Inhoudstafel van Brug 91 ( maart 2016)
De 100-jarige oorlog tegen Duitsland L. Debrouwere over de islampropaganda van de Westerse elites W. Maas over arabistische kunst Wilhelm Rath, zijn weg tot de Jugendkreis – deel 2
* * * * * * * * * * * * * * * Beste Lezer,
Tourcoing : de nieuwe moskee opent zijn deuren in 2015 Roubaix : in de St.-Michielskerk mogen in 2015 geen missen meer gevierd worden.
In de vorige Brug vroegen we ons vertwijfeld af hoe we het gesclerotiseerd christendom bij ons kunnen revitaliseren, een nieuwe impuls geven, als we iedere dag kerken zien verdwijnen en moskeeën in de plaats zien komen. Maar een reden tot vertwijfeling is er in feite niet. We hebben ondertussen het citaat van Rudolf Steiner teruggevonden dat we nodig hadden : “Wie denkt dat het christendom wordt weggevaagd wanneer de uiterlijke vorm die het in een bepaalde tijd bezit wordt weggevaagd, die heeft geen hoge dunk van het christendom. Een ware opvatting van het christendom kan slechts tot de overtuiging leiden dat alle kerken die de Christus-gedachte hebben uitgedragen, alle uiterlijke gedachten, alle uiterlijke vormen tijdelijk en dus vergankelijk zijn, maar dat de Christus-gedachte in de toekomst in steeds nieuwe vormen in de harten en de zielen van de mensen zal leven, hoe weinig deze nieuwe vormen nu ook al zichtbaar zijn.” (Uit : “Wegen naar Christus” (GA 131), 9de voordracht) * * * * * * * * * * * * * * * Als de Staat geestesleven en economie stuurt
Rudolf Steiner spreekt over een luciferisch verleden en over een ahrimanische toekomst.
Dat was honderd jaar geleden, die toekomst van toen is nu al heden geworden.
Nog maar vijftig jaar geleden was dat niet zo duidelijk zichtbaar.
![]()
15.07.1964 -
De waterpret van de Parijse meisjes wordt vergald. Als er in het openbare zwembad een meisje met bikini in het water durft gaan dan wordt ze spoedig door bruine zwemmers omringd, ze springen en duiken er naartoe. Tien, twintig Algerijnse handen morrelen aan de sluiting van de bikini en beroven de baadsters van hun textiel.
Vooral tijdens het weekend zijn de Noordafrikanen baas in de zwembaden van Parijs, of het nu het Deligny-bad is of dat van Puteaux. Gevolg: De meisjes mijden het zwembad op die dagen, ook hun mannelijke aanhang blijft weg. Badmeesters die energiek durven optreden tegen de vrijbuiters, worden na het sluitingsuur door vijandige bendes bedreigd.
Na eerst door de Algerijnen uit Algerije te zijn weggejaagd, worden de Fransen nu ook door de overwinnaars uit de zwembaden van hun hoofdstad verdreven. Veel is er niet aan te doen.
Want iedere dag verlaten zo’n 600 Algerijnen het door werkloosheid en inflatie geplaagde land van Ben Bella, om een inkomen te zoeken bij hun voormalige koloniale bazen aan de andere kant van de Middellandse Zee.
De Franse arbeidsmarkt kon zonder problemen meerdere duizend werkwilligen opnemen. Maar de stroom zwol voortdurend aan: in 1956 leefden 300 000 Algerijnen in Frankrijk, begin 1964 waren het er bijna 600 000. Daarvan zijn er 30 000 vandaag werkloos en leven van de openbare onderstand. Er worden ook 13 000 Franse ziekenhuisbedden ingenomen door Algerijnen.
Die politie van Parijs zag zich voor de opgave gesteld om een kolonie van 200 000 Algerijnen in toom te houden die weliswaar maar 3% van de hoofdstedelijke bevolking uitmaken, maar toch
- 32% der moorden,
Een deel van de inwijkelingen importeerde daarenboven de gewoonten van hun sanitair onderontwikkelde land, met de daar bloeiende kwalen - tuberculose en geslachtsziekten - naar Frankrijk.
De Franse gezondheidsambtenaren konden tegen deze onhygiënische vloedgolf even weinig maatregelen treffen als de Franse politie tegen de criminaliteit der bruinen: de verdragen van Evian garanderen aan de Algerijnen dezelfde rechten als de Fransen, en maken het hen zeer gemakkelijk : pas in 1965 moeten de 600 000 inwijkelingen beslissen of ze kiezen voor Frankrijk of voor Algerije. Dan kunnen de onderdanen van Ben Bella als buitenlanders behandeld worden en eventueel onderworpen worden aan een medische keuring.
In Marseille, de belangrijkste importplek, werden de nieuw aangekomenen nu ook al medisch gecontroleerd, maar zo oppervlakkig dat van een echte keuring geen sprake kan zijn : ter wille van de Algerijnse aardolie en het testgebied voor de atoombommen vermijdt de Parijse regering alles wat als een discriminatie van de in Frankrijk levende Algerijnen zou kunnen worden opgevat.
Trouwens, wie niet langs Marseille, maar via Spanje, Italië of een luchthaven binnenkwam, die werd sowieso niet gecontroleerd.
Om Algerije te behoeden voor een totale ontvolking en Frankrijk voor een nog grotere toestroom, kwamen Parijs en Algiers overeen om de uitwijkelingen voortaan te selecteren in hun thuisland : in de grotere steden van Algerije wordt een sanitaire dienst ingericht die de Frankrijkreizigers controleert op tuberculose en geslachtsziekten.
Daarmee wordt ook het probleem opgelost van repatriëring van afgewezen emigranten, die vaak geen geld hebben om terug te reizen, en Frankrijk krijgt niet de naam dat het arme, onontwikkelde mensen terug in de zee drijft.
In de zwembaden van de hoofdstad blijven de bruinen verder plonzen om de baadsters onder water te kunnen bevoelen en aan te raken. Het voor moslims ongewone spektakel van minuscule bikini’s doet hen dromen van vreugden die ze anders maar moeilijk vinden : van de 600 000 Algerijnen die nu in Frankrijk leven, zijn er slechts 40 000 vrouwen.
![]()
* * * * * * * * * * * * * * * Midden-Europa tussen Jihad en McWorldMet deze titel verwijzen we naar het bekende boek van Benjamin Barber uit 1995. In dit boek wordt uiteengezet dat de democratie van twee kanten bedreigd wordt. Uitgedrukt in driegeledingstermen : uit het oosten komt een fanatiek geestesleven, uit het westen een onbroederlijk economisch leven.Volgens Rudolf Steiner kan een gezondmakende impuls alleen maar uit Midden-Europa komen.
De leidende kringen in de Angelsaksische wereld weten dat, wisten dat in zijn tijd al en hebben actief aangestuurd op een eerste wereldoorlog. Toen daarmee Duitsland nog niet volledig geknecht was, werd er ook een tweede wereldoorlog georganiseerd. Sindsdien is Duitsland nog altijd een bezet land en wordt het nauwlettend in het oog gehouden. Bij het minste teken dat het zijn soevereiniteit wil terugwinnen, wordt er hard gereageerd. Op www.zerohedge.com lazen we in een lezerscommentaar (onze vertaling ) :
Eerst vroeg Duitsland zijn goud terug. Toen wilde het niet meedoen aan de sancties tegen Rusland.
![]() Van al die tweets over Duitsland waren er 93% positief wat betreft gastvrijheid en opvangpolitiek :
• Duitsland Yes ! Linksen spuiten graffiti op een trein in ‘t Arabisch “Welkom vluchtelingen”
![]() De volgende stap is eens naar de oorsprong van de twitter accounts te kijken die de hashtag #RefugeesWelcome + Germany bevatten. Onderstaand diagram toont de landen van oorsprong van de relevante twitter accounts (voor zover ze konden achterhaald worden):
![]() Slechts 6,4% van alle tweets met de hashtag “#RefugeesWelcome”+Germany komen uit Duitsland zelf. Bijna de helft kwam uit Engeland, USA en Australië !
Verdere analyse toont dat maar een begin was. Een heel leger netbots (automatische internet robotten) werden geactiveerd.
