De noordse mythologie
![]()
Dan is er natuurlijk de reactie van Hägar in het tweede kadertje: die is typerend voor menige reactie van antroposofen op zgn. wetenschappelijke verklaringen, en omgekeerd voor de reactie van de meeste mensen op het antroposofisch "gefantaseer".
In GA 121, de cyclus over de volkszielen, heeft Rudolf Steiner het over de Noordse mythologie. In de negende voordracht gaat het o.m. over verduisteringen van hemellichamen. [ ... ] "In de eerste plaats voelde de Germaans-Noordse mens in zijn helderziendheid Lucifer als datgene wat de mens tot een vrij mens maakt, die zich niet alleen wil overgeven aan welk uiterlijke macht dan ook, maar die in zichzelf de vaste wezenskern heeft en die uit zichzelf wil handelen. Deze luciferische invloed onderging de Germaans-Noordse mens als weldadig.
Maar nu merkt hij dat door deze invloed ook nog iets anders bewerkt wordt. Lucifer gaat schuil achter de figuur van Loki, die in een merkwaardige, steeds wisselende gedaante verschijnt. Omdat men de werkelijkheid zag, begreep men dat de gedachten van vrijheid en zelfstandigheid van de mens terug te voeren zijn op Loki. Maar men begreep ook, door de oude helderziendheid, dat het op Loki terug te voeren is dat de mens steeds weer door zijn begeerten en daden ertoe gebracht wordt met zijn hele wezen lager te blijven staan dan wanneer hij zich alleen onder de invloed van Odin en van de Asen zou stellen. En laten we nu vooral het huiveringwekkende grootse aanvoelen van deze Germaans-Noordse mythologie. Men beleefde intens de juistheid van hetgeen pas langzamerhand weer door de geesteswetenschap de mensen tot bewustzijn zal komen.
In het etherische lichaam wordt teweeggebracht wat in de mens optreedt als neiging tot onwaarachtigheid, tot leugen. Leugen en onwaarachtigheid overschrijden de grenzen van het innerlijk van de mens. In het astrale lichaam, het zuiver innerlijke van de mens, daar wordt het zelf doordrongen met de aandrift om onwaarachtig te zijn en daardoor voorbestemd tot de mogelijkheid om te liegen. In het fysieke lichaam worden ziekte en dood teweeg gebracht.
Voor degenen die aan mijn vorige cursus ("De openbaringen van het karma", GA 120 ) hebben deelgenomen zal dat gemakkelijk te begrijpen zijn. Maar hier wil ik er toch nog eens met nadruk op wijzen dat alles wat in het menselijke fysieke lichaam optreedt als ziekte en dood, karmisch verbonden is met wat we de luciferische invloed noemen. Als we dit alles nog eens kort samenvatten dan veroorzaakt Lucifer
in het astrale lichaam : zelfzucht Natuurlijk zullen alle materialistisch denkende mensen heel verwonderd zijn dat ziekte en dood in de geesteswetenschap teruggebracht worden op een luciferische invloed. Dat hangt namelijk ook met karma samen. Nooit zouden ziekte en dood bij de mens kunnen optreden als de luciferische invloed niet had plaatsgevonden. Juist dat is de karmische uitwerking van de luciferische invloed dat de mens dieper in het lichamelijke afdaalt en dat wordt aan de andere kant vereffend door ziekte en dood.
Wij kunnen daarom zeggen: omdat de luciferische invloed op de mens ging inwerken, werden fysiek, etherisch en astraal lichaam aangetast door ziekte en dood, leugen en onwaarachtigheid en zelfzucht. Ik zou er nog willen op wijzen dat de tegenwoordige materialistische wetenschap dezelfde verklaring geeft voor de dood van het dieren- en van het plantenlichaam als voor de dood van de mens. Deze materialistisch denkende mensen kunnen niet begrijpen dat het ene uiterlijke verschijnsel er net zo kan uitzien als het andere en toch heel andere oorzaken kan hebben.
Een uiterlijke gebeurtenis kan heel verschillende oorzaken hebben. Zo treedt de dood bij het dier niet in door dezelfde oorzaken als bij de mens hoewel het als uiterlijk verschijnsel hetzelfde is. Dit zijn dingen waarvan de kennistheoretische bewijzen veel te veel tijd zouden vergen. Feitelijk wilde ik hier alleen maar zeggen dat men er bij de toepassing van het causaliteitsprincipe behoorlijk kan naast zitten. Fouten die stammen uit zulke onduidelijkheden worden voortdurend overal gemaakt.
Bedenkt u bvb. eens het volgende: iemand is op het dak geklommen, valt naar beneden, heeft een dodelijke wond opgelopen en wordt dood aangetroffen. Wat ligt nu meer voor de hand dan te zeggen: de mens is van het dak gevallen, heeft een dodelijke wond gekregen en is aan de verwonding gestorven. Maar dit geval zou ook heel anders kunnen liggen: de mens zou daarboven door een hersenbloeding getroffen kunnen zijn en dood neergevallen zijn; de verwonding zou door de val kunnen veroorzaakt zijn zodat het geval uiterlijk juist zo zou liggen zoals het eerst geschetst is maar de dood zou door een heel andere oorzaak zijn ingetreden. Dit geval is heel scherp gesteld maar de wetenschap maakt heel vaak zulk soort fouten. De uiterlijke feiten kunnen dikwijls volkomen gelijk zijn en toch zijn de innerlijke oorzaken absoluut verschillend.
Maar hier waar de mens in een verhouding tot de buitenwereld komt ontmoet Lucifer Ahriman al, zodat alle dwalingen die binnensluipen in het werkelijke weten -ook in het helderziende weten- alle illusies en alle maja, het gevolg zijn van de neiging tot onwaarachtigheid die daarin speelt.
In de Fenriswolf hebben we dus de gedaante te zien die de mens in zijn omgeving heeft doordat hij de dingen niet in hun ware gestalte ziet. Daar waar voor de oude Germaans-Noordse mens iets van het uiterlijk licht van de waarheid verduistert, daar spreekt hij van een wolf. Dat geldt zo voor het hele noordse bewustzijn en u zult vinden dat dit beeld tot op de uiterlijke feiten overal in deze zin wordt gebruikt.
Als de oude noordse mens begrip wilde krijgen over wat hij zag bij een zonsverduistering -natuurlijk zag de mens toen hij nog helderziende was iets anders dan nu we de verrekijker kunnen gebruiken- dan koos hij het beeld van een wolf die de zon achtervolgt en die op het moment dat hij haar bereikt de zonsverduistering veroorzaakt. De materialistische mensen van nu zullen zeggen: maar dat is toch bijgeloof. Er is toch geen wolf die de zon achtervolgt. De oude noordse imaginatieve mens zag nu juist deze feiten in beelden en ik zou u wellicht veel zgn. wetenschappelijke waarheden kunnen noemen die meer invloed van Ahriman, grotere dwaling in zich bergen dan er zijn in de astrale aanschouwing die zegt: de wolf achtervolgt de zon. Voor de occultist bestaat er iets wat in hogere mate bijgeloof is. Dat is dat een zonsverduistering ontstaat doordat de maan zich voor de zon plaatst. Dat is voor de uiterlijke beschouwing heel juist, even juist als de voorstelling van de wolf voor de astrale beschouwing juist is. De astrale beschouwing is zelfs juister dan die in de tegenwoordige boeken beschreven wordt, want die laatste berust nog meer op dwaling. Als de mens in plaats van deze uiterlijke feiten eens de waarheid zal kennen, dan zal hij zien dat de noordse mythe gelijk heeft. Ik weet dat ik voor de huidige opvatting iets afschuwelijk absurd zeg, maar ik weet ook dat men in antroposofische kringen al zo ver is, dat men erop mag wijzen waar juist onze op het fysieke ingestelde wereldbeschouwing het meest beïnvloed wordt door Maja, dwaling of illusie." [ ... ]
* * * * * * * * * * * * * * * Terug naar het thuisblad
|