Dollekoeieziekte

In het vorig artikel kwamen we al op het spoor van een eigenaardigheid in de moderne voedingsindustrie: de plant wordt niet meer als plant bekeken maar als een samenstelling van enkele mineralen. Op dezelfde manier worden dieren niet meer als dieren bekeken en behandeld, maar als planten: in eindeloze rijen zitten ze bijna onbeweeglijk te eten en te drinken tot ze geslacht worden. Zonlicht zien ze niet, net zo min als de planten. Als men de planten naar het minerale rijk duwt, en de dieren naar het plantenrijk, dan is dat niet zonder gevolg voor de mens. We stellen vast dat hij naar het dierenrijk geduwd wordt. Voorbeelden daarvan zijn er genoeg te vinden in onze moderne leefwereld waar enerzijds onmenselijke concurrentie heerst en anderzijds leeg amusement de mensen afstompt.

Die onmenselijke concurrentie was er ook de oorzaak van dat men op het onzalige idee kwam om runderen te voeden met producten van dierlijke afkomst. Als de marktprijs van deze producten lager is dan plantaardig veevoeder, dan is dat blijkbaar voldoende om de aard en de natuur van herkauwers geweld aan te doen, en de gezondheid van de consument in gevaar te brengen. Nochtans zijn wetenschappers al lang bekend met het verschijnsel dat een vermogen, een krachtpotentiaal dat men onderdrukt, op een andere plaats of onder een andere vorm ergens zal opduiken. In een voordracht voor de arbeiders aan het Goetheanum legt Rudolf Steiner dit verschijnsel uit. Hij begint met de vaststelling dat er dieren zijn die de dierlijke substantie van hun lichaam kunnen opbouwen uit plantaardige grondstoffen, bvb. de herkauwers. Die hebben dus de kracht in zich om van planten vlees te maken.

[ ... ] "Nu stelt u zich eens voor dat zo'n os op het idee zou komen om te zeggen: dat begint mij tegen te steken, altijd maar rondlopen en die planten afbijten; 't is beter dat een ander dier dat voor mij doet, en dan eet ik direct dat dier op ! Nu goed, de os zou dus beginnen vlees eten. Maar eigenlijk kan hij dat vlees zelf maken ! Hij heeft toch de krachten daarvoor in zich. Wat gebeurt er dus als hij in plaats van planten direct vlees begint te eten ? Hij laat al die krachten onbenut die in hem vlees kunnen opbouwen ! Als u zich eens een fabriek voorstelt die iets moet produceren, maar ze produceert niets, en toch wordt die ganse fabriek in bedrijf gebracht: denkt u eens wat een kracht daar verloren gaat ! Daar gaat toch een immense kracht verloren. Maar, mijne heren, de kracht die in het lichaam van het dier verloren gaat, die kán eenvoudigweg niet verloren gaan. Per slot van rekening zit een os vol van die krachten; die doen dan iets anders in hem dan uit plantenmateriaal vlees maken. Die kracht is er nu eenmaal, die blijft bij hem. Die doet iets anders in hem. En wat ze doet dat kweekt in hem allerhande bucht. In plaats dat vlees gemaakt wordt, worden schadelijke stoffen gekweekt. De os zou dus gevuld geraken met alle mogelijke schadelijke stoffen indien hij plotseling een vleeseter zou worden, namelijk met urinezuur en urinezouten zou hij gevuld geraken. Nu hebben echter zulke urinezouten ook hun bijzondere gewoonten. De bijzondere gewoonten van de urinezouten zijn dat ze een zwak hebben voor het zenuwstelsel en de hersenen. En het gevolg zou zijn, als de os direct vlees zou eten, dat er in hem reusachtige hoeveelheden urinezouten zouden afgescheiden worden; die zouden naar de hersenen gaan en de ossen zouden gek worden. Als we een experiment zouden kunnen uitvoeren om een kudde ossen met duiven te voederen, dan zouden we een dolgedraaide kudde ossen krijgen. Zo is dat werkelijk. Hoewel duiven zo'n zachte dieren zijn, toch zouden de ossen gek worden. U ziet dat zo'n zaak natuurlijk tegen het materialisme spreekt, want als de ossen alleen maar duiven zouden eten, dan zouden ze zo zachtaardig als duiven moeten worden, als alleen maar het materiële zou werkzaam zijn. Maar zo worden ze helemaal niet, integendeel, het worden zelfs vreselijk briesende en woedende kerels. Dat wordt reeds bevestigd door het feit dat paarden al zo briesend worden als men ze slechts een klein beetje vlees geeft; ze worden direct wild omdat ze nu eenmaal ook geen vleesvoeding gewoon zijn." [ ... ]

Terug naar de inhoudstafel A - D.