Op 29 augustus om 23u02 postte een groep van 80 netbots het volgende:
Overbodig te zeggen dat iedere originele tweet tientallen keren gekopieerd en doorgestuurd werd op Twitter. Al die jonge mannen uit het Midden-Oosten lezen dat op hun smartphones en denken dat ze in Europa het paradijs gaan vinden.
Bron : * * * * * * * * * * * * * * *
Het fort Sint-Elmo – deel 3
Ik kan je zorg om de situatie van het christendom in de huidige tijd absoluut delen. Ook je gevoelens omtrent de gehypnotiseerde toestand waarin de spirituele Midden-Europese impuls, die Steiner zo hoog achtte, zich nu bevindt, mede ten gevolge van de beide wereldoorlogen waar westerse machten Midden-Europa in gemaneuvreerd hebben. Maar ook de Midden-Europeanen zelf waren niet onschuldig. Dat er nu eerder nieuwe moskeeën geopend worden dan christelijke kerken onderhouden, zoals je beide foto’s uit Noord-Frankrijk illustreren, baart zorgen. Anderzijds wil ik ook hopen dat de waarden die dank zij het christendom in Europa gegroeid zijn, de islam uit zijn verstarring zullen helpen. Maar ook het christendom is in grote mate verstard, zoals je schrijft.
In dit opzicht komen er plots lichtpunten uit onverwachte hoek. Zo zegt Montasser AlDe’emeh, auteur van “De Jihadkaravaan”, in een interview (De Bond 18 dec. 2015): “Aristoteles zegt: ‘De ware overwinning is de overwinning op jezelf’. En Jezus zegt: ‘Niemand zal het koninkrijk Gods zien die niet voor de tweede keer geboren wordt’. De islam spreekt over fitra, de zuivere aard van de mens, de terugkeer naar de bron. Ik denk dat iedereen voor de tweede keer geboren moet worden. Op een spirituele manier. Met kennis.”
Dit “van bovenaf” herboren worden, vanuit de geest (Joh. 3:3-6) waarbij ieder mens zichzelf als geestelijk wezen ervaart en zich vrij kan maken tegenover alles wat hem bindt aan afkomst, familie, volk, traditie, overgeleverde godsdienst… is een innerlijk proces en is voor elke wereldburger-tijdgenoot weggelegd, tot welke godsdienst hij ook “behoort”. Dat een moslim op dit vers uit het Johannesevangelie wijst ! AlDe’meh is een Palestijnse vluchteling. Na jaren van haat jegens Israël en het Westen heeft hij tot een radicale ommekeer besloten. Hij heeft Auschwitz bezocht en wil nu de mens in ieder begrijpen en erkennen.
We hebben zeker Michael nodig! Ik voel me evenzeer Michaëliet als jij, denk ik, en niet alleen christelijk. Maar zijn strijd is nu niet meer een gewapende. Zijn beeld met wapenrusting stamt uit de 4e cultuurperiode. Misschien zullen antroposofen (wie beeldt hem anders nog af tegenwoordig? Misschien ikonenschilders, maar die inspireren zich wellicht grotendeels op de 4e periode) hem nog wel met speer of lans afbeelden. Maar hoe dan ook, die speer of lans of zwaard diende altijd al niet om de draak te doden maar om ze op haar plaats te houden. R.Steiner heeft toch heel vaak benadrukt dat we het ahrimanische weliswaar moeten bestrijden, maar dat het ahrimanische bij onze ontwikkeling hoort en dat wij het ook moeten verlossen. Dat doen we niet door het te doden maar door op zijn juiste plek te houden en het liefdevol om te vormen. Bovendien, wat heeft Ahriman ons niet allemaal geschonken? Deze computer, maar ook zelfs onze spraak en ons denkvermogen, las ik onlangs in GA 170, 14e voordracht. En nog zoveel meer.
Nog een toemaatje:
Het einde van de tweede voordracht van GA 240: Steiner heeft het net over Maeterlinck gehad, die laatdunkend over hem schrijft. En dan zegt Steiner letterlijk dat de hele Michaëltraditie moet gereviseerd worden. De strijd is nu in het innerlijk verlegd…
"onze strijd moet volgens mij nu niet meer een gewapende zijn"
Ja Luc, ik heb ook nooit gezegd dat het volgens mij wel een gewapende strijd moet zijn, ik heb alleen een beeld gebruikt !
Volgens mij is het begrip "inclusief" op zich al vals, even ahrimanisch als de "gelijkheid" op alle fronten die nu zo gepropageerd wordt. Kunt ge met leugens inclusief omgaan ?
Wat het economische en rechtsgebied betreft ben ik met je akkoord.
Beste groeten,
“Hoe meer de mens sociale interesse ontwikkelt voor de meningen van de andere mens, ook als hij ze als verkeerd beschouwt; hoe meer de mens zijn eigen gedachten belicht door de meningen van de ander; hoe meer hij naast zijn eigen gedachten, die hij misschien voor waar houdt, de gedachten laat bestaan die anderen koesteren en die hij voor waanbeelden houdt maar er zich toch voor interesseert; des te meer voelt hij in het binnenste van zijn ziel een Christus-woord, dat tegenwoordig in de zin van de nieuwe Christustaal moet begrepen worden. De Christus heeft gezegd: «Wat ge aan de geringste mijner broeders doet, dat doet ge aan mij.» (Mat. 25:40)
De Christus houdt niet op met zich steeds weer te openbaren aan de mensen, tot aan het einde der dagen. En zo spreekt Hij tegenwoordig tot diegenen die hem willen horen: wat een uwer geringste broeders denkt, dat moeten jullie beschouwen alsof Ik het ben die in hem denk, en dat Ik met jullie voel wanneer ge de gedachten van de ander afweegt aan jullie eigen gedachten, sociale interesse hebt voor wat zich in de andere ziel afspeelt. Wat ge vindt als mening, als levensbeschouwing in één van de geringste van uw broeders, zoek daarin Mijzelf. - zo spreekt in ons gedachtenleven de Christus, die zich op die manier wil openbaren aan de mens van de 20ste eeuw.
Niet door op de manier van Harnack te spreken over God, die ook de Jahwe-god kan zijn en het in werkelijkheid ook is; maar doordat men weet dat Christus de God is voor alle mensen. We vinden Hem echter niet wanneer we ons alleen maar egoïstisch wentelen in onze eigen gedachten, maar wel als wij onze gedachten afwegen aan de gedachten van de andere mensen, wanneer we vanuit een innerlijke verdraagzaamheid voor al het menselijke onze interesse uitbreiden, wanneer we zeggen : door geboorte ben ik een mens met voor-oordelen, door mijn wedergeboorte vanuit de gedachten van alle mensen tot een omvattend sociaal gedachtengevoel, zal ik de impuls in mij vinden die de Christusimpuls is.”
Luc vdc gaat op zoek naar positieve elementen, hoe klein ook. Dat is wat Steiner van ons vraagt. We kennen het voorbeeld dat hij vaak aanhaalt i.v.m. positiviteit. Jezus passeert met zijn apostelen het rottend, stinkend, half vergane kadaver van een dode hond. De leerlingen wenden de blik af en knijpen de neus dicht maar Jezus vestigt hun aandacht op de mooie witte regelmatige tanden van het beest.
Een lichtpuntje ziet Luc in iemand als Montasser AlDe’emeh. Uit De Standaard van16 januari 2016 :
Een jihadexpert tussen de jihadi’s: daar moesten moeilijkheden van komen. Deze week werd Montasser AlDe’emeh (27) in verdenking gesteld van schriftvervalsing. Doortrapte leugenaar of gestruikeld in jeugdige overmoed? De Palestijns-Belgische onderzoeker is niet van plan een stap opzij te zetten.
Jihadexpert Montasser AlDe’emeh werd vanochtend in zijn huis in Sint-Jans-Molenbeek opgepakt. Volgens onze bronnen wordt hij ervan verdacht dat hij een vals attest heeft gemaakt voor kandidaat-Syriestrijder Jawad O. Uit dat attest moest blijken dat Jawad een deradicaliserings-cursus volgde bij AlDe’emeh. Maar dat klopt volgens het gerecht niet.
