Atlantis

In het tweede nummer van de Brug beloofden we iets meer te vertellen over cultuurperiodes. We zullen beginnen met Atlantis. De meeste mensen denken bij deze naam aan het mythologische verzonken continent.In antroposofische lectuur komt men deze naam regelmatig tegen, maar daar staat Atlantis zowel voor het continent als voor een cultuurperiode.

Rudolf Steiner noemt onze Westerse cultuur de 5de na-Atlantische periode. Dat betekent dat er 4 andere aan voorafgegaan zijn : de oud-Indische, de oud-Perzische, de Egyptisch-Chaldeeuwse, de Grieks-Romeinse. Dit zijn dus onderverdelingen van het na-Atlantische tijdvak. In de ontwikkeling van onze aarde als een fysiek lichaam onderscheiden we de volgende tijdvakken:

1) Polaire tijdvak
2) Hyperborea
3) Lemurië
4) Atlantis
5) Huidig tijdvak (Arische)

Tussen 4 en 5 kwam de Atlantische katastrofe, ongeveer 7 of 8 duizend jaar v.C., wat men gewoonlijk de IJstijd noemt. De Atlantische cultuurperiode zou ongeveer samenvallen met het Tertiair. Dit tijdvak begon volgens de gangbare geologie ongeveer 65 miljoen jaar geleden. Het Lemurische tijdvak zou ongeveer samenvallen met het mesozoïcum, het Hyperboreïsche met het paleozoïcum.

Opmerking
Rudolf Steiner was het niet eens met de gangbare geologie wat betreft de ouderdom van de aarde. Volgens hem gaat deze wetenschap op een verkeerde manier te werk, ze houdt geen rekening met het feit dat ook de Aarde een levend organisme is. Steiner maakt de volgende vergelijking: als men de groei van een mens bestudeert van zijn 6de tot zijn 12de jaar, zou men kunnen vaststellen dat hij bvb. met 50% groeit. Met dit gegeven kan men nu verder rekenen: binnen 200 jaar zal de mens die bepaalde lengte bereikt hebben. Omgekeerd kan men terug rekenen hoe groot hij 200 jaar geleden was. Logisch gezien zeer juist, maar toch stemt dit niet overeen met de werkelijkheid: 200 jaar geleden was die mens er immers nog niet, en over 200 jaar zal hij er evenmin zijn. De mens is een levend wezen dat ontwikkelt volgens andere principes dan rechtlijnig-mathematische. En dat geldt ook voor onze Aarde; alleen wordt het daar niet zo vlug bemerkt omdat het over langere periodes gaat.

Dat Atlantis werkelijk bestaan heeft is moeilijk te bewijzen met de uiterlijke wetenschap. De wereld zag er toen immers volledig anders uit, fysieke overblijfselen die de archeologie zou kunnen bestuderen zijn er niet omdat alle materie, de mens incluis, nog niet zo verhard was als nu. Nochtans zijn er resten die wijzen op het bestaan van een continent op de plaats waar nu de Atlantische oceaan ligt.

1) Volgens Rudolf Steiner werd Atlantis omsloten door een soort warme stroom die uit het zuiden langs de Baffin-baai over het noorden van Groenland naar het oosten vloeide, afkoelde, over de Oeral en de oostelijke Karpaten -Rusland en Siberië lagen toen nog onder water- terugdraaide over het gebied dat nu de Sahara is, en ter hoogte van de golf van Biskaye uitmondde. De resten van deze stroom noemen we nu de Golfstroom.

2) Slechts kleine groepen mensen overleefden de Atlantische katastrofe. De belangrijkste groep trok over het huidige Ierland naar Azië en werd de grondlegger van de eerste na-Atlantische cultuur: de oud-Indische. We weten dat daarop de Perzische, de Egyptisch-Chaldeeuwse, en de Grieks-Romeinse culturen volgden. De Grieken bezaten nog een vage herinnering aan Atlantis, getuige daarvan hun wereldbeeld: het ziet eruit als een eiland, omstroomd door een grote rivier, de Okeanos ! Bij Plato lezen we dat voor de Egyptische hogepriesters het bestaan van Atlantis iets vanzelfsprekend was.

3) Misschien heeft U zich al eens afgevraagd als U de 5 na-Atlantische cultuurperiodes bekeek: waar moet nu de Chinese cultuur geplaatst worden ? Volgens Rudolf Steiner is de Chinese cultuur een overblijfsel uit de Atlantische tijd. Hij is totaal verschillend van de andere na-Atlantische culturen, er is iets tijdloos aan, iets star. Hij heeft eeuwen bestaan zonder dat er wezenlijke invloeden van buitenaf op inwerkten, een eilandcultuur als het ware. De Chinezen zijn (eigenlijk:waren) zich heel goed bewust van de uitzonderingspositie die hun cultuur in de wereld inneemt. Ze noemen hun rijk het Rijk van het Midden. Een deel van het schriftteken dat China voorstelt is niet voor niets een soort vierkantje met een vertikale streep erdoor.

Een fenomeen als de Chinese muur is niets anders dan een (onbewuste) poging van een volk om zijn land de eilandvorm te geven, die het zich nog herinnert uit een vroeger cultuurstadium.

