen te ontwikkelen, dan te proberen om zo vlug moge- lijk interessante geestelijke boodschappen door te krijgen. We mogen gerust stellen: wanneer iemand zich beroept op boodschappen die hij van hogere geestelijke wezens doorkrijgt, dan werkt die persoon niet met de geestelijke machten die de mens tot vrijheid en verantwoordelijkheid willen leiden. Hij werkt daarentegen met machten die de mens, zoals in het oude Egypte, in een theocratische piramidestructuur willen gevangen hou- den: bovenaan een geestelijke (en economische) elite en onderaan een passieve, consumerende massa.

Tot slot geven we een kort overzicht van de christelijke inwijdingsweg. Vele mensen zoeken zgn. helderzienden op omdat ze in hun persoonlijke levenssfeer moeilijkheden ondervinden waarvan ze het gevoel hebben dat ze die niet de baas kunnen.
Een en ander heeft te maken met het wegvallen van de religiositeit. Vroeger was het dagelijks gebed, de herin- nering en het meeleven met het lijden van Christus een troost, men relativeerde de eigen moeilijkheden. De moderne leefwereld laat geen strikt christelijke inwijding meer toe, want daartoe is noodzakelijk dat men zich voor bepaalde tijd uit het gewoel van de wereld terugtrekt, maar als de mens dagelijks eventjes het beeld van de kruisweg voor de geest haalt, dan kan hij zich gesterkt voelen en leren betrouwen op een hogere instantie dan diegene die aangeboden wordt door allerhande 'helderzienden'. Herkennen we niet zonder moeite in de trappen van deze inwijdingsweg situaties die we in het dagelijkse samenleven zeer dikwijls tegenkomen en moeten doorstaan ?

De christelijke inwijdingsweg

1) Voetwassing
Graag willen dienen, deemoed, ook voor wat lager en slechter als onszelf schijnt.

2) Geseling
Standhouden onder de geselslagen van het leven.

3) Doornenkroon
Verdragen van hoon en spot wanneer onze heiligste overtuigingen belachelijk gemaakt worden.

4) Kruisdraging
Al de lichamelijke ongemakken verdragen zonder het belang van het lichamelijke te ontkennen.

5) Mystieke dood
Een tijdlang ongevoelig voor het aardse kunnen blijven

6) Graflegging
Voelen dat men een is met gans de planeet.

7) Opstanding
Deze toestand kan alleen gedacht worden door een mens wiens ziel niet meer verbonden is met de hersenen.

***

**

*

Terug naar de inhoudstafel.