AlDe’emeh is ondertussen vrijgelaten onder strikte voorwaarden. Hij werd in verdenking gesteld voor valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken.
![]()
We geven toe dat dit niet een erg inclusief gebaar is, maar deze man kwam ook al in december 2015 in het nieuws :
Islamoloog Montasser AlDe’emeh werd gisteren in Brussel met zijn wagen tegengehouden door de politie en gefouilleerd. AlDe’emeh beklaagde zich achteraf over de manier waarop hij bij die controle behandeld werd.
‘Die meneer (AlDe’emeh, red.) zat effectief aan boord en daar werd een controle op uitgevoerd’, aldus Van Wymeersch, die AlDe’emeh op zijn beurt beschuldigde van opruiing. ‘Deze man heeft omstaanders opgehitst tegen de politie, ook dat is een strafbaar feit. In die omstandigheden moet je heel kordaat en zuiver reageren. We gaan een intern onderzoek voeren om te zien of er iets fout gelopen is, maar ik denk dat de eerste fout bij diegene ligt die bij terreurniveau drie bewakingsposten filmt.’
AlDe’emeh neemt echter geen genoegen met die uitleg. In een reactie op Facebook herhaalt hij dat hij gewillig meewerkte aan de controle en dat hij geen probleem heeft met het feit dat de politie haar werk doet. Hij geeft ook toe dat er vanuit zijn auto gefilmd werd.
“De Islam deelt de wereld in in het Huis van de Islam en het Huis van de Oorlog, dat deel van de wereld dat nog veroverd moeten worden door de Islam. Met andere woorden: de rest van de planeet is slechts bezit van de Moslims die er nog moeten aankomen, en de andere volkeren van de wereld zijn er alleen om te bekeren, om te onderwerpen (indien het Joden of Christenen zijn), of om uit te moorden (indien het heidenen zijn, of Joden en Christenen die zich weigeren te onderwerpen.) Wanneer Moslims dus zeggen dat ze in Europa last hebben van discriminatie, bedoelen ze daarmee gewoon dat ze niet snel genoeg alles krijgen waar ze recht op denken te hebben. De materiële bezittingen van de kuffir zijn door Allah slechts gecreëerd om Moslims welvaart te garanderen, dus hoe durven ze ons te ontzeggen wat ons rechtmatig toekomt? De gewone Moslim, die nooit grondig nagedacht heeft over de religie waarin hij geboren is, zal er zich trouwens niet van bewust zijn dat zijn houding hypocriet is; binnen zijn ideologisch kader zal hij er oprecht van overtuigd zijn dat hem onrecht wordt aangedaan in de kille Europese samenleving, waarin de arrogante kuffir niet voortdurend klaarstaat om hem op zijn wenken te bedienen.” http://www.brusselsjournal.com/node/5193
![]()
Om even een drastischer beeld te gebruiken : als je in de jungle ineens rechtover een kannibaal staat en je probeert om de Christus in de mens te ontdekken, dan moet je je in deze incarnatie niet lang meer inspannen want je zult dan heel vlug je fysieke lichaam kwijt zijn.
.
Om hun doel te bereiken, begonnen de moslimorganisaties terreur te organiseren om hindoes in overwegend moslimgebieden op de vlucht te jagen. Daarvan kwam natuurlijk een tegenreactie en moslims uit hindoegebieden moesten ook vluchten.
Dit is dus het extreem in praktijk brengen van het christelijke principe van de rechterwang aan te bieden als iemand je op de linkerwang slaat.
Niet alle Hindoes deelden deze visie. Ze wezen erop dat er enerzijds karma is, maar anderzijds ook dharma, dat wil zeggen : je plicht vervullen op de plaats waar het karma je heeft laten terechtkomen. Die plicht is niet noodzakelijk blindelings bevelen op te volgen die je van hogerhand opgelegd krijgt. Uiteindelijk is het eigen geweten daar het richtsnoer. Abstract kunnen we wel redeneren : met geweld los je niets op. Maar van Schiller komt het gezegde :
„Es kann der Frömmste nicht in Frieden leben, wenn es dem bösen Nachbarn nicht gefällt.“
Zelfs de vroomste mens kan niet in vrede leven als zijn buurman erop uit is om kwaad te doen.
Als wij in de zin van het radicaal christelijk Steinercitaat oproepen om tegemoet te komen aan de islam, dan stellen wij ons objectief aan de zijde van de islam.
Onder Duitse moslims is de vijandigheid tegenover de grote stroom vluchtelingen bijna net zo wijdverspreid als onder de rest van de bevolking terwijl velen onder hen zelf ooit als vluchteling het land zijn binnengekomen. Waaraan ligt dat? De gerenommeerde Duitse krant Franfurter Allgemeine zocht het uit en stak haar licht op in Hamburg.
Christus zon Verwarm onze harten Verlicht onze hoofden Dat goed worde Wat wij Uit harten gronden Wat wij Uit hoofden Doelvervuld leiden Willen.
Moslims in Zwitserland willen dat de Zwitserse vlag verandert. Het witte kruis is een christelijk symbool. Ook in Zweden werd de nationale vlag al uit klaslokalen verwijderd om moslims niet te kwetsen.
“Het ahrimanische kan noch met geweld bedwongen, noch innerlijk getransformeerd worden. Tegenover het ahrimanische komt het erop aan dat mensen het als zodanig onderkennen en het niet vrezen. De moedig kennende blik is de spies die Ahriman in de uiterlijke wereld onder controle houdt, en de moed der zelfkennis is de kracht die de ahrimanische dubbelganger in het menselijk onderbewustzijn machteloos maakt. Want het gaat er tegenover Ahriman met name om dat hem geen macht over de ziel wordt verleend en dat al zijn aanvallen op de dapper-compromisloze houding van – met het wapen van de kennis uitgeruste – mensen falen. Onverstoorbaarheid, rotsvaste standvastigheid – dat is waar het tegenover het ahrimanische om gaat, niet echter aanvallen of te willen ontsnappen. Want het ahrimanische is machteloos, wanneer het de mens door vrees of omkoping niet kan beïnvloeden.
![]()
Herinnert u zich nog de verontwaardiging van de Franse overheid toen ontdekt werd dat er graffiti gespoten was op (of in) de ‘Vagina van de koningin’, het monstrueuze ‘kunstwerk’ waarmee Anish Kapoor de tuinen van Versailles aanrandde?
President Hollande trilde van woede en de minister van cultuur Fleur Pellerin sprak haar afschuw uit over deze verschrikkelijke aanslag op de kunst en de beschaving.
Enerzijds omdat ze dan niet meer aan regeren zouden toekomen, want dezelfde dag werd er nog een andere kerk in brand gestoken en een kruis omver gehaald. En zo gaat dat al jaren: er gaat geen dag voorbij of er wordt ergens een kerk of een andere christelijke plek vernield. Gemiddeld twee per dag, zo schreef een verontwaardigde Française vandaag in Le Figaro. Maar geen haan kraait ernaar.
De andere reden voor deze ‘onverschilligheid’ is natuurlijk dat de daders vermoedelijk moslims zijn, want er wordt niet gestolen, er wordt alleen vernield en geprofaneerd. En dus zwijgt de elite als vermoord, maar schreeuwt ze moord en brand wanneer een moskee of een Hedendaags kunstwerk wordt beklad. Tja, men moet zijn prioriteiten kennen, nietwaar?
![]()
12 januari 2016 - Arabisch feminisme
![]()
‘Als ik de meeste opiniestukken en praatprogramma’s naast elkaar zet, kan ik niet anders dan vaststellen dat de vrouwelijke slachtoffers alweer gereduceerd worden tot een dankbaar product voor andermans lusten. De aangerande vrouwen zijn ditmaal vruchtbaar voor de felbegeerde ‘anti-islamagenda’, die als een sneltrein over de publieke opinie werd uitgerold.’
Aan het woord is Mayada Srouji, studente arabistiek en islamkunde aan de UGent.
Nu kan ik mij vergissen, maar ik heb in de vele commentaren en opiniestukken juist heel weinig verwijzingen naar de islam gelezen. Ook dat was trouwens klassiek: de media en de overheid doen er alles aan om ons ervan te overtuigen dat al dat geweld niets met de islam te maken heeft. Maar de Syrische Srouji heeft precies het omgekeerde gelezen.
Een beetje literatuurstudie, verklaart ze, maakt duidelijk dat de Arabische cultuur onrecht werd aangedaan, en als feministe wil ze daartegen protesteren.
Het is de zoveelste variatie op het thema: geweld heeft niets met islam te maken, islam is de religie van de vrede. Hoe het komt dat de moslims niettemin de kampioenen van de gewelddadigheid zijn en over de hele wereld bekend staan om hun aanslagen en verkrachtingen, dat begrijpt Srouji ook niet goed. Ze kan het niet rijmen met haar geliefde islamitische en Arabische cultuur. Als ik dat allemaal lees, vraag ik mij af wat die richting arabistiek en islamkunde aan de Gentse universiteit eigenlijk inhoudt. Volgens Wouter Smets, die mij onlangs contacteerde naar aanleiding van ‘Nonnen en hoofddoeken’, mag ik die vraag niet stellen. Ik mag geen verband leggen tussen de opinie die een wetenschapper in de krant ventileert en zijn beroep als wetenschapper. Dat zou inderdaad het geval zijn als bijvoorbeeld een arabist zijn mening te kennen gaf over de Belgische voetbalcompetitie, maar niet als hij een mening formuleert die rechtstreeks verband houdt met zijn vakgebied. En dat is wat Mayada Srouji hier doet: zij spreekt als arabiste over de Arabische cultuur. En dan zou ik niet de vraag mogen stellen waar zij haar mosterd vandaan haalt?
Ik moet hierbij denken aan de bekende arabist Urbain Vermeulen die enkele jaren geleden geroyeerd werd omdat Yves Desmet het niet eens was met de woorden van de professor en daarom een hetze tegen hem ontketende. Het betekende het einde van de academische carrière van Vermeulen. Zóveel macht bezit de politieke correctheid dus, dat ze een hoogleraar uit zijn ambt kan laten ontzetten als hij iets zegt dat volgens haar niet door de beugel kan.
Onlangs was er veel heisa rond een teruggekeerde Syrië-strijder die op televisie onzin mocht komen uitkramen zonder dat hij kritisch weerwerk kreeg. Maar zal er heisa ontstaan na de onzin die Mayada Srouji vandaag in de krant verkoopt onder het mom van feminisme? De vraag stellen is ze beantwoorden. Tegen een gehoofddoekte moslima durft niemand wat zeggen, anders krijgt hij niet alleen de moslims en de politiek-correcten maar ook de feministen over zich heen. Tegen dat trio kan niemand op.
11 januari 2016 - De vernedering van Europa![]()
In Keulen zijn enkele allochtonen aangevallen door autochtonen. Het gebeurde gisteravond en vanmorgen stond het al de krant. De politie heeft zo’n 100 verdachten gecontroleerd waarvan er twee in de cel zitten. Ik heb het al eens verteld: ik ben opgegroeid in Mechelen, de stad van de Maneblussers. Toen ik er school liep was het een typisch Vlaamse provinciestad. Er was geen allochtoon te bekennen, of ze waren met zo weinig dat het niet opviel. Vandaag zie je er overal mannen met baarden en lange witte gewaden rondlopen, vergezeld van vrouwen met hoofddoek en lange zwarte gewaden. Toen ik er na 15 jaar terugkeerde om academie te lopen, waren aanrandingen door Marokkanen dagelijkse kost. Het was niks bijzonders te horen dat er in volle ochtenddrukte in het centrum van de stad iemand was neergestoken. Niemand vroeg wie de dader was, het sprak vanzelf. In de wijk waar mijn ouders woonden werd er een oude man in zijn huis door twee Marokkanen gemarteld en vermoord terwijl zijn gehandicapte vrouw machteloos moest toezien. Het heeft nooit de kranten gehaald.
Als ik op bezoek kwam, werd me altijd op het hart gedrukt: je hebt de deur toch goed achter je gesloten? M’n ouders zorgden ook altijd dat ze vóór donker thuis waren. Ze vertelden me dat iedereen dat deed: als de avond viel, liep de stad leeg. Ik kon het nauwelijks geloven tot ik op een avond laat van de academie (in het centrum van de stad) naar het station (aan de rand van de stad) moest en door een uitgestorven stad liep. De enigen die ik tegenkwam, waren groepjes Marokkaanse jongeren. Ik was blij toen ik heelhuids op de trein zat. Ik geloofde het dan ook meteen toen ik hoorde van een dokter die ‘s nachts op spoedbezoek moest en zijn garage versperd zag door een auto. Hij liet hem wegtakelen, maar toen hij terugkwam, werd hij opgewacht door een groep Marokkanen die hem duidelijk maakten dat hij dat nooit meer moest doen. Denk eraan, zeiden ze, overdag is de stad van jullie, ‘s nachts is ze van ons! Hoe komt dat? Eén reden is natuurlijk de politieke correctheid, dat spreekt. De (autochtone) bevolking mag niet weten wat er in Keulen is gebeurd want dan gaan er represailles volgen, dan gaat men de allochtonen stigmatiseren, enzovoort. Die bezorgdheid is natuurlijk een voorwendsel, want we weten goed genoeg dat die autochtone bevolking nooit zo reageert. Dat doet ze ook nu weer niet. Die paar Pakistani die gisteren werden aangevallen, zijn de uitzondering die de regel bevestigen. De moslimraid van oudejaar was echter géén uitzondering. Hij was gepland en georganiseerd zoals de meeste moslimaanslagen. En zoals ook de politieke correctheid gepland en georganiseerd is. Er is zelfs veel voor te zeggen dat beide samen worden georganiseerd en dat de moslimagressie en de politieke correctheid slechts twee zijden van dezelfde medaille zijn. Maar wat is die medaille dan wel? We vinden al een aanwijzing in het feit dat de politieke correctheid, die zo ijvert voor de godsdienstvrijheid van de moslims, zelf seculier, atheïstisch en zelfs anti-theïstisch is. Zij verdedigt helemaal niet de godsdienst, zij verdedigt de islam (die heel wat meer is dan een godsdienst). Ter vergelijking: in Noorwegen heeft diezelfde politieke correctheid onlangs vijf kinderen ‘in bescherming genomen’ omdat ze door hun ouders … christelijk werden opgevoed. Een dochtertje had op school tijdens de les gezegd: maar God straft de mensen toch als ze iets verkeerds doen? Dat was voldoende om alarm te slaan en de kinderen in een instelling te plaatsen om ze te beschermen tegen hun ouders. Juist dat enorme verschil in behandeling tussen moslims en christenen wijst erop dat de politieke correctheid het op het christendom heeft gemunt (en niet op de godsdienst in het algemeen). De moslims en de politiek-correcte elite vechten samen één strijd: die tegen het christendom. En dat is tevens de strijd tegen de vrije samenleving, want die is alleen mogelijk dankzij het christendom. Wat de zaak zo verwarrend maakt, is dat de politieke correctheid zelf bezield is door louter christelijke idealen: gelijkheid, vrijheid, broederlijkheid, naastenliefde, verdraagzaamheid, enzovoort. Het is dus alsof het christendom zich tegen zichzelf richt. En dat is precies wat momenteel aan het gebeuren is, want we kunnen niet zeggen dat de politieke correctheid bewust kwaadaardig is. Ze is juist, net als het communisme trouwens vervuld van de hoogste idealen. Daarom oefent ze ook zo’n aantrekkingskracht uit en valt ze zo moeilijk te weerleggen: hoe ga je christelijke idealen weerleggen zonder je eigen idealen, die eveneens christelijk zijn, aan de kant te schuiven? De politieke correctheid en haar tegenstanders – we kunnen gemakshalve spreken over links en rechts – gaan allebei uit van dezelfde christelijke idealen, want die zijn in Europa, of men dat nu wil of niet, een tweede natuur geworden. Die christelijke natuur is dus bezig zichzelf te vernietigen en ze gebruikt daar onder meer de islam voor. De moslimwereld wordt gewoon meegesleurd in die Europees-christelijke zelfvernietiging, zonder dat hij er iets kan aan doen, zonder dat hij zelfs maar weet wat er gebeurt. Dat laatste heeft hij trouwens gemeen met Europa: dat weet ook niet wat er gebeurt. En precies die onwetendheid ligt aan de basis van de toenemende chaos in Europa en de rest van de wereld. De christelijke wil vernietigt zichzelf omdat ze in onwetendheid verkeert omtrent zichzelf. En ze sleurt de rest van de wereld met zich mee. De christelijke cultuur van de afgelopen 2000 jaar is in Europa tot een tweede natuur geworden, tot een christelijk instinct. Deze ‘kerstening’ van de wil heeft tot de vrije samenleving geleid. Maar die samenleving is nog lang geen voldongen feit. Denken we maar aan de onvolkomenheid van onze democratie. Er moet nu een volgende, beslissende stap worden gezet: de gekerstende wil moet zich bewust worden van zichzelf. De Europese mens moet met zijn denken doordringen tot de bron van christelijke wil. Alleen op die manier kan hij zijn eigen zelfvernietiging voorkomen, alleen op die manier kan hij werkelijk vrij worden. De vrije mens staat voor zijn grootste uitdaging: zelfbewustwording. Zijn huidige zelfbewustzijn is slechts een gespiegeld zelfbewustzijn, een bewustzijn van zijn ego. Nu moet hij doordringen tot het bewustzijn van zijn Ik. Hoe groot die uitdaging is, weet iedere gelovige die ooit in discussie is geraakt met een atheïst. Het materialisme dat de Europese mens geholpen heeft om zich los te maken van het geloof en zijn vrijheid te veroveren, vormt nu de grootste hinderpaal bij de bewustwording van zijn christelijke natuur. De diepe kloof tussen deze christelijke natuur en het materialistische bewustzijn, wordt gespiegeld in de kloof tussen de vrije samenleving en de islam. Onder moslims leeft dezelfde agressieve vijandigheid tegenover de christelijke natuur van de Europese mens als onder atheïsten en materialisten. Zolang we die vijandigheid niet onder ogen zien en ons laten verblinden door christelijke idealen van naastenliefde en verdraagzaamheid – die in hun abstractie en onbewustheid luciferisch van karakter zijn – zal er niets veranderen en zal de zelfvernietiging van het christelijke Europa gewoon doorgaan. Onze ogen openen voor de werkelijkheid – zowel die van onze christelijke natuur als die van de islamitische vijandigheid – confronteert ons met een zeer centraal christelijk gegeven: de vernedering. Een grotere vernedering dan die van Christus – de Schepper die in zijn eigen schepping terechtgesteld werd als een misdadiger – is niet voorstelbaar. Het is de vernedering-der-vernederingen. Maar er is één groot verschil tussen deze exemplarische vernedering en de vernederingen die de Europese mens nu al tientallen jaren- en in toenemende mate – moet ondergaan door toedoen van moslims: de vernedering van Christus was bewust en vrijwillig.
Is het niemand opgevallen hoe weinig ooggetuigenverslagen er verschijnen in de kranten? Er zijn meer dan 500 vrouwen aangerand in Keulen en ik heb daar in de Vlaamse kranten nog niet één persoonlijk verslag over gelezen. Over de twee vorige aanslagen van dit jaar – Charlie Hebdo en Le Bataclan – verscheen het ene na het andere ooggetuigenverslag. Tegelijk verschenen ook vele commentaren in de stijl van: wij laten ons niet bang maken! Dit keer: niets, niemendal. Geen enkele vrouw getuigt, zelfs geen enkele vriend of echtgenoot. Nu is het goed mogelijk dat de politiek zeer correcte Vlaamse kranten die getuigenissen gewoon niet publiceren. Maar in beide gevallen is de reden hoogstwaarschijnlijk dezelfde: vernedering. Hoe ongelooflijk vernederend is het niet voor moderne vrouwen om in hun eigen stad, op oudejaarsavond, in gezelschap van vrienden en echtgenoten, en onder het toeziend oog van de politie, met honderden tegelijk aangerand te worden door een wilde horde moslims! Hoe ongelooflijk vernederend is het niet voor die vrienden en echtgenoten, en ook voor de politie, om daar niks te kunnen/mogen/durven aan doen!
10 januari 2016Het dondert in Keulen ![]()
Tijdens oudejaarsnacht werden in Keulen – notabene vlak voor de kathedraal – meer dan 100 blanke vrouwen sexueel gebrutaliseerd door een grote groep ‘Noord-Afrikanen en Arabieren’. Of het asielzoekers, vluchtelingen of gewone migranten waren is niet duidelijk, wel dat ze zich gedroegen als prooidieren die in groep vrouwen insloten om hen vervolgens te betasten, de kleren van het lijf te rukken en erger. Dat alles onder het toeziend oog van de politie die in grote getale aanwezig was omdat er vuurwerk op de feestende menigte was afgeschoten. De berichten over de aanrandingen drongen slechts heel langzaam in de media door, en dan nog onder druk van de publieke verontwaardiging. Des te sneller was de politiek correcte reactie: we moeten er vooral voor oppassen de vluchtelingen niet te stigmatiseren! Bart Eeckhout in De Morgen ging zelfs zover de volkswoede ‘een tweede verkrachting’ te noemen. De eerste verkrachting noemde hij ‘een merkwaardig en potentieel ernstig bericht’ met de duidelijke implicatie dat het wel eens om valse geruchten van zatte vrouwen zou kunnen gaan. Ook de mannen kregen een sneer toen hij smalend sprak over ‘de angst voor de eerbaarheid van onze vrouwen’. Een ‘culturele angst’ noemde hij dat, een fobie dus. Véél ernstiger dan dat opgeklopte gedoe van bange blanke mannen en vrouwen is volgens hem de ‘politieke instrumentalisering’, het misbruik dat van de feiten gemaakt wordt door extreemrechts ‘dat de massa’s achter zich wil krijgen’. De risico’s van die angstpolitiek noemt hij ‘immens’. Het is telkens weer hetzelfde liedje: hoe brutaal moslims ook tekeer gaan, hun geweld wordt steevast genuanceerd, gerelativeerd en geminimaliseerd. Broodroosters, badkuipen en kleuters maken meer slachtoffers, aldus Maarten Boudry in dezelfde krant. De Duitse minister van Justitie van zijn kant had het over ‘een nieuwe vorm van criminaliteit’ alsof hij nog nooit gehoord had over de verkrachtingen en aanrandingen die de Skandinavische landen al tientallen jaren teisteren. Het gevaar van blanke represailles daarentegen wordt tot absurde afmetingen opgeblazen, ook al is het nagenoeg onbestaande. Hoeveel aanslagen van moslimterroristen zijn er al niet geweest in Europa? Het geweld was telkens brutaal, buitensporig en schokkend. Toch heeft de Europese bevolking nooit met geweld gereageerd op die aanslagen. De strafexpedities, pogroms en wraaknemingen waarvoor ‘onze’ politieke en intellectuele leiders zo bang zijn, bleven uit. In eigen land werd er op de aanslagen in Parijs hoogstens gereageerd met enkele voortvarende controles van allochtonen, en die wekten meer verontwaardiging dan de terreurdreiging zelf. In Duitsland toonde Angela Merkel zich verontwaardigd over de sexistische aanslagen in Keulen, maar het duurde wel zes dagen voor ze daar uiting aan gaf. Alles wijst erop dat haar motieven van politieke aard waren en dat haar echte bekommernis de andere richting uitging: zal dit niet nadelig zijn voor de vluchtelingen? Nee, wat hier – zoals altijd – speelde, was het politiek correcte adagium: negeer reëel moslimgeweld en waarschuw voor fictief blank geweld. Als je het goed en wel nagaat, beschouwen de Angela Merkels dezer wereld de Europeanen als … moslims, dat wil zeggen als gemakkelijk op te ruien massa’s die zich keer op keer te buiten gaat aan bloederig geweld. Daarom moeten die massa’s met harde hand worden geregeerd. Het Midden-Oosten toont ons immers wat er gebeurt als die harde hand wegvalt: het land vervalt tot chaos, de beschaving gaat ten gronde, het beest in de mens staat op. Dát is de grote angst van de Europese elite ten aanzien van de eigen bevolking: dat de ‘wilde horden’ – het ‘xenofobe amalgaam‘ zoals Bart Eeckhout het noemt – uit hun kooien ontsnappen om de beschaving te vertrappelen. Als het woord ‘fobie’ érgens op zijn plaats is, dan wel hier, want de realiteit spreekt die irrationele angst volkomen tegen. De Europese bevolking wordt al tientallen jaren gepest en gesard door moslims, en toch reageert ze daar niet op, ze verdraagt het allemaal. Was hetzelfde gebeurd in een moslimland en werd de bevolking daar onafgebroken gepest en uitgedaagd door een blanke minderheid, dan waren de kwelgeesten allang een kopje kleiner gemaakt. Maar in Europa gebeurt dat dus niet. Hoe komt dat? Waarom gedragen Europeanen zich juist niet zoals de moslims waarvoor ze gehouden worden? De reden ligt voor de hand: omdat ze christenen zijn. Ze mogen dan wel niet meer geloven, het christendom is voor hen tot een tweede natuur geworden. Geen beter voorbeeld dan de politieke correctheid zelf, die doorgaans seculier en ongelovig is maar wel gedreven wordt door louter christelijke idealen.
De (blanke) Europese bevolking gedraagt zich dus bijzonder christelijk en verdraagzaam, maar wordt door haar eigen ‘leiders’ beschouwd en behandeld als potentieel gevaarlijke moslims die kost wat kost onder de knoet moeten worden gehouden. De moslimbevolking daarentegen gedraagt zich allesbehalve verdraagzaam, maar wordt door diezelfde elite wel beschouwd als christenen, dat wil zeggen als een onschuldig vervolgde minderheid wier hart vervuld is van liefde en vrede. Het is alsof de politiek correcte elite met blindheid is geslagen en geen onderscheid meer maakt tussen christenen en moslims. En daarmee raken we aan de kern van het politiek-correcte wereldbeeld: het is een omgekeerd beeld. Wat thuishoort op het fysiek-natuurlijke vlak (de tegenstelling man-vrouw) wordt op het geestelijk-morele vlak (de tegenstelling goed-kwaad) geprojecteerd. Materieel en geestelijk worden dus gewoon omgewisseld. Wat blijft, is de scheiding, maar ze krijgt een heel ander karakter, want goed en kwaad zijn niet op dezelfde manier gescheiden als bijvoorbeeld man en vrouw. Alle aardse tegenstellingen zijn in feite polariteiten. Man-vrouw, licht-donker, dag-nacht, warm-koud, enzovoort: ze bestaan niet zonder elkaar. Er is altijd een derde, onzichtbare pool die beide tegenpolen met elkaar verbindt. Dat is niet het geval met de tegenstelling goed-kwaad, of toch niet op dezelfde manier. De relatie tussen goed en kwaad is een mysterie, maar het minste wat we kunnen zeggen is dat het onderscheid tussen goed en kwaad veel absoluter is dan dat tussen aardse tegenstellingen. Ligt het goede op aarde in het gulden midden tussen de tegenpolen, dan kunnen we dat zeker niet zeggen over de geestelijke tegenpolen. Het goede bestaat niet in de gulden middenweg tussen goed en kwaad, want dat zou bijvoorbeeld betekenen dat liefde goed is, maar dat de combinatie van liefde en haat (veel) beter is. Is dat niet precies de mentaliteit van de politiek correcte elite? Zij is buitengewoon liefdevol in haar idealen, maar buitengewoon haatdragend in de toepassing ervan. Zij is met andere woorden luciferisch en ahrimanisch tegelijk, en die combinatie beschouwt ze (onbewust) als het toppunt van goedheid. Niets kan haar vertrouwen in die goedheid schokken, zo ver verheven voelt ze zich boven het gewone gepeupel dat onderscheid maakt tussen wij en zij, tussen allochtoon en autochtoon, tussen christendom en moslim, tussen man en vrouw, en dat met veel moeite probeert een gulden midden tussen die tegenpolen te zoeken. Vol minachting kijkt de elite neer op die schamele pogingen in de (onbewuste) overtuiging dat ze dat gulden midden reeds gerealiseerd heeft en dat het volk niets anders hoeft te doen dan haar voorbeeld te volgen.
Het komt er in feite op neer dat deze elite zich Christus zelf waant, de belichaming van het opperste goed, het gulden midden tussen Lucifer en Ahriman. En hier raken we aan het kwalijkste gevolg (of is het de oorzaak?) van de verwisseling van geest en materie: Christus wordt verwisseld met de Antichrist. De politiek-correcte elite die vandaag zo’n enorme macht uitoefent in de wereld, is door en door antichristelijk van aard. Ze vereenzelvigt zich zonder het te weten met de god van de onderwereld, met het wezen van de onmenselijkheid. Ze waant zich superieur aan alles en iedereen, en heeft geen idee van haar stuitende inferioriteit. Dat is trouwens haar meest kenmerkende eigenschap: ze heeft geen idee omtrent haar eigen aard, het ontbreekt haar aan iedere zelfkennis. Het is alweer een omkering: tijdens de Middeleeuwen vocht de Europese elite een verwoede strijd uit tegen de oprukkende moslimlegers, vandaag haalt ze de moslims bij miljoenen naar Europa en vormt ze – door ze de hand boven het hoofd te houden – om tot ‘legers’ die de vrije samenleving van binnenuit proberen te vernietigen. De christelijke strijd is een antichristelijke strijd geworden. De aanval van buitenaf is een aanval van binnenuit geworden. Maar de belangrijkste omkering van allemaal is wellicht die van een bewuste strijd in een onbewuste strijd. De middeleeuwse monniken en ridders – die als één man optraden in de Tempeliers – wisten heel goed waarvoor (en waartegen) ze streden. De hedendaagse politieke correctheid weet dat helemaal niet. Ze wordt bezield door een geest waar ze geen flauw benul van heeft. Ze vecht als een bezopen tempelier, zonder te weten waarvoor of waartegen. Want alles loopt door elkaar in haar bewustzijn, het is er één grote chaos. Hoe is die chaos ontstaan? Door een omkering. We beleven namelijk, zoals Rudolf Steiner zei, het grootste keerpunt uit de geschiedenis van de mensheid. Alles keert om. Deze omkering is een kosmisch proces dat buitengewoon moeilijk te doorgronden is. En toch moeten we het proberen, want als we dat niet doen, zal onze bewustzijnsontwikkeling ‘omgekeerd’ worden. In plaats van bewuster te worden, zullen we onbewuster worden.
We zullen ons moeizaam veroverde bewustzijn weer verliezen en beginnen … dementeren. Wie de politiek-correcte commentaren leest die vandaag in de kranten verschijnen – en nog wat gezond verstand over heeft – kan moeilijk ontkennen dat dit dementeringsproces al volop bezig is. Wat iemand als Bart Eeckhout allemaal schrijft, is werkelijk van de pot gerukt. Het is ziek. Maar wie dementerende mensen kent, weet dat het verre van eenvoudig is om de ziekte (vooral dan in zijn beginfase) te detecteren. Nog veel moeilijker wordt dat als de dementie geestelijk van aard is, als ze met andere woorden niet in het fysieke lichaam tot uitdrukking komt, maar alleen op denkniveau waargenomen kan worden. 7 januari 2016 - Een triest record
![]()
Dit is Rahman Nizami die in Bangladesh ter dood is veroordeeld wegens zijn aandeel in de genocide van 1971. Het was een kort bericht op de website van De Standaard, dat me opviel omdat het verdwenen bleek toen ik het nog eens wilde lezen. Dat maakte me nieuwsgierig. Waarom zouden ze dat bericht zo vlug verwijderd hebben?
Voor alle duidelijkheid: het cijfer van 3 miljoen doden is een schatting. Er bestaat discussie over. Pakistan houdt het bijvoorbeeld op 25.000 doden. Het probleem is dat deze genocide – één van de grootste van de 20ste eeuw – nergens bestudeerd wordt. Er zijn tal van universiteiten in Amerika en Europa die over instituten beschikken waar de genocides van onze tijd – met op kop natuurlijk de holocaust – grondig gedocumenteerd worden. Maar niet één besteedt aandacht aan de genocide in Bangladesh. De reden ligt – helaas – voor de hand: de daders waren moslims.
* * * * * * * * * * * * * * * Uit : “Arabisme, islam en christendom” van Wilhelm Maas (Christofoor, 1993, blz. 146) :
Een ander aspect van arabistische kunst is de ontbrekende dieptedimensie. Inderdaad wijst islamitische kunst de derde dimensie af, negeert het perspectief en komt niet eens tot halfreliëf. Daartegenover is er in de islamitische kunst de behoefte om zo mogelijk het hele vlak te vullen. Er schijnt zoiets te zijn als een 'horror vacui', de afschuw van de leegte, die hier kennelijk geen stilte en rust betekent, maar negatief is, afwezigheid en niets. In het uitvullen van de vlakken met de tot in het oneindige weer herhaalde idee spiegelt zich dezelfde behoefte aan duidelijkheid en zekerheid, die wij in de islam reeds op het gebied van het religieuze hebben opgemerkt.
Ongewone, onverwachte vormen en verrassende gestalten worden gemeden; de toeschouwer weet eigenlijk steeds van te voren al, wat hem te wachten staat, waar de beweging van de lijn naar toe gaat en waar die zal eindigen. Zekerheid en duidelijkheid geeft een dergelijke kunst zeker, maar omdat die zonder leven is, is het moment van treurnis en melancholie er al in aanwezig; het einde is immers reeds bij het allereerste begin zichtbaar en alles gebeurt volgens een abstracte, formalistische wet van noodzakelijkheid, van onontkoombaar noodlot, waaraan het oorspronkelijke creatieve ik tot zwijgende gehoorzaamheid verplicht is.
Op eigen wijze weerspiegelt ook de architectuur de religieuze grondbeginselen. Karakteristiek voor deze architectuur is de spitsboog; maar niet de authentieke, latere gothische, maar eigenlijk een spitsboog, die, zo tegenstrijdig als dat mag klinken, in wezen geen spitsboog is. Als wij namelijk de islamitische spitsboog zorgvuldig bekijken, en wel zowel de zogenaamde 'hoefijzerboog' als ook de zeer spitse zogenaamde 'kielboog' , dan merken wij op, dat daar in principe het merkteken van het ahrimaanse aan kleeft; hij streeft slechts schijnbaar naar boven, maar ten slotte streeft hij niet boven zichzelf uit, wijst niet op iets hogers, maar sluit de mens af van de geestelijk-goddelijke wereld. En dit nu is juist de ahrimaanse tendens, om de mens in het aardse te verharden, hem af te snijden van de kosmos en hem te maken tot een koud verstandswezen. De islamitische pseudo-spitsboog is de passende uitdrukking van het zich in zichzelf afsluitende verstand en een uitsluitend op het aardse gerichte denkwijze. Van het naar de geest gewende, hemelbestormende verlangen, dat in de spitsboog zijn uitdrukking schept, is de aan de aarde geklonken Arabische mens in zijn aan de hersenen gebonden denken door een diepe kloof gescheiden. ![]()
De moskee van Cordoba is daarvan het beste voorbeeld. Uiteindelijk komt hierin de radicale ontkenning van iedere vorm van individualiteit tot uitdrukking. HET NIEUWE SPIRITUELE DENKEN IN HET TIJDPERK VAN MICHAËL
Zal en kan in de toekomst de 'vrede van de onderwerping' aan Allah een definitieve vrede zijn?
De michaëlisch-christelijke impuls is het alomvattend begrip van het geestelijk-levende, dat tegen elke geestelijk-psychische verstijving, verharding en verstarring ingaat. 'Ik ben. .. het Leven'. Dit Christus-woord moet volstrekt ernstig worden opgevat.
* * * * * * * * * * * * * * * Mijn weg tot de antroposofie – deel 2
Wilhelm Rath ( 1897 – 1973), behoorde tot de generatie van jonge mensen die na de Eerste Wereldoorlog op zoek waren naar een nieuwe impuls en uitkwamen bij de Antroposofische Vereniging. Samen met nog elf anderen kwam hij bij Rudolf Steiner met een eigen initiatief : een esoterische jeugdgroep (“Jugendkreis”). Hoe dat in zijn werk ging vertelt hij in een korte beschrijving van die periode. Die beschrijving verscheen in drie afleveringen in het tijdschrift “Der Europäer” ( jg. 19, nrs. 9/10, 11 en 12 van 2015). Het eerste deel stond in Brug 90 en eindigde aldus :
“De vraag was nu : wat konden wij als jonge mensen doen om ons deel bij te dragen bij deze koersverandering ? Tot nu toe waren wij diegenen die leerden en ontvingen. Helpen om de kloof met het esoterische te overbruggen, de moed vinden om het geestelijk-wezenlijke op te nemen en de zin voor een nieuwe broederlijkheid in zichzelf te doen kiemen, dat stond als een uitdaging voor ons. Ook wij jongeren moesten voor onszelf keuzes maken.”
Wilhelm Rath gaat verder :
Met deze vraag ging ik terug naar Berlijn. Daar wachtte al een nieuwe taak op mij. Reeds tijdens de Berlijnse hogeschoolcursus in maart van dit jaar 1922 was er bij ons in de Hogeschoolbond een soort doorbraak geweest. Wij hadden het besluit genomen om de al te academische stijl te laten varen. Wij wilden beginnen om samen eens serieus de antroposofie te studeren. Tot hiertoe was dat nauwelijks mogelijk geweest omdat de leiding in Stuttgart ons allerhande organisatorische kwesties liet oplossen : conferentiezalen huren voor de antroposofische sprekers, affiches verspreiden, boekentafel bemannen voor en na de voordrachten. Op zo’n boekentafel lagen de publicaties van de Hogeschoolbond, een zeer uiteenlopend aanbod van titels, en men zag bvb. een boek over tandcariës naast een over de twee Jezuskinderen, of een over het systeem van de phanerogamen naast een over etymologie enz. enz.
De Berlijnse hogeschoolcursus van 5 tot 12 maart 1922 werd het hoogtepunt van al de activiteiten. Wij hadden daarvoor de zaal in de Zangacademie gehuurd. Die lag vlak naast de universiteit waar Fichte ooit zijn toespraken aan de Duitse Natie had gehouden en hier zou nu Rudolf Steiner een reeks voordrachten geven over antroposofie en haar verband met de verschillende wetenschappen. Daarnaast ook over “De harmonisatie van wetenschap, kunst en religie”, over het wetenschapskarakter van de antroposofie, over “Antroposofie als levensinhoud” en over “De noden van de tijd en antroposofie”.
Wij studenten hadden ons plechtig voorgenomen dat iedere professor en docent en student van de Berlijnse universiteit een uitnodiging zou krijgen. Aan iedere ingang stonden wij, altijd maar programma’s uitdelend; niemand in deze centrale plaats van het Duitse geestesleven mocht kunnen zeggen : ik heb nog nooit iets gehoord van antroposofie en Rudolf Steiner. ![]() Max Dessoir
De senaat besliste dus dat iedere student van wie bekend was dat hij iets te maken had met antroposofie moest gewaarschuwd worden : hij zou problemen krijgen met de examens. Waarom hebben deze verantwoordelijken voor het Duitse geestesleven alleen in negatieve zin kennis genomen van de antroposofie ? Zij hadden er kunnen voor zorgen dat de Duitse mens niet de slogans van een materialistische antropologie ging achternalopen. Alleen Rudolf Steiner sprak over de geestelijke missie van het Duitse volk. Maar hij was een roeper in de woestijn. De Duitse mens bleef liever geloven dat alle cultuur rasgebonden was, uit het bloed komt, dat iedere vooruitgang alleen maar uit een strijd om het bestaan voortkomt, door natuurlijke selectie en het overleven van de sterkste. Rudolf Steiner was een roeper in de woestijn, deze waarheid stond mij in verschrikkelijke klaarheid voor de geest.
Daar kwam nog iets anders bij. Ondanks het feit dat Dr. Steiner met al deze hogeschoolcursussen en congressen meedeed, kiemde bij ons de vraag of de manier van werken van de Hogeschoolbond nog wel verliep in de zin die hij voor ogen had. Nog tijdens de hogeschoolcursus zouden wij hierop een antwoord krijgen.
Na een dondertoespraak door een lid uit Stuttgart – lid van het zevenkoppig Bondsbestuur dat zo fijngevoelig de zevenkoppige paus genoemd werd – gaf dit bestuur dus zijn ontslag. Nu moest de nieuwe bestuurder gekozen worden. Onze Berlijnse vriend die de vergadering voorzat, wendde zich tot Rudolf Steiner om zijn advies te horen. Daarop antwoordde Dr. Steiner dat hij al lang niet meer gewoon was dat men zijn advies vroeg, zelfs niet wanneer hij aanwezig was bij besprekingen. Maar omdat wij het hem nu vroegen wilde hij zijn raad geven : als wij zouden besluiten om René Maikowski als vertegenwoordiger te kiezen, dan kon hij beloven dat hij met ons altijd zeer nauw zou samenwerken.
Daarmee was de deur tot Dr. Steiner zelf als het ware geopend.
![]() René Maikowski
Maar het was voor velen van ons toch een schok toen wij van hem hoorden dat men hem niets meer vroeg – terwijl het toch om het vertegenwoordigen van de antroposofie in de wereld ging. Ons aanvoelen – dat de hele manier van aanpak van die hogeschoolarbeid misschien toch niet was wat hij had gewild – was dan toch correct geweest ?
Toen, in maart 1922, hadden wij jonge mensen nog niet door in welk gevaar de beweging gekomen was, ook nog niet na de zo dringende oproep op het Weense congres met Pinksteren 1922. Eén ding was duidelijk : dat het moment aangebroken was, dat wij onze beste krachten nu dienden in te zetten en dat we een totaal nieuwe stijl voor het antroposofisch werk moesten vinden.
Nu moet ik het hier even hebben over een gesprek dat een belangrijk element was bij het ontwikkelen van de gedachte aan een meditatiekring.
Dit soort zielegemeenschap had ik in feite nooit gezocht. Maar ik kon mij wel voorstellen dat het verlangen naar menselijke gemeenschap door het gezamenlijk beleven van een cultus kon bevredigd worden. In feite leefde echter bij de jeugd een verlangen naar een nieuwe zieleconfiguratie, naar een nieuwe verhouding tot de natuur, tot de ander, tot het verleden, heden en toekomst. Het werd mij duidelijk dat bij mij, sinds ik de antroposofie had gevonden, nog een ander ideaal van een menselijke gemeenschap begon vorm te krijgen, waarbij het gemeenschapsvormende element het gezamenlijk streven naar inzicht in het geestelijke moest zijn. Maar dat inzicht mocht geen zaak van het intellect zijn. Ik kende toen nog niet het begrip “geestelijke communie”, dat hoorde ik voor het eerst op de avond vóór de brand van het Goetheanum. Ook had ikzelf nog geen “begrip” van wat Dr. Steiner in februari 1923 bij het oprichten van de Vrije Antroposofische Vereniging “het wakker-worden aan het ziele-geestelijke van de ander” noemde. Had ik dat toen wel gehad, dan had ik Emil Bock nog anders kunnen antwoorden. Maar gevoelsmatig leefde het toch al duidelijk in mij.
“De mystiek in het begin van het geestesleven van de nieuwe tijd.”
Ik begon onmiddellijk met de lectuur en na enkele dagen had ik het boek volledig gelezen. Het waren de geschriften van de Godsvriend van het Oberland. In de teksten werd in een beeldenrijke taal de christelijke inwijdingsweg geschetst van een man in de 14de eeuw wiens leerlingen in een broederlijke gezindheid met elkaar en in de diepste eerbied met hun meester verbonden waren. Het maakte een geweldige indruk op mijn gemoed. Uit de brieven van deze meester kon men opmaken dat hij met zijn leerlingen en andere ingewijden die op andere plaatsen leefden en werkten, in rechtstreekse geestelijke verbinding stond. En ofschoon het innerlijke geestelijke leven van deze grote ingewijde en de kring van zijn leerlingen voor de wereld verborgen was, toch waren hij en die met hem verbonden waren zeer nauw betrokken bij de grote wereldgebeurtenissen die zich in die tijd afspeelden.
Ik bedacht : dit gaat iedereen interesseren ! Ik voelde de geestelijke leiding die mij dat boek in handen had gespeeld, en dat precies op het ogenblik dat van ons gevraagd werd om stelling te nemen t.o.v. de reeds eerder in Stuttgart opgerichte “Bond voor een Vrij Geestesleven”. Deze bond moest een voortzetting zijn van de in 1919 opgerichte “Bond voor Driegeleding”.
Ik had o.a. ook de tekst van de Godsvriend “Over de gevangen ridder” vertaald en voorgelezen. Die was voor mij belangrijk omdat ook ik, zoals deze ridder, weliswaar niet in een donkere toren – maar toch in gevangenschap het licht van de goddelijke wereld had ervaren.
Verder had hij laten verstaan dat hij in geestelijk contact stond met Meester Jezus. Op deze vraag kon alleen Rudolf Steiner antwoorden, maar ze mocht pas gesteld worden als in ons de bereidheid en de wil aanwezig was om deze weg te gaan. Ikzelf voelde mij als zijn leerling maar dat had ik hem nog niet gezegd. Nu leek mij het ogenblik gekomen om het uit te spreken en hem te zeggen dat ik het in deze zin wilde zijn. Maar er leken mij twee voorwaarden te moeten vervuld zijn vóór ik dat kon doen. Ten eerste, in onze kring de jongeren te vinden die ook in dezelfde zin zijn leerlingen waren of wilden worden en : de ontmoeting die ons tot elkaar bracht moest door het lot worden beschikt, opdat wij dan samen de vraag aan Dr. Steiner konden stellen als de door ons in vrijheid gekozen geestelijke leraar.
Bij de ouderen was het Wilhelm Selling, die aan al onze avondbijeenkomsten in de theosofische bibliotheek had deelgenomen, met wie ik voor het eerst over dit idee sprak dat voorlopig nog in een meer algemene vorm in mij leefde.
Toen ik hem vertelde van deze gedachte aan een “esoterisch gemeenschappelijk streven” had ik de indruk dat hij zich aangesproken voelde hoewel hij direct een caveat uitsprak, dat was nu eenmaal zo zijn manier van doen : ik moest zeer goed overleggen of ik voor een dergelijke vraag aan Dr. Steiner wel de nodige rijpheid bezat. Want niets was volgens zijn ervaring zo gevaarlijk als wanneer iemand zich geroepen voelde om een “missie” te volbrengen. Hij vertelde mij wat hem sinds het Weense congres allemaal had bezig gehouden, hoe dringend nodig dat het was dat wij jonge mensen die de weg naar de antroposofie gevonden hadden nu ook eens met Rudolf Steiner konden samenkomen om hem onze vragen voor te leggen. Hoe hij in Stuttgart Fritz Kübler ontmoet had, hoe ze samen naar Dornach waren gereisd en door bemiddeling van René Maikowski een ontmoeting met Rudolf Steiner hadden kunnen hebben. Hoe liefdevol Dr. Steiner hen in zijn atelier ontvangen had, hoe goedig en grootmoedig hij op hun vraag was ingegaan en hoe hij de jeugd die dat wilde uitnodigde om naar Dornach te komen en dat niet voor acht dagen maar voor veertien dagen. Hij zou iedere dag beschikbaar zijn om hun vragen te beantwoorden, en hun ook rondleiden in het Goetheanum. Frau Dr. Steiner, die bij de tweede ontmoeting aanwezig was, zegde toe om met de jeugd euritmie te oefenen, een cursus spraakvorming te organiseren en Dr. Steiner zelf zou hen schilderles geven.
Tenslotte kwam hij nog tegemoet aan onze vraag om dit alles in Stuttgart te laten doorgaan : wegens de inflatie in Duitsland was het leven en wonen in Zwitserland voor een Duitser onbetaalbaar geworden. Deze “jeugdcursus” zou over vier weken beginnen. ( wordt vervolgd)
...............![]() Ernst Lehrs ....................................................... Fritz Kübler
* * * * * * * * * * * * * * *
|