4) Ook bij de mensen die vanuit Atlantis naar het Westen trokken leefde de herinnering verder. Het is opvallend hoeveel plaatsnamen er bvb. tussen Mexico-City en Veracruz te vinden zijn met de stam -ATL erin : Teziutlan, Papantla, Tihuatlan, Zacatlan, Atlixco, enz.

5) Op dezelfde manier kan men ook de ondergang van Atlantis op het spoor komen. In talloze mythen en sagen van alle volkeren wordt er over een zondvloed gesproken. Het bekendste document is natuurlijk de Bijbel. Het is ook niet toevallig dat na de zondvloed voor het eerst een regenboog verschijnt. Rudolf Steiner verklaart dat als volgt: vóór de Atlantische katastrofe was er eigenlijk nog geen scheiding tussen water en lucht. Het water was toen lichter dan nu, de lucht niet zo helder, eerder nevelig. De wezens die zich in deze brij voortbewogen waren kwal-achtig, ze bezaten bijlange niet de vaste contouren die ze nu hebben. Toen het water zwaarder werd en uit de lucht viel, steeg het niveau van de zeeën. Samen met het zinken van het continent zorgde dat voor vloedgolven, die in het Noorden natuurlijk onmiddellijk bevroren. De mammoeten die men in Siberië intact in het ijs gevonden heeft, zijn waarschijnlijk verrast door zo'n vloedgolf en levend ingevroren. Een verschijnsel als de regenboog is niet mogelijk in een nevelachtige atmosfeer. Hij ontstaat niet waar lucht en water gemengd zijn, maar waar deze elementen in wisselwerking treden.

De mens ten tijde van Atlantis

Hoewel we van een Atlantische cultuur kunnen spreken, toch mogen we ons die niet zo materieel voorstellen als de huidige. Dat komt omdat de mens in een omgeving leefde die totaal verschilde van de onze; in het eiwit-waterachtige milieu waarin de mens toen leefde kon hij wel vormen scheppen, maar deze bleven niet lang voortbestaan. Net zoals een wassen beeld vlugger vergaat dan een beeldhouwwerk uit steen. De mens bezat toen ook andere vaardigheden dan nu : op dezelfde manier dat de mens nu de krachten uit de minerale wereld gebruikt (steenkool, ertsen), zo kon hij toen de krachten uit de plantenwereld gebruiken, de krachten die in plantenzaden sluimeren. Hij beheerste m.a.w. de levenskracht ; hij kon de groei van planten zo beïnvloeden dat die bvb. met hun takken ineengroeiden en zo een soort woning vormden. Hoe raar het ook klinkt: de kracht uit een graanhoop kon hij in technische kracht veranderen om er voertuigen mee te laten voortbewegen. Die voertuigen waren natuurlijk aangepast aan de toenmalige "atmosfeer", die veel dikker was.
Er bestaat een nauwe samenhang tussen de levenskrachten en het water, en het misbruik van deze krachten (het gebruik voor persoonlijke doeleinden) leidde uiteindelijk tot de Atlantische katastrofe. De Atlantische mens beschikte over een geweldig geheugen, maar had nog geen logisch, combinerend verstand. Naar een mens met veel ervaring, met een rijk verleden, werd opgekeken. Afstamming, traditie, voorouders speelden een grote rol, zelfs tot lang na de Atlantische katastrofe (pas in de 5de na-Atlantische cultuurperiode lijkt dit voorgoed te verdwijnen). De mensen zelf zagen er ook anders uit, ze hadden nog niet het harde skelet dat ze nu hebben, ook niet dezelfde longen, maar wel kraakbeen en kieuwen: ze zagen er half mens, half vis uit. Uit de beschrijving die Steiner geeft kunnen we opmaken dat het om een wezen gaat met het uitzicht van wat nu een menselijk embryo is, maar dan wel fors vergroot. Overigens was de menselijke vorm niet constant gedurende gans de Atlantische periode: in het begin was hij veel weker, naar het einde toe werd hij harder. In die laatste periode week het hoge voorhoofd van de oude Atlantiërs terug en verhardde, de mens kreeg het uitzicht van de Neanderthaler. Steiner noemt dit geen voorloper van de mens, maar een nakomer ! Later werd het voorhoofd dan terug hoger, bij wat men de homo sapiens noemt.

Evenals ons huidig tijdvak, het Arische, was ook het Atlantische onderverdeeld in 7 cultuurperiodes, die ieder een eigen naam en eigen kenmerken hebben. Het is dus niet zo dat we over één uniforme Alantische cultuur kunnen spreken : er vond eenzelfde bewustzijnsontwikkeling plaats als in het huidige tijdvak.
Om te eindigen geven we nog de namen van de 7 Atlantische cultuurperiodes, voor meer details verwijzen we de geïnteresseerden naar de Akasha-kroniek (GA 11).

1) Rmoahals
2) Tlavatli-volkeren
3) Tolteken
4) Oer-Toeraniërs
5) Oer-Semieten
6) Akkadiërs
7) Mongolen

fdw

Terug naar de inhoudstafel A